Inleiding
In overleg met uw arts heeft u een afspraak gemaakt voor een operatie vanwege lumbale kanaalstenose en wacht u nu op een oproep. Meestal hoort u dit een week voor de operatie. In deze folder vindt u informatie over de operatie, de risico’s en mogelijke complicaties en de herstelperiode. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw arts.
Een wervelkanaalstenose
Een lumbale kanaalstenose is een vernauwing van het wervelkanaal. Deze aandoening komt relatief vaak voor. Een vernauwing van het wervelkanaal wordt veroorzaakt door het ouder worden van de wervelkolom. De tussenwervelschijven worden steeds een beetje platter en kunnen gaan uitpuilen in het wervelkanaal. Daarnaast wordt het wervelkanaal steeds nauwer door slijtage van de wervelgewrichten. Dat maakt de wervelgewrichten groter. Ook worden de banden waarmee de wervels aan elkaar vastzitten (ligamenten) dikker. Deze combinatie kan ervoor zorgen dat de zenuwen in het wervelkanaal bekneld raken.
Als u last heeft van een vernauwing van het wervelkanaal heeft, krijgt u meestal uitstralende pijn in uw benen en soms in de rug. Dit merkt u dan vooral tijdens het lopen en als u een langere tijd staat. U kunt dan naast pijn, doofheid, tintelingen of stuurloosheid in uw benen voelen. De klachten verbeteren als u even gaat zitten, voorover bukt of hurkt. Fietsen geeft meestal geen klachten. Tijdens lopen en staan is de rug van nature hol, waardoor de ruimte in het wervelkanaal het kleinst is. Daardoor kunnen de zenuwen nog meer beklemd raken.
Voorbereiding op de operatie
Voordat u in het ziekenhuis wordt opgenomen, krijgt u eerst afspraken met de apotheek en de polikliniek anesthesiologie. Hier hoort u ook informatie over het staken van eventuele medicijnen en het nuchter zijn voor de operatie.
Dit neemt u mee naar het ziekenhuis
- De medicijnen die u gebruikt, in de originele verpakking (neem genoeg mee voor enkele dagen). Verandert er iets in uw medicijnen? Geeft u dit dan tijdig door aan de apotheek.
- Makkelijk zittende kleding en schoenen waarop u goed kunt lopen en hulpmiddelen zoals een rollator of stok, als u die gebruikt.
- Iets om te ontspannen, zoals een boek, een e-reader, een koptelefoon of oortjes voor de televisie.
Dag van opname
Met u is besproken dat u lopend of via de verpleegafdeling naar de operatiekamer gaat. Bij binnenkomst in het ziekenhuis meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Gaat u lopend naar de operatiekamer, dan wordt u doorverwezen naar het preoperatief spreekuur. Hier volgt kort het opname gesprek met de verpleegkundige. Na dit gesprek mag u naar de opname lounge. Vanuit hier gaat u naar de operatiekamer.
Indien u via de verpleegafdeling opgenomen wordt, mag u zich melden op de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling bereidt u voor op de operatie. Als u vragen heeft, kunt u die aan de verpleegkundige stellen. Tijdens de operatie mag u geen sieraden, make-up of een gebitsprothese dragen.
Verloop van de operatie
De operatie gebeurt onder algehele narcose. Tijdens de operatie ligt u op uw buik. Eerst wordt met röntgenapparatuur de juiste operatieplaats bepaald. Hierna maakt de neurochirurg in het midden van de rug een snee. Er zijn twee operatietechnieken om een vernauwing te opereren:
- Operatie met gebruik van microscoop: De rugspieren worden dan aan één kant losgemaakt van de wervels. Vervolgens wordt op de plaats van de vernauwing bot verwijderd, tot er voldoende ruimte is ontstaan voor de zenuwvezels. Het bot wordt verwijderd met een boortje. Ook wordt (een deel van) het verdikte bindweefselplaat (ligament) verwijderd.
- Endoscopische operatie: Bij de endoscopische methode wordt gebruik gemaakt van een smalle buis waardoor de neurochirurg werkt. Er wordt een kleine snee gemaakt waardoor de buis wordt ingebracht en door de buis heen wordt met behulp van een kleine camera (endoscoop) en instrumenten geopereerd en de beknelling / vernauwing verwijderd. Ook bij deze methode worden bot en banden (ligamenten)verwijderd.
De neurochirurg beslist voor welke methode u in aanmerking komt.
Tijdens de operatie ziet de neurochirurg meteen of de beknelde zenuwen weer voldoende ruimte hebben gekregen. Daarna wordt de wond weer gesloten. Als dat nodig is, wordt er een wondslangetje (een drain) achtergelaten. Dit is voor het afvoeren van wondvocht en bloed.
Complicaties en risico’s
Bij elke operatie is er kans op complicaties. Uw behandelend arts heeft dit met u besproken. Heeft u hier nog vragen over, dan kunt u die stellen aan de arts. De kans op onderstaande problemen is erg klein, maar wel aanwezig. Daarom zetten wij ze hieronder kort voor u op een rijtje.
Doof gevoel, verlies van kracht of caudasyndroom.
Dit wordt meestal veroorzaakt, doordat de zenuw geïrriteerd is tijdens de operatie en daardoor wat gezwollen raakt. Het dove gevoel en verlies aan kracht gaan meestal enkele weken tot maanden na de operatie vanzelf over. Bij sommige patiënt duurt het een jaar en bij 2 procent van de patiënten treedt uiteindelijk geen herstel op.
Een zeer zeldzame complicatie is het caudasyndroom: Dit is een schade van alle zenuwen die in het operatiegebied lopen. Het kan in het uiterste geval leiden tot forse zwakte of volledige verlamming van de beide benen, voeten en zelfs verlies van controle over de blaas- en darmfunctie (incontinentie voor urine en ontlasting) en verlies van seksuele functie.
Nabloeding
Als gevolg van een nabloeding kan er druk op de zenuwen ontstaan. Hierdoor kunt u pijn, tintelingen, een doof gevoel of verlies van kracht in uw been of benen ervaren. Het kan zelfs leiden tot het hierboven genoemde caudasyndroom. Dit is dan ook een reden om met spoed opnieuw geopereerd te worden.
Wondproblemen / infectie / overige risico’s
Na een operatie kunnen er problemen ontstaan met de wond door:
- een infectie van de wond. U krijgt dan pussige lekkage uit de wond, pijn en koorts.
- het open gaan van de wond. Dit kan leiden tot een (beginnende) infectie.
- een infectie van de tussenwervelruimte of wervel, we noemen dat een spondylodiscitis. Dit komt gelukkig zeer zelden voor, maar in geval van een dergelijke infectie kan dit gepaard gaan met langdurige rugpijnklachten. Ook moet dit langdurig behandeld worden met antibiotica.
- lekkage van hersenvocht. Dit gebeurt bij een klein deel (minder dan 3%) van de geopereerde patiënten, meestal bij patiënten die al eens eerder een herniaoperatie hebben gehad. Wanneer er een lekje ontstaan moet er vaak een periode van bedrust van enkele dagen volgen. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij aanhoudende lekkage van hersenvocht, volgt een heroperatie of aanvullende behandeling.
Instabiliteit van de wervels
Na de operatie is er een mogelijkheid dat er een beetje speling ontstaat tussen de wervels. Het is ook mogelijk dat de hoogte tussen de wervels afneemt, waardoor u weer last krijgt van uw rug of been. Dit komt bij ongeveer 5 procent van de patiënten voor. Bij een enkeling leidt dit tot nieuwe problemen waarvoor soms een nieuwe (en uitgebreidere) operatie nodig is.
Als de operatie klaar is, verblijft u een poosje op de uitslaapkamer. Daar wordt uw contactpersoon gebeld. Zodra u wakker wordt en uw toestand het toelaat, gaat u terug naar de verpleegafdeling. U mag zelf uw knieën optrekken, als u op uw rug ligt. Ook mag u op uw linker- of rechterzijde draaien. Twee uur na de ingreep mag u, soms onder verpleegkundige begeleiding, uit bed. De verpleegkundige controleert regelmatig of u uw benen goed kunt bewegen en of het gevoel goed is. Als u pijn heeft kunt u hiervoor pijnstillers krijgen. Bij misselijkheid kunt u daar ook medicatie voor krijgen.
Afhankelijk van de operatietechniek die is gebruikt blijft u wel of niet één nacht in het ziekenhuis. De neurochirurg beslist dit. Meestal worden het infuus en de eventuele wonddrain verwijderd. De wond wordt gecontroleerd. De neurochirurg of verpleegkundig specialist komen meestal bij u langs na de operatie om te bespreken of naar huis gaan lukt.
Ook de fysiotherapeut komt langs en bespreekt met u nog een keer de leefregels. In de meeste gevallen komt de apothekersassistent voordat u naar huis gaat bij u langs om veranderingen in uw medicijngebruik met u te bespreken. Als dit nodig is, krijgt u pijnstillers mee naar huis die u thuis een tijdje kunt gebruiken. Als u nog klachten heeft, blijft u soms langer in het ziekenhuis.
In de dagen die volgen mag u steeds een beetje meer doen. Het is belangrijk dat u goed in de gaten houdt dat u het rustig opbouwt en vooral veel afwisselt tussen zitten, liggen, staan en lopen. Als u te snel en te veel doet, dan kunt u erg moe worden en pijn in uw rug en benen krijgen, maar de hele dag op bed rusten is ook niet nodig. De grootste belasting voor de rug vormt het zitten. Het lang zitten (meer dan 30 minuten) wordt door de meeste patiënten als vervelend ervaren, zelfs tot enkele weken of maanden na de operatie.
Ontslag uit het ziekenhuis
In de meeste gevallen mag u de volgende ochtend (rond 11:00) weer naar huis. U mag niet zelf naar huis rijden. Daarom is het goed alvast iemand te regelen die u dan ook op kunt halen. U krijgt een (telefonische) controle afspraak na 6 weken om te horen hoe het met u gaat.
De herstelperiode
Als u naar huis gaat, bent u nog niet volledig hersteld. De eerste paar dagen thuis kunnen tegenvallen. Ongemerkt doet u misschien al te veel en hier reageert uw lichaam op. Houdt u daarom de eerste weken na de operatie rekening met pijn en vermoeidheid. Verderop vindt u meer adviezen voor thuis.
Hechtingen
De wond kan op verschillende manieren zijn dichtgemaakt:
- Lijm: een lijmlaagje om de wond te dichten ziet u als een glinsterend laagje over de wond. De lijmlaag laat na ongeveer 5 tot 7 dagen vanzelf los.
- Onderhuidse hechtingen, soms gecombineerd met hechtpleistertjes. Onderhuidse hechtingen lossen vanzelf op. De hechtpleisters kunt u 7 dagen na de operatie zelf verwijderen.
- Draadhechtingen / nietjes: Als u hechtingen/nietjes heeft, laat u die na 10-12 dagen door uw huisarts verwijderen.
Fysiotherapie na ontslag
Als u na de operatie fysiotherapie nodig heeft, dan overlegt de fysiotherapeut dat met u. De meeste mensen hebben dit de eerste 6 weken niet nodig.
Resultaat
In het algemeen is 80 tot 90 procent van de patiënten na een stenose-operatie tevreden met het resultaat. Belangrijkste verbetering is vaak een afname van de pijnklachten. Doofheid en tintelingen in het been kunnen weken tot maanden aan blijven houden na een operatie en moeten worden afgewacht.
Pijn
Na de operatie kunt u nog pijn hebben. Dit kan veroorzaakt worden door wondpijn, pijn vanuit de spieren en gewrichten of door zenuwpijn. Zenuwpijn wordt veroorzaakt doordat de zenuw lange tijd bekneld is geweest. De pijn kan in de eerste twee weken na de operatie ook weer toenemen en zijn niet ongewoon. Dit zakt vaak binnen 1 tot 2 weken weg. Vaak merkt u zelf of het om spierpijn of zenuwpijn gaat. Spierpijn is niet meteen een reden om het rustiger aan te doen, dit herstelt vanzelf. Bij zenuwpijn kunt u beter rust nemen, zodat de zenuw kan herstellen. Rust betekent echter niet de hele dag op bed liggen. Het is altijd belangrijk om ieder uur even in beweging te zijn.
Wanneer u pijn heeft, kunt u, als u daar tegen kunt, de volgende medicijnen nemen:
Paracetamol: 4 x daags 1000mg
Naproxen: 3 x daags 250mg (evt met maagbeschermer zoals Pantoprazol 1 x per dag)
Als in het ziekenhuis al wordt ingeschat dat u niet voldoende heeft aan bovenstaande medicijnen, krijgt u uit het ziekenhuis soms nog meer medicijnen mee. Houdt u zich dan aan de voorschriften van deze medicatie.
Ook kan het zijn dat u voor de operatie al langere tijd veel pijnstillers gebruikte. Deze kunnen, als de pijn het toelaat dan worden afgebouwd in overleg met de huisarts.
Contact opnemen
Heeft u last van een van de volgende symptomen, neemt u dan onmiddellijk contact op met uw (huis)arts. De symptomen komen echter zelden voor.
- Onhoudbare pijn in rug of been die niet reageert op pijnmedicatie.
- Abnormale zwelling of lekkage van de wond.
- Een opengesprongen wond.
- Pus uit de wond.
- Hoge koorts.
- Toenemend krachtsverlies aan één of beide benen.
- Verschijnselen van incontinentie of toenemende doofheid in de schaamstreek.
Als u naar aanleiding van de opname nog vragen heeft, dan kunt u tot 1 week na de operatie contact opnemen met het secretariaat van de verpleegafdeling, via (050) 524 5510 en daarna met de polikliniek Neurochirurgie (050) 5245950.
Kan uw vraag niet wachten tot de volgende (werk)dag? Neem dan contact op met de huisartsen spoedpost in uw regio.
Adviezen voor thuis
➢ Regelmatig afwisselen van houding (zitten / liggen / lopen).
➢ Vermijden van langdurige belasting van de rug (bijvoorbeeld niet lang zitten).
➢ Vermijden van voorover buigen en draaien van de rug.
➢ Niet onderuit gezakt op een stoel zitten, rug recht houden.
➢ Rustig en ontspannen bewegen.
➢ Trap lopen mag, als het maar veilig gebeurt.
➢ Douchen mag, eerste drie weken niet zwemmen of baden.
➢ Werkhervatting > in principe pas na de controle afspraak.
➢ Zelf autorijden > in principe pas na de controle afspraak.
➢ Fietsen op een hometrainer mag, wel langzaam opbouwen.
➢ Vermijden van schokbelasting zoals hardlopen in de eerste 6 weken.
➢ Geen fitness- of krachttraining met toestellen in de eerste 6 weken.
➢ Geen zware huishoudelijke taken uitvoeren in de eerste 6 weken.
➢ Activiteiten mogen per week uitgebreid worden, zolang het met u goed gaat.
Goed luisteren naar uw lichaam, doen wat goed voelt en rustig aan doen bij meer klachten. Bij toenemende stijfheid of pijnklachten > neem rust en pijnstilling!
Tevredenheid
Wij gaan ervan uit dat de behandeling naar tevredenheid verloopt. Mocht dit niet het geval zijn, bespreekt u dit dan met degene die hiervoor direct verantwoordelijk is. U kunt ook een afspraak maken met het unithoofd of met de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis. Meer informatie hierover vindt u op onze website of in de folder Uw tevredenheid, onze zorg.