Inleiding
In overleg met uw arts heeft u een afspraak gemaakt voor een herniaoperatie en wacht u nu op een oproep. Meestal hoort u dit een week voor de operatie. In deze folder vindt u informatie over de operatie, de risico’s en mogelijke complicaties en de herstelperiode. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw arts.
Wat is een hernia
Een tussenwervelschijf bestaat uit een stevig omhulsel met een zachtere kern. Als het omhulsel een zwakke plek heeft, dan kan de kern erdoor naar buiten puilen. Deze uitpuiling noemen we een hernia. De hernia kan een zenuwwortel beklemmen waardoor pijnklachten in het been ontstaan, eventueel met uitvalsverschijnselen van de zenuw (doof gevoel, minder kracht in het been). Dit ontstaat het vaakst onderin de rug. Uit onderzoek is gebleken dat roken slijtage van de tussenwervelschijven kan versnellen, wat een ongunstige invloed heeft op de wervelkolom. Ook overgewicht en de toestand van de spieren rondom de wervelkolom spelen een rol bij het krijgen van een hernia.
Voorbereiding op de operatie
Voordat u in het ziekenhuis wordt opgenomen, krijgt u eerst afspraken met de apotheek en de polikliniek anesthesiologie. Hier hoort u ook informatie over het staken van eventuele medicijnen en het nuchter zijn voor de operatie.
Dit neemt u mee naar het ziekenhuis
- De medicijnen die u gebruikt, in de originele verpakking (neem genoeg mee voor enkele dagen). Verandert er iets in uw medicijnen? Geeft u dit dan tijdig door aan de apotheek.
- Makkelijk zittende kleding en schoenen waarop u goed kunt lopen en hulpmiddelen zoals een rollator of stok, als u die gebruikt.
- Iets om te ontspannen, zoals een boek, een e-reader, een koptelefoon of oortjes voor de televisie.
Dag van opname
Met u is besproken dat u lopend of via de verpleegafdeling naar de operatiekamer gaat. Bij binnenkomst in het ziekenhuis meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Gaat u lopend naar de operatiekamer, dan wordt u doorverwezen naar het preoperatief spreekuur. Hier volgt kort het opname gesprek met de verpleegkundige. Na dit gesprek mag u naar de opname lounge. Vanuit hier gaat u naar de operatiekamer.
Indien u via de verpleegafdeling opgenomen wordt, mag u zich melden op de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling bereidt u voor op de operatie. Als u vragen heeft, kunt u die aan de verpleegkundige stellen. Tijdens de operatie mag u geen sieraden, make-up of een gebitsprothese dragen.
Het verloop van de herniaoperatie
Om een hernia te opereren, worden in het Martini Ziekenhuis drie methodes gebruikt. Over het algemeen geldt: hoe kleiner de wond, hoe minder wondpijn en sneller het herstel gaat. Dit is dus vooral een effect op de korte termijn. Op de lange termijn zitten er geen grote verschillen tussen de ingrepen en het resultaat ervan. Niet iedereen wordt geholpen met de MTD-methode of endoscopische methode. De neurochirurg bespreekt met u welke operatietechniek bij u past.
Het is goed om te weten dat elke operatie onder algehele narcose plaatsvindt.
Micro-herniaoperatie
Bij de micro-herniaoperatie ligt u op uw buik op de operatietafel. Nadat een röntgenfoto is gemaakt om de juiste plaats te bepalen begint de neurochirurg met de operatie. Door een snee in uw huid te maken, de spieren af te schuiven komt de wervelkolom in zicht en zal de neurochirurg de oorzaak van de zenuwbeknelling weghalen (hernia, verdikt bot, cyste of littekenweefsel). Nadat dit gebeurd is, sluit de chirurg de wond in lagen en de huid met hechtingen, lijm of hechtpleisters. Als dat nodig is blijft er een slangetje (een drain) achter voor het afvoeren van wondvocht. De operatie duurt ongeveer 1 uur. Na de operatie wordt u weer op uw rug gelegd en naar de uitslaapkamer gebracht.
MTD-methode
MTD staat voor Micro Tube Discectomie. De operatie wordt via een klein buisje (micro tube) uitgevoerd. Bij de MTD-methode hoeft de chirurg de rugspieren niet los te maken van de wervelkolom. De chirurg haalt de oorzaak van de zenuwbeknelling (hernia, verdikt bot, littekenweefsel of cyste) tijdens de operatie weg. De operatie duurt ongeveer 1 uur. Na de operatie wordt u weer op uw rug gelegd en naar de uitslaapkamer gebracht.
Endoscopische methode
Bij de endoscopische methode wordt gebruik gemaakt van een smalle buis waardoor de neurochirurg werkt. Er wordt een kleine snee gemaakt waardoor de buis wordt ingebracht en door de buis heen wordt met behulp van een kleine camera (endoscoop) en instrumenten geopereerd en de beknelling (hernia) verwijderd. De plek van de snee hangt af van de route die de neurochirurg kiest om de hernia te verwijderen. Soms zult u daarom een snee in het midden van de rug hebben en soms meer aan de zijkant. De operatie duurt ongeveer 1 uur.
Complicaties en risico’s
Bij elke operatie is er kans op complicaties. Uw behandelend arts heeft dit met u besproken. Heeft u hier nog vragen over, dan kunt u die stellen aan de arts. De kans op onderstaande problemen is erg klein, maar wel aanwezig. Daarom zetten wij ze hieronder kort voor u op een rijtje.
Doof gevoel, verlies van kracht of caudasyndroom.
Dit wordt meestal veroorzaakt, doordat de zenuw geïrriteerd is tijdens de operatie en daardoor wat gezwollen raakt. Het dove gevoel en verlies aan kracht gaan meestal enkele weken tot maanden na de operatie vanzelf over. Bij sommige patiënt duurt het een jaar en bij 2 procent van de patiënten treedt uiteindelijk geen herstel op.
Een zeer zeldzame complicatie is het caudasyndroom: Dit is een schade van alle zenuwen die in het operatiegebied lopen. Het kan in het uiterste geval leiden tot forse zwakte of volledige verlamming van de beide benen, voeten en zelfs verlies van controle over de blaas- en darmfunctie (incontinentie voor urine en ontlasting) en verlies van seksuele functie.
Nabloeding
Als gevolg van een nabloeding kan er druk op de zenuwen ontstaan. Hierdoor kunt u pijn, tintelingen, een doof gevoel of verlies van kracht in uw been of benen ervaren. Het kan zelfs leiden tot het hierboven genoemde caudasyndroom. Dit is dan ook een reden om met spoed opnieuw geopereerd te worden.
Wondproblemen / infectie / overige risico’s
Na een operatie kunnen er problemen ontstaan met de wond door:
- een infectie van de wond. U krijgt dan pussige lekkage uit de wond, pijn en koorts.
- het open gaan van de wond. Dit kan leiden tot een (beginnende) infectie.
- een infectie van de tussenwervelruimte of wervel, we noemen dat een spondylodiscitis. Dit komt gelukkig zeer zelden voor, maar in geval van een dergelijke infectie kan dit gepaard gaan met langdurige rugpijnklachten. Ook moet dit langdurig behandeld worden met antibiotica.
- lekkage van hersenvocht. Dit gebeurt bij een klein deel (minder dan 3%) van de geopereerde patiënten, meestal bij patiënten die al eens eerder een herniaoperatie hebben gehad. Wanneer er een lekje ontstaan moet er vaak een periode van bedrust van enkele dagen volgen. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij aanhoudende lekkage van hersenvocht, volgt een heroperatie of aanvullende behandeling.
Instabiliteit van de wervels
Na de operatie is er een mogelijkheid dat er een beetje speling ontstaat tussen de wervels. Het is ook mogelijk dat de hoogte tussen de wervels afneemt, waardoor u weer last krijgt van uw rug of been. Dit komt bij ongeveer 5 procent van de patiënten voor. Bij een enkeling leidt dit tot nieuwe problemen waarvoor soms een nieuwe (en uitgebreidere) operatie nodig is.
Toename last rug of been
U kunt weer last krijgen van uw rug of been. Dit kan door:
- Meer druk op de gewrichtjes tussen de wervels. Hierdoor kunt u in de eerste 3 tot 6 maanden meer last in de rug hebben. Dit gaat in dezelfde periode meestal ook weer over.
- Een nieuwe hernia. De kans op een nieuwe hernia, soms op dezelfde plek ligt ergens rond de 10%. Daarom vinden wij het ook belangrijk om altijd te adviseren te stoppen met roken, overgewicht te bestrijden en te zorgen dat de toestand van uw spieren en conditie goed zijn of worden, zodat de kans kleiner wordt dat u een nieuwe hernia krijgt.
Na de operatie
Als de operatie klaar is, verblijft u een poosje op de uitslaapkamer. Daar wordt uw contactpersoon gebeld. Zodra u wakker wordt en uw toestand het toelaat, gaat u terug naar de verpleegafdeling. U mag zelf uw knieën optrekken, als u op uw rug ligt. Ook mag u op uw linker- of rechterzijde draaien. Twee uur na de ingreep mag u, soms onder verpleegkundige begeleiding, uit bed. De verpleegkundige controleert regelmatig of u uw benen goed kunt bewegen en of het gevoel goed is. Als u pijn heeft kunt u hiervoor pijnstillers krijgen. Bij misselijkheid kunt u daar ook medicatie voor krijgen.
Afhankelijk van de operatietechniek die is gebruikt blijft u wel of niet één nacht in het ziekenhuis. De neurochirurg beslist dit. Meestal worden het infuus en de eventuele wonddrain verwijderd. De wond wordt gecontroleerd. De neurochirurg of verpleegkundig specialist komen meestal bij u langs na de operatie om te bespreken of naar huis gaan lukt.
Ook de fysiotherapeut komt langs en bespreekt met u nog een keer de leefregels. In de meeste gevallen komt de apothekersassistent voordat u naar huis gaat bij u langs om veranderingen in uw medicijngebruik met u te bespreken. Als dit nodig is, krijgt u pijnstillers mee naar huis die u thuis een tijdje kunt gebruiken. Als u nog klachten heeft, blijft u soms langer in het ziekenhuis.
In de dagen die volgen mag u steeds een beetje meer doen. Het is belangrijk dat u goed in de gaten houdt dat u het rustig opbouwt en vooral veel afwisselt tussen zitten, liggen, staan en lopen. Als u te snel en te veel doet, dan kunt u erg moe worden en pijn in uw rug en benen krijgen, maar de hele dag op bed rusten is ook niet nodig. De grootste belasting voor de rug vormt het zitten. Het lang zitten (meer dan 30 minuten) wordt door de meeste patiënten als vervelend ervaren, zelfs tot enkele weken of maanden na de operatie.
Ontslag uit het ziekenhuis
In de meeste gevallen mag u de volgende ochtend (rond 11:00) weer naar huis. U mag niet zelf naar huis rijden. Daarom is het goed alvast iemand te regelen die u dan ook op kunt halen. U krijgt een (telefonische) controle afspraak na 6 weken om te horen hoe het met u gaat.
De herstelperiode
Als u naar huis gaat, bent u nog niet volledig hersteld. De eerste paar dagen thuis kunnen tegenvallen. Ongemerkt doet u misschien al te veel en hier reageert uw lichaam op. Houdt u daarom de eerste weken na de operatie rekening met pijn en vermoeidheid. Verderop vindt u meer adviezen voor thuis.
Hechtingen
De wond kan op verschillende manieren zijn dichtgemaakt:
- Lijm: een lijmlaagje om de wond te dichten ziet u als een glinsterend laagje over de wond. De lijmlaag laat na ongeveer 5 tot 7 dagen vanzelf los.
- Onderhuidse hechtingen, soms gecombineerd met hechtpleistertjes. Onderhuidse hechtingen lossen vanzelf op. De hechtpleisters kunt u 7 dagen na de operatie zelf verwijderen.
- Draadhechtingen / nietjes: Als u hechtingen/nietjes heeft, laat u die na 10-12 dagen door uw huisarts verwijderen.
Fysiotherapie na ontslag
Als u na de operatie fysiotherapie nodig heeft, dan overlegt de fysiotherapeut dat met u. De meeste mensen hebben dit de eerste 6 weken niet nodig.
Resultaat
In het algemeen is 80 tot 90 procent van de patiënten na een herniaoperatie tevreden met het resultaat. Belangrijkste verbetering is vaak een afname van de pijnklachten. Doofheid en tintelingen in het been kunnen weken tot maanden aan blijven houden na een operatie en moeten worden afgewacht.
Pijn
Na de operatie kunt u nog pijn hebben. Dit kan veroorzaakt worden door wondpijn, pijn vanuit de spieren en gewrichten of door zenuwpijn. Zenuwpijn wordt veroorzaakt doordat de zenuw lange tijd bekneld is geweest. De pijn kan in de eerste twee weken na de operatie ook weer toenemen en zijn niet ongewoon. Dit zakt vaak binnen 1 tot 2 weken weg. Vaak merkt u zelf of het om spierpijn of zenuwpijn gaat. Spierpijn is niet meteen een reden om het rustiger aan te doen, dit herstelt vanzelf. Bij zenuwpijn kunt u beter rust nemen, zodat de zenuw kan herstellen. Rust betekent echter niet de hele dag op bed liggen. Het is altijd belangrijk om ieder uur even in beweging te zijn.
Wanneer u pijn heeft, kunt u, als u daar tegen kunt, de volgende medicijnen nemen:
Paracetamol: 4 x daags 1000mg
Naproxen: 3 x daags 250mg (evt met maagbeschermer zoals Pantoprazol 1 x per dag)
Als in het ziekenhuis al wordt ingeschat dat u niet voldoende heeft aan bovenstaande medicijnen, krijgt u uit het ziekenhuis soms nog meer medicijnen mee. Houdt u zich dan aan de voorschriften van deze medicatie.
Ook kan het zijn dat u voor de operatie al langere tijd veel pijnstillers gebruikte. Deze kunnen, als de pijn het toelaat dan worden afgebouwd in overleg met de huisarts.
Contact opnemen
Heeft u last van een van de volgende symptomen, neemt u dan onmiddellijk contact op met uw (huis)arts. De symptomen komen echter zelden voor.
- Onhoudbare pijn in rug of been die niet reageert op pijnmedicatie.
- Abnormale zwelling of lekkage van de wond.
- Een opengesprongen wond.
- Pus uit de wond.
- Hoge koorts.
- Toenemend krachtsverlies aan één of beide benen.
- Verschijnselen van incontinentie of toenemende doofheid in de schaamstreek.
Als u naar aanleiding van de opname nog vragen heeft, dan kunt u tot 1 week na de operatie contact opnemen met het secretariaat van de verpleegafdeling, via (050) 524 5510 en daarna met de polikliniek Neurochirurgie (050) 5245950.
Kan uw vraag niet wachten tot de volgende (werk)dag? Neem dan contact op met de huisartsen spoedpost in uw regio.
Adviezen voor thuis
➢ Regelmatig afwisselen van houding (zitten / liggen / lopen).
➢ Vermijden van langdurige belasting van de rug (bijvoorbeeld niet lang zitten).
➢ Vermijden van voorover buigen en draaien van de rug.
➢ Niet onderuit gezakt op een stoel zitten, rug recht houden.
➢ Rustig en ontspannen bewegen.
➢ Trap lopen mag, als het maar veilig gebeurt.
➢ Douchen mag, eerste drie weken niet zwemmen of baden.
➢ Werkhervatting > in principe pas na de controle afspraak.
➢ Zelf autorijden > in principe pas na de controle afspraak.
➢ Fietsen op een hometrainer mag, wel langzaam opbouwen.
➢ Vermijden van schokbelasting zoals hardlopen in de eerste 6 weken.
➢ Geen fitness- of krachttraining met toestellen in de eerste 6 weken.
➢ Geen zware huishoudelijke taken uitvoeren in de eerste 6 weken.
➢ Activiteiten mogen per week uitgebreid worden, zolang het met u goed gaat.
Goed luisteren naar uw lichaam, doen wat goed voelt en rustig aan doen bij meer klachten. Bij toenemende stijfheid of pijnklachten > neem rust en pijnstilling!
Tevredenheid
Wij gaan ervan uit dat de behandeling naar tevredenheid verloopt. Mocht dit niet het geval zijn, bespreekt u dit dan met degene die hiervoor direct verantwoordelijk is. U kunt ook een afspraak maken met het unithoofd of met de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis. Meer informatie hierover vindt u op onze website of in de folder Uw tevredenheid, onze zorg.