Aan het laden
  1. Home
  2. Behandelingen en onderzoeken
  3. Botulinetoxine-injecties

Botulinetoxine-injecties

In overleg met uw behandelend specialist maakt u een afspraak voor de toediening van botulinetoxine-injecties. De behandeling vindt plaats op de afdeling Klinische Neurofysiologie (KNF).

Voorbereiding

Deze injectietherapie is geschikt voor de behandeling van ziektes die overmatige spieractiviteit veroorzaken en voor aandoeningen met een overmatige werking van zweetklieren en speekselklieren. De arts die u heeft doorverwezen, heeft met u de aard van de aandoening waarvoor u wordt behandeld besproken. 

Let op

Neemt u de eerste keer dat u voor een behandeling komt een lijstje mee met de medicijnen die u gebruikt. In de praktijk kan botulinetoxine gecombineerd worden met de meeste medicijnen. Er zijn echter medicijnen die het spierverslappend effect van de botulinetoxine kunnen versterken. Het is niet bekend of het gebruik van botulinetoxine tijdens de zwangerschap een schadelijk effect heeft op de ongeboren baby. Wij raden u daarom af botulinetoxine te gebruiken gedurende de zwangerschap en tijdens de periode waarin u borstvoeding geeft.

Behandeling

Spieren en klierweefsel worden door zenuwen aan het werk gezet. De neuroloog (met speciale aandacht voor KNF) spuit de botulinetoxine in het te behandelen gebied in de spier of in de huid, afhankelijk van het doel van de behandeling. Daarna wordt het middel op die plaats opgenomen in (het laatste deel van) een zenuw. Het weefsel dat bij die zenuw hoort, ontvangt minder prikkels en zal dan niet meer zo hard werken als voorheen. Bij het spierweefsel zal de spierspanning of de spierspasme afnemen en in het geval van een speekselklier of zweetklier wordt minder speeksel en zweet aangemaakt.

Na de behandeling

Botulinetoxine werkt voornamelijk op de plaats van de injectie. Het middel werkt nog niet direct na het injecteren. Het duurt 5 tot 7 dagen voor u het effect merkt. Het effect van de behandeling houdt gemiddeld 3 maanden aan. Daarna maakt uw lichaam het effect van de injecties weer ongedaan. Dat is ook de reden waarom de injecties steeds herhaald moeten worden. De botulinetoxine neemt de oorzaak van de aandoening niet weg. Het middel geeft verlichting van klachten die het gevolg zijn van een aandoening.

Bijwerkingen

Een enkeling krijgt kort na de injectie een ‘grieperig’ gevoel als reactie op de injectie. Verder zijn de bijwerkingen van botulinetoxine direct het gevolg van de manier waarop de stof werkzaam is. Hoe hoger de dosering, hoe groter de kans op deze bijwerkingen wordt. Zo kunnen spieren door de botulinetoxine te zwak worden. De klachten hangen samen met de plaats van de injecties. Na injecties rond de ogen en gelaatsspieren kunnen klachten ontstaan als dubbelzien, een hangend of dichtvallend ooglid en een hangende lip. Na injecties in de hals- en nekspieren kunnen slikklachten voorkomen en het niet goed meer kunnen optillen van het hoofd.

Injecties in de speekselklieren kunnen een droge mond en slikklachten veroorzaken en injecties in de zweetklieren een zwakte van spieren die onder het behandelde deel van de huid liggen. Al deze bijwerkingen zijn van tijdelijke aard. Het effect van botulinetoxine verdwijnt altijd weer. Er is geen ‘tegengif’ dat de ongewenste bijwerkingen snel ongedaan maakt.

Versie: 12 februari 2020

Praktische informatie Voor u

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem. Als u verder surft, accepteert u onze cookies.