Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Folders
  3. Een gebroken heup: wat nu?
Terug naar bovenliggende pagina

Een gebroken heup: wat nu?

Folder

Inleiding

U heeft uw heup gebroken en bent daarvoor opgenomen in het Martini Zieken­huis. U krijgt zorg van verschillende medisch specialisten. Om u de juiste zorg te geven, hebben zij afspraken met elkaar gemaakt. Deze afspraken worden vastgelegd in het Zorgpad Collum Care. In deze folder leest u welke zorg u tijdens uw opname kunt verwachten. Ook krijgt u informatie over mogelijke complicaties en de leefregels voor thuis. Tot slot krijgt u antwoord op veelgestelde vragen na een heupoperatie. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw arts.

Een gebroken heup

Een gebroken heup ontstaat meestal na een val. Er kunnen verschillende redenen zijn dat u valt. Dit kan bijvoorbeeld een losliggend kleedje zijn of gladheid. Het kan ook komen door duizeligheid of andere lichamelijke klachten. Als het nodig is, krijgt u tijdens uw opname in het ziekenhuis een onderzoek naar de oorzaak van uw val. 

Na de val en het breken van uw heup heeft u veel pijn. U kunt meestal niet meer lopen of staan. Vaak lijkt het been van uw gebroken heup naar buiten gedraaid en korter.

In het ziekenhuis maken we röntgenfoto’s van uw heupen. Op de foto is te zien waar het bot is gebroken en hoe. De behandeling van de breuk hangt af van hoe de breuk eruitziet. 

Voorbereiding

Bij uw opname stelt de specialist de ernst van de botbreuk vast. Na overleg met u en uw naasten, start het Zorgpad Collum Care. Vanuit de afdeling Spoed­eisende Hulp wordt u op een verpleegafdeling opgenomen. Daarna gaat u naar de operatieafdeling. Het is ook mogelijk dat u direct vanaf de Spoedeisende Hulp naar de operatieafdeling gaat.

Wat heeft u nodig? 

Tijdens uw opname heeft u nodig:

  • Ondergoed en nachtkleding (bij voorkeur met korte of oprolbare mouw)
  • Gemakkelijk zittende kleding (niet te strakke rok of broek)
  • Toiletartikelen (geen handdoek en washandjes)
  • Goed omsluitende schoenen (geen nieuwe)
  • Krukken

Gaat u met krukken revalideren in het ziekenhuis? Dan kunt u de krukken al tijdens de opname lenen bij een uitleencentrum. U kunt de krukken meenemen naar de afdeling. De fysiotherapeut stelt de krukken goed voor u in, voordat u naar huis gaat. Meer informatie over de uitleencentra vindt u in de folder De zorg na uw ziekenhuisopname.

Mogelijkheden

Bij een gebroken heup bespreekt de specialist met u de mogelijkheid voor een operatie. Tijdens de operatie worden uw botten aan elkaar gezet of wordt een prothese geplaatst.

Een operatie zorgt ervoor dat u zo snel mogelijk weer uit bed kunt. Ook wordt het weer mogelijk om op een stoel te zitten. U heeft dan de meeste kans op herstel en de minste kans op complicaties. Een operatie wordt daarom bijna altijd aangeraden. Zelfs als uw conditie slecht is. Voor de operatie krijgt u pijnmedicatie. 

Verwardheid

Na de operatie kunt u verward zijn. Dit heet een delier. Als u verward bent na de operatie, komt iemand van het Delierteam naar u toe. Deze persoon kan inschatten of de verwardheid door de operatie of opname komt. Als u inderdaad een delier heeft, krijgt u de juiste hulp en begeleiding. 

Vallen voorkomen

Het komt vaak voor dat ouderen vallen. Om de kans op een nieuwe val te verkleinen, komt iemand van de afdeling Geriatrie langs. Deze afdeling is gespecialiseerd in ouderenzorg. De medewerker onderzoekt de oorzaak van de val en het risico op botontkalking. Daarnaast beoordeelt de medewerker medicijnen die u gebruikt. 

De operatie

Er zijn verschillende soorten operaties. Het verschilt per soort operatie waar geopereerd moet worden en waar de wond ontstaat. De behandelend arts legt u tijdens de opname uit welke operatie u krijgt en wat er gaat gebeuren. Voordat u geopereerd wordt, wijst u een contactpersoon aan. Deze persoon krijgt de informatie over uw operatie. 

Soorten operaties

Samengevat zijn er 2 soorten operaties: een operatie met een plaat en/of schroeven of een operatie met een heupprothese. Bij beide operaties is het de bedoeling dat u weer herstelt en weer kunt gaan lopen. De revalidatie voor beide operaties is wel iets anders.

Eerst zal gekeken worden of een operatie met een plaat of schroeven mogelijk is. Als dit niet mogelijk is, krijgt u een heupprothese. Uw heupbot wordt dan vervangen.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Hier wordt uw ademhaling, temperatuur en polsslag gecontroleerd. We laten uw contactpersoon weten hoe het met u gaat. 

Als u weer wakker bent en de pijn onder controle is, gaat u naar de verpleegafdeling. Dit kan een paar uur duren. 

Op de afdeling laten we uw contactpersoon weten dat u weer op de afdeling bent. Diegene mag bij u op bezoek komen. 

Pijn en misselijkheid

Na de operatie kunt u pijn hebben. Dit kan het herstel in de weg staan. De pijn wordt zoveel mogelijk verlicht met medicatie, zodat u sneller kunt herstellen. De verpleegkundige vraagt u 3 keer per dag hoe u de pijn ervaart. Als het nodig is, krijgt u extra pijnstilling. 

Voordat u weer naar huis gaat, krijgt u pijnmedicatie mee naar huis. U krijgt dan ook een schema om de medicatie af te bouwen. Tegen misselijkheid kunt u andere medicijnen krijgen.

Infuus, katheter, drain

Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Hiermee kan vocht, medicatie en bloed worden gegeven. Om het plassen makkelijker te maken, krijgt u waarschijnlijk een blaaskatheter. Deze wordt zo snel mogelijk weer verwijderd. 

Soms heeft u een wonddrain. Dat is een slangetje dat uit de wond komt met daarop aangesloten een opvangpot. De drain wordt tijdens de opname verwijderd.

Eten en drinken

Na de operatie mag u vrij snel water drinken. Of u andere dingen mag drinken en eten, hangt af van uw misselijkheid. Het doel is om u zo snel mogelijk weer normaal te laten eten en drinken. Dat is ook het beste voor uw huid. De kans op decubitus (doorliggen) wordt dan verkleind. Om diezelfde reden, ligt u op de Spoedeisende Hulp op een speciaal matras.

Röntgenfoto en bloedonderzoek

De eerste dag na de operatie wordt een controlefoto van uw heup gemaakt. Ook neemt een laborante bloed af om bepaalde waarden in uw bloed te controleren.

Verzorging

De eerste dagen heeft u bij uw lichamelijke verzorging nog hulp nodig. Na een tijdje heeft u steeds minder hulp nodig. We begeleiden u om zoveel mogelijk zelf te kunnen doen.

Bloedverdunners

Vanwege de operatie bent u de komende tijd minder mobiel. Hierdoor neemt de kans op trombose (klontering van het bloed) toe. Daarom krijgt u voor of na de operatie een injectie met bloedverdunners. Deze injectie wordt meestal in de buik gegeven. Deze injectie krijgt u elke avond, tot 6 weken na de operatie. In het ziekenhuis krijgt u de injectie van de verpleegkundige. Ook leert u hoe u zelf kunt injecteren als u weer thuis bent. Als u naar een verpleeghuis gaat, wordt de injectie daar gegeven. 

Als u voor de operatie al bloedverdunners gebruikte, dan krijgt u die na de opera­tie ook weer. Wel krijgt u tegelijkertijd de bloedverdunnende injecties. Zodra uw bloedverdunning goed is ingesteld of als u uit het ziekenhuis ontslagen wordt, stoppen deze injecties.

Hechtingen

De huid is gesloten met hechtingen of krammen. Deze worden na ongeveer 2 weken verwijderd door de huisarts. Als u in het verpleegtehuis verblijft, worden de hechtingen daar verwijderd.

Revalideren

U wordt de eerste dag na de operatie in de stoel geholpen door de verpleegkundige. Op de dag na de operatie, komt de fysiotherapeut. U krijgt begeleiding bij oefeningen op bed. Als het kan, begint u daarna ook met looptraining. 

Bij de loopoefeningen raden we aan om makkelijk zittende kleding en stevige schoenen te dragen. Stevige schoenen zijn dichte schoenen met veters of goede instapschoenen. Het is de bedoeling dat u gaat lopen met een loophulpmiddel. Tijdens uw verblijf in het ziekenhuis overlegt u met de fysiotherapeut welk loopmiddel u gebruikt.

Als u naar huis gaat, kunt u een hulpmiddel lenen bij verschillende uitleencentra. Informatie over de uitleencentra staat in de folder De zorg na uw ziekenhuisopname.

Weer naar huis

Meestal kunt u snel na de heupoperatie weer naar huis. Het doel van uw revalidatie is dat u weer terug kan naar huis. Daar kunt u mogelijk hulp krijgen van de thuiszorg. Als u niet snel naar huis kunt, zoeken we samen met u naar de beste oplossing. Meer informatie over de nazorg leest u in de folder De zorg na uw ziekenhuisopname.

Zorg thuis

Als u weer naar huis gaat, krijgt u informatie voor andere zorgverleners en uw naasten mee. De zorg die u thuis krijgt, wordt door uw huisarts geregeld. Daarvoor overlegt de huisarts met de wijkverpleegkundige van de thuisorganisatie. De revalidatie wordt op uw situatie afgestemd. Vaak is het nodig dat uw naasten uw helpen. Met de hulp van uw naasten en de thuiszorg kunt u de revalidatie goed volgen. 

Zorg in het verpleeghuis

Gaat u in het verpleeghuis revalideren of woont u in een verpleeghuis? Dan krijgt u na ontslag uit het ziekenhuis informatie voor de verzorgers in het verpleeghuis mee. 

Mogelijke complicaties

Net als bij andere operaties kunnen complicaties optreden. De volgende compli­caties zijn mogelijk. 

Infectie

  • In de geopereerde heup kan een infectie ontstaan. Bij een kophalsprothese blijft de kans op infectie aanwezig zolang u de prothese heeft. De infectie kan dus ook veel later na de operatie ontstaan. 
  • Het is belangrijk om uw (huis)arts te vertellen over uw prothese. Wordt er binnenkort een kies of tand bij u getrokken of krijgt u een wortelkanaalbehandeling? Vertel uw tandarts dan ook alvast over uw prothese.
  • Om de kans op een infectie te verminderen, krijgt u voor de operatie antibiotica. 

Nabloeding

Heel soms ontstaat er een nabloeding.

Trombose

Doordat u minder goed kunt bewegen (mobiliteit), kunt u last krijgen van trombose. Om dit te voorkomen krijgt u 6 weken lang bloedverdunnende medicijnen.

Beenlengteverschil

Soms kan er een verschil in beenlengte ontstaan.

Zenuwbeschadiging

Na de operatie kan (tijdelijk) een klapvoet ontstaan.

Narcose

Narcose heeft invloed op het geheugen en andere hersenfuncties. Het is verstan­dig om de eerste week na de operatie geen belangrijke beslissingen te nemen.

Uitbreken van pen, plaat of schroeven

Is uw gebroken heup vastgezet met een pen, plaat of schroeven? Dan ontstaat er een kleine kans dat deze te weinig houvast hebben en losbreken. Er is dan bijna altijd een nieuwe operatie nodig. 

Afsterven van de heupkop

Bij een operatie met een plaat en schroeven in de heupkop, is er een kans dat de heupkop afsterft. Deze kans is er ondanks een geslaagde operatie. Als dit bij u gebeurt, moet u opnieuw geopereerd worden. U krijgt dan een heupprothese. 

Luxatie

Als u een kophalsprothese heeft, bestaat er een kleine kans op luxatie. Bij een luxatie schiet de kop van de heupprothese los uit de kom. In de eerste 2 maanden na de operatie is de kans hierop het grootste. Om de kans op luxatie te verkleinen, is het belangrijk om de leefregels te volgen. 

Wanneer bellen?

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Als u nog in het ziekenhuis bent, mag u de verpleegkundige of arts(assistent) om hulp vragen. Als u al thuis bent, kan uw huisarts uw vragen telefonisch beantwoorden. 

Wanneer belt u de huisarts?

Het is belangrijk dat u in de volgende gevallen altijd contact opneemt met uw (huis)arts:

  • Als de operatiewond gaat lekken.
  • Als het wondgebied erg gezwollen en rood blijft.
  • Als uw been erg pijnlijk aanvoelt.
  • Als u niet meer op het geopereerde been kunt staan, terwijl u dat eerst wel kon.
  • Als u koorts gaat ontwikkelen (hoger dan 38,5° Celsius).

Meestgestelde vragen en antwoorden

Na een heupoperatie kunt u vragen hebben. Daarom hebben we de meestgestelde vragen alvast voor u beantwoord. Als uw vraag er niet tussen staat, kunt u uw (huis)arts bellen.

Hoelang blijft mijn heup pijnlijk?

De heup blijft ongeveer 3 maanden pijnlijk. In deze periode wordt de pijn steeds iets minder. Veelvoorkomende pijnklachten zijn startpijn (als u weer gaat lopen), vermoeidheid in de heup en een trekkend/drukkend gevoel. Deze klachten verdwijnen langzaam.

Hoelang blijft mijn been dik?

Meestal blijven uw been maximaal 3 maanden dik. Maakt u zich hier geen zorgen over. Het is heel normaal als u na de operatie wat zwelling in uw voet of onderbeen hebt. 

Hoe vaak moet ik oefenen?

U moet uw oefening elke dag 2 tot 3 keer doen. Door regelmatig te oefenen, herstelt u beter en sneller. Hieronder leest u nog een paar tips over de oefeningen: 

  • Begin de oefening met 3 keer 5 herhalingen. Dit kunt u langzaam uitbreiden naar 3 sessies van 10 herhalingen.
  • Voer de oefeningen rustig uit, ga niet over uw pijngrens heen.
  • Krijgt u meer pijn of zwelling tijdens het oefenen? Oefen dan minder zwaar.

Wanneer mag ik weer gaan autorijden en fietsen?

U mag autorijden en fietsen als u zonder hulpmiddelen kunt lopen. Overleg dit altijd even met uw arts. Meestal bent u er na 6 tot 8 weken klaar voor. Een damesfiets met lage instap is het handigst. Bekijk voor de zekerheid ook altijd even de polisvoorwaarden van uw verzekering. 

Wanneer mag ik weer douchen en in bad?

U mag snel na de operatie douchen. Als u stevig staat, mag u 3 dagen na de operatie weer douchen. Zorg ervoor dat u onder de douche niet kunt uitglijden. Het kan helpen om een stevige grijpstang te laten installeren. Die kunt u vasthouden tijdens het douchen. Douchen als u nog nietjes of krammen heeft, is geen probleem.

De eerste 2 maanden kunt u beter niet in bad gaan. Dit vanwege de moeilijke instap. 

Wat voor soort schoenen kan ik het beste aantrekken?

Het is verstandig om schoenen te dragen die stevig om de voet zitten en een brede hak hebben. Hoge hakken en slippers mag u de eerste 3 maanden na de operatie niet dragen.

Moet ik een steunkous dragen?

Meestal hoeft u geen steunkous te dragen. Een steunkous wordt pas aangeraden als u een zwelling in uw voet of onderbeen krijgt. Overleg hierover met uw arts.

Hoe verzorg ik mijn wond?

De wond moet schoon en droog blijven. De huid rondom de hechtingen kan er wat rood of geïrriteerd uit zien. Soms is de huid een beetje gezwollen. Als de hechtingen zijn verwijderd (na ongeveer 2 weken) wordt de roodheid minder. 

U kunt de wond gewoon wassen en daarna goed naspoelen. Het is wel beter om de wond van boven naar beneden te wassen, in plaats van links naar rechts. Let er ook op dat u rond het wondgebied geen crème of lotion gebruikt.

Waar moet ik op letten tijdens het sporten?

Zwemmen kan en mag na ongeveer 6 weken. Overleg dit eerst met uw arts. Ouderengymnastiek en (beperkt) sporten kan en mag. Overleg dit ook met uw arts.

Hoelang moet ik het loopmiddel gebruiken?

Gemiddeld moet u het hulpmiddel tot 6 weken na de operatie gebruiken. In overleg met uw fysiotherapeut wordt dit afge­bouwd. Ga niet te vroeg met 1 kruk lopen, want dan kunt u een verkeerde houding aannemen. 

Hoe ga ik om met bloedverdunnende middelen?

  • Als u in het ziekenhuis gestart bent met bloedverdunnende injecties, gaat u daar 6 weken mee door. 
  • Als u voor de operatie al bloedverdunnende middelen gebruikte, gaat u hier na de operatie gewoon mee door.

Hoelang verblijf ik in het verpleeghuis als ik daarheen ga?

Wanneer u van het verpleeghuis weer naar huis gaat, hangt af van uw herstel. Dit moment is in overleg met de specialist ouderengeneeskunde. We proberen u zo snel mogelijk weer terug te laten keren naar huis. Dat is dan ook het doel van de revalidatie en de begeleiding in het verpleeghuis.

Controle

U wordt 6 tot 8 weken na de operatie uitgenodigd voor een controleafspraak. Deze afspraak is op de polikliniek Orthopedie of Chirurgie. Bij uw ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak mee.

Leefregels na een heupoperatie met plaat of schroeven en een heupprothese

Na een heupoperatie is het belangrijk om leefregels te volgen. Deze regels helpen u om sneller te herstellen en de kans op complicaties te verkleinen. Voor een operatie met een heupprothese zijn extra leefregels. Deze vindt u verderop in deze folder. 

Liggen

De eerste weken kunt u het beste op uw rug te liggen. De eerste 2 weken na de operatie, mag u niet op de geopereerde heup liggen. U mag op de niet-geopereerde zij liggen, maar dit kan de eerste dagen nog pijnlijk zijn. Geneest de wond goed en is deze niet meer pijnlijk? Dan mag u vanaf 2 weken ook op de geopereerde zij liggen. 

Lopen

Vaak loopt u de eerste 6 weken na de operatie met een loophulpmiddel. Meestal mag u het been volledig belasten. Als dat niet mag, dan heeft de arts u dat vertelt. U volgt altijd het advies van uw arts of fysiotherapeut. 

Voor oudere mensen is een loophulpmiddel soms langere tijd noodzakelijk. Na een operatie zijn de spieren rond de heup verzwakt en pijnlijk. Hierdoor kunt u minder ver lopen. Door dagelijks te lopen kunt u de spieren trainen en de afstand uitbreiden.

Autorijden en fietsen

Er is geen toestemming van een arts nodig om auto te rijden. U mag weer autorijden wanneer u de auto veilig kunt bedienen. Een algemene regel is dat u veilig kunt autorijden en fietsen als u zonder hulpmiddelen kunt lopen. Vaak is dit 6 tot 8 weken na de operatie. Na een botbreuk in het been is een damesfiets met lage instap aan te raden. 

Wanneer u zich onzeker voelt over autorijden of fietsen dan raden wij u aan dit niet doen. Het is verder aan te raden de polisvoorwaarden van uw autoverzekering te lezen. Soms zijn er bijzondere voorwaarden bij ziekte en ongevallen. 

Extra leefregels na een heupoperatie met prothese

Bij een heupoperatie met een prothese moet u de adviezen over liggen, lopen en autorijden opvolgen. U moet in elk geval 6 weken na de operatie met een hulpmiddel lopen. Volg hierin altijd het advies van uw fysiotherapeut, orthopeed of chirurg. Bij een heupoperatie met een prothese is uw gewrichtskapsel open geweest. Daarom gelden er extra leefregels. 

Posterolaterale (achterste) benadering

  • Buk niet, de hoek tussen bovenlichaam en bovenbenen mag niet minder zijn dan 90 graden.
  • Maak geen binnenwaartse draaiing, u mag uw voeten of tenen dus niet naar elkaar toe draaien.
  • Maak geen spierbeweging naar de middellijn van uw lichaam toe, doe uw knieën dus niet over elkaar.
  • Houd uw knieën uit elkaar als u gaat staan of zitten.
  • Plaats een kussen tussen beide benen als u in bed ligt. Dit geldt voor rug-­ en zijligging.

Anterolaterale (zijwaartse) benadering

  • Buk niet, de hoek tussen bovenlichamen en bovenbenen mag niet minder zijn dan 90 graden.
  • Maak geen buitenwaartse draaiing.
  • Maak geen zijwaartse draaiing.
  • Houd uw knieën uit elkaar als u gaat staan of zitten.
  • Plaats geen kussen tussen beide benen als u in bed ligt

Anterieure (voorste) benadering

  • Het bovenbeen mag niet naar achteren staan tegenover het lichaam. 
  • Maak met de heup geen achterwaartse draaiing naar buiten.
  • Overstrek niet, zet geen po in bed. Kom alleen omhoog in bed als het bovenlichaam hoger blijft dan de benen. 
  • Een zijligging en bukken mag wel. 
  • Plaats geen kussen tussen beide benen als u in bed ligt. 

Versie: V1_20140063 Collum Care 2023-09

Deel via e-mail

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem.