Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Folders
  3. Revisie totale knieprothese: (deels) vervangen van een knieprothese
Terug naar bovenliggende pagina

Revisie totale knieprothese: (deels) vervangen van een knieprothese

Folder

Algemeen

  • Neem altijd een geldig legitimatiebewijs mee (rijbewijs, paspoort of identiteitsbewijs).
  • Heeft u een zorgverzekering in het buitenland? Neem dan ook uw verzekeringspapieren mee.
  • Kunt u om dringende redenen niet komen voor de operatie of het onderzoek? Bel dan met de polikliniek of afdeling.
  • Uw persoonlijke medische gegevens en afspraken bekijken? Dat kan in ons digitale patiëntenportaal Mijn Martini. U kunt met uw DigiD inloggen via www.martiniziekenhuis.nl/mijnmartini.

Inleiding

In overleg met uw orthopedisch chirurg heeft u een afspraak gemaakt voor een operatie. Hierbij wordt uw huidige knieprothese geheel of deels vervangen door een andere prothese. In deze folder kunt u lezen hoe de ingreep verloopt. Ook leest u wat u zelf moet voorbereiden. Deze folder geeft extra informatie, naast de mondelinge informatie die u van uw orthopedisch chirurg en de orthopedieconsulent heeft gekregen.

Motivatie

Voor het slagen van de knieoperatie en uw herstel is uw eigen motivatie heel belangrijk. Natuurlijk mag u rekenen op ondersteuning van artsen, fysiotherapeuten en verpleegkundigen. De eerste dag na de operatie komt de fysiotherapeut bij u langs om te oefenen en uitleg te geven over het oefenschema. Dit oefenschema krijgt u mee zodat u hier thuis mee door kunt gaan.

Goede voorbereiding

Het is belangrijk dat u de informatie goed doorleest. Bij voorkeur samen met uw partner, familie of een kennis. Op die manier begint u goed voorbereid aan de operatie en het herstel. Heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen? Stelt u die dan aan de orthopedieconsulent of aan de afdelingsverpleegkundige. Zij nemen zo nodig contact op met uw behandelend orthopedisch chirurg.

Wetenschappelijk onderzoek

Het kan zijn dat we u vragen mee te doen aan een wetenschappelijk onderzoek. Zo draagt ons team bij aan nieuwe ontwikkelingen op ons vakgebied. Uw deelname is geheel vrijwillig. De arts informeert u zo goed mogelijk over de bijzonderheden. Als u hierover vragen heeft, stelt u die dan aan uw behandelend orthopedisch chirurg.

Revisie van een knieprothese

Een knieprothese kan door verschillende oorzaken niet goed functioneren. Soms kunt u klachten hebben vanaf het moment dat de prothese is geplaatst, maar meestal ontstaan de klachten pas na verloop van tijd. Het achterhalen van de oorzaak van de klachten is vaak lastig.

Klachten bij een knieprothese

Een knieprothese gaat niet altijd levenslang mee. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er een infectie optreedt. Of dat de prothese niet langer goed in het bot blijft vastzitten. Ook kan de kunststoflaag van de prothese slijten. Wanneer dit mogelijk gebeurt, is moeilijk te voorspellen. Gemiddeld gaat een knieprothese 10 tot 20 jaar mee. Maar bij overbelasting en/of overgewicht kan deze periode korter zijn.

Onderstaande klachten maken dat een (gedeeltelijke) vervanging van de knieprothese nodig kan zijn:

  • Een eerder goed functionerende knieprothese gaat pijnklachten geven. Een mogelijke oorzaak kan loslating van de prothese zijn.
  • Een instabiel gevoel.
  • De beweeglijkheid van de knie is afgenomen ten gevolge van de pijn en mogelijke zwelling.
  • Loslating of slijtage van uw knieprothese.
  • Infectie van de prothese.

Het grootste deel van de patiënten is na de behandeling tevreden met de vermindering van pijn, de verbeterde functie en stabiliteit. Een deel van de patiënten heeft restklachten, zoals pijn en stijfheid.

Onderzoek en  voorbereiding

U hebt een afspraak gehad bij de orthopedisch chirurg waarbij uw knie is onderzocht. Ook is aanvullend onderzoek verricht. Er wordt altijd een röntgenfoto gemaakt. Ook is soms verder onderzoek nodig geweest. Bijvoorbeeld een bloedonderzoek, specifieke röntgenfoto’s, CT-scan, botscan of een afname van vocht rond de prothese. Daarna is in overleg met u besloten om een operatie te gaan uitvoeren.

Een goede voorbereiding op de opname is heel belangrijk. Hieronder leest u wat wij voor u regelen en wat u zelf moet doen.

Arbodienst

  • In sommige gevallen heeft uw aandoening en de behandeling ervan gevolgen voor het uitoefenen van uw werkzaamheden. U kunt met uw specialist bespreken of u (tijdelijke) beperkingen heeft.
  • Het is belangrijk dat u uw bedrijfsarts/leidinggevende op de hoogte stelt van uw aandoening en behandeling, zodat hij/ zij u goed kan begeleiden bij de terugkeer naar uw werk. Hiervoor kunt u een afspraak maken op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de Arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.
  • Om uw privacy te beschermen, is uw toestemming nodig. Dit is voor overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts, als dat nodig is.

Preoperatief spreekuur

Van de Opnameplanning krijgt u een afspraak voor de orthopedieconsulent. De afspraak met de anesthesiemedewerker is telefonisch. Informatie hierover leest u in de brochure ‘Anesthesie en preoperatief spreekuur’. U wordt binnen 6 maanden na het preoperatief spreekuur geopereerd.

De datum en het tijdstip van opname en operatie ontvangt u via de Opnameplanning. Daar kan het secretariaat van de polikliniek of de orthopedieconsulent u helaas geen informatie over geven. Uitgebreide informatie over opname in het ziekenhuis leest u in de brochure ‘Welkom in het Martini Ziekenhuis’.

Afspraak met de orthopedieconsulent

U heeft een afspraak met de orthopedieconsulent op de polikliniek Orthopedie. Tijdens deze afspraak krijgt u van de orthopedieconsulent consulent informatie over Rapid Recovery en de gang van zaken bij uw opname en ontslag.

Neuskweek

U krijgt ook informatie over een neuskweek. Dat is een ‘test’ die u thuis zelf uitvoert voor de operatie. Blijkt uit deze test dat u drager bent van een bepaalde bacterie? Dan volgt een behandeling voor de operatie om het risico op infectie na de operatie te verkleinen. U wast zich dan gedurende 5 dagen met een bepaalde zeep en u gebruikt een neuszalf.

Verdere uitleg hierover krijgt u van de orthopedieconsulent. Het is goed te weten dat u voor de zeep een eigen bijdrage moet betalen.

Nazorg

De orthopedieconsulent bekijkt ook samen met u welke zorg u eventueel nodig heeft na uw ontslag. Als u nazorg nodig heeft, dan bespreekt het Transferpunt met u voor welke zorg u in aanmerking komt. Dit is aan de hand van de geldende richtlijnen. Het Transferpunt is de schakel tussen de verpleegafdeling in het ziekenhuis en de thuiszorgorganisatie of het verpleeghuis.

Partner, kennis of familielid mee

U krijgt tijdens deze afspraak veel informatie in 1 keer. Ook verzamelen we allerlei gegevens. We raden u daarom aan uw partner, een familielid of een kennis mee te nemen naar deze afspraak.

Heeft u vragen over uw opname of verblijf? Die kunt u voor, tijdens en na de ope- ratie stellen aan een van onze orthopedieconsulenten. Zij hebben op werkdagen op 2 momenten telefonisch spreekuur. Deze tijden staan op het visitekaartje ver- meld.

Soms uitstel

Soms kan de operatie op de geplande datum niet doorgaan. Bijvoorbeeld, omdat:

  • Er meer voorbereiding nodig is. Omdat u ook onder behandeling staat van een andere specialist.
  • U griep heeft (met koorts).
  • U verhinderd bent door privé omstandigheden.

Infectie
Ook als u een infectie heeft, kan de operatie niet doorgaan. Dan gaat het om bijvoorbeeld:

  • Een abces
  • Een steenpuist
  • Tandwortelgranuloom (een ontsteking aan de wortel van een kies of tand)
  • Wondroos
  • Wen ontstoken likdoorn
  • Een ingegroeide nagel
  • Open wondjes aan de handen
  • Blaasontsteking
  • Longontsteking

Het is dan niet verstandig een prothese te plaatsen vanwege de kans op infectie. Neem bij de bovengenoemde situaties zo snel mogelijk contact op met de Opnameplanning. Deze afdeling is bereikbaar op werkdagen van 8:00 tot 16:00 uur.

Voorbereidingen op de operatie

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Wat u wel of niet mag eten en drinken, leest u in de brochure Anesthesie en preoperatief spreekuur. Verder vragen we u om te douchen op de ochtend voor de operatie.

Opname

Wij nemen u op in het ziekenhuis op de dag vóór de operatie of op de dag van de operatie zelf. Wilt u op de dag van opname elleboogkrukken of uw rollator, als u die nu ook gebruikt, meenemen? De elleboogkrukken kunnen we dan alvast goed afstellen.

U meldt zich bij de receptie in de centrale hal. Direct daarna gaat u naar verpleegafdeling Orthopedie. Als u dat graag wilt, kan een gastvrouw van het ziekenhuis u begeleiden naar de afdeling.

Tijdens de opname heeft u de volgende zaken nodig:

  • Krukken of rollator
  • Ondergoed en nachtkleding (bij voorkeur met wijde of korte mouwen)
  • Comfortabele kleding (bijvoorbeeld een trainingsbroek)
  • Stevige schoenen, waarop u goed kunt lopen en waarvan de hakzijde is gesloten.
  • Toiletartikelen
  • Medicijnen die u gewoonlijk gebruikt

U kunt waardevolle bezittingen zoals sieraden of grote geldbedragen beter thuis laten. Dit is vanwege het risico op diefstal of vermissing. Het ziekenhuis is hiervoor namelijk niet aansprakelijk.

Opnamegesprek

Op de opnamelounge neemt een verpleegkundige alle informatie die u eerder heeft gegeven met u door. Wijzigingen kunt u op dat moment doorgeven. Ook krijgt u informatie over de operatie en over het programma tijdens de opnamedag. Uw partner of familielid mag bij dit gesprek aanwezig zijn.

Voor de operatie

  • Een uur voor de operatie trekt u een operatiejasje aan. U krijgt pijnmedicatie ter voorbereiding op de operatie en we markeren uw knie. Het is belangrijk dat u op dat moment nog even naar de wc gaat en goed uitplast.
  • Een verpleegkundige brengt u naar de holding. Dat is de ruimte waar de eerste voorbereidingen plaatsvinden voor de operatie.
  • Daarna wordt u naar de operatiekamer gebracht. Daar leggen we u op de operatietafel. De anesthesioloog kan dan beginnen met de voorbereiding voor de operatie.

De operatie

De prothese kan gedeeltelijk of geheel vervangen worden. Uw orthopedische chirurg heeft met u besproken welke optie voor u het beste is. De prothese-onderdelen die worden gebruikt zijn qua ontwerp soms anders dan de onderdelen van de eerste (primaire) prothese.

Vaak kan er een aantasting zijn van het bot. Ook kan er sprake zijn van mindere botkwaliteit. Daarom is de steel van de prothese zowel voor het onderbeen als bovenbeen soms langer en dikker dan bij de eerste protheses. Hierdoor geven ze de prothese meer steun.

Verdoving

De operatie voor het verkrijgen van een knieprothese verloopt onder algehele anesthesie of een ruggenprik. Het wondgebied wordt van binnenuit met plaatselijke verdoving behandeld om de eerste pijn na de operatie te beperken. De wond wordt gehecht, meestal met nietjes (agraves).

Na de operatie

Na de operatie rijden we u naar de recovery (uitslaapkamer). Ook hier blijft u op bewakingsapparatuur aangesloten, zodat we uw lichaamsfuncties kunnen controleren. De recoveryverpleegkundige laat uw contactpersoon telefonisch weten dat de operatie klaar is.

Als u weer goed wakker bent en alle lichaamsfuncties in orde zijn, mag u terug naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling stelt uw contactpersoon daarvan op de hoogte en mag dan op bezoek komen.

Trombose

Vanwege de operatie neemt de kans op trombose (bloedstolsel) toe. Om trombose te voorkomen, krijgt u ‘s avonds na de operatie een bloed verdunnende injectie. Meestal dienen we deze toe in de buik. Het is de bedoeling dat u dit medicijn tot en met 6 weken na de operatie dagelijks blijft gebruiken. Tijdens uw opname leert u van de verpleegkundige op de afdeling hoe u zich kunt injecteren. U krijgt bij uw ontslag een recept mee.

Gebruikte u voor de operatie al bloedverdunners, zoals Acenocoumarol, Sintromitis, Fenprocoumon, Dabigatran of Marcoumar? Dan stellen we u hier na de operatie weer op in. U krijgt na de operatie tegelijkertijd bovenstaande injecties. Zodra u goed bent ingesteld op de bloedverdunners, zijn deze injecties niet meer nodig.

Op de verpleegafdeling

Na de operatie heeft u in uw arm een naaldje of infuus. Via deze weg krijgt u antibiotica en eventueel vocht toegediend. Terug op de verpleegafdeling mag u weer eten en drinken. Wassen en aankleden doet u meteen weer zo veel mogelijk zelf. Als het nodig is, helpt een verpleegkundige u daarbij.

U mag na de operatie op uw rug en op uw zij liggen. In de praktijk is het voor uw knie het meest comfortabel als u op uw rug ligt. Het is belangrijk dat uw knie zo veel mogelijk gestrekt ligt. Daarom mag u er geen kussen onder leggen.

Wond en wondverband

De eerste dag na de operatie verwijderen we het drukverband dat na de operatie is aangebracht. Als u een drain heeft gekregen, wordt deze ook verwijderd. Het verband dat direct op de wond is aangebracht kan enkele dagen blijven zitten.

Bij uw ontslag krijgt u een telefonische afspraak met de orthopedieconsulent mee. De dag dat de consulent u belt, mag u na het opstaan het verband verwijderen. Dit is zodat u de consulent kunt vertellen hoe de wond eruitziet.

Bloedafname en röntgenfoto

De eerste dag na de operatie neemt een laborant bloed af om bepaalde waarden in uw bloed te controleren. Op de dag van de operatie of de dag erna laten we op de afdeling Radiologie een controlefoto maken.

Mobiliseren

  • De fysiotherapeut helpt u om weer zelfstandig te leren lopen. Tijdens de loopoefeningen adviseren we u om comfortabele kleding en stevige schoenen te dragen.
  • Na de operatie heeft u de eerste dag bedrust. Daarna gaat u onder begeleiding van de fysiotherapeut voor de eerste keer uit bed. U leert eerst lopen achter een looprek. Daarna leert u lopen met elleboogkrukken of met behulp van een rollator. U krijgt oefeningen en u leert traplopen.
  • Loopt u met rollator en/of hoeft u thuis geen trap te lopen? Dan is leren traplopen niet nodig. Tijdens de opname mobiliseert u onder begeleiding van de fysiotherapeut of verpleegkundige. Dit gebeurt totdat de fysiotherapeut heeft aangegeven dat u zelfstandig mag lopen. Voordat u naar huis gaat, is het van belang dat u uw knie 90 graden kunt buigen.

Medicatie

Voordat u met ontslag gaat, neemt de verpleegkundige nog enkele praktische zaken met u door, zoals de controleafspraken. Wijzigt uw medicatie tijdens de ziekenhuisopname? Dan komt onze apothekersassistent bij u langs op de verpleegafdeling om daarover uitleg te geven.

Zij of hij kan de medicatie die u thuis moet gebruiken direct voor u meenemen. U hoeft dan dus niet meer langs uw eigen apotheek. Dat geldt ook voor de pijnmedicatie die door de arts is voorgeschreven voor de operatie. Houd er wel rekening mee dat u een eventuele eigen bijdrage dan met uw pinpas betaalt.

Overzicht ontslagmedicatie

Maakt u geen gebruik van de service van de politheek in het ziekenhuis? Dan krijgt u een overzicht van uw ontslagmedicatie mee en zo nodig een recept voor medicijnen. Uw huisarts en thuisapotheek ontvangen een overzicht van uw ontslagmedicatie.

Als u opgehaald wordt, is het handig dat alvast een rolstoel meegenomen wordt vanaf de ingang van het ziekenhuis.
Ook is het handig dat er een vuilniszak op de zitting van de passagiersstoel van de auto ligt zodat u makkelijk de auto in- en uit kunt stappen.

Waarschuwing: antibiotica bij toekomstige behandelingen en ingrepen

U krijgt bij uw ontslag uit het ziekenhuis een pasje mee. Hierop staat een link naar informatie over het gebruik van antibiotica bij toekomstige behandelingen en ingrepen. Dit advies blijft voor u levenslang van kracht. Dit geldt dus niet alleen voor de eerste maanden na de operatie.

Thuiszorg

Voor de opname is met u besproken wat de mogelijkheden zijn als u na de operatie niet of met hulp naar huis kunt. Heeft u thuiszorg nodig voor hulp bij de lichamelijke verzorging, en/of wondverzorging? Dan schakelen we het Transferpunt van het ziekenhuis in. Is een tijdelijke opname in een verpleeghuis nodig? En komt u hiervoor in aanmerking? Dan regelt het Transferpunt dat al voor de opname.

Fysiotherapie

Bij ontslag krijgt u een verwijsbrief mee voor de voortzetting van de fysiotherapie. Het is van groot belang dat de fysiotherapeut u ook na de operatie goed blijft begeleiden. Dit is om de functie van de knie te herstellen.

De afdelingsfysiotherapeut schrijft een brief met uw gegevens. Deze is bestemd voor de fysiotherapeut die u na de operatie gaat begeleiden. U maakt zelf een afspraak met uw fysiotherapeut.

Aanpassingen in huis

De orthopedieconsulent heeft voor de operatie al met u besproken welke aanpassingen in huis verstandig zijn. Hieronder leest u een overzicht van mogelijke aanpassingen:

  • Een hoge rechte stoel met leuningen
  • Een stevig bevestigde trapleuning
  • Een toiletverhoger
  • Eventueel handgrepen in het toilet en de doucheruimte
  • Eventueel een lange schoenlepel en een ‘helping hand’ (grijptang). Deze kunt u bijvoorbeeld aanschaffen bij een Thuiszorgwinkel, zoals de Vegro. Die is ook in het ziekenhuis gevestigd.
  • Verwijder losse kleedjes op een gladde vloer of losliggende snoeren, zodat u niet kunt struikelen of uitglijden.

Resultaat

De eerste tijd na de operatie kan uw knie en het gebied rond de wond nog dik en warm aanvoelen. Dit wordt langzaam aan minder, maar kan ook weer terugkomen door het oefenen met lopen.

Rond de wond kunnen bloeduitstortingen (blauwe plekken) ontstaan. Deze verdwijnen vanzelf. U krijgt een recept voor pijnmedicatie mee naar huis. Daardoor heeft u tijdens het revalideren thuis geen of weinig last van pijn. U krijgt advies over het afbouwen van de pijnmedicatie bij uw ontslag. Het is belangrijk dat u dit advies opvolgt.

Complicaties

Net als bij andere operaties kunnen er complicaties optreden. De volgende complicaties zijn mogelijk:

  • Rond de knieprothese kan een infectie ontstaan. De kans op een infectie blijft aanwezig zolang u een prothese heeft, dus ook langere tijd na de operatie.
  • Er kan na de operatie een nabloeding optreden.
  • Vanwege verminderde mobiliteit kunt u last krijgen van trombose. Om dit te voorkomen krijgt u gedurende 6 weken bloed verdunnende medicijnen voorgeschreven.
  • De functie van de knie (het buigen en strekken) komt soms niet goed op gang na de operatie. Dan is het nodig de knie ‘door te bewegen’ onder verdoving. Het is belangrijk dat u de eerste weken na de operatie goed oefent om de knie op gang te brengen.
  • De gemiddelde levensduur van een knieprothese is 10 tot 20 jaar. De levensduur van een prothese is afhankelijk van de belasting. Als de prothese is versleten, is het meestal mogelijk om een nieuwe knieprothese te plaatsen.

Controle

Na de operatie maken we verschillende afspraken met u.

  • De secretaresse maakt voor u een belafspraak voor 5 tot 7 dagen na de operatie. De orthopedieconsulent neemt dan telefonisch contact met u op. Op die dag mag u ‘s ochtends bij het opstaan het wondverband verwijderen.
  • Ongeveer 2 weken na de operatie verwijdert de huisarts uw hechtingen. Deze afspraak met de huisarts moet u zelf maken.
  • Ongeveer 6 weken na de operatie komt u terug naar het ziekenhuis voor een controleafspraak met de orthopeed die u heeft geopereerd.
  • Voorafgaand aan deze afspraak gaat u naar de afdeling Radiologie voor een controlefoto.

Leefregels

Eenmaal thuis mag u de knie gebruiken op geleide van de klachten. Als u het ziekenhuis verlaat, loopt u met 2 krukken of rollator. In overleg met uw eigen fysiotherapeut kunt u het gebruik van de krukken in de loop van enkele weken afbouwen.
Meer informatie over het gebruik van elleboogkrukken leest u in de folder Instructies voor het gebruik van elleboogkrukken. U krijgt hierover natuurlijk ook mondelinge instructies van de fysiotherapeut tijdens uw opname.

Oefenen met bewegen en lopen
Tijdens uw opname krijgt u van de fysiotherapeut oefeningen. Deze zijn bedoeld om uw beenspieren te versterken en de beweeglijkheid van uw knie te verbeteren. Ook thuis of in het verpleeghuis is het heel belangrijk dat u met deze oefeningen doorgaat. U doet deze oefeningen 3 keer 10 minuten per dag.
Ook is het de bedoeling dat u regelmatig een stukje loopt. Wissel het oefenen en lopen af met voldoende rust. Merkt u dat uw knie gaat zwellen of duidelijk warmer aanvoelt? Dan raden we u aan de oefenactiviteiten en de loopafstand te verminderen. Leg uw been als u zit of ligt wat hoger, als dat nodig is.

Zwelling van de knie
Na de operatie kan de knie wat dikker zijn. In dat geval kunt u de wond koelen met een ijspakking (cold pack) die u thuis in de vriezer bewaart. Als alternatief kunt u ook een zak met bevroren erwten gebruiken om de wond te koelen. Verpak de zak voor gebruik in een doek om bevriezing van de huid te voorkomen. Koel niet langer dan 15 minuten.

Zitten en draaien
Gebruik bij voorkeur een hoge stoel met armleuningen. Voordat u gaat zitten of staan, plaatst u het geopereerde been iets naar voren. Draaien doet u stap voor stap. Let u op dat u niet staand draait op de voet van het geopereerde been. Vermijd bewegingen zoals hurken en op de knieën zitten.

Liggen
Net als in het ziekenhuis mag u geen kussen onder de knie leggen. Dit om te voorkomen dat uw knie langere tijd gebogen ligt.

Traplopen
De fysiotherapeut heeft voor ontslag uit het ziekenhuis het traplopen met u geoefend, tenzij dit niet mogelijk of nodig was. Lees hierover meer in de brochure Instructies voor het gebruik van elleboogkrukken.

Veelgestelde vragen

1.  Wanneer neem ik contact op met de polikliniek orthopedie/orthopedie­consulent?

  • Als uw wond 14 dagen na de operatie nog niet droog is.
  • Als u ineens hevige pijn heeft in de knie en u niet meer op het been kunt staan.
  • Bij koorts, koude rillingen en als u zich hierbij ziek voelt.

2.  Hoe lang moet ik het bloedverdunnende middel gebruiken?

De bloed verdunnende injectie moet u tot 6 weken na de operatie gebruiken.

3.  Hoe vaak moet ik oefenen en hoe weet ik of ik te veel heb geoefend?

3 keer per dag 10 minuten oefenen is voldoende. Oefen op de grens, maar ga daar niet overheen. Als de knie rood wordt of als de zwelling toeneemt, moet u het been rust gunnen.

4.  Hoe ver moet ik mijn knie kunnen buigen?

Het gemiddelde is 115 graden. Lukt dat niet? Dan is er niets aan de hand. 90 graden is meestal wel haalbaar. Wat uw knie kan, hangt voor een deel af van de kniefunctie voor de operatie. De spieren en het kapsel rond de knie kunnen verstijfd en gekrompen zijn. De operatie kan dit niet verhelpen. U kunt altijd wat last houden van stijfheid.

5.  Hoe lang blijft mijn knie warm aanvoelen?

Gedurende 6 tot 12 maanden na de operatie kan de knie warm blijven aanvoelen.

6.  Hoe lang blijft mijn knie gevoelig?

Na de operatie neemt de gevoeligheid geleidelijk af. Tot 3 of 4 maanden na de operatie treedt de grootste verbetering op. Verbetering kan aanhouden tot een jaar na de operatie. Startpijn of gevoeligheid bij de eerste stappen kan tijdelijk aanhouden.

7.  Mag ik een ijspakking op de knie leggen?

U kunt de wond koelen met een ijspakking (cold pack) die u thuis in de vriezer koelt. Als alternatief kunt u ook een zak met bevroren erwten gebruiken om de wond te koelen. Verpak de zak voor gebruik in een doek om bevriezing van de huid te voorkomen. Koel niet langer dan 15 minuten.

8.  Hoe lang blijft mijn knie dik?

De zwelling vermindert meestal gedurende de eerste weken na ontslag. De zwelling wordt minder door het been dagelijks hoog te leggen (1 uur ‘s morgens en 1 uur ’s middags). Het been moet dan in gestrekte stand hoog liggen. Leg geen kussen alleen onder de knie. De zwelling is meestal ’s avonds het ergst.
Als u zich aan de oefeningen houdt, neemt het zwellen af. Toch kan de knie ook maanden na de operatie nog wat gezwollen zijn. ’s Nachts kunt u het voeteneind van uw bed hoger doen of een kussen onder uw matras leggen om de zwelling af te laten nemen.

9.  Hoe verzorg ik mijn wond?

  • De wond moet schoon en droog blijven. Meestal gaat u met ontslag met een wondverband op de wond. U kunt het verband de vijfde dag na de operatie verwijderen. Dan is de wond doorgaans droog en hoeft er geen andere pleister meer op.
  • De huid rondom de hechtingen kan wat rood of geïrriteerd zijn. 14 dagen na de operatie verwijdert de huisarts de hechtingen. Dan heeft u snel min- der last van een geïrriteerde huid.
  • Heeft u last van veel wondlekkage? Neem dan contact op met de orthopedieconsulent voor advies.
  • U krijgt in ieder geval 5 tot 7 dagen na de operatie een telefoontje van deze consulent.
  • Smeer de eerste maanden na de operatie geen lotion of crème op de wond.

10. Is het normaal dat mijn knie een soort klikgeluid maakt?

Dit is normaal en niet verontrustend. Ongeveer 70 procent van de mensen met een nieuwe knie ervaart of hoort een soort klikgeluid bij het buigen van de knie.

11. Hoe bouw ik de pijnmedicatie af?

Hiervoor verwijzen we naar het afbouwschema dat u heeft meegekregen. Als dit niet voldoende werkt, dan mag u contact opnemen met de huisarts over het wijzigen van pijnmedicatie.

12. Welke aanpassingen heb ik nodig in huis?

Zorg ervoor dat u in uw directe leefomgeving veel bewegingsruimte heeft. Zet bijvoorbeeld stoelen tijdelijk aan de kant. Er moet een redelijke doorgang voor u zijn. Een stoel met armleuningen kan het opstaan gemakkelijker maken. Laat geen losliggende en wegglijdende matjes op de vloer en in de badkamer liggen.

13. Wat voor soort schoenen kan ik het beste dragen?

Draag goed aansluitende schoenen met een brede hak en een veerkrachtige zool. Dit is in verband met schokdemping. We raden het dragen van hoge hakken en slippers de eerste maanden af. Het kan zijn dat uw voet en enkel een tijd na de operatie gezwollen zijn. Dan heeft u tijdelijk ruimere schoenen nodig.

14. Hoe lang moet ik een loophulpmiddel gebruiken?

In ieder geval tot 6 weken na de operatie adviseren we u twee elleboogkrukken of een ander loophulpmiddel te gebruiken. Op die manier vermindert u de druk op de herstellende knie. Het gebruik van loophulpmiddelen hangt af van uw persoonlijke situatie. Factoren die meespelen zijn uw leeftijd, mogelijke andere beperkingen en uw gevoel van veiligheid tijdens het lopen. In overleg met uw eigen fysiotherapeut kunt u de krukken in de loop van enkele weken afbouwen.

15. Welke bewegingen mag ik niet maken?

Maak geen springbewegingen. Door te springen wordt de knie namelijk te veel belast.

16. Wanneer mag ik weer…

Douchen?
Douchen is geen probleem. Let er wel op dat u het wondgebied de eerste weken goed naspoelt. Er mogen geen zeepresten achterblijven.

Een bad nemen?
Wacht met het nemen van een bad totdat u gemakkelijk in en uit het bad kunt stappen en uw been niet te hoog hoeft op te tillen. U mag pas in bad 3 dagen nadat de ‘nietjes’ uit de wond zijn verwijderd. Zorg ook na een bad dat u het wondgebied goed naspoelt.

Zelf een auto besturen?
Als u voldoende controle heeft over uw geopereerde knie, mag u na 6 weken weer autorijden. Bespreek dit met uw arts als u voor controle op het spreekuur komt.
Als u nog pijnmedicatie slikt, kunt u de auto beter laten staan. De combinatie van de medicatie en een verminderde controle over uw geopereerde knie kan leiden tot een vertraagd reactievermogen. Hierdoor is mogelijk schade niet gedekt. Lees daarom de polisvoorwaarden van uw verzekering goed door.

Fietsen?
U mag weer gaan fietsen als u uw knie 95 tot 100 graden kunt buigen. U moet wel voldoende controle hebben over uw geopereerde been en goed zonder krukken kunnen lopen. We raden mannen aan de eerste tijd een damesfiets te gebruiken. Dit is vanwege de lage instap. Oefen bijvoorbeeld vooraf op een hometrainer.

Zwemmen of naar de sauna?
Na ongeveer 6 weken mag u weer zwemmen of naar de sauna, mits de wond droog is.

Werken/sporten?
De orthopeed kan dat samen met u inschatten tijdens de controleafspraak. Dit is 6 weken na de operatie.

Versie: 20190053 08-2023 Revisie totale knieprothese: (deels) vervangen van een knieprothese

Specialisme: Orthopedie
Deel via e-mail

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem.