Inleiding
Uw kind heeft een overactieve blaas. Daardoor voelt het vaak plotseling een hevige aandrang en moeten dan naar het toilet rennen. De oorzaak hiervan is een te kleine blaas en/of een blaas die te vaak het signaal geeft dat er geplast moet worden.
Normale werking van de blaas
De plas (ook wel urine genoemd) wordt verzameld in de blaas. De blaas lijkt op een ballon die groter wordt naarmate er meer urine in komt. Wanneer de blaas gevuld is, krijgt het kind het gevoel dat het moet plassen; dit noemen we aandrang. In een normale situatie is dit gevoel niet zo sterk dat het kind naar het toilet hoeft te rennen. Er kan dan rustig een toilet worden opgezocht. Als de blaas nog niet volledig gevuld is, kan het gevoel van aandrang weer verdwijnen. Na enige tijd, wanneer de blaas verder gevuld raakt, keert dit gevoel terug.

Uitleg over een overactieve blaas
Kinderen met een overactieve blaas voelen vaak plotseling een hevige aandrang en moeten dan naar het toilet rennen. De oorzaak hiervan is een te kleine blaas en/of een blaas die te vaak het signaal geeft dat er geplast moet worden. Deze kinderen plassen kleine beetjes, soms meer dan tien keer per dag. Al binnen een uur, of zelfs eerder, na het plassen kunnen zij opnieuw aandrang voelen. Omdat de aandrang moeilijk te onderdrukken is, gebruiken kinderen speciale ‘ophoudmanieren’, zoals wiebelen, hurken of het kruisen van de benen. Hierbij spannen zij de bekkenbodemspieren aan om droog te blijven. Kinderen met een overactieve blaas drinken vaak, onbewust, te weinig. Hierdoor krijgt de blaas geen kans om groter te worden. Daarnaast leidt onvoldoende drinken tot geconcentreerde urine. Deze urine kan de blaas prikkelen, wat het risico op natte broeken vergroot.
Het plassen zelf verloopt op een normale manier: door de sluitspier te ontspannen en de blaas in één keer leeg te laten lopen. Kinderen met een overactieve blaas hebben echter vaak moeite om de plas op te houden en droog te blijven. Klachten van een overactieve blaas kunnen ook ontstaan wanneer kinderen last hebben van verstopping (obstipatie), onvoldoende drinken of veel spanning (stress) ervaren. Ook bedplassen komt voor, omdat er maar weinig urine in de blaas past. Soms verdwijnt het bedplassen vanzelf wanneer kinderen worden behandeld voor een overactieve blaas, doordat het blaasvolume groeit.
Tips en behandeling
Voldoende drinken
Wij adviseren om dagelijks minimaal zeven bekers te drinken. Wij adviseren te drinken bij:
- Ontbijt, 2 bekers
- Pauze school, 1 grote beker
- Middagpauze, 1 beker
- Na school/theetijd, 2 bekers
- Avondeten, 1 beker
- Voor het slapen, naar wens
Soort drinken
Wij raden koolzuurhoudende dranken af, omdat deze een prikkelende werking op de blaas hebben.
Voldoende plasmomenten
Wij adviseren om zeven keer per dag naar de wc te gaan:
- Direct na opstaan.
- Ontbijt.
- Pauze op school.
- Middagpauze.
- Na school/theetijd.
- Avondeten.
- Voor het slapen.
Goede houding
Een juiste houding tijdens het plassen helpt om de blaas volledig te legen en de bekkenbodemspieren goed te ontspannen. Adviezen:
- Zit recht en ontspannen op de wc; gebruik zo nodig een brilverkleiner.
- Zet de voeten op de grond of op een voetenbankje, zodat de benen horizontaal (recht) staan.
- Doe de broek en onderbroek tot de enkels zodat de benen iets uit elkaar kunnen.
- Wacht tot de plas vanzelf komt en ga niet meepersen; houd de buik ontspannen.
- Neurie of blaas zachtjes om de blaas verder te laten ontspannen.
- Wacht tot er helemaal geen plas meer komt.
- Sta pas op als er geen plas meer uitkomt.
- Veeg goed af. Voor meisjes is het belangrijk om van voor naar achter te vegen.

Blaastraining
Uw kind kan de blaas vergroten door dagelijks te oefenen met ‘superplassen’: hierbij probeert uw kind de plas iets langer op te houden. We raden aan om de superplas wekelijks te meten, bijvoorbeeld in een maatbeker, om te zien of de plas toeneemt. Noteer de superplassen op lijsten en neem deze mee naar de volgende controle. Wanneer u voor controle komt, is het belangrijk dat uw kind met een volle blaas komt, zodat uw kind kan plassen op de speciale plasstoel.
Medicijnen
In sommige gevallen wordt de blaastraining ondersteund met medicijnen die de blaas helpen ontspannen. Uw zorgverlener beoordeelt of dit nodig is. Wanneer u start met medicatie, is het belangrijk om ook te oefenen met superplassen. De combinatie van beide vergroot het blaasvolume.

Poepen
Poepen en plassen hebben veel invloed op elkaar. Blaasproblemen gaan vaak samen met problemen met de ontlasting, zoals verlies van ontlasting of obstipatie. Darmen vol met ontlasting kunnen tegen de blaas drukken, waardoor er minder urine in past en kinderen vaker moeten plassen. Ook kan druk van de ontlasting ervoor zorgen dat kinderen het seintje van een volle blaas minder goed voelen, waardoor zij minder vaak gaan of niet goed uitplassen. Als er sprake is van obstipatie, bespreekt uw zorgverlener adviezen met u en uw kind. Indien nodig kan een laxeermiddel worden gestart.
Coach
Wij weten dat natte broeken erg vervelend kunnen zijn. Ongelukjes kunnen gevoelens van frustratie of boosheid oproepen bij ouders en verzorgers. Hoewel dit begrijpelijk is, blijkt een negatieve reactie niet helpend en kan dit de klachten in stand houden. Het helpt wanneer u uw kind positief ondersteunt bij het trainen voor droge broeken. Steun en aanmoediging zijn erg belangrijk. Soms wordt een doel niet in één keer bereikt. Het is goed om te beseffen dat in sommige gevallen eerst het ene probleem moet worden opgelost voordat het andere behandeld kan worden. Tijdens de behandeling kunnen zowel telefonische als poliklinische afspraken plaatsvinden. U kunt eventueel contact met ons opnemen via plaspolikindergeneeskunde@mzh.nl.
Versie: 00674 Overactieve blaas bij kinderen 2026-02