Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Blaaskanker

Blaaskanker

Inleiding

Blaaskanker is een woekering van kwaadaardige cellen in de wand van de urineblaas. Het ontstaat meestal in het slijmvlies (urotheel) aan de binnenkant van de blaas.

Hoe vaak komt het voor?

  • Ongeveer 6800 nieuwe patiënten per jaar in Nederland.
  • Vaker bij mannen dan vrouwen (3:1).
  • Meestal boven de 60 jaar.

Oorzaken en risicofactoren

Niet altijd is er een aanwijsbare oorzaak voor blaaskanker, maar onderstaande risicofactoren geven een hogere kans op het ontwikkelen van blaaskanker:

  • Roken (belangrijkste risicofactor).
  • Beroepsmatige blootstelling aan chemische stoffen (zoals in verf- en rubberindustrie).
  • Chronische blaasontstekingen en/of langdurig kathetergebruik.
  • Erfelijke factoren (zeldzaam).

Stadium van blaaskanker (stadiëring)

Naast de grootte van de tumor en het aantal tumoren zijn er nog 2 andere dingen belangrijk om de ernst van de kanker in te kunnen schatten:

1. De stadiëring = hoe diep de tumor groeit in de blaaswand
2. De gradering = hoe agressief de kankercellen zijn

1. Er wordt gebruikgemaakt van de zogenaamde T-stadiëring

  • Tis (carcinoma in situ): oppervlakkige, platte tumor.
  • Ta: oppervlakkige tumor, beperkt tot de slijmvlieslaag.
  • T1: tumor groeit in bindweefsel onder het slijmvlies.
  • T2: tumor groeit in de spierlaag van de blaas.
  • T3: tumor groeit door de spierlaag in het omringende vetweefsel.
  • T4: tumor is door de spier- en vetlaag gegroeid en dringt door naar nabijgelegen organen of weefselstructuren, zoals de prostaat, baarmoeder, vagina, bekkenwand of buikwand. 

2. De gradering van blaaskanker geeft aan hoe agressief de kankercellen zijn

  • Graad 1: niet agressief, laag risico.
  • Graad 2: matig agressief, middelmatig risico.
  • Graad 3: erg agressief, hoog risico.

Symptomen

Blaaskanker hoeft niet altijd klachten te geven. Onderstaande klachten kunnen voorkomen bij blaaskanker:

  • Bloed in de urine (meest voorkomende klacht) met of zonder terugkerende blaasontstekingen.
  • Pijn of branderig gevoel bij plassen.
  • Vaak moeten plassen of loze aandrang.
  • In latere stadia: pijn in onderbuik, flank of bekken, voelbare massa/zwelling in de onderbuik, gewichtsverlies.

Bekijk een animatievideo over blaaskanker: Wat is blaaskanker? (animatievideo) - Mijn Gezondheidsgids

Onderzoeken

De huisarts of een andere zorgverlener verwijst u op basis van uw klachten en/of risicofactoren door naar de uroloog voor verder onderzoek. Op basis van de informatie uit deze verwijzing plannen we een afspraak met u in waarbij we algemeen diagnostisch onderzoek verrichten. Dat is een gesprek over uw klachten en algemene zaken over uw situatie, zoals de medische voorgeschiedenis en ziektes die in de familie voorkomen en lichamelijk onderzoek. Afhankelijk van de informatie uit de verwijzing kan het zijn dat er voorafgaand of tijdens deze afspraak één of meer van de onderstaande onderzoeken worden verricht.

  • Urinesediment. Als er alleen bloedcellen in de urine worden gevonden, zonder dat er zichtbaar bloed bij de urine is zullen we eerst in het ziekenhuis nog 3x uw urine nakijken en de bloedcellen tellen om te bepalen of er inderdaad aanhoudend een belangrijke hoeveelheid bloedcellen in de urine aanwezig is en of de bloedcellen daarbij een afwijkende vorm hebben. Afhankelijk van deze uitslag en de informatie (klachten en risicofactoren) die we vanuit het gesprek met u verkrijgen, zullen we met u bespreken of er verder onderzoek nodig is.
  • Cystoscopie. De uroloog bepaald op basis van de klachten/symptomen of er een indicatie is voor een kijkonderzoek van de blaas; een Cystoscopie.
  • CT-scan. De uroloog zal met u bespreken of het nodig is om daarnaast een CT scan te maken. Hierbij wordt gekeken de nieren en de urineleiders (die dezelfde slijmvliesbekleding hebben als de blaas) en naar omliggende organen en lymfeklieren. Bij de CT scan wordt meestal contrastvloeistof via een infuus toegediend.
  • Urineonderzoek op afwijkende cellen. Soms kan het nodig zijn de urine op kwaadaardige cellen te controleren.

Behandeling

Als we op basis van het voorgaande onderzoek een vermoeden op blaaskanker hebben, maken we samen met u een plan voor de behandeling van de blaasafwijking. Daarbij houden we rekening met de plaats, grootte en kenmerken van het gezwel, maar ook met uw wensen.

TUR-blaastumor

Als bij een van de bovengenoemde onderzoeken een afwijking wordt gevonden in de blaas is het in de meeste gevallen nodig om deze te verwijderen en het weefsel te laten onderzoeken door de patholoog. Dit gebeurt door middel van een “transurethrale resectie” van de blaaswandafwijking. Dat betekent dat we op de operatiekamer (onder sedatie, narcose of een ruggenprik) de afwijking via de plasbuis uit de blaaswand verwijderen. Transurethrale resectie van blaaspoliep(en)

Of er na deze ingreep nog verdere behandeling nodig is, hangt af van de uitkomst van het weefselonderzoek. Ongeveer een week na de operatie kunnen we de uitslag van het weefselonderzoek met u bespreken. Voor het verdere vervolg zijn 5 dingen belangrijk:

  1. Of de tumor kwaadaardig is en zo ja,
  2. Hoe diep de kwaadaardige tumor in de blaaswand is gegroeid (stadiëring)
  3. Hoe agressief de kankercellen zijn en welk subtype er onder de microscoop wordt gevonden
  4. Hoe groot de tumor was en of er meerdere tumoren waren
  5. Of er afwijkingen te zien waren op de CT scan

Er bestaan ook goedaardige tumoren van de blaas. Dit wordt geen blaaskanker genoemd, maar de afwijkingen kunnen soms wel erg op een kwaadaardige tumor lijken. We kunnen hierover alleen zekerheid krijgen door het weefsel te verwijderen en onder de microscoop te bekijken. Goedaardige blaastumoren behoeven meestal geen verdere behandeling of controle.

Afwijkingen slijmvlies urineleiders/nierbekken

Als er op de CT scan (ook) afwijkingen in het afvoersysteem van de nier (nierbekken en urineleiders) te zien is, bespreken we met u of daarvoor aanvullend onderzoek nodig is (kijkonderzoek van de urineleiders/nierbekkens).

Als we denken dat er een kwaadaardige tumor in een urineleider of nierbekken zit, kan het soms nodig zijn om de nier en urineleider met een operatie te verwijderen. Meer informatie over een dergelijke operatie: Nier en urineleider verwijderen

Multidisciplinair overleg

De resultaten van het weefselonderzoek en de CT scans worden besproken in een team van artsen uit de verschillende disciplines die betrokken zijn bij het stellen van de diagnose en/of het behandelen van blaaskanker. Dit zijn urologen, oncologen, radiotherapeuten, radiologen en pathologen. Hierdoor kunt u ervan op aan dat het aan u geadviseerde behandelplan goed en breed onderbouwd is en dat er altijd meerdere mensen naar uw diagnose kijken.

Blaaskankercentrum Noord-Nederland

Om u de beste zorg op het gebied van blaaskanker te geven, werkt het Martini Ziekenhuis samen met het UMC Groningen, het Ommelander Ziekenhuis Groningen, de Treant Zorggroep, de Saxenburgh Groep Hardenberg en het Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Deze samenwerking heet het Blaaskankercentrum Noord-Nederland (BCNN).

Nabehandeling

Soms is de tumor goed genoeg behandeld met alleen een TURB. Blaaskanker staat er echter om bekend dat het gemakkelijk terug kan komen. Afhankelijk van de eerder genoemde kenmerken kan het nodig zijn om nog een extra behandeling te doen om deze kans kleiner te maken.

  • Soms is het nodig om het littekengebied in de blaas kort na de eerste operatie nog een keer schoon te maken op dezelfde manier; dus met een operatie via de plasbuis.
  • Soms is het nodig om gedurende een bepaalde periode de blaas na te behandelen met blaasspoelingen. De kenmerken van de blaaskanker bepalen welk type spoeling het beste is en wat de duur van het spoelschema idealiter is. Lees meer over de verschillende blaasspoelingen: Behandeling en onderzoek.
  • Als de blaaskanker doorgroeit in de spierlaag van de blaas is er meer nodig om u van de blaaskanker te kunnen genezen. In principe volgt dan een verwijzing naar blaaskankerspreekuur (in het UMCG) om de opties met u te bespreken. Afhankelijk van uw algehele gezondheid/conditie en de kenmerken van de tumor komen verschillende soorten behandelingen ter sprake, namelijk een operatie waarbij de blaas in zijn geheel wordt verwijderd, chemotherapie en bestraling (soms is een combinatie van meerdere van deze drie het meest geschikt) à meer informatie hierover vindt u op de website van het UMCG: Blaaskanker: behandeling

Uitgezaaide blaaskanker

Bij uitgezaaide blaaskanker kunnen we u niet meer van de kanker genezen. Er volgt een verwijzing naar de oncoloog voor het bespreken van behandelingen die de kwaliteit van leven kunnen verbeteren en/of het leven kunnen verlengen.

Nacontroles

Bij iedere vorm van blaaskanker zijn nacontroles nodig. De duur en het interval van deze controles hangt af van de kenmerken van de blaaskanker, uw leeftijd, conditie en wensen. Soms is het genoeg om regelmatig in de blaas te kijken en/of urine onderzoek te doen. In andere gevallen kan het nodig zijn om ook af en toe een CT-scan te maken.

Begeleiding

Bij het stellen van de diagnose en het behandelen van de blaaskanker zijn de bovengenoemde verschillende medisch specialisten betrokken. Tijdens dit gehele proces is er een hoofdbehandelaar (meestal een uroloog of oncoloog) die eindverantwoordelijk is voor uw behandeling en die de samenwerking tussen de verschillende zorgverleners coördineert. Dit betekent niet dat u deze persoon bij iedere controle treft. Om de controles tijdig en in het gewenste schema te kunnen realiseren kan het zijn dat u andere zorgverleners treft.

Naast de hoofdbehandelaar is er gedurende het gehele proces ondersteuning door een verpleegkundige die samen met ons en u overzicht houdt over de onderzoeken en behandelingen. De casemanager is er ook om uw vragen en zorgen te bespreken.

Voor aanvullende informatie over (spierinvasief) blaaskanker kunt u eveneens kijken op de site van onze beroepsvereniging via de volgende link à  Zorgpad Spierinvasief blaaskanker - Alles over urologie

Versie: 00535 Blaaskanker 2025-12

Specialisme: Urologie