Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Plasbuisvernauwing verwijderen en plastisch herstel (Urethraplastiek)

Plasbuisvernauwing verwijderen en plastisch herstel (Urethraplastiek)

Inleiding

U wordt binnenkort opgenomen in het Martini Ziekenhuis voor een urologische operatie. U heeft een vernauwing in de plasbuis. De vernauwing kan met een operatie worden opgeheven. Dit heet een urethraplastiek. Een urethraplastiek is een operatie waarbij via een snee tussen de balzak en de anus de plasbuis vrij gelegd wordt en het littekenweefsel in zijn geheel verwijderd wordt.

In deze folder leest u meer over deze operatie. De informatie in deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw uroloog.

Plasbuisvernauwing

  • Een plasbuisvernauwing wordt ook wel een urethrastrictuur genoemd. De naam komt van het Latijn: urethra betekent plasbuis en strictuur betekent vernauwing.
  • Een plasbuisvernauwing ontstaat door een beschadiging van het slijmvlies van de plasbuis. Door deze beschadiging kan littekenweefsel ontstaan, waardoor de plasbuis vernauwt.

Mogelijke oorzaken

De beschadiging aan uw plasbuis kan ontstaan door:

  • Een ongeval (bijvoorbeeld een val op de fietsstang).
  • Geslachtsziekten.
  • Een ontsteking aan de penis.
  • Na een urologische ingreep via de plasbuis.
  • Bestraling van de plasbuis, bijvoorbeeld voor prostaatkanker.
  • Een huidziekte van uw eikel en voorhuid, die zich uitbreidt naar de plasbuis. Dit heet lichen sclerosus.
  • Een aangeboren afwijking van de tip van de plasbuis (hypospadie). En de gevolgen van operaties aan de hypospadie.

Klachten

De klachten uiten zich vooral in plasproblemen:

  • Moeilijk of niet kunnen plassen
  • Het plassen duurt langer
  • Vaak plassen
  • Vervelende aandrang om te plassen
  • Slechte straal
  • Nadruppelen
  • Problemen met erectie en klaarkomen

Door een vernauwing in de plasbuis kunt u uw blaas misschien niet volledig leeg plassen. Hierdoor kunt u een infectie krijgen, bijvoorbeeld een blaasontsteking.

Voorbereiding

Vóór de operatie gaat u naar het spreekuur op de polikliniek Urologie. Op dit spreekuur praat u met een uroloog, een uroloog in opleiding of een afdelingsarts. De arts bespreekt met u de operatie, de mogelijke complicaties en hoe lang u in het ziekenhuis moet blijven.

Preoperatief spreekuur

Vóór de operatie heeft u een afspraak voor het preoperatieve spreekuur. Deze afspraak is op de polikliniek Anesthesiologie. In de informatie over het Preoperatief Spreekuur en anesthesie leest u er meer over. Hierin staat onder andere wat u meeneemt naar de afspraak.

De opname

De opnameplanning stuurt u informatie over de datum en tijd van opname in het ziekenhuis. Zie voor meer informatie over uw opname de folder Uw opname in het Martini Ziekenhuis.

In de folder Meerdaagse opname leest u meer over een operatie en het verblijf in het ziekenhuis. De datum en tijd van uw operatie krijgt u van de Opnameplanning.

Nuchter zijn

U moet nuchter zijn voor de operatie. Dit betekent dat u voor de operatie niet al­les mag eten en drinken. Wat u wel en niet mag eten, leest u ook in de informatie over het Preoperatief Spreekuur en anesthesie.

De operatie

Urethraplastiek is de verzamelnaam voor verschillende operaties bij plasbuisvernauwing. De uroloog legt de plasbuis open en verwijdert het deel waar de vernauwing zit. Er wordt onderscheid gemaakt in de end-to-end urethraplastiek (EPA) en de onlay urethraplastiek. Beide operaties gebeuren onder volledige narcose of met een ruggenprik. Duur van de operatie is 60 tot 90 minuten.

De operatie is in 90 procent van de gevallen succesvol.

End-to-end urethraplastiek

Bij de end-to-end urethraplastiek worden de uiteinden van de plasbuis weer aan elkaar vastgehecht. Als de vernauwing kort is kunnen daarna de twee gezonde stukjes plasbuis rechtstreeks weer aan elkaar gezet worden.

Onlay urethraplastiek

Als de vernauwing lang is of in de penis zit, kunnen de uiteinden van de plasbuis niet aan elkaar worden gehecht. Als dat zo is, wordt het stukje plasbuis dat verwijderd wordt vervangen. Dat gebeurt met slijmvlies uit het binnenblad van de voorhuid of uit de mond (de wang of onderzijde van de tong). De uroloog vervangt het weggehaalde stukje plasbuis dus met uw eigen weefsel.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Uw contactpersoon wordt gebeld dat de operatie is afgelopen. Op de uitslaapkamer worden uw bloeddruk en hartslag gecontroleerd. U heeft een infuus in uw arm. Daarmee krijgt u vocht toegediend. U heeft een katheter in uw blaas. Dit is een slangetje in de plasbuis dat er voor zorgt dat de urine uit de blaas kan lopen. U hoeft dan niet zelf te plassen, zo kan het wondgebied tot rust komen. De urine kan in het begin nog wat bloederig zijn.

U blijft een tijdje op de uitslaapkamer. Hoe lang u daar blijft, hangt af van hoe het met u gaat. Op de uitslaapkamer mag u geen bezoek ontvangen. Een verpleegkundige brengt u daarna terug naar de afdeling.

De dag(en) na de operatie

Na de operatie blijft de katheter ongeveer 10 dagen zitten. U heeft een wond tussen de balzak en de anus. De genezing van die wond duurt ongeveer 2 tot 3 weken.

Er kan wat bloed in de urine zitten. Als u goed drinkt, ruim 2 liter, spoelt u de blaas en verdwijnen deze klachten snel. 

Weer naar huis

Leefregels

Voor uw herstel is het belangrijk om de volgende  adviezen op te volgen:

  • Drink voldoende; 2 – 2,5 liter.
  • Drink gedurende de eerste 2 weken niet te veel alcohol.
  • Neem vezelrijke voeding ter voorkoming van obstipatie. Als de stoelgang toch problemen geeft kunt u uw huisarts bellen.
  • Voorkom persen bij de ontlasting.
  • Eerste 6 weken niet fietsen, motorrijden, paardrijden.
  • Eerste 4 weken niet sporten, zwaar tillen, zwaar werk verrichten.
  • Eerste 3 weken geen seksueel contact hebben.
  • U mag niet zwemmen, baden, naar de sauna gaan zolang de hechtingen in de wond zitten. Dit is 2 – 3 weken. U mag wel douchen.
  • Draag een onderbroek die stevig zit. Het is beter om de eerste dagen na de operatie de penis omhoog te leggen, om zo een zwelling tegen te gaan.
  • Bent u ook aan de wang geopereerd? Dan kunt u de eerste dagen na de operatie het beste koud of vloeibaar voedsel eten. Dit bevordert de genezing van het wondje in uw wang. Daarna kunt u weer alles eten. Waterijsjes kunnen de pijn verzachten.
  • Langdurig zitten wordt de eerste 4 weken afgeraden. U zit het beste op een dik en zacht kussen. Ook kunt u een beetje onderuitgezakt gaan zitten, waarbij de wond niet wordt belast.
  • Bent u naar het toilet geweest voor ontlasting? Dan kunt u, zolang de hechtingen in de wond zitten, de anus het beste schoonspoelen met water i.p.v. het gebruik van toiletpapier. Zo heeft u minder kans op een wondinfectie.

Mogelijke klachten en verschijnselen

  • In het begin kan het plassen een branderig gevoel gegeven. Door goed te drinken verdwijnen deze klachten meestal vanzelf.
  • Er kan wat bloed bij de urine zitten. Ook hierbij is het advies om goed te drinken.
  • Blaaskrampen van de katheter; u heeft het gevoel dat u moet plassen of u heeft pijn aan de top van de penis. Hier kunt u medicatie voor krijgen.

Mogelijke complicaties

Na elke ingreep kan een complicatie ontstaan. Meestal verloopt een operatie en de periode daarna zonder problemen. Problemen die bij deze ingreep voor kunnen komen zijn:

  • Nabloeding.
  • Infectie.
  • Urineweginfectie.
  • Als gevolg van de operatie kan er littekenweefsel ontstaan in de plasbuis. Hierdoor kan een vernauwing in de plasbuis terugkeren.
  • Incontinentie is maar zelden een gevolg van een urethraplastiek. Meestal komt dit doordat de urine na de operatie ineens gemakkelijk door de plasbuis kan. Ook heeft de katheter de sluitspier iets zwakker gemaakt. Met oefeningen van uw sluitspier en de bekkenbodem gaat dit meestal weer over. Deze oefeningen kunt u bij de bekkenfysiotherapeut leren.
  • Heeft u problemen met de katheter? Bekijk de folder Blaaskatheter (martiniziekenhuis.nl).

Mogelijk heeft u nog andere problemen met uw katheter. Overleg dan met uw behandelend arts. De katheter mag alleen verwisseld of verwijderd worden als uw arts dat zegt.

Eventuele medicatie

  • Een eventuele antibiotica kuur dient u af te maken.
  • Gebruikt u bloed verdunnende medicijnen die gestopt zijn? Dan hoort u bij ontslag wanneer u daarmee weer mag starten.
  • U krijgt eventueel Movicolon voorgeschreven om te voorkomen dat uw ontlasting hard wordt en u moet persen bij de ontlasting. Ook hebt u meer kans op blaaskrampen bij een volle darm.

Wanneer bellen?

Krijgt u binnen 48 uur na ontslag onderstaande klachten? Neem dan tijdens kantooruren contact op met de polikliniek Urologie. Buiten kantooruren neemt u contact op met de verpleegafdeling via (050) 524 5510.

Neem contact op:

  • Bij koorts boven de 38,5 °C.
  • Wanneer u niet meer kunt plassen.
  • Bij een sterk afnemende urinestraal.
  • Als u meerdere dagen bloed in de urine blijft houden en dit niet minder wordt als u veel drinkt en als uw urine (donker)rood van kleur is.
  • Als u behalve bloed, ook flinke bloedstolsels met de urine uitplast.
  • Als u aanhoudende pijn blijft houden ondanks pijnstillers.
  • Als u een ernstige branderige pijn heeft bij het plassen.
  • Als u behalve bloed ook flinke bloedstolsels verliest via de katheter en ruim drinken helpt niet.
  • Wanneer de katheter niet loopt en u met de tips uit de folder het probleem niet kunt oplossen.

Na de eerste 48 uur neemt u bij bovenstaande klachten contact op met de huisarts of zo nodig de huisartsenpost. Die neemt, indien nodig, contact op met de uroloog.

Controle

De eerste controle is na ongeveer 2 weken. Dit is een controle waaraan vooraf een röntgenfoto van de plasbuis wordt gemaakt. Dit gebeurt om te controleren of de wond genezen is. Als de wond genezen is mag de katheter verwijderd worden. Als de wond nog niet genezen is moet u de katheter wat langer inhouden. Dan wordt de röntgenfoto meestal na een week weer herhaald.

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een polikliniek afspraak mee. Deze afspraak is meestal 6 weken na de operatie. Dit is een controleafspraak bij de uroloog, een uroloog in opleiding of een afdelingsarts. 

Voor uw controle heeft u een plastest. U wordt verzocht om met volle blaas te komen. Na de plastest wordt met de echo gekeken of er urine in de blaas achterblijft (residu).

 

Versie: 00311 Urethraplastiek 2024-07

Specialisme: Urologie