Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Kijkoperatie met robot voor de behandeling van een verzakking (sacrocolpopexie)

Kijkoperatie met robot voor de behandeling van een verzakking (sacrocolpopexie)

U heeft samen met uw specialist besloten om uw verzakking te behandelen met een kijkoperatie: een sacrocolpopexie. Bij deze operatie wordt de vagina (schede) met een implantaat (een matje) vastgemaakt aan het heiligbeen (een deel van uw bekken). Zo komt de vagina weer op de goede plek te zitten.

Deze operatie is vooral geschikt als:

  • U al eens eerder voor een verzakking bent geopereerd.
  • De verzakking ernstig is.
  • Uw baarmoeder al is verwijderd en de top van de vagina (vaginatop) is verzakt.

Soms is ook de endeldarm verzakt (rectumprolaps) of is de buikholte verzakt (enterocele). Dan kan de chirurg de endeldarm ook vastmaken aan het heiligbeen. Dit heet een rectopexie. Als dit nodig is, wordt dit van tevoren met u besproken. De operatie wordt dan gedaan door de gynaecoloog en chirurg samen. De combinatie wordt ook wel een rectovaginopexie genoemd.

Hoe gaat de operatie?

De operatie gebeurt onder volledige verdoving (algehele narcose) met behulp van een operatierobot (Da Vinci). De robot helpt de specialist om heel precies en veilig te werken. U krijgt ongeveer vijf kleine sneetjes van 1 centimeter in uw buik. Hierdoor worden een kijkbuis (laparoscoop) en kleine instrumenten ingebracht. Ook wordt er koolzuurgas in uw buik geblazen, zodat de specialist goed zicht heeft.

Bij een verzakking van de vaginatop:

  • De gynaecoloog maakt de vagina los van de blaas en de endeldarm.
  • Het implantaat wordt aan de vaginatop en aan de voor- en achterkant van de vagina vastgemaakt.
  • De andere kant van het implantaat wordt met nietjes vastgemaakt aan het heiligbeen (sacrum).
  • Zo komt de vagina weer in de natuurlijke positie.

Als u nog een baarmoeder heeft:

  • Meestal wordt de baarmoeder tijdens de operatie verwijderd. Dit kan vaak via het sneetje boven de navel, maar soms moet boven het schaambeen een extra snee gemaakt worden om de baarmoeder uit de buik te verwijderen.
  • De baarmoedermond (cervix) blijft zitten, zodat er geen opening in de vagina ontstaat.
  • Het implantaat wordt aan de baarmoedermond en aan de voor- en achterkant van de vagina vastgemaakt.
  • De andere kant van het implantaat wordt met nietjes vastgemaakt aan het heiligbeen.
  • Zo komt de vagina weer in de natuurlijke positie.

Bij een darmverzakking (rectumprolaps of enterocele):

  • Soms wordt ook de endeldarm vastgemaakt aan het heiligbeen (rectopexie).
  • De chirurg hecht een extra implantaat over de endeldarm.
  • Zo komt de endeldarm weer in de natuurlijke positie, en wordt de ruimte tussen de vagina en endeldarm gesloten.
  • Als dit bij u gebeurt, zal dit van tevoren uitvoerig besproken worden. Meestal krijgt u dan voor de operatie ook een afspraak bij de chirurg.

Het implantaat

Het implantaat is een open geweven matje van kunststof (lichtgewicht polypropylene). Dit materiaal wordt al jaren gebruikt en lost niet op in het lichaam. Het helpt om de verzakking te behandelen als het eigen weefsel te zwak is en is soms nog maar de enige oplossing om de verzakking te verhelpen. In de media wordt bij tijd en wijle aandacht besteed aan het gebruik van bekkenbodem matjes. Het is goed te weten dat de sacrocolpopexie (en rectopexie), zoals beschreven in deze folder, een operatie is die al sinds de jaren zestig verricht wordt. Vroeger deden we de operatie via een open buikoperatie. Sinds 2011 doen we de operatie via een kijkoperatie en sinds 2016 met de robot.

Het gebruik van de robot

De operatie wordt gedaan met de Da Vinci-robot. De robot beweegt niet zelfstandig. De specialist bestuurt de robot vanaf een console en heeft zo een goed zicht op het operatiegebied. Het operatieteam staat klaar om te helpen. De robot zorgt voor een nauwkeurige en veilige operatie.

Eierstokken en eileiders verwijderen?

Het verwijderen van de eierstokken en eileiders wordt alleen aangeraden als u een verhoogd risico heeft op eierstokkanker (bijvoorbeeld als het vaak in de familie voorkomt) of als u ouder bent dan 60-65 jaar. Als u jonger bent is het meestal beter om de eierstokken te laten zitten. Het te vroeg verwijderen van eierstokken verhoogt de kans op o.a. botontkalking en dementie. Eileiders kunnen zonder problemen verwijderd worden, omdat ze alleen een rol spelen bij vruchtbaarheid.

Wat mag u van de operatie verwachten?

  • De verzakking wordt verholpen: de vagina (of darm) komt niet meer naar buiten.
  • Vaak worden ook andere klachten beter, zoals vaak plassen of moeite met poepen. Maar het effect op dit soort klachten is vaak wel wat meer onzeker. Niet alle klachten verdwijnen altijd volledig.

Rondom de operatie

Voor de operatie:

  • U krijgt instructies over medicijnen. Bloedverdunners moeten vaak van tevoren gestopt worden. Dit geldt niet voor acetylsalicylzuur (Ascal).
  • Als u moeite heeft met poepen is het goed om een paar dagen voor de operatie te starten met laxeren. Bijvoorbeeld met Macrogol.
  • Eet de dag voor de operatie ook licht verteerbaar voedsel en vermijd voedsel dat gasvorming geeft (zoals groente, fruit, peulvruchten en koolsoorten). Volle darmen kunnen bij de ingreep verveveld zijn.
  • U mag 6 uur voor de operatie niet meer eten. Lees goed de instructies door die u apart heeft gekregen.

De opname:

  • U wordt op de dag van de operatie opgenomen.
  • De operatie duurt ongeveer 3 tot 4 uur.
  • Na de operatie heeft u een blaaskatheter en vaak een tampon in de vagina. Deze worden meestal de volgende ochtend verwijderd.
  • U blijft meestal 1 nacht in het ziekenhuis.

Na de operatie:

  • U mag direct weer drinken en, als u niet misselijk bent, ook eten.
  • Het is belangrijk om rustig te bewegen om trombose en darmproblemen te voorkomen. U mag eventueel weer naast het bed gaan zitten.

Mogelijke complicaties

Tijdens de operatie:

  • De vagina, blaas, darm of een bloedvat kan beschadigd raken tijdens de operatie. Dit komt soms voor (1-3%) en is meestal direct te behandelen. In uitzonderlijke gevallen kan een tweede ingreep nodig zijn, bijvoorbeeld bij een nabloeding.
  • Bij een letsel van de blaas moet de blaaskatheter 5 tot 14 dagen blijven zitten om de blaas rust te geven. U kunt dan met de katheter naar huis.
  • Bij het zeldzame geval van een letsel van de darm is de kans groot dat we geen implantaat kunnen inbrengen.
  • Als de operatie te moeilijk is of bij een complicatie, kan het nodig zijn een snee in de buik te maken. Soms kan de operatie via de vagina voorgezet worden.

Direct na de operatie:

  • U kunt buikpijn of pijn bij de schouders hebben door het gas in de buik. Dit gaat meestal vanzelf over.
  • Bij een sneetje kan een bloeduitstorting of infectie ontstaan. Dit gaat meestal vanzelf weer goed.
  • In zeldzame gevallen kan een ernstige darmobstructie ontstaan waarvoor een operatie nodig is.

Op langere termijn:

  • Soms kunt u niet goed uitplassen. In dat geval zal de verpleging leren hoe je de blaas met een buisje (katheter) kan leegmaken. Meestal lukt het binnen een week weer om gewoon te plassen.
  • Blaasontstekingen komen vaak voor na een operatie. Dit kan vaak via de huisarts behandeld worden.
  • Soms ontstaat of verergert urineverlies. Bij 1 op de 10 vrouwen (10%) is hiervoor later een nieuwe operatie nodig (incontinentiebandje).
  • Verstopping (obstipatie) en een opgeblazen gevoel kunnen voorkomen.
  • Gemeenschap gaat meestal beter na de operatie, maar soms ontstaat pijn bij gemeenschap.
  • Bij de sneetjes in de buik kan een littekenbreuk ontstaan.
  • Er is een kleine kans (ongeveer 10%) dat de verzakking terugkomt.

Complicaties door het implantaat:

  • Een klein deel van het implantaat kan in de vagina zichtbaar of voelbaar worden. Vaak pas vele jaren na de operatie. Dit is meestal goed te behandelen met een hormooncrème of een kleine ingreep.
  • Bij een rectopexie kan dit ook bij de darm gebeuren, maar dit is gelukkig heel erg zeldzaam.
  • In heel uitzonderlijke gevallen kan er een infectie of langdurige (chronische) pijn ontstaan. Als dat gebeurt, moet soms het implantaat verwijderd worden.

Aanvullende informatie over de operatie

Op de volgende websites vindt u goede en betrouwbare informatie:

Specifiek over de rectopexie bij een darmverzakking:

MDL fonds: www.mdlfonds.nl/behandelingen/rectopexie 

Kwaliteitsregistratie

Informatie over operaties met een implantaat voor een vaginale verzakking en urineverlies worden geregistreerd in een kwaliteitsregistratie (voorheen de NGR, nu de Stichting Kwaliteitsregistratie O&G). Uw gegevens worden op een veilige en anonieme wijze verwerkt voor zorgevaluatie. Deze registratie helpt bij het verbeteren van de zorg.

Voor meer informatie over kwaliteitsregistraties kunt u kijken op bijvoorbeeld:

Tevredenheid

Wij gaan ervan uit dat de behandeling naar tevredenheid verloopt. Mocht dit niet het geval zijn, bespreekt u dit dan met degene die hiervoor direct verantwoordelijk is. U kunt in ook een afspraak maken met het hoofd van de afdeling of met de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis. Meer informatie hierover vindt u op onze website of in de folder Uw tevredenheid onze zorg.

Tot slot

Heeft u naar aanleiding van deze folder nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Gynaecologie, tel. (050) 524 6920.

Versie: V1 20190035 Kijkoperatie met robot voor de behandeling van een verzakking 2026-01

Specialisme: Gynaecologie