Aan het laden
  1. Home
  2. Nieuws & ontwikkelingen
  3. Nieuwe lector Marianne Nieuwenhuis wil meters maken
Nieuws

Nieuwe lector Marianne Nieuwenhuis wil meters maken

23-05-2022

Vandaag wordt dr. Marianne Nieuwenhuis geïnstalleerd als lector Functieherstel en kwaliteit van leven na brandwonden. Binnen het lectoraat Healthy Ageing, Allied Health Care and Nursing van de Hanzehogeschool Groningen houdt zij zich bezig met de vraag: hoe de multidisciplinaire brandwondenzorg het beste kan bijdragen aan herstel van patiënten met brandwonden.

Binnen haar leeropdracht houdt Marianne Nieuwenhuis zich bezig met de vragen: wat belemmert mensen na brandwonden om weer actief te worden en te participeren en wat (of wie) draagt daar aan bij? In het persbericht lees je meer over de leeropdracht. Wie is Marianne en wat zijn haar drijfveren?

Marianne is geboren en getogen in de stad Groningen. Na de middelbare school koos ze voor de studie Pedagogiek, maar dat bleek geen goede match. Ze vond de opleiding ‘hopeloos theoretisch’ en na het behalen van haar propedeuse zwaaide ze af. Plan B was snel geformuleerd: ‘Ik word gewoon gymjuf’, memoreert Marianne. ‘Dat leek me exceptioneel leuk.’ Na een blauwe maandag op de ALO richtte ze haar vizier op bewegingswetenschappen aan de RUG. ‘Theorie en praktijk bij elkaar brengen, dat was én is mijn uitdaging.’ Ze weet inmiddels dat die opgave een lange adem vergt. ‘Als onderzoeker moet je soms eerst een stap terugzetten om vervolgens twee stappen vooruit te kunnen doen. Geduld is essentieel.’

Life changing
Ze noemt de brandwondenzorg een ‘buitensporig boeiend’ specialisme. ‘Brandwonden treffen alle leeftijden en alle lagen van de bevolking. Bovendien is de impact enorm, er is vaak sprake van een life changing event. Fysiek, mentaal en conditioneel.’ Als onderzoekscoördinator van het Brandwonden Centrum begeleidt Marianne uiteenlopende onderzoekstrajecten. ‘Van de toepassing van EMDR tot het vergelijken van operatietechnieken.’ Waar mogelijk levert ze ook zelf een inhoudelijke bijdrage als bewegingswetenschapper. ‘Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.’ Met de oprichting van de Vereniging Samenwerkende Brandwondencentra Nederland (VSBN) in 2003 nam het brandwondenonderzoek een ‘vlucht’. ‘Sindsdien worden onderzoeken landelijk afgestemd, gecoördineerd en gefaciliteerd,’ verzekert Marianne als hoofd Klinisch Onderzoek van het VSBN.

Zinnig en substantieel
Met de start van de leeropdracht (ingesteld vanuit de Nederlandse Brandwonden Stichting) krijgt het onderzoek naar de brandwondenzorg opnieuw een impuls. Marianne’s doel is glashelder: ‘Ik wil bouwstenen ontwikkelen waar de zorg behoefte aan heeft én waar de patiënt beter van wordt. Daar wil ik een zinnige en substantiële bijdrage aan leveren.’ Hoe? ‘Door aan te sluiten bij andere lectoraten en zodoende een kruisbestuiving te creëren. Die verbinding is cruciaal.’ Daarnaast hoopt ze de interprofessionele samenwerking een boost te geven. ‘Bij brandwondenzorg zijn talloze disciplines betrokken. De onderlinge afstemming en samenspraak met de patiënt kan nog verbeterd.’

Ontdekkingstocht
Marianne’s aanpak is weliswaar helder, maar haar koers is niet in beton gegoten. ‘Dit lectoraat is nieuw en daarmee gaat er een andere wereld voor me open. Deze functie is dus deels ook een ontdekkingstocht.’

Wat wél vaststaat is de leidende positie van de patiënt in haar lectoraat en alle aanverwante onderzoekslijnen. ‘Een patiënt met brandwonden wil vooral weten: wanneer kan ik mijn jas weer aantrekken, wanneer kan ik weer fietsen, kan ik weer naar school of aan het werk? Mijn werk als lector is daarom primair gericht op herstel van functioneren en het optimaliseren van de kwaliteit van leven na een brandwondongeval,’ benadrukt Marianne. ‘Patiënten moeten er letterlijk beter van worden.’

Wat onderzoekt Brandwondenlector Marianne Nieuwenhuis

U dient cookies te accepteren voordat we deze inhoud aan u kunnen laten zien

 

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem.