Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Folders
  3. Inwendige niersteenbehandeling (Ureterorenoscopie)
Terug naar bovenliggende pagina

Inwendige niersteenbehandeling (Ureterorenoscopie)

Folder

Algemeen

  • Neem altijd een geldig legitimatiebewijs mee (rijbewijs, paspoort of identiteitsbewijs).
  • Heeft u een zorgverzekering in het buitenland? Neem dan ook uw verzekeringspapieren mee.
  • Kunt u om dringende redenen niet komen voor de operatie of het onderzoek? Bel dan met de polikliniek of afdeling.
  • Uw persoonlijke medische gegevens en afspraken bekijken? Dat kan in ons digitale patiëntenportaal Mijn Martini. U kunt met uw DigiD inloggen via www.martiniziekenhuis.nl/mijnmartini.

Inleiding

U wordt binnenkort opgenomen in het Martini Ziekenhuis voor een inwendige niersteenbehandeling. Dit is een urologische operatie. In deze folder leest u hoe deze behandeling verloopt. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw arts.

Een niersteenbehandeling

Nierstenen kunnen in uw nier of urineleider (ureter) zitten. Een niersteen is een klein steentje, tot ongeveer 8 millimeter. Meestal plast u een klein steentje vanzelf uit. Bij grotere nierstenen lukt dat niet. Dan kan een operatie nodig zijn. Soms is het mogelijk om grotere nierstenen te vergruizen. Dit gebeurt met een niersteenvergruizer, waarna u de kleine deeltjes van de steen uitplast. Werkt een behandeling met de niersteenvergruizer niet goed? Of is deze methode niet geschikt voor u? Dan kan worden gekozen voor een operatie.

Het verwijderen van de niersteen is belangrijk omdat die de urineleider kan belemmeren. Dan kan uw plas niet weg. Als er te weinig plas door de urineleider kan, blijft er te veel plas in de nier. Dan heeft u kans dat uw nier minder goed gaat functioneren. Ook kunt u last krijgen van koliekpijn (heftige buikpijnaanvallen).

De niersteenbehandeling gebeurt onder narcose of met een ruggenprik. De operatie duurt meestal tussen de 30 en 90 minuten, soms langer. Als er geen complicaties zijn, gaat u dezelfde dag, of 1 of 2 dagen na de operatie, weer naar huis.

Voorbereiding

Voor de operatie heeft u een afspraak op het preoperatieve spreekuur op de polikliniek Anesthesiologie. In de folder Preoperatief spreekuur en anesthesie kunt u lezen wat het spreekuur inhoudt en wat u mee moet nemen. Via de opnameplanning krijgt u daarna te horen wanneer en hoe laat u wordt opgenomen in het ziekenhuis. Informatie over opname in het Martini Ziekenhuis kunt u nalezen in de folder Welkom in het Martini Ziekenhuis.

Opnamedag

U wordt op de dag van de operatie opgenomen op de verpleegafdeling Urologie. U wordt ontvangen door een verpleegkundige. Deze wijst u uw kamer en geeft u een rondleiding en uitleg over de afdeling. Het is belangrijk dat u de medicijnen die u slikt, meeneemt naar het ziekenhuis. Samen met de verpleegkundige controleert u uw medicijnen. Op de dag van de operatie neemt u ’s ochtends voor u naar het ziekenhuis komt de medicijnen in. Dit zijn de medicijnen waarvan u op het preoperatieve spreekuur heeft gehoord dat u ze moet blijven gebruiken. U kunt deze medicijnen innemen met een slokje water. Op de opnamedag wordt er bloed afgenomen.

Nuchter zijn

U moet nuchter zijn voor de operatie. Dit betekent dat u voor de operatie niet alles mag eten en drinken. Wat u wel en niet mag eten, leest u in de folder Preoperatief spreekuur en anesthesie.

De operatie

  • Ongeveer 1 uur voor de operatie helpt de verpleegkundige u in een operatiehemd. Als u een gebitsprothese draagt, vraagt de verpleegkundige u om deze uit te doen. We vragen u ook uw horloge en sieraden af te doen. Dan brengt de verpleegkundige u naar de operatiekamer.
  • De operatie gebeurt onder volledige narcose (algehele anesthesie) of met een ruggenprik (regionale anesthesie). Bij een ruggenprik wordt het onderlichaam tijdelijk gevoelloos gemaakt. Zo voelt u niets van de operatie.
  • Tijdens de operatie ligt u op uw rug met uw benen in beensteunen. De arts brengt een hol kijkbuisje (de ureterorenoscoop) via uw plasbuis en uw blaas in de urineleider. Soms is het mogelijk om de steen in één keer te verwijderen. Als de steen hiervoor te groot is, wordt die met een laser eerst kleiner gemaakt.
  • Soms laat de behandelend arts een dun slangetje achter in de urineleider. Dat slangetje is een dubbel J katheter.

Na de operatie

Voor een goed herstel is het belangrijk dat u zich aan een paar leefregels houdt. Soms kunt u klachten krijgen. Het is belangrijk dat u dan uw huisarts of het ziekenhuis waarschuwt.

In de eerste periode thuis kunt u last hebben van de volgende klachten:

  • Koliekachtige pijnklachten, zoals u die misschien voor de operatie ook al had. Heeft u hier last van? Dan mag u pijnstillers gebruiken (Paracetamol 1000 milligram, maximaal 4 keer per dag). Deze pijn komt vaak door een zwelling van het slijmvlies in de urineleider. Het verdwijnt meestal binnen 48 uur. Als dat nodig is, krijgt u een recept voor pijnstillers mee naar huis.
  • Lichte temperatuursverhoging tot 38,5 graden Celsius.
  • U kunt bloed in uw plas zien. Het is normaal als de eerste week na de operatie uw plas lichtrood gekleurd is. Het is belangrijk om veel te drinken. Zo spoelt u uw blaas schoon.
  • U kunt gruis of steentjes in uw plas vinden. Als het kan, vangt u het gruis of het steentje op. Dat kunt u dan ter controle meenemen naar uw bezoek aan de polikliniek. Het kan dan onderzocht worden.
  • Een branderig gevoel bij het plassen in de eerste week na de operatie.
  • Als er een dubbel J katheter is achtergelaten, dan kunt u het gevoel hebben vaker te moeten plassen. Ook kan er bloed in uw plas zitten. Mocht u daar veel last van hebben, dan kunt u de huisarts om medicatie vragen. Deze dubbel J katheter wordt poliklinisch verwijderd via een cystoscopie.

Als u een antibioticumkuur krijgt, moet u die helemaal afmaken. U krijgt hiervoor een recept.
Als u na de operatie naar huis mag, wordt met u besproken wanneer u weer mag starten met bloedverdunnende medicijnen, als u die gebruikt.
Wij adviseren u minimaal 2 tot 3 liter vocht per dag te drinken. Zo herstelt u goed en krijgt u minder snel nieuwe steenvorming. Vooral als er nog een beetje bloed in uw plas zit, is het belangrijk veel te drinken. Zo wordt de blaas schoongespoeld. Uw plas is dan weer snel licht van kleur.

Houdingsdrainage

Het kan zijn dat u na de behandeling het gruis nog uit moet plassen. Sommige stenen bevinden zich in de onderpool van de nier. Deze moeten over een hobbel heen om de urineleider in te komen. Om dit te versnellen, kunt u onderstaande oefeningen doen. Dit noemen we houdingsdrainage.

Zijligging

Ga op uw zij liggen waaraan u niet geopereerd bent. U heeft een kussen onder uw bekken. Klop op de geopereerde zij. Doe dit een paar minuten.

Buikligging

Dit kunt u ook doen als u op uw buik ligt. U leunt dan over de rand van een bank of bed. U of iemand anders klopt u dan op uw rug.

Wanneer bellen?

Neem contact op met het ziekenhuis binnen 2 dagen na de operatie. En daarna met uw huisarts als uw herstel niet goed verloopt. Bijvoorbeeld:

  • U heeft koorts boven 38,5 graden Celsius.
  • U heeft pijnklachten die niet minder worden of overgaan, ook niet nadat u pijnstillers heeft geslikt.
  • Uw plas blijft helderrood met stolsels en dat wordt niet minder. Ook niet als u de leefregels en adviezen opvolgt.

Mogelijke complicaties

Er zijn een paar complicaties mogelijk.

  • De arts kan de ureteroscoop niet altijd gemakkelijk in de urineleider brengen. De urineleider kan vernauwd of gekronkeld zijn. Daardoor kan het opschuiven van de ureteroscoop moeilijk zijn. Dit leidt soms tot beschadiging van de urineleider.
  • Soms raakt de wand van de urineleider beschadigd. Dit heet perforatie. Dan wordt de ingreep gestopt, omdat de spoelvloeistof buiten de urineleider kan komen. Een beschadiging aan de urineleider sluit meestal vanzelf, maar soms is een operatie nodig.
  • Als de niersteen niet bereikt kan worden met de ureteroscoop, is soms een tweede operatie nodig om de steen te verwijderen.
  • Na de operatie kan er een urineweginfectie optreden. Om dit te voorkomen, krijgt u voor de operatie antibiotica.
  • Er kunnen nog kleine steenresten achterblijven. Meestal plast u die vanzelf uit. Soms lukt dit niet en moeten deze resten later verwijderd worden.
  • Er kan een vernauwing ontstaan van de plasbuis (bij mannen), omdat de ingreep via de plasbuis plaatsvindt. Dit kan meestal later weer worden verholpen.

Versie: 20210047 06-2023 Inwendige niersteenbehandeling (Ureterorenoscopie)

Specialisme: Urologie
Deel via e-mail

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem.