Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Kijkoperatie van de hoge urinewegen (ureterorenoscopie)

Kijkoperatie van de hoge urinewegen (ureterorenoscopie)

Inleiding

U wordt binnenkort opgenomen in het Martini Ziekenhuis voor een kijkoperatie van de hoge urinewegen (ureterorenoscopie). Dit is een urologische operatie. In deze folder leest u hoe deze operatie verloopt. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw arts.

Ureterorenoscopie

Bij een ureterorenoscopie (URS) kijkt de uroloog met een kleine flexibele camera (ureterorenoscoop), via uw plasbuis en uw blaas in de urineleider, zo nodig tot in de nier. De uroloog kan middels deze ingreep de urineleider en nier bekijken. Ook kunnen er hapjes (biopten) genomen worden als er zich een afwijking in de urineleider of nier bevindt. Soms kan een kleine afwijking direct helemaal worden verwijderd.

Voorbereiding

Het is belangrijk dat u zich op deze behandeling voorbereidt. Hieronder leest u welke voorbereidingen er zijn.

Spreekuur uroloog

Vóór de operatie gaat u naar het spreekuur op de polikliniek Urologie. Op dit spreekuur praat u met een uroloog, een uroloog in opleiding of een afdelingsarts. U krijgt informatie over de operatie, mogelijke complicaties en hoe lang u in het ziekenhuis blijft.

Preoperatief spreekuur

Vóór de operatie heeft u een afspraak voor het preoperatieve spreekuur. Deze afspraak is op de polikliniek Anesthesiologie. In de informatie over het Preoperatief Spreekuur en anesthesie leest u er meer over. Hierin staat onder andere wat u meeneemt naar de afspraak.

De opname

De opnameplanning stuurt u informatie over de datum en tijd van opname in het ziekenhuis. Zie voor meer informatie over uw opname de folder Uw opname in het Martini Ziekenhuis.

In de folder Meerdaagse opname leest u meer over een operatie en het verblijf in het ziekenhuis. De datum en tijd van uw operatie krijgt u van de Opnameplanning.

Nuchter zijn

U moet nuchter zijn voor de operatie. Dit betekent dat u voor de operatie niet al­les mag eten en drinken. Wat u wel en niet mag eten, leest u in de informatie over het Preoperatief Spreekuur en anesthesie.

Medicijnen

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, overleg dan met uw arts of u met deze medicijnen moet stoppen. Komt u bij de trombosedienst, geef dan tijdig aan dat en wanneer u deze ingreep ondergaat.

De operatie

De operatie gebeurt onder volledige narcose (algehele anesthesie) of met een ruggenprik (regionale anesthesie). Bij een ruggenprik wordt het onderlichaam tijdelijk gevoelloos gemaakt. Zo voelt u niets van de operatie.

Tijdens de operatie ligt u op uw rug met uw benen in beensteunen. De uroloog brengt de ureterorenoscoop, via uw plasbuis en uw blaas in de urineleider, zo nodig tot in de nier. Er stroomt vloeistof door de ureterorenoscoop. De uroloog kan daardoor alles goed zien en kan zo ook bij de afwijking komen. Er wordt dan een biopt van de afwijking genomen voor verder onderzoek. Soms lukt het om meteen de hele afwijking weg te nemen.

Soms laat de uroloog een dubbel J katheter achter. Dit is een dun slangetje dat vanaf uw nier via de urineleider naar uw blaas loopt. Hierdoor kan urine makkelijker afvloeien van uw nier naar uw blaas. Ook voorkomt de dubbel J katheter dat u aanvallen van koliekpijn (hevige pijn door een verkramping in de urinewegen) heeft. De dubbel J katheter wordt later weer verwijderd.

Soms krijgt u ook tijdelijk een katheter in uw blaas (een dunne slang die via de plasbuis in uw blaas ligt, zodat de urine naar buiten toe kan lopen). Deze spoelt eventuele bloedstolsels uit uw blaas. U hoeft dan niet zelf te plassen.

Na de operatie

Mitomycine blaasspoeling

Soms wordt er preventief eenmalig een Mitomycine blaaspoeling geven, met name als er tijdens de ingreep een afwijking in de urineleider of het nierbekken is behandeld die duidt op (urotheel)kanker.

Mitomycine is een vorm van chemotherapie (cytostatica).

De verpleegkundige van de afdeling laat de vloeistof Mitomycine® via de katheter in de blaas lopen. Het is de bedoeling dat u probeert de spoeling minimaal twee uur (en maximaal drie uur) in de blaas te houden.

Blaaskatheter

Als u een katheter heeft gekregen, bepaalt uw behandelend arts wanneer deze verwijderd mag worden. Dit gebeurd meestal na enkele uren of de volgende dag.

De verpleegkundige controleert (nadat de blaaskatheter verwijderd is) met een echoapparaat of er urine achterblijft in uw blaas. In het begin kan het plassen pijnlijk zijn en de urine wat bloederig. Dit wordt snel beter.

Weer naar huis

De arts bepaalt wanneer u weer naar huis mag. Dit is meestal de dag na de operatie. U hoort dan ook wanneer u weer mag beginnen met bloedverdunnende medicijnen, als u die gebruikt.

Voor een goed herstel is het belangrijk dat u zich aan een paar leefregels houdt.

Leefregels

Na de operatie:

  •  U mag de eerste 24 uur na de operatie niet autorijden. Of u daarna mag autorijden, hangt af van de polis van uw autoverzekering.
  • Na twee weken mag u weer fietsen.
  • De eerste twee weken mag u geen zware (huishoudelijke) activiteiten doen of sporten. Niet zwaarder tillen dan vijf kilo en niet persen.
  • Het advies is om minimaal 1,5 tot 2,5 liter vocht per dag te drinken (tenzij u niet zoveel mag drinken).

Na de blaasspoeling:

  • Plas zittend. Dit voorkomt spatten. Dit doet u tot twee dagen na de spoeling.
  • Spoel het toilet met het deksel gesloten na ieder bezoek twee keer door (i.v.m. spatten).Dit om besmetting van de omgeving of andere personen te voorkomen. Bij morsen op de bril raden wij aan deze schoon te maken met veel water.
  • De eerste keer dat u plast, heeft de urine een blauw-grijze kleur als gevolg van het toegediende medicijn.
  • Het is belangrijk dat u de eerste 24 uur nadat u de spoeling heeft uitgeplast extra drinkt om een infectie te voorkomen.
  • Tot twee dagen na de blaasspoeling kunt u geen geslachtsgemeenschap hebben, tenzij u of uw partner een condoom gebruikt.

Mogelijke klachten en verschijnselen

In de eerste periode thuis kunt u last hebben van de volgende klachten en verschijnselen:

Na de operatie:

  • Koliekachtige pijnklachten. Heeft u hier last van? Dan mag u pijnstillers gebruiken (paracetamol 1000 milligram, maximaal 4 keer per dag). Deze pijn komt vaak door een zwelling van het slijmvlies in de urineleider. Het verdwijnt meestal binnen 48 uur. Als dat nodig is, krijgt u een recept voor pijnstillers mee naar huis.
  • Lichte temperatuursverhoging tot 38,5 graden Celsius.
  • U kunt bloed in uw plas zien. Het is normaal als de eerste week na de operatie uw plas lichtrood gekleurd is. Het is belangrijk om veel te drinken. Zo spoelt u uw blaas schoon.
  • Een branderig gevoel bij het plassen in de eerste week na de operatie.
  • Als er een dubbel J katheter is achtergelaten, dan kunt u het gevoel hebben vaker te moeten plassen. Ook kunt u pijn bij het plassen hebben of pijn in de zij. Mocht u daar veel last van hebben, dan kunt u de polikliniek om medicatie vragen. Ook kan er bloed in uw plas zitten.

Na de blaasspoeling:

  •  De vloeistof kan soms irritatie geven aan de blaas. U heeft dan een branderig gevoel en vaker drang om te plassen. Meestal duurt dit enkele uren tot twee dagen. Als de klachten langer aanhouden en/of als u koorts krijgt, dan heeft u misschien een Uw urine moet dan onderzocht worden door de huisarts of uroloog.
  • Om uitwendige irritatie aan schaamlippen of penis te voorkomen, is het belangrijk dat u de schaamstreek na het plassen spoelt of wast met water. Dit hoeft alleen op de dag van de spoeling.
  • Geef aan wanneer u huiduitslag en/of jeuk krijgt.

Mogelijke complicaties

Er zijn een paar complicaties mogelijk:

  • De arts kan de ureteroscoop niet altijd gemakkelijk in de urineleider brengen. De urineleider kan vernauwd of gekronkeld zijn. Daardoor kan het opschuiven van de ureteroscoop moeilijk zijn. Dit leidt soms tot beschadiging van de urineleider.
  • Soms lukt het niet om in de urineleider te komen. Bijvoorbeeld als de urineleider te nauw is. Als het niet lukt, krijgt u een dubbel-J-katheter. Daarna lukt het met een 2e operatie meestal wel om in de urineleider te komen. 
  • Soms raakt de wand van de urineleider beschadigd. Dit heet perforatie. Dan wordt de ingreep gestopt, omdat de spoelvloeistof buiten de urineleider kan komen. Een beschadiging aan de urineleider sluit meestal vanzelf. Soms is een operatie nodig.
  • Na de operatie kan er een urineweginfectie optreden. Om dit te voorkomen, krijgt u voor de operatie antibiotica.
  • Er kan een vernauwing ontstaan van de plasbuis (bij mannen). Dit risico bestaat omdat de ingreep via de plasbuis plaatsvindt. Dit kan meestal later weer worden verholpen.

Medicijnen

  • Als u een antibioticumkuur krijgt, moet u die helemaal afmaken. U krijgt hiervoor een recept.
  • U begint op het afgesproken moment weer met bloedverdunnende medicijnen (als u die gebruikt).

Dubbel J-katheter

Wanneer u een dubbel J-katheter heeft gekregen wordt deze na 2-4 weken poliklinisch verwijderd. Dit gebeurt via een cystoscopie. Zie de patiëntfolder: Dubbel J-katheter verwijderen

Wanneer u een Black Star JJ-katheter heeft gekregen wordt deze op de polikliniek door de verpleegkundige verwijderd. Zie de patiëntfolder: Black Star JJ-katheter verwijderen

Biopsie

Wanneer er een biopt is afgenomen wordt dit biopt door de patholoog onderzocht. U krijgt een afspraakbrief wanneer de uroloog de uitslag van het biopt met u gaat bespreken.

Wanneer bellen?

 Heeft u twijfels of last van één of meerdere van onderstaande klachten? Neem dan contact op.

  • U heeft koorts boven 38,5 graden Celsius.
  • Als u pijnklachten heeft die niet verminderen/verdwijnen na het innemen van medicijnen tegen de pijn.
  • Als u behalve bloed ook flinke stolsels uit plast en ruim drinken helpt niet.
  • Als het plassen niet lukt
  • Als u een branderig gevoel en vaker drang om te plassen heeft wat na een paar dagen niet beter wordt.

Krijgt u binnen 48 uur na ontslag bovenstaande klachten? Neem dan contact op met de polikliniek Urologie tijdens kantooruren. Buiten kantooruren neemt u contact op met de verpleegafdeling (050) 524 5510.

Na de eerste 48 uur neemt u bij bovenstaande klachten contact op met de huisarts of zo nodig de huisartsenpost. Die neemt, indien nodig, contact op met de uroloog.

Versie: 00741 Kijkoperatie van de hoge urinewegen (ureterorenoscopie) 2026-04

Specialisme: Urologie