Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Wervel operatief vastzetten

Wervel operatief vastzetten (spondylodese)

In overleg met uw arts heeft u een afspraak gemaakt voor een operatie (spondylodese) en  wacht u nu op een oproep. Meestal hoort u dit een week voor de operatie. In deze folder vindt u informatie over de operatie, de risico’s en mogelijke complicaties en de herstelperiode. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw arts.

Waarom deze operatie?

Er zijn verschillende redenen voor deze operatie. Meestal is er sprake van een te grote beweeglijkheid van de wervels. Dit noemen we instabiliteit. De wervels komen dan min of meer los van elkaar te liggen. Een oorzaak hiervan kan een breuk in de wervelboog zijn, of een afwijking die is aangeboren (spondylolysis). Ook kan er als gevolg van slijtage of een operatie in het verleden een wervel afglijden. Hierdoor kunnen zenuwen bekneld raken. Dit kan pijn veroorzaken in de benen en soms ook rugpijn. Daarnaast kunnen problemen ontstaan met gevoel en kracht in de benen.

Meestal wordt er bij operaties aan de wervelkolom meer ruimte gemaakt voor de zenuwen. Bij u wordt dit gecombineerd met een spondylodese. Bij de operatie zetten we een aantal wervels aan elkaar vast. Dit gebeurt met schroeven die onderling verbonden worden met staven. Als we alleen ruimte maken zonder de wervels vast te zetten, kunnen de wervels namelijk verder afglijden en ontstaan er opnieuw klachten.

Ook wordt in de meeste gevallen de tussenwervelschijf verwijderd. In deze vrijgekomen ruimte worden één of meerdere blokjes (cages), eventueel met uw eigen bot, ingebracht. Met deze blokjes wordt voorkomen dat de wervels inzakken. Na verloop van tijd groeien de wervels via de blokjes aan elkaar vast.

Een spondylodese-operatie wordt in het Martini Ziekenhuis op enkele manieren uitgevoerd. Het verschil tussen deze methodes is de manier van inbrengen van het blokje tussen de wervels en de toegang daar naar toe.

  • Bij de PLIF spondylodese krijgt u één grote operatiewond.
  • Bij de TLIF spondylodese krijgt u meerdere kleinere wonden op de rug.
  • Bij de XLIF spondylodese krijgt u een wond via de zijkant en de enkele wonden op de rug

De neurochirurg beslist welke methode het beste bij uw situatie past. Bij alle manieren van opereren gaat het om het voorkomen van verdere verschuiving van de wervels en het opheffen van de zenuwbeklemming Heeft u behoefte aan meer informatie? Stel uw vragen gerust aan uw neurochirurg of de verpleegkundig specialist.

Voorbereiding op de operatie

Voordat u in het ziekenhuis wordt opgenomen, krijgt u eerst afspraken met de apotheek en de polikliniek anesthesiologie. Hier hoort u ook informatie over het staken van eventuele medicijnen en het nuchter zijn voor de operatie.

Dit neemt u mee naar het ziekenhuis

  • De medicijnen die u gebruikt, in de originele verpakking (neem genoeg mee voor enkele dagen). Verandert er iets in uw medicijnen? Geeft u dit dan tijdig door aan de apotheek.
  • Makkelijk zittende kleding en schoenen waarop u goed kunt lopen en hulpmiddelen zoals een rollator of stok, als u die gebruikt.
  • Iets om te ontspannen, zoals een boek, een e-reader, een koptelefoon of oortjes voor de televisie.

Dag van de opname

Met u is besproken dat u lopend of via de verpleegafdeling naar de operatiekamer gaat. Bij binnenkomst in het ziekenhuis meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Gaat u lopend naar de operatiekamer, dan wordt u doorverwezen naar het preoperatief spreekuur. Hier volgt kort het opname gesprek met de verpleegkundige. Na dit gesprek mag u naar de opname lounge. Vanuit hier gaat u naar de operatiekamer.
Indien u via de verpleegafdeling opgenomen wordt, mag u zich melden op de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling bereidt u voor op de operatie. Als u vragen heeft, kunt u die aan de verpleegkundige stellen. Tijdens de operatie mag u geen sieraden, make-up of een gebitsprothese dragen.

Verloop van de operatie

Voordat u de operatiekamer in gaat, krijgt u in de voorbereidingsruimte een infuus. Via dit infuus worden vocht, narcosemiddelen en medicijnen toegediend. In de operatiekamer zorgt de anesthesioloog voor de narcose. De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Om infecties te voorkomen krijgt u tijdens en na de operatie antibiotica.

Na de operatie blijft u een poosje op de uitslaapkamer. Met een monitor worden uw hartslag, ademhaling en bloeddruk heel precies in de gaten gehouden. Daarnaast kan het zijn dat u een wonddrain heeft. Dat is een slangetje in de rug dat het overtollige wondvocht en bloed afvoert. Soms brengen we een slangetje aan in uw blaas in, een blaaskatheter. Dat halen we weg zodra het kan. Als u weer goed wakker bent en als uw toestand het toelaat, gaat u terug naar de verpleegafdeling. De afdelingsverpleegkundige belt weer met uw contactpersoon en geeft door dat u op de verpleegafdeling bent. Indien dit voor u mogelijk is mag u dit zelf ook doen.

Als de operatie probleemloos is verlopen en er zekerheid is over de goede positie van de schroeven in de wervels, mag u weer uit bed. Meestal is dit al gecontroleerd op de operatiekamer. Na de operatie ligt u meestal op uw rug, maar u mag ook op uw zij liggen.

Complicaties en risico’s

Bij elke operatie is er kans op complicaties. Uw behandelend arts heeft dit met u besproken. Heeft u hier nog vragen over, dan kunt u die stellen aan de arts. De kans op onderstaande problemen is erg klein, maar wel aanwezig. Daarom zetten wij ze hieronder kort voor u op een rijtje.

Doof gevoel, verlies van kracht of caudasyndroom.

Dit wordt meestal veroorzaakt, doordat de zenuw geïrriteerd is tijdens de operatie en daardoor wat gezwollen raakt. Het dove gevoel en verlies aan kracht gaan meestal enkele weken tot maanden na de operatie vanzelf over. Bij sommige patiënt duurt het een jaar en bij 2 procent van de patiënten treedt uiteindelijk geen herstel op.

Een zeer zeldzame complicatie is het caudasyndroom: Dit is een schade van alle zenuwen die in het operatiegebied lopen. Het kan in het uiterste geval leiden tot forse zwakte of volledige verlamming van de beide benen, voeten en zelfs verlies van controle over de blaas- en darmfunctie (incontinentie voor urine en ontlasting) en verlies van seksuele functie.

Nabloeding

Als gevolg van een nabloeding kan er druk op de zenuwen ontstaan. Hierdoor kunt u pijn, tintelingen, een doof gevoel of verlies van kracht in uw been of benen ervaren. Het kan zelfs leiden tot het hierboven genoemde caudasyndroom. Dit is dan ook een reden om met spoed opnieuw geopereerd te worden.

Wondproblemen / infectie / overige risico’s

Na een operatie kunnen er problemen ontstaan met de wond door:

  • een infectie van de wond. U krijgt dan pussige lekkage uit de wond, pijn en koorts.
  • het open gaan van de wond. Dit kan leiden tot een (beginnende) infectie.
  • een infectie van de tussenwervelruimte of wervel, we noemen dat een spondylodiscitis. Dit komt gelukkig zeer zelden voor, maar in geval van een dergelijke infectie kan dit gepaard gaan met langdurige rugpijnklachten. Ook moet dit langdurig behandeld worden met antibiotica.
  • lekkage van hersenvocht. Dit gebeurt bij een klein deel (minder dan 3%) van de geopereerde patiënten, meestal bij patiënten die al eens eerder een herniaoperatie hebben gehad. Wanneer er een lekje ontstaan moet er vaak een periode van bedrust van enkele dagen volgen. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij aanhoudende lekkage van hersenvocht, volgt een hersteloperatie of aanvullende behandeling.

Instabiliteit van de wervels of problemen met het spondylodesemateriaal

Na de operatie is er een mogelijkheid dat er een beetje speling ontstaat tussen de wervels. Het is ook mogelijk dat de slijtage ergens anders in de rug doorgaat of versneld, waardoor u weer last krijgt van uw rug of been. Bij een enkeling leidt dit tot nieuwe problemen waarvoor soms een nieuwe (en uitgebreidere) operatie nodig is.

Helaas kan er met het materiaal dat ingebracht is ook iets misgaan. Het kan in zeldzame gevallen uitbreken, kapot gaan of geïnfecteerd raken. Hierdoor kunnen verschillende klachten optreden en soms moet hiervoor een nieuwe operatie volgen, of langdurige behandeling met antibiotica.

Toename last rug of been

U kunt weer last krijgen van uw rug of been. Dit kan door:

  • Meer druk op de gewrichtjes tussen de wervels. Hierdoor kunt u in de eerste 3 tot 6 maanden meer last in de rug hebben. Dit gaat in dezelfde periode meestal ook weer over.
  • Een nieuwe zenuwbeknelling. Er is altijd een kans dat er nieuwe problemen ontstaan in de rug, ook na een operatie. Daarom vinden wij het ook belangrijk om altijd te adviseren te stoppen met roken, overgewicht te bestrijden en te zorgen dat de toestand van uw spieren en conditie goed zijn of worden, zodat de kans kleiner wordt dat u een nieuwe hernia krijgt.

Na de operatie

De verpleegkundig specialist of de neurochirurg lopen elke ochtend visite.  Zij bespreken met u hoe het gaat. Uiteraard kunt u altijd vragen stellen. Nadat u voldoende in beweging bent geweest wordt nog een controle röntgenfoto van uw rug gemaakt. In de meeste gevallen is dit de ochtend na de operatie. 

De verpleegkundige controleert regelmatig de kracht en het gevoel in beide benen en verwijderd meestal de dag na de operatie het infuus en de eventuele drain.

Ook de fysiotherapeut komt langs en bespreekt met u nog een keer de leefregels. In de meeste gevallen komt de apothekersassistent voordat u naar huis gaat bij u langs om veranderingen in uw medicijngebruik met u te bespreken. Als dit nodig is,  krijgt u pijnstillers mee naar huis die u thuis een tijdje kunt gebruiken. Als u nog klachten heeft, blijft u soms langer in het ziekenhuis.

In de dagen die volgen mag u steeds een beetje meer doen. Het is belangrijk dat u goed in de gaten houdt dat u het rustig opbouwt en vooral veel afwisselt tussen zitten, liggen, staan en lopen. Als u te snel en te veel doet, dan kunt u erg moe worden en pijn in uw rug en benen krijgen, maar de hele dag op bed rusten is ook niet nodig. De grootste belasting voor de rug vormt het zitten. Het lang zitten (meer dan 30 minuten) wordt door de meeste patiënten als vervelend ervaren, zelfs tot enkele weken of maanden na de operatie.

De klachten die u voor de operatie had, kunnen na de operatie direct helemaal weg zijn. Het kan ook zijn dat u nog steeds klachten heeft. Bijvoorbeeld door de duur en ernst van de klachten vóór de operatie. In enkele gevallen heeft u (tijdelijk) meer pijn dan voor de operatie.

U kunt last hebben van wondpijn. Als dat nodig is, krijgt u (sterkere) medicijnen tegen de pijn. Het bewegen en belasten op een rustige manier heeft een positieve invloed op de wondpijn. Wondpijn is vaak het hevigst in de eerste twee weken na de operatie.

U kunt ook last hebben van zenuwpijn. Dat is anders dan wondpijn. Vaak kunt u deze pijn vergelijken met pijnklachten die u vóór de operatie had. Het kan lang duren, soms zelfs enkele maanden, voordat deze zenuwpijn verdwijnt.

Ontslag uit het ziekenhuis

In de meeste gevallen mag u de dag na de operatie weer naar huis. U mag niet zelf naar huis rijden. Daarom is het goed alvast iemand te regelen die u dan ook op kunt halen. U krijgt een (telefonische) controle afspraak na 6 weken om te horen hoe het met u gaat.

De herstelperiode

Als u naar huis gaat, bent u nog niet volledig hersteld. De eerste paar dagen thuis kunnen tegenvallen. Ongemerkt doet u misschien al te veel en hier reageert uw lichaam op. Houdt u daarom de eerste weken na de operatie rekening met pijn en vermoeidheid. Verderop vindt u meer adviezen voor thuis.

Hechtingen

De wond kan op verschillende manieren zijn dichtgemaakt:

  • Lijm: een lijmlaagje om de wond te dichten ziet u als een glinsterend laagje over de wond. De lijmlaag laat na ongeveer 5 tot 7 dagen vanzelf los.
  • Onderhuidse hechtingen, soms gecombineerd met hechtpleistertjes. Onderhuidse hechtingen lossen vanzelf op. De hechtpleisters kunt u 7 dagen na de operatie zelf verwijderen.
  • Draadhechtingen / nietjes: Als u hechtingen/nietjes heeft, laat u die na 10-12 dagen door uw huisarts verwijderen.

Fysiotherapie na ontslag

Als u na de operatie fysiotherapie nodig heeft, dan overlegt de fysiotherapeut dat met u. De meeste mensen hebben dit de eerste 6 weken niet nodig.

Resultaat

In het algemeen is 80 tot 90 procent van de patiënten na een spondylodese-operatie tevreden met het resultaat. Belangrijkste verbetering is vaak een afname van de pijnklachten in de benen. Doofheid en tintelingen in het been kunnen weken tot maanden aan blijven houden na een operatie en moeten worden afgewacht. Ook rugpijn kan een langere tijd aanhouden.

Pijn

Na de operatie kunt u nog pijn hebben. Dit kan veroorzaakt worden door wondpijn, pijn vanuit de spieren en gewrichten of door zenuwpijn. Zenuwpijn wordt veroorzaakt doordat de zenuw lange tijd bekneld is geweest. De pijn kan in de eerste twee weken na de operatie ook weer toenemen en zijn niet ongewoon. Dit zakt vaak binnen 1 tot 2 weken weg. Vaak merkt u zelf of het om spierpijn of zenuwpijn gaat. Spierpijn is niet meteen een reden om het rustiger aan te doen, dit herstelt vanzelf. Bij zenuwpijn kunt u beter rust nemen, zodat de zenuw kan herstellen. Rust betekent echter niet de hele dag op bed liggen. Het is altijd belangrijk om ieder uur even in beweging te zijn.

Wanneer u pijn heeft, kunt u, als u daar tegen kunt, de volgende medicijnen nemen:

Paracetamol: 4 x daags 1000mg

Naproxen: 3 x daags 250mg (evt met maagbeschermer zoals Pantoprazol 1 x per dag)

Als in het ziekenhuis al wordt ingeschat dat u niet voldoende heeft aan bovenstaande medicijnen, krijgt u uit het ziekenhuis soms nog meer medicijnen mee. Houdt u zich dan aan de voorschriften van deze medicatie.

Ook kan het zijn dat u voor de operatie al langere tijd veel pijnstillers gebruikte. Deze kunnen, als de pijn het toelaat dan worden afgebouwd in overleg met de huisarts.

Contact opnemen

Heeft u last van een van de volgende symptomen, neemt u dan onmiddellijk contact op met uw (huis)arts. De symptomen komen echter zelden voor.

  • Onhoudbare pijn in rug of been die niet reageert op pijnmedicatie.
  • Abnormale zwelling of lekkage van de wond.
  • Een opengesprongen wond.
  • Pus uit de wond.
  • Hoge koorts.
  • Toenemend krachtsverlies aan één of beide benen.
  • Verschijnselen van incontinentie of toenemende doofheid in de schaamstreek.

Als u naar aanleiding van de opname nog vragen heeft, dan kunt u  tot 1 week na de operatie contact opnemen met het secretariaat van de verpleegafdeling, via (050) 524 5510  en daarna met de polikliniek Neurochirurgie (050) 5245950.

Kan uw vraag niet wachten tot de volgende (werk)dag? Neem dan contact op met de huisartsen spoedpost in uw regio.

Adviezen voor thuis

  • Regelmatig afwisselen van houding (zitten / liggen / lopen).
  • Vermijden van langdurige belasting van de rug  (bijvoorbeeld niet lang zitten).
  • Vermijden van voorover buigen en draaien van de rug.
  • Niet onderuit gezakt op een stoel zitten, rug recht houden.
  • Rustig en ontspannen bewegen.
  • Trap lopen mag, als het maar veilig gebeurt.
  • Douchen mag, eerste drie weken niet zwemmen of baden.
  • Werkhervatting > in principe pas na de controle afspraak.
  • Zelf autorijden > in principe pas na de controle afspraak.
  • Fietsen op een hometrainer mag, wel langzaam opbouwen.
  • Vermijden van schokbelasting zoals hardlopen in de eerste 6 weken.
  • Geen fitness- of krachttraining met toestellen in de eerste 6 weken.
  • Geen zware huishoudelijke taken uitvoeren in de eerste 6 weken.
  • Activiteiten mogen per week uitgebreid worden, zolang het met u goed gaat.

Tevredenheid

Wij gaan ervan uit dat de behandeling naar tevredenheid verloopt. Mocht dit niet het geval zijn, bespreekt u dit dan met degene die hiervoor direct verantwoordelijk is. U kunt ook een afspraak maken met het unithoofd of met de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis. Meer informatie hierover vindt u op onze website of in de folder uw tevredenheid, onze zorg.

Tot slot

Heeft u naar aanleiding van deze folder nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Neurochirurgie, via (050) 524 5950. Meer informatie over de spondylodese operatie leest u op www.nvvn.org

Versie: 00254 Wervel operatief vastzetten 2026-01

Specialisme: Neurochirurgie