Perifeer infuus
Wat is het?
Dit is een plastic naaldje, dat meestal in een ader op de onderarm wordt ingebracht.
Waarvoor dient het?
Via een infuus kan medicatie of vocht worden toegediend. Ook als een patiënt een centrale lijn (zie verderop in deze folder) heeft kan het nodig zijn om daarnaast een perifeer infuus in te brengen, bijvoorbeeld omdat een patiënt veel medicatie nodig heeft, die niet tegelijkertijd via hetzelfde infuus kan worden toegediend.
Wat zijn de risico’s?
Het inbrengen van een perifeer infuus levert geen ernstige complicaties op. Het bloedvat waarin het infuus is geplaatst kan na verloop van tijd ontsteken, wat reden is om het infuus te verwijderen. Verder kan een infuus, ook als het in eerste instantie goed in de ader zit, op een later moment gaan lekken, waarbij de toegediende vloeistoffen en medicatie ook onderhuids terecht kunnen komen. Het infuus wordt dan verwijderd.
Arterielijn
Wat is het?
Dit is een plastic naaldje dat in een slagader wordt ingebracht. Een arterielijn kan op verschillende plaatsen worden ingebracht, waarbij de binnenkant van de pols (waar men ook de hartslag kan voelen) het vaakst wordt gekozen. Andere mogelijkheden zijn de slagaders in de elleboogsplooien en in de liezen.
Waarvoor dient het?
Een arterielijn heeft twee belangrijke functies. Ten eerste kan de bloeddruk continu worden gemeten en hiermee kan het effect van bepaalde medicijnen op de bloeddruk goed in de gaten worden gehouden en zo nodig bijgestuurd. We worden snel gewaarschuwd als de bloeddruk gevaarlijk daalt of stijgt.
Ten tweede kan er via de arterielijn makkelijk bloed afgenomen worden. Bij patiënten op de Intensive Care wordt vaak een kleine hoeveelheid bloed afgenomen om waarden (bijvoorbeeld het glucose- of het kaliumgehalte) te bepalen. Zonder arterielijn zou een patiënt hier vaak voor moeten worden geprikt.
Wat zijn de risico’s?
Complicaties van arterielijnen zijn gelukkig heel zeldzaam en als ze optreden zijn ze goed te behandelen. Mogelijke complicaties zijn infectie, een bloeding of een bloeduitstorting en heel zelden een doorbloedingsstoornis van lichaamsdelen waar de slagader naar toegaat.
Zenuwbeschadiging kan ontstaan omdat de zenuwen in het lichaam vaak dicht bij de slagaders lopen.
Door het aanprikken van de slagader kan een uitstulping van de slagader met een verzwakte wand ontstaan (pseudo-aneursysma). De voordelen van een arterielijn wegen vrijwel altijd op tegen de eventuele nadelen. Bij beademde patiënten of bij patiënten die met vasoactieve medicatie (zie verderop in de folder) worden behandeld, is een arterielijn noodzakelijk.
Blaaskatheter
Wat is het?
Een slang die via de plasbuis in de blaas wordt gebracht.
Waarvoor dient het?
Met een blaaskatheter wordt urine vanuit de blaas afgevoerd. Voor een deel is dit om praktische redenen: patiënten kunnen op onze afdeling niet naar een toilet, omdat ze aan de monitor verbonden zijn en infusen hebben. Bovendien kunnen niet alle patiënten aangeven wanneer ze moeten plassen. Daarnaast is het belangrijk om bij te houden hoeveel de patiënt per uur plast. Dit zegt iets over de doorbloeding van belangrijke organen (in dit geval de nieren).
Wat zijn de risico’s?
Een blaaskatheter wordt via de plasbuis ingebracht; doorgaans gaat dit gemakkelijk en zonder problemen. Bij mannen met een vergrote prostaat kan het inbrengen soms lastig zijn. Bij het inbrengen van de blaaskatheter kan er een bloeding ontstaan. Op langere termijn kunnen vernauwingen van de plasbuis ontstaan, zeker als een patiënt langdurig een blaaskatheter nodig heeft.
Maagsonde
Wat is het?
Een maagsonde is een slang die meestal via de neus of soms via de mond door de slokdarm in de maag wordt ingebracht.
Waarvoor dient het?
Via de maagsonde kunnen we de patiënt een speciale vorm van eten geven, namelijk sondevoeding. Dit is vooral belangrijk voor patiënten aan de beademing die vanwege het beademingsbuisje (tube) niet normaal kunnen eten en drinken. Maar ook niet-beademde patiënten worden vaak via een maagsonde gevoed, bijvoorbeeld bij slikproblemen of bij ernstige zwakte. Naast voeding kan ook medicatie via de sonde worden toegediend. Een andere reden om een sonde in de maag in te brengen kan zijn om maag- en darmsappen af te voeren als de darmen niet goed werken.
Wat zijn de risico’s?
Het inbrengen van een maagsonde is een vrij eenvoudige handeling. Omdat de slang via de neus wordt ingebracht, kan er een bloedneus ontstaan. Een ander risico is dat de sonde per ongeluk in het verkeerde keelgat (de luchtpijp) terechtkomt. Voordat er voeding wordt gestart, wordt altijd gecontroleerd of de sonde op de juiste plaats ligt middels röntgenonderzoek. Omdat het voor alle patiënten, maar in het bijzonder voor ernstig zieke patiënten belangrijk is dat ze goed gevoed worden, is een maagsonde meestal noodzakelijk.
Centrale lijn
Wat is het?
Dit is een infuus in een grote ader met meerdere aansluitingen en een meervoudige functie. Het inbrengen van een centrale lijn gebeurt door een arts onder steriele omstandigheden. De aders waarin een centrale lijn kan worden ingebracht, bevinden zich in de hals (vena jugularis), onder het sleutelbeen (vena subclavia) of in de lies (vena femoralis). Voor het aanprikken van de ader wordt het bloedvat met behulp van een echoapparaat in beeld gebracht.
Waarvoor dient het?
De belangrijkste reden om een centrale lijn in te brengen, is het toedienen van bepaalde medicijnen die niet via een gewoon perifeer infuus kunnen worden toegediend. Ook als patiënten niet via het maagdarmstelsel kunnen worden gevoed, is een centrale lijn nodig om via die weg speciale voeding te kunnen toedienen.
Behalve toediening van medicatie of voeding kunnen ook functies van het hart worden gemeten. Dit geeft ons informatie waarmee de behandeling aangepast kan worden.
Wat zijn de risico’s?
Complicaties bij het inbrengen van een centrale lijn zijn gelukkig zeldzaam. De belangrijkste zijn een bloeding, een klaplong (bij het inbrengen) en een infectie (als de centrale lijn al een tijd gebruikt wordt). We bekijken iedere dag of een centrale lijn nog wel nodig is. Zodra het verantwoord is, wordt de lijn verwijderd.
Een bloeding kan eventueel ontstaan doordat niet de ader, maar de slagader wordt aangeprikt. Op bovengenoemde plekken lopen de grote aders vlakbij grote slagaders. Door het gebruik van het echoapparaat zijn ader en slagader goed van elkaar te onderscheiden.
Bij het inbrengen van een centrale lijn onder het sleutelbeen (vena subclavia) bestaat het risico dat de punt van de naald de long raakt, wat kan leiden tot een klaplong (pneumothorax). Bij een ernstige klaplong moet een thoraxdrain (zie verderop in de folder) in de borstholte worden ingebracht.
Toediening van antibiotica
Wat is het?
Het toedienen van medicijnen gericht op het bestrijden van ziekmakende bacteriën.
Waarvoor dient het?
Infecties vormen een belangrijk probleem op de Intensive Care. Veel patiënten worden opgenomen met een infectie, bijvoorbeeld een ernstige longontsteking of een gecompliceerde urineweginfectie. Ook als een patiënt niet met een infectie wordt opgenomen kan het zijn dat er later een infectie optreedt, zoals een infectie van een centrale lijn.
Het is bekend dat patiënten ziek kunnen worden van bacteriën die ze zelf bij zich dragen in hun mond/keelholte, luchtwegen en darmen. Dit zijn bacteriën waar men in normale omstandigheden niet ziek van wordt. Daarom worden alle patiënten van wie verwacht wordt dat ze langer dan enkele dagen op de Intensive Care moeten verblijven preventief behandeld met antibiotica. Dit noemen we ook wel Selectieve Darm Decontaminatie (SDD). Hiermee worden vooral de ziekmakende bacteriën in de mond, keel en darm aangepakt. Als het niet bekend is door welke bacterie de patiënt ziek is maar het is wel duidelijk dat de patiënt een ernstige infectie (sepsis) heeft, dan wordt er vaak gestart met breedspectrum antibiotica (antibiotica die effectief zijn bij veel verschillende bacteriën).
Wat zijn de risico’s?
Het voornaamste risico bij toediening van antibiotica is het optreden van een allergische reactie. Dit wordt ook wel een overgevoeligheidsreactie genoemd. Vaak krijgt een patiënt met een overgevoeligheidsreactie galbulten en/of een rode huiduitslag. Ook kan een lage bloeddruk voorkomen. In ernstiger gevallen treedt er zwelling van de tong, lippen en slijmvliezen in de mond op.
Als de patiënt niet beademd is via een tube (zie verderop in de folder) kan dit leiden tot benauwdheid. Er wordt altijd voor toedienen van antibiotica geïnformeerd naar allergie voor antibiotica in de voorgeschiedenis.
Toediening van vasoactieve medicijnen
Wat is het?
Het toedienen van sterk werkende medicijnen om de bloeddruk en/of de hart- functie van de patiënt te verbeteren.
Waarvoor dient het?
Ernstig zieke patiënten hebben vaak stoornissen in hun bloedsomloop. Hierbij kunnen de bloeddruk en de hartslag heel hoog of juist heel laag zijn, of kan het hart niet genoeg bloed en zuurstof rondpompen. Om de hartslag en bloeddruk weer stabiel te krijgen zijn vaak krachtige medicijnen noodzakelijk, die via een centrale lijn continu worden toegediend. Deze medicatie wordt ook wel vasoactieve medicatie genoemd. Patiënten, die met deze medicijnen worden behandeld, hebben altijd een arterielijn nodig om de bloeddruk nauwkeurig te kunnen vervolgen en een centrale lijn om de medicatie toe te dienen.
Wat zijn de risico’s?
Aan het toedienen van vasoactieve stoffen zijn niet veel risico’s verbonden. Het kan gebeuren dat door een technische storing of een mechanisch probleem (de centrale lijn doet het ineens niet meer) het toedienen onderbroken wordt, hierbij kan in korte tijd een gevaarlijk lage bloeddruk ontstaan. Allergische reacties zijn extreem zeldzaam. Bij het toedienen van medicijnen om de hartfunctie te verbeteren kan zuurstofgebrek in het hart ontstaan.
Toediening van bloedproducten (bloedtransfusie)
Wat is het?
Met een bloedtransfusie bedoelen we toediening van bloed of bloedproducten.
Waarvoor dient het?
De bekendste bloedproducten zijn rode bloedcellen (erytrocyten), die nodig zijn voor het zuurstoftransport en plasma, dat vooral (stollings-) eiwitten bevat. Ook worden regelmatig bloedplaatjes (trombocyten) toegediend, die eveneens een functie hebben bij het stollen van bloed.
Wat zijn de risico’s?
Met het toedienen van bloed of bloedproducten van een donor bestaat de kans op een zogenaamde transfusiereactie, waarbij het lichaam reageert op lichaamsvreemde eiwitten. Daarom is het belangrijk patiënten van tevoren te testen op hun bloedgroep en eventuele antistoffen. Toch kan er ondanks uitgebreide testen bij iedereen die een transfusie krijgt een reactie optreden die kan variëren van mild tot zeer ernstig. Natuurlijk dienen wij geen bloedproducten toe aan patiënten die duidelijk (met een schriftelijke wilsverklaring) aangegeven hebben dat zij dat vanwege hun geloofsovertuiging of om een andere reden niet willen.
Toediening van andere medicatie
Wat is het?
Naast vasoactieve medicatie en antibiotica krijgen patiënten op de Intensive Care verschillende andere medicijnen.
Waarvoor dient het?
Veel gebruikte medicatie op onze afdeling zijn pijnstillers, slaapmiddelen, anti-trombose middelen en bloeddruk-regulerende middelen. Bijna alle beademde patiënten krijgen inhalatiemedicatie (vernevelingen) en veel patiënten die kunstmatig worden gevoed (sondevoeding via de maag of voeding via het bloedvat) hebben insuline nodig om de bloedsuiker op het gewenste niveau te houden.
Wat zijn de risico’s?
Het is belangrijk dat we op de hoogte zijn van eventuele allergieën of overgevoeligheidsreacties. Behalve voor medicijnen willen we ook graag weten of patiënten overgevoelig zijn voor andere zaken zoals voedingsstoffen, pleisters of röntgencontrastmiddelen.
Anesthesie en sedatie
Wat is het?
Anesthesie (of narcose) is een kunstmatig opgewekte bewusteloosheid, die snel intreedt na toediening van medicijnen via een infuus. Mensen onder narcose maken niets mee van wat er met henzelf of in de wereld om hen heen gebeurt. Sedatie is een kunstmatige slaap, die minder diep is dan anesthesie (narcose) en kan variëren tussen lichte sedatie en diepe sedatie. Bij lichte sedatie krijgt de patiënt slaapmedicatie toegediend, maar is nog te wekken met behulp van geluid of een lichte aanraking. Bij diepe sedatie is een sterkere prikkel nodig om een reactie op te wekken.
Waarvoor dient het?
Voor sommige handelingen of behandelingen op de Intensive Care is het nodig om een patiënt onder narcose (anesthesie) te brengen, bijvoorbeeld voor een intubatie (zie verderop in de folder).
De reden om patiënten te sederen loopt uiteen van bestrijding van ongemak of angst bij de patiënt tot het effectiever kunnen beademen van patiënten met ernstig zieke longen.
Wat zijn de risico’s?
Omdat heel zieke patiënten nog maar een beperkte reserve hebben, kan het toedienen van slaapmedicatie leiden tot een lage bloeddruk. Deze lage bloeddruk is de belangrijkste bijwerking van anesthesie (narcose) en hierop zijn wij altijd voorbereid. De belangrijkste nadelen van diepe sedatie zijn het vaker voorkomen van een delier (zie verderop in de folder), een langere opnameduur op de IC, minder goed kunnen ophoesten met hogere kans op een (nieuwe) longontsteking.
Hoewel we begrijpen dat een behandeling op de IC voor een patiënt zeer belastend kan zijn, weten we ook dat een te lange of te diepe sedatie schadelijk kan zijn. We proberen patiënten dan ook zo min mogelijk te sederen. We maken voor iedere patiënt, steeds een gebalanceerde afweging.
Intubatie
Wat is het?
Intuberen is het inbrengen van een beademingsbuis. Zo’n beademingsbuis wordt ook wel een ‘tube’ genoemd (Engels voor buisje, spreek uit “tjoeb”).
Waarvoor dient het?
Een tube is nodig om een patiënt invasief te kunnen beademen en wordt over het algemeen via de mond ingebracht in de luchtpijp. Aan het eind van de tube zit een ballonnetje dat wordt opgeblazen, zodat er geen lekkage is van de lucht die de beademingsmachine in de longen blaast. De tube bevindt zich tussen de stembanden en daardoor kan een patiënt met een tube niet praten. Om een beademingsbuisje in te kunnen brengen is het noodzakelijk dat de patiënt onder narcose (zie Anesthesie) wordt gebracht, tenzij er al een sterk gedaald bewustzijn (coma) bestaat.
Wat zijn de risico’s?
Het inbrengen van een tube is niet zonder risico’s, maar noodzakelijk als een patiënt moet worden beademd. De belangrijkste risico’s zijn schade aan de keel, stembanden en luchtpijp, en schade aan tanden.
Daarnaast bestaat het risico op verslikken, waarbij maaginhoud in de longen terechtkomt. Dit wordt ook wel aspiratie genoemd en is de reden waarom patiënten die geïntubeerd worden bij een geplande operatie, nuchter moeten zijn.
Als er grote hoeveelheden maaginhoud in de longen terechtkomt, kan dit de ademhaling zo verslechteren dat de patiënt hieraan overlijdt. Ook als de intubatie niet lukt (bijv. de ingang van de luchtpijp is niet zichtbaar) en de patiënt daardoor niet beademd kan worden, kan dit leiden tot zuurstofgebrek en zelfs overlijden.
Ernstige complicaties van intubatie zijn gelukkig zeldzaam. Elke intubatie wordt (ook bij spoed) zorgvuldig voorbereid en de uitvoering is in handen van goed getrainde en ervaren artsen.
Beademing
Wat is het?
Met de term ‘beademing’ wordt bedoeld dat de patiënt wordt aangesloten op een apparaat (het beademingsapparaat) dat de ademhaling ondersteunt of zelfs helemaal overneemt. Er zijn twee vormen: non-invasieve beademing via een gezichtsmasker en invasieve beademing via een buisje (tube) in de keel. Bij non-invasieve beademing (NIV- of maskerbeademing) krijgt de patiënt een masker opgezet. Hier wordt door de beademingsmachine lucht in geblazen dat via de neus en mond in de longen van de patiënt terecht komt. Om dit goed te laten werken zit het masker strak op het gezicht.
Bij invasieve beademing krijgt de patiënt een buisje in de keel geplaatst, dat via de mond langs de stembanden in de luchtpijp wordt gebracht. Hierdoor blaast de beademingsmachine lucht naar binnen.
Waarvoor dient het?
De belangrijkste functie van de ademhaling is het opnemen van zuurstof en het uitademen van koolzuurgas. Zuurstof is nodig voor het verbranden van voedingsstoffen zodat onze cellen energie hebben, en koolzuurgas ontstaat bij die verbranding. Patiënten op de Intensive Care moeten vaak worden geholpen met de ademhaling.
Dit komt bijvoorbeeld door een longontsteking. Sommige van onze patiënten hebben een vorm van chronische longziekte (bijv. COPD). Zij krijgen makkelijk een longontsteking. Ook mensen waarbij het hart ineens niet meer goed functioneert (hartfalen genoemd) kunnen benauwd zijn. Als een patiënt een ernstige infectie heeft met een lage bloeddruk (shock) wordt ook vaak gekozen om te beademen, omdat dit de patiënt veel energie spaart.
Tot slot is er een groep patiënten die een operatie ondergaan. Tijdens de operatie worden ze diep in slaap gemaakt, zo diep dat ze van zichzelf niet meer ademen. Daarom krijgen ze een buisje in de keel (intuberen) en worden ze beademd. Vaak worden patiënten na zo’n operatie al wakker gemaakt op de operatiekamer zelf, of op de verkoeverafdeling. Bij grote operaties kiezen we ervoor om patiënten op een later tijdstip wakker te laten worden, als het veilig is. Deze patiënten komen bij ons op de IC nog met een beademingsmachine aan. Zodra het kan, laten wij ze wakker worden en kunnen ze vaak snel van de beademingsmachine af.
Wat zijn de risico’s?
De wijze waarop een beademingsmachine de longen van een patiënt beademt, is heel anders dan hoe wij normaal ademhalen. Hierdoor kan schade aan de longen ontstaan. Door deze schade kunnen de longen stug worden, waardoor het beademen steeds lastiger wordt. Ook kan door de beademing een klaplong (pneumothorax) ontstaan. Verder kan er een nieuwe longontsteking (pneumonie) ontstaan.
Bij niet-invasieve beademing (masker-beademing) kunnen drukplekken in het gezicht ontstaan door het strakke masker. Ook kunnen mensen zich makkelijk verslikken waarbij er maaginhoud in de luchtwegen/de longen komt. Dit wordt aspireren genoemd.
Bij beademde patiënten met ernstig zieke longen kan het in uitzonderlijke gevallen nodig zijn om ook periodes op de buik te liggen. Het doel hiervan is de zuurstofopname door de longen te verbeteren. Tijdens buikligging worden patiënten doorgaans wat dieper in slaap gebracht en bij het terugdraaien naar rugligging valt op dat het gezicht gezwollen kan zijn.
Wanneer de toestand van de patiënt verbetert, moet hij of zij weer zelfstandig gaan ademen. De ademondersteuning van de machine wordt steeds verder teruggebracht. Dit proces noemen we ‘ontwennen van de beademing’. Hoe lang dit proces duurt, verschilt per patiënt. Hoe langer de beademingsperiode, hoe langer het ontwentraject duurt. Als de patiënt weer volledig zelfstandig ademt, wordt de beademingsbuis verwijderd. De patiënt kan daarna wat hees zijn, dit komt door irritatie van de stembanden door de beademingsbuis en geneest meestal binnen een paar dagen, in uitzonderlijke gevallen houdt dit langer aan.
Bloedafname voor onderzoek
Wat is het?
Het afnemen van bloed via een arterielijn of via een prik (punctie).
Waarvoor dient het?
Om de behandeling op de IC goed te kunnen sturen is frequent bloedonderzoek nodig. Bij beademde patiënten willen we regelmatig controleren wat het zuurstof- en koolzuurgehalte in het bloed is. Als we insuline aan patiënten geven, moeten we geregeld het bloedsuikergehalte bepalen.
Wat zijn de risico’s?
Het complicatierisico is extreem laag. Bij frequente bloedafnames via de arterielijn is er een kleine toename van de kans op een infectie van de arterielijn. Bij bloedafname via een prik kan er een bloeding of een bloeduitstorting ontstaan.
Vervoer voor onderzoek en behandeling
Wat is het?
Het verplaatsen van een patiënt buiten de IC-afdeling voor noodzakelijk onderzoek of behandeling.
Waarvoor dient het?
Niet alle noodzakelijke onderzoeken en behandelingen kunnen op de IC-afdeling zelf plaatsvinden. Soms moet een patiënt daarom naar een andere afdeling gebracht worden. Voor een CT scan moet de patiënt bijvoorbeeld naar de röntgenafdeling .
Vanzelfsprekend moet de ondersteunende behandeling die een patiënt krijgt zoveel mogelijk doorgaan tijdens het vervoer. Dit geldt o.a. voor de beademing en toediening van vasoactieve medicatie.
Er zijn echter ook onderdelen van de behandeling die tijdelijk moeten worden onderbroken, zoals niervervangende therapie. Voor vervoer van beademde patiënten is een speciale vervoersmodule gebouwd waarop o.a. een monitor, een beademingsapparaat en infuuspompen staan.
Wat zijn de risico’s?
De belangrijkste risico’s zijn met name het uitvallen van een centrale lijn en het uitvallen van de beademingsbuis, of mechanische problemen met de apparaten die de patiënt ondersteunen (infuuspompen, beademingsmachine). Door het treffen van allerlei voorzorgsmaatregelen worden de risico’s zo veel mogelijk beperkt. Tijdens het vervoer van een IC-patiënt buiten de IC is er naast een verpleegkundige altijd een arts bij de patiënt aanwezig.
Overige diagnostiek
Wat is het?
Het maken van röntgenfoto’s van hart en longen, het maken van echografieën (geluidsonderzoek) van het hart, de longen en de buikorganen, het maken van een hartfilmpje (electrocardiogram of ECG), het maken van scans met behulp van röntgenstralen (CT-scan) of het maken van scans met behulp van magneten (MRI-scan).
Waarvoor dient het?
Deze onderzoeken vinden deels routinematig plaats (denk aan het maken van een röntgenfoto van hart en longen na het plaatsen van een beademingsbuisje, om te zien of het buisje niet te diep ligt), en deels om diagnostiek te doen. Hiermee wordt bedoelt dat we met deze onderzoeken proberen uit te vinden wat de patiënt mankeert.
Wat zijn de risico’s?
Als de patiënt voor het onderzoek naar een andere afdeling moet (bijvoorbeeld een CT-scan), dan gelden de risico’s zoals elders beschreven bij het kopje ‘Vervoer voor onderzoek en behandeling’. Wat betreft de overige onderzoek, hiervan zijn de risico’s minimaal. Het maken van een röntgenfoto stelt de patiënt bloot aan potentieel schadelijke straling. Echter de hoeveelheid straling die voor een individuele foto nodig is, is zo weinig, dat hier in de praktijk geen risico aan verbonden is. Aan het maken van een hartfilmpje of een echografie zijn geen risico’s verbonden.