Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Refluxbehandeling ureter met Deflux (kind)

Refluxbehandeling ureter met Deflux (kind)

Inleiding

Binnenkort komt u met uw kind naar het Martini Ziekenhuis voor een refluxbehandeling van de urineleider (ureter). In deze folder leest u hoe de opname en behandeling gaat en hoe u uw kind voorbereidt. De informatie in deze folder is een aanvulling op het gesprek met de arts.

Reflux van de urineleider naar de nier

Reflux in de urineleider wordt ook wel vesico-ureterale reflux (VUR) genoemd. Vesico = urineblaas, ureter = urineleider (tussen nier en blaas) en reflex = terugstromen.

Dit is een aandoening waarbij urine vanuit de blaas terugstroomt naar de urineleiders en de nieren. Normaal gesproken stroomt urine slechts één kant op, van de nieren naar de blaas, maar bij VUR werkt het klepmechanisme tussen de urineleider en de blaas niet goed. Dit kan leiden tot urineweginfecties en, in ernstige gevallen, nierschade.

Deflux-behandeling

Bij VUR wordt operatief een deflux-behandeling uitgevoerd. Hierbij wordt met behulp van een cyctoscoop (camera waarmee in de blaas gekeken kan worden) gel in de blaaswand bij de urineleider gebracht. De gel creëert een "kussentje" dat de urineleider ondersteunt, waardoor het klepmechanisme wordt verbeterd en urine niet kan terugstromen.

De behandeling vindt plaats in een dagopname, altijd onder narcose.

Voorbereiding

Preoperatief spreekuur

Vóór de operatie heeft u met uw kind een afspraak voor het preoperatieve spreekuur. Dit is meestal een telefonische afspraak. In de folders Preoperatief Spreekuur en anesthesie leest u hoe u zich hierop kunt voorbereiden. Denk bijvoorbeeld aan vragen als: is narcose via een kap of infuus mogelijk, mag mijn kind bij mij op schoot zitten als de narcose wordt toegediend, is een overnachting nodig?

Na het bezoek of contact met het preoperatieve spreekuur kunt u kennismaken op de Verpleegafdeling Kinderen & Tieners 2G. Hiervoor kunt u een afspraak met een (pedagogisch) zorgverlener maken via Pedagogischteam2G.

Door zelf vragen te stellen, bijvoorbeeld tijdens het preoperatief spreekuur of tijdens de kennismaking met een zorgverlener, kunt u eventuele vragen van uw kind beantwoorden. Een kind kan zich het volgende afvragen:

  • Moet ik in het ziekenhuis blijven?
  • Mag ik voor de operatie niets drinken en eten, maar erna wel?
  • Waarom ga ik slapen voor de operatie?
  • Hoe ga ik slapen voor de operatie?
  • Mag ik mijn knuffel en speelgoed meenemen?
  • Blijf jij bij mij slapen?

Nuchter zijn

Uw kind moet voor de operatie nuchter zijn. In de informatie over het Preoperatief Spreekuur en anesthesie leest u er meer over.

Uw kind vertellen over de operatie

Hoe en wanneer u uw kind het beste kunt voorbereiden op de operatie, hangt af van zijn of haar leeftijd en karakter. Soms heeft een kind veel voorbereidingstijd nodig. Andere kinderen kunnen beter pas vlak voor de opname worden voorbereid.

Kennismaken op de verpleegafdeling kan helpen. Net als het samen inpakken van de tas voor de ziekenhuisopname. Zo kunt u spelenderwijs zien wat uw kind wel of juist nog niet heeft begrepen. Voor elke leeftijdsfase zijn er boeken die u kunnen helpen bij het voorbereiden op een opname. 

Opname

  • U krijgt een afspraak voor de opnamedag thuisgestuurd van de afdeling Opnameplanning.
  • Uw kind wordt in het ziekenhuis opgenomen op de dag van de operatie. Op de Verpleegafdeling Kinderen & Tieners 2G heeft u een intakegesprek met een verpleegkundige. U krijgt dan informatie over hoe de operatie verloopt aan de hand van een voorbereidingsboek of –film. De film ‘Beer gaat naar de operatiekamer’ is geschikt voor kinderen tot 6 à 7 jaar en is te vinden op de website https://www.youtube.com/watch?v=fhcL-pfxbkw

De operatie (injectiebehandeling)

Op de Verpleegafdeling Kinderen & Tieners 2G krijgt uw kind speciale operatiekleding aan, en als de anesthesioloog dit heeft afgesproken huid verdovende zalf en medicatie. De huid verdovende zalf is om het inbrengen van het infuus zo pijnloos mogelijk te maken.

Met een zorgverlener van de verpleegafdeling gaat één van de ouders naar de operatiekamer om samen bij uw kind te zijn tot de narcose is gegeven. Daarna kunt u weer terug gaan naar de verpleegafdeling. Neem voor uzelf bijvoorbeeld iets te lezen mee als uw kind slaapt.

Tijdens de operatie kijkt de arts eerst met een cystoscoop in de plasbuis en de blaas van uw kind. Een cystoscoop is een lange, dunne holle buis met aan het uiteinde een cameralens. Eventueel maakt de arts ook foto's van de blaas. Vervolgens spuit de arts de Deflux-gel in de blaaswand op de plaats waar de urineleiders in de blaas komen.

Duur van de operatie (injectiebehandeling)

De duur van de operatie is ongeveer 30 minuten.

Na de operatie (injectiebehandeling)

U wordt gebeld als de operatie klaar is en u naar uw kind in de uitslaapkamer kunt gaan. De uroloog komt op de uitslaapkamer of op de kinderafdeling om u te vertellen hoe de operatie is gegaan. Ook maakt de uroloog afspraken met u over wat uw kind na de operatie wel en niet mag.

Terug naar de afdeling

Zodra uw kind comfortabel genoeg is om vervoerd te worden naar de verpleegafdeling, halen zorgmedewerkers jullie beide weer op.

Pijnbestrijding

In de operatiekamer krijgt uw zoon standaard al pijnstilling. Thuis kunt u zoals afgesproken of zo nodig paracetamol blijven geven.

Infuus

Na de operatie heeft uw kind op de plaatsen waar huid verdovende zalf heeft gezeten een infuus voor vocht en soms voor medicijnen. Wanneer het infuus niet meer nodig is, wordt het door de verpleegkundige verwijderd.

 Weer naar huis

Uw kind mag naar huis wanneer hij of zij goed wakker is, iets gegeten en gedronken heeft én heeft geplast. U krijgt een controleafspraak en een brief voor de huisarts mee. Hieronder vindt u de leefregels na de injectiebehandeling.

In principe mag uw kind op de dag van de operatie al naar huis.

Leefregels

  • Uw kind mag dezelfde dag gewoon baden of douchen
    • Als uw kind fit is, mag hij of zij weer naar school gaan, buiten spelen, zwemmen, fietsen en sporten

Mogelijke klachten en bijverschijnselen

  • Pijn of branderig gevoel bij het plassen
  • Bloed in de urine
  • Aandrang of vaker moeten plassen

Mogelijke complicaties

Complicaties van de ingreep kunnen zijn:

  • Urineweginfectie
  • Nierbekkenontsteking
  • Verstopping van de urineleider
  • Soms is er na een deflux-behandeling onvoldoende resultaat. De urine stroomt dan nog steeds terug naar de urineleiders en nieren. De ingreep moet t.z.t. herhaald worden of de uroloog bespreekt een ander type operatie met u.

Wanneer bellen?

Heeft u twijfels of klachten? Binnen 48 uur na de operatie kunt u contact opnemen met de Kinderafdeling via (050) 524 6410.

Na 48 uur neemt u contact op met uw huisarts. De huisarts overlegt zo nodig met de uroloog.

Neem contact op met de huisarts als:

  • Uw kind koorts krijgt (temperatuur hoger dan 38,5 graden Celsius)
  • Uw kind pijn houdt bij het plassen
  • Uw kind pijn houdt ondanks het gebruik van paracetamol
  • Wanneer uw kind vier dagen na de ingreep nog bloederige urine heeft (dit gaat bijna altijd vanzelf over)

Versie: 00739 Refluxbehandeling ureter met Deflux (kind) 2026-04

Specialisme: Urologie