Inleiding
Er is vastgesteld dat uw kind verkeerd plast. Dit wordt ook wel dysfunctional voiding genoemd. Dit betekent dat uw kind de bekkenbodemspieren op een verkeerde manier gebruikt bij het plassen.
Normale werking van de blaas
De plas (ook wel urine genoemd) wordt verzameld in de blaas. De blaas lijkt op een ballon die groter wordt naarmate er meer urine in komt. Wanneer de blaas gevuld is, krijgt uw kind het gevoel dat het moet plassen; dit noemen we aandrang.
In een normale situatie is dit gevoel niet zo sterk dat uw kind naar het toilet hoeft te rennen. Als de blaas nog niet volledig gevuld is, kan het gevoel van aandrang weer verdwijnen. Na enige tijd, wanneer de blaas verder gevuld raakt, keert dit gevoel terug. Aan het uiteinde van de blaas bevinden zich de sluitspieren. Deze zorgen ervoor dat de urine in de blaas blijft.
De sluitspieren worden ook wel ‘de rem van de blaas’ genoemd. Wanneer iemand gaat plassen, trekt de blaas samen en ontspannen de sluitspieren. Hierdoor kan de urine worden uitgeplast. In sommige situaties moeten mensen heel nodig naar het toilet, maar is er geen toilet in de buurt. Het lichaam kan dan de bekkenbodemspieren gebruiken; dit noemen we ‘de noodrem’.
Afwijkend plaspatroon
Sommige kinderen ontwikkelen een verkeerde manier van plassen. Zij houden hun sluitspieren en bekkenbodemspieren voortdurend aangespannen. Niet alleen wanneer zij aandrang voelen, maar ook tussendoor. Deze kinderen hebben onbewust geleerd de signalen van de blaas te negeren. Je kunt zeggen dat zij voortdurend de ‘noodrem’ gebruiken.
Doordat de sluitspieren steeds aangespannen blijven, lukt het niet goed om deze tijdens het plassen te ontspannen. Omdat het voortdurende aanspannen veel van de sluitspieren vraagt, verliezen deze kinderen regelmatig urine. Sommige kinderen gebruiken vervolgens hun buikspieren om te proberen de blaas leeg te persen. De urine komt er dan met horten en stoten uit. Door het langdurig gespannen houden van de spieren wordt het ook moeilijker om het signaal van een volle blaas te herkennen, waardoor kinderen niet vaak genoeg gaan plassen.

Soms blijft er urine achter in de blaas, waardoor de blaasinhoud te groot kan worden en de blaasspier minder krachtig wordt. Er kan dan een te grote blaas ontstaan. In achtergebleven urine kunnen bovendien bacteriën goed groeien, waardoor een blaasontsteking kan ontstaan. Daarnaast bestaat er vaak een relatie met verstopping (obstipatie). De plasbuis en de darm lopen door dezelfde bekkenbodemspieren. Wanneer deze spieren te vaak of te krachtig worden aangespannen, kunnen zowel plasproblemen als obstipatie ontstaan.
Tips en behandeling
Voldoende drinken
Wij adviseren om dagelijks minimaal 7 bekers te drinken. Wanneer kinderen onvoldoende drinken, kan dit leiden tot geconcentreerde urine. Deze urine kan de blaas prikkelen, wat natte broeken kan veroorzaken. Wij adviseren te drinken bij:
- Ontbijt, 2 bekers
- Pauze school, 1 grote beker
- Middagpauze, 1 beker
- Na school/theetijd, 2 bekers
- Avondeten, 1 beker
- Voor het slapen, naar wens
Soort drinken
Wij raden koolzuurhoudende dranken af, omdat deze een prikkelende werking op de blaas hebben.
Voldoende plasmomenten
Wij adviseren om 7 keer per dag naar de wc te gaan:
- Direct na opstaan.
- Ontbijt.
- Pauze op school.
- Middagpauze.
- Na school/theetijd.
- Avondeten.
- Voor het slapen.
Goede houding
Een juiste houding tijdens het plassen helpt om de blaas volledig te legen en de bekkenbodemspieren goed te ontspannen. Adviezen:
- Zit recht en ontspannen op de wc; gebruik zo nodig een brilverkleiner.
- Zet de voeten op de grond of op een voetenbankje, zodat de benen horizontaal (recht) staan.
- Doe broek en onderbroek tot de enkels zodat de benen iets uit elkaar kunnen.
- Wacht tot de plas vanzelf komt en ga niet meepersen; houd de buik ontspannen.
- Neurie of blaas zachtjes om de blaas verder te laten ontspannen.
- Wacht tot er helemaal geen plas meer komt.
- Sta pas op als er geen plas meer uitkomt.
- Veeg goed af. Voor meisjes is het belangrijk om van voor naar achter te vegen.

Verwijzing naar bekkenbodemfysiotherapeut
Soms worden kinderen met een afwijkend plaspatroon verwezen naar een bekkenbodemfysiotherapeut. Deze kan kinderen helpen bij het ontspannen van de bekkenbodemspieren en het aanleren van een gezonde manier van plassen. Uw behandelaar beoordeelt of dit voor uw kind nodig is.
Blaasontstekingen voorkomen
Blaasontstekingen kunnen ontstaan wanneer kinderen niet goed uitplassen. Klachten die passen bij een blaasontsteking zijn frequent plassen, pijn bij het plassen of in de onderbuik, zich ziek voelen en koorts. Wanneer u het vermoeden heeft dat uw kind een blaasontsteking heeft, adviseren wij u om de urine te laten onderzoeken door de huisarts.
- Was vooraf het gebied rond de plasbuis met water.
- Laat uw kind een klein beetje plassen en vang het middelste deel van de urine op in een schoon urinepotje.
- Lever het potje in bij de huisarts/Certe. De huisarts zal bij een afwijkende urine een urinekweek inzetten. Afhankelijk van de klachten wordt de behandeling direct gestart of wordt de uitslag van de kweek afgewacht om te beoordelen of behandeling nodig is.

Poepen
Blaasproblemen gaan vaak samen met problemen met de ontlasting, zoals verlies van ontlasting of obstipatie. Darmen vol met ontlasting kunnen tegen de blaas drukken, waardoor er minder urine in past en kinderen vaker moeten plassen. Ook kan druk van de ontlasting ervoor zorgen dat kinderen het seintje van een volle blaas minder goed voelen, waardoor zij minder vaak gaan of niet goed uitplassen. Als er sprake is van obstipatie, bespreekt uw zorgverlener adviezen met u en uw kind. Indien nodig kan een laxeermiddel worden gestart. Enkele tips zijn:
- Elke dag poepen is belangrijk. Stimuleer uw kind om iedere dag rustig op de wc te zitten, eventueel met een boekje. Poepen gaat het makkelijkst vlak na de maaltijd.
- Voeding is van invloed op de ontlasting. Zorg ervoor dat uw kind voldoende drinkt, bij voorkeur 1,5 liter per dag.
- Voldoende vezels zorgen ervoor dat poepen makkelijker gaat. Vezels zitten in bruin brood, groenten en fruit.
Coach
Wij weten dat natte broeken erg vervelend kunnen zijn. Ongelukjes kunnen gevoelens van frustratie of boosheid oproepen bij ouders en verzorgers. Hoewel dit begrijpelijk is, blijkt een negatieve reactie niet helpend en kan dit de klachten in stand houden. Het helpt wanneer u uw kind positief ondersteunt bij het trainen voor droge broeken. Steun en aanmoediging zijn erg belangrijk. Help uw kind bewust te worden van het seintje van een volle blaas zodat het plassen niet wordt uitgesteld.
Soms wordt een doel niet in één keer bereikt. Het is goed om te beseffen dat in sommige gevallen eerst het ene probleem moet worden opgelost voordat het andere behandeld kan worden. Tijdens de behandeling kunnen zowel telefonische als poliklinische afspraken plaatsvinden. U kunt eventueel contact met ons opnemen via plaspolikindergeneeskunde@mzh.nl.
Versie: 00673 Verkeerd plassen - dysfunctional voiding 2026-02