Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Neoadjuvante behandeling
Terug naar bovenliggende pagina

Neoadjuvante behandeling

Algemeen

  • Neem altijd een geldig legitimatiebewijs mee (rijbewijs, paspoort of identiteitsbewijs).
  • Heeft u een zorgverzekering in het buitenland? Neem dan ook uw verzekeringspapieren mee.
  • Kunt u om dringende redenen niet komen voor de operatie of het onderzoek? Bel dan met de polikliniek of afdeling.
  • Uw persoonlijke medische gegevens en afspraken bekijken? Dat kan in ons digitale patiëntenportaal Mijn Martini. U kunt met uw DigiD inloggen via www.martiniziekenhuis.nl/mijnmartini.

Inleiding

Samen met uw behandelend specialist heeft u gesproken over een neoadjuvante behandeling. Dat is een behandeling met medicatie die u voor uw operatie al krijgt. In deze folder leest u waarom een neoadjuvante behandeling nodig is en welke soorten er zijn. Daarnaast krijgt u informatie over de verschillende onderzoeken die hierbij horen. Als laatste leest u over de afspraken met de specialisten in het ziekenhuis.

Waarom een neoadjuvante behandeling?

Soms is bij de diagnose van borstkanker al duidelijk dat een neoadjuvante behandeling nodig is. Het kan dan om anti-hormonale therapie, chemotherapie of chemo-immunotherapie gaan. Deze behandeling krijgt u nog voor uw borstoperatie. Er zijn 3 redenen om hiervoor te kiezen.

  • Om de operatie mogelijk te maken. Soms is de tumor zo uitgebreid dat een operatie nog niet mogelijk is. Dat is bijvoorbeeld zo bij doorgroei in de huid. Dan is het nodig om de tumor eerst te behandelen met medicatie.
  • Om een minder ingrijpende operatie mogelijk te maken. Als de tumor goed reageert op de behandeling, dan is een borstsparende operatie mogelijk wel haalbaar. Of het kan zijn dat de okseloperatie minder uitgebreid wordt.
  • Om te ontdekken hoe een tumor op medicatie reageert. Dan kunnen we de therapie aanpassen of na de operatie andere medicatie geven. Deze informatie is nodig als een tumor zich snel deelt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een trippel negatieve tumor of een HER-2 positieve tumor.

Voorbereiding

Voordat u met de neoadjuvante behandeling begint, krijgt u meerdere onderzoeken en gesprekken met specialisten. Uw behandelend arts legt u uit welke onderzoeken en afspraken voor u nodig zijn. Deze informatie krijgt u zowel mondeling als schriftelijk. Daarnaast kan het nodig zijn om een marker aan te brengen. Hieronder leest u er meer over.

Onderzoeken

Hieronder ziet u alvast een overzicht van mogelijke onderzoeken.

  • Bloedonderzoek is nodig als voorbereiding op de behandeling met medicatie en bepaalde scans.
  • Bij de MRI-mammae worden beelden gemaakt van beide borsten.
  • Soms is ook onderzoek naar de rest van het lichaam nodig. Dit gebeurt met een PET-scan, CT-scan en/of skeletscan. Welk onderzoek gedaan wordt, hangt af van de kenmerken van uw tumor.

Na alle onderzoeken komt u terug in het Academisch Borstcentrum Groningen. Daar ziet u de chirurg en de verpleegkundig casemanager. U bespreekt dan samen de uitslagen, het behandelplan en de vervolgstappen. Dit heet het behandelbeleid.

Extra onderzoeken

Elk onderzoek kan leiden tot vervolgonderzoek en aanpassing in het beleid. Niet alle onderzoeken zijn nodig. Welke onderzoeken u krijgt, hangt af van uw persoonlijke situatie.

Alle onderzoeken die u voor uw neoadjuvante behandeling krijgt, worden besproken in het multidisciplinaire team. Dit team bestaat uit meerdere specialisten zoals de chirurg, de internist-oncoloog en de radiotherapeut. Maar ook de radioloog, de patholoog en de verpleegkundig casemanager. Samen bespreken ze wat de meest passende behandeling voor u is.

Afspraken met specialisten

Voordat uw neoadjuvante behandeling begint, heeft u nog wat afspraken met specialisten. Welke afspraken u krijgt, hangt af van uw persoonlijke situatie. Hieronder ziet u welke specialisten u mogelijk spreekt.

Internist-oncoloog

Voor de behandeling met antihormonale therapie, chemotherapie en chemo/ immunotherapie wordt u verwezen naar de internist-oncoloog. Tijdens het eerste gesprek met krijgt u informatie over de medicatie. Welke medicatie u krijgt, hangt af van de kenmerken van uw tumor en uw persoonlijke situatie. Daarnaast hoort u het aantal behandelingen. Ten slotte krijgt u informatie over de mogelijke bijwerkingen.

Oncologieverpleegkundige

Wanneer u start met chemotherapie en/of immunotherapie, krijgt u een afspraak met een oncologieverpleegkundige van de dagbehandeling oncologie. In dit gesprek krijgt u uitgebreide informatie over de behandeling en de mogelijke bijwerkingen.

Radiotherapeut

Het kan soms nodig zijn dat de radiotherapeut uw situatie kent. Als dat voor u geldt, dan heeft u voor de behandeling een afspraak met de radiotherapeut. Deze afspraak is in het Martini Ziekenhuis of in het UMCG. Vaak spreekt u de radiotherapeut ook na de behandeling. Dit gebeurt alleen als het nodig is. De radiotherapiebehandeling gebeurt in het UMCG.

Inbrengen van een jodiumbron of andere marker

  • Voor het starten van de neoadjuvante chemotherapie is het soms nodig om de afwijking te markeren. Dat gebeurt met een jodiumbron of een andere marker. Als de tumor door de behandeling kleiner wordt, dan is hij soms niet meer goed te voelen of te zien. Maar door de marker kan de chirurg toch zien waar er geopereerd moet worden.
  • Er kan ook een jodiumbron ingebracht worden in een okselklier. Dit wordt gedaan als er kankercellen in de lymfklieren in de oksel zijn gevonden. Dit heet een MARI-klier-procedure.
  • De marker wordt tijdens de operatie verwijderd.

De operatie

3 tot 5 weken na uw laatste medicatie wordt uw operatie ingepland. Vooraf bespreekt u de keuze voor de operatie met uw behandelend arts en verpleegkundig casemanager.

U krijgt toegang tot Medimapp, waarin u informatie vindt over de voor u geplande ingreep. Ook krijgt u een intakegesprek met uw casemanager en een preoperatieve screening. De screening wordt gedaan door een anesthesiemedewerker.

Controles

Om vast te stellen of de tumor reageert op de medicatie, krijgt u controles. Minimaal 1 keer tijdens de behandeling en 1 keer aan het einde van de behandeling.

Tijdens de controle onderzoekt de behandelend arts u. Vaak wordt er ook een MRI of echo van de borsten gemaakt. Elke MRI of echo wordt besproken in het multidisciplinair team. De uitslag van het overleg ontvangt u via uw internist-oncoloog of van uw chirurg.

Versie: 20200081 05-2023 Neoadjuvante behandeling

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem.