Aan het laden
  1. Home
  2. Behandelingen en onderzoeken
  3. Neoadjuvante behandeling

Neoadjuvante behandeling

Samen met uw behandelend specialist is gesproken over neoadjuvante behandeling. Deze behandeling is voorafgaand aan een operatie. De behandeling kan bestaan uit anti-hormonale therapie, chemotherapie of chemo-immunotherapie.

Soms is bij de diagnose al duidelijk is dat een behandeling met medicatie (anti-hormonale therapie, chemotherapie of chemo-immunotherapie) nodig zal zijn. Dan kan gekozen worden om voorafgaand aan uw borstoperatie te starten met deze behandeling. Hiervoor zijn een aantal redenen:

  • Operatie is vanwege uitgebreidheid op dit moment niet mogelijk. Bijvoorbeeld bij doorgroei in de huid. Dan is het noodzakelijk om eerst de tumor te behandelen met medicatie
  • Om een minder ingrijpende operatie mogelijk te maken. Als de tumor goed reageert op de behandeling is dan een borstsparende operatie mogelijk wel haalbaar of hoeft er een minder uitgebreide okseloperatie plaats te vinden.
  • Als een tumor zich snel deelt zoals bij een trippel negatieve tumor of een HER-2 positieve tumor. Als we weten hoe een tumor op de medicatie reageert kan dan zonodig therapie aangepast kan worden of na de operatie ander e medicatie gegeven worden.

Onderzoeken en afspraken

Voor aanvang van de neoadjuvante behandeling vinden een aantal onderzoeken en afspraken plaats. Uw specialist zal u uitleggen welke onderzoeken en afspraken voor u noodzakelijk zijn. Over deze onderzoeken en afspraken ontvangt u mondelinge en schriftelijke informatie. 

  • Als voorbereiding voor de behandeling met medicatie en voor bepaalde scans is er bloedonderzoek nodig.
  • Bij de MRI-mammae worden er beelden gemaakt van beide borsten.

Soms is ook onderzoek naar de rest van het lichaam nodig. Dit kan door middel van een PET-scan, CT-scan en/of skeletscan. Welk onderzoek gedaan zal worden hangt af van de tumorkenmerken.

  • Voor het starten van de neo adjuvante chemotherapie wordt er, indien nodig, een jodiumbron of andere marker geplaatst in de tumor. Als de tumor door de behandeling zodanig slinkt, dat hij niet meer voelbaar of zichtbaar is op een foto, blijft de jodiumbron of marker zichtbaar.
  • Er kan ook een jodiumbron ingebracht worden in een okselklier. Dit wordt gedaan als er kankercellen in de lymfklieren in de oksel zijn gevonden. Dit heet een "MARI-klier-procedure". De jodiumbron wordt tijdens de operatie verwijderd.

Uitslaggesprek na onderzoeken

Na alle onderzoeken komt u terug op het Martini Borstcentrum bij de chirurg en de verpleegkundig casemanager voor de uitslagen en bespreking van het verdere beleid.

Als alle onderzoeken vooraf gaande aan neoadjuvante behandeling zijn verricht, zal dit worden besproken in ons multidisciplinair team om het beste passende behandelvoorstel te maken. Dit team bestaat onder andere uit de chirurg, internist-oncoloog, radiotherapeut, radioloog, patholoog en verpleegkundig casemanager.

Mogelijke vervolgbehandelingen

  • Voor de behandeling met anti hormonale therapie, chemotherapie en chemo/immunotherapie wordt u verwezen naar de internist-oncoloog. Tijdens het eerste gesprek met de internist-oncoloog krijgt u informatie over de soort medicatie (anti-hormonale therapie, chemotherapie of chemo-immunotherapie). Dit is afhankelijk van de kenmerken van de tumor en uw persoonlijke situatie. Daar krijgt u ook te horen het aantal behandelingen dat u zal krijgen en de mogelijke bijwerkingen.
  • Wanneer u start met chemotherapie en/ of immunotherapie heeft u vooraf een intakegesprek met een oncologieverpleegkundige van de dagbehandeling oncologie, waarin zij uitgebreid ingaat op de behandeling en eventuele bijwerkingen van de behandeling.
  • In sommige gevallen is het belangrijk dat de radiotherapeut de uitgangssituatie kent en zal u vooraf aan de behandeling een gesprek hebben in het Martini ziekenhuis of UMCG. In de meeste gevallen zal u, indien nodig, de radiotherapeut na de behandeling spreken. De radiotherapiebehandeling zelf vindt plaats in het UMCG.

Evaluatie van de behandeling

Om vast te stellen of de tumor reageert op de medicatie wordt tussentijds en aan het einde van de behandeling met medicatie controle uitgevoerd. Dit kan bestaan uit onderzoek door uw behandelend arts, maar vaak wordt er ook een MRI of echo van de borsten gemaakt. Elke MRI of echo wordt besproken in ons multidisciplinair team.
Hierna krijgt u de uitslag van uw behandelend internist- oncoloog of van uw chirurg.

Operatie

Drie tot vijf weken na uw laatste medicatie wordt u ingepland voor uw operatie. De keuze van deze operatie wordt van te voren met u besproken door uw behandelend chirurg en verpleegkundig casemanager. U krijgt van de verpleegkundig casemanager folders met aanvullende informatie over de voor u geplande ingreep. Ook volgt er voorafgaande aan de ingreep een intakegesprek met uw casemanager en een preoperatieve screening door een anesthesie medewerker.

Praktische informatie Voor u

Specialisme: Borstcentrum

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem.