Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Immunotherapie bij allergie

Immunotherapie bij allergie

Inleiding

Heeft uw kind veel last van luchtwegallergie? Zoals huisstofmijtallergie of hooikoorts in combinatie met astma? Als medicatie onvoldoende helpt kan een behandeling met immunotherapie een optie zijn. Deze behandeling maakt minder gevoelig voor de stof waar uw kind allergisch voor is. De hele behandeling duurt 3 tot 5 jaar. Op deze pagina leest u over een behandeling met immunotherapie. 

Wat is Immunotherapie?

Immunotherapie kan worden gebruikt bij patiënten vanaf 5 jaar met een allergie voor pollen, huisstofmijt en in bepaalde gevallen met een allergie voor katten. De behandeling kan ook goed werken bij een ernstige allergische reactie na een insectensteek van een wesp of bij.

Immunotherapie wordt ook wel desensibilisatie of hyposensibilisatie genoemd. Met deze behandeling wordt het lichaam minder gevoelig gemaakt voor stoffen waar een allergie voor is. Bij hooikoorts zijn dat bijvoorbeeld boom- en/of graspollen. De behandeling duurt meerdere jaren om het beste resultaat te bereiken. Uw kind moet daarom echt gemotiveerd zijn voor deze behandeling.

Soorten immunotherapie

Er zijn 2 vormen van immunotherapie: subcutaan (injecties onder de huid) en sublinguaal (tabletten). De verschillen staan in onderstaande tabel.

 

Subcutaan (injecties)

Sublinguaal (tabletten)

Beschikbare allergenen

Huisstofmijt

Boompollen (berk)

Graspollen

Insecten (wesp en bij)

Kat (in bepaalde gevallen)

Huisstofmijt (acarizax®)

Boompollen (itulazax®)

Graspollen (grazax®)

Aantal allergenen tegelijk behandelen

Maximaal 3

Maximaal 2

Toediening

Instelfase: wekelijks

Onderhoudsfase: maandelijks

 

Hele behandeling onder medisch toezicht.

Dagelijks 1 tablet per allergeen

 

De eerste inname onder medisch toezicht

Bijwerkingen (in het kort)

Meest voorkomend:

Vermoeidheid, lokale zwelling en jeuk

 

Minder vaak:

Loopneus, traanogen, galbulten of een heftige allergische reactie (anafylaxie). Dit laatste is heel zeldzaam.

 

De bijwerkingen kunnen tijdens de hele behandeling voorkomen.

Meest voorkomend:

Jeuk in mond of keel

 

 

Minder vaak:

Zwelling mond of keel,

niezen, buikpijn of overgeven.

 

 

 

De bijwerkingen nemen vaak in de eerste weken af.

Andere opmerkingen

Tijdsinvestering:

-     Instelfase wekelijks 1,5 uur per afspraak

-     Onderhoudsfase maandelijks 1 uur per afspraak

Eigen verantwoordelijkheid m.b.t de inname van de tabletten.

 

Bij vaak wondjes in de mond, is deze behandeling minder geschikt (bv. tanden wisselen)

De behandeling begint op een moment dat uw kind weinig of geen last heeft van de allergie. Dat is voor:

  • Boompollen: zomer/najaar.
  • Graspollen: voorjaar/najaar.
  • Huisstofmijt: kan het hele jaar door.

Het resultaat

Beide behandelingen werken even goed. Uw kind merkt vaak in het eerste seizoen, na het starten van de immunotherapie, al dat hij/zij minder klachten heeft. In het tweede en derde jaar wordt vaak een nog verdere verbetering gezien.

Het effect van de behandeling verschilt per kind. Sommige kinderen hebben minder klachten bij hetzelfde gebruik van medicijnen. Anderen hebben helemaal geen klachten meer en hoeven ook geen medicijnen meer te gebruiken. Helaas kan het ook zo zijn dat immunotherapie heel weinig effect heeft. We kunnen vooraf niet precies inschatten wat het uiteindelijke effect van de behandeling is.

Keuze maken

U bespreekt samen met uw behandelaar welke behandeling het beste bij uw kind past. Hieronder leest u meer over beide vormen.

De behandeling met injecties

De injectiekuur bestaat uit 2 fasen: de instelfase en de onderhoudsfase.

Instelfase

In de instelfase komt uw kind wekelijks voor onderhuidse injecties. Iedere keer wordt de dosis van het allergeen verhoogd. Uw kind krijgt per allergeen 2 injecties. Komt uw kind voor 2 allergenen, dan zijn het 4 injecties en bij 3 allergenen zijn het er 6.

De instelfase duurt meestal 6 tot 8 weken. Het kan langer duren (maximaal 15 weken). Dit is afhankelijk van hoe het gaat. Na de instelfase gaat de behandeling over in de onderhoudsfase. Na de instelfase is er een controle afspraak met de behandelaar.

Onderhoudsfase

In de onderhoudsfase komt uw kind nog 1 keer per maand. Uw kind krijgt dan per allergeen 1 injectie. Deze fase duurt 3 tot 5 jaar. In overleg met de kinderarts kan gekeken worden of de onderhoudsbehandeling kan worden voortgezet bij de huisarts of ziekenhuis in de regio. De verpleegkundige die de instelfase begeleidt, bespreekt dit ook weer met u.

De behandeling

Zoals gezegd, krijg je per allergeen twee injecties. Tussen beide momenten zit een half uur tijd. Na de laatste injectie(s) blijf je nog een half uur ter controle. De afspraak duurt in totaal ongeveer anderhalf uur (zie onderstaand schema). De afspraak is altijd in de middag tussen ongeveer 13:00 en 15:00 uur op woensdag, donderdag of vrijdag. Omdat de injecties klachten kunnen geven, is het advies niet alleen te komen. Dus neem een ouder/verzorger mee.

Voorbereiding

  1. Uw kind neemt minimaal 1 uur voor de injecties altijd een antihistaminicum (bv. levocetirizine/desloratadine/rupatadine/fexofenadine). Dit helpt om bijwerkingen te voorkomen. Als uw kind bekend is met astma, neem dan ook de salbutamol puf mee naar de afspraak.
  2.  Er wordt gevraagd of uw kind:
  • Ziek is (geweest)
  • Een vaccinatie tegen bijvoorbeeld de griep heeft gehad.
  • Bijwerkingen heeft gehad van de vorige injectie(s).
  • Last heeft van de allergieën (bv. neus- en oogklachten tijdens het pollenseizoen).
  • Last heeft van de astma (benauwdheid, hoesten, piepende ademhaling).
  • Medicatie gebruikt en zo ja welke.

Bij ziekte en/of koorts moet de prik minstens 1 week worden uitgesteld. Een week voor en na een vaccinatie mag geen injectie worden gegeven. Plan het daarom goed in of overleg met de arts of verpleegkundige.

Ook kan het zo zijn dat de verpleegkundige de dosis aanpast op basis van de bijwerkingen van de vorige keer of de huidige klachten van de neus, ogen of longen.

Injectiemoment

De verpleegkundige legt rustig uit wat uw kind te wachten staat. In het geval van spanning, kan uw kind dit aangeven. Er zal dan in overleg naar een passende oplossing worden gezocht. De injecties worden in de bovenarmen of bovenbenen gezet. Het duurt in totaal enkele seconden per injectie.

Wachtmoment

Na de injectie(s) neemt uw kind plaats in de ruimte naast de verpleegkundigen. Omdat uw kind een stofje binnenkrijgt hij of zij  allergisch voor is, kunnen er bijwerkingen optreden. Bijwerkingen worden ingedeeld in lokaal en systemisch. In onderstaande tabel wordt het verschil uitgelegd. Als uw kind bijwerkingen heeft, is het belangrijk om dit direct aan te geven. Dit geldt vooral voor systemische bijwerkingen. Die treden vrijwel altijd op binnen 30 minuten na de injectie.

Lokale bijwerkingen (op prikplaats)

Systemische bijwerkingen

Zwelling

Roodheid

Jeuk

 

Dit ontstaat meestal direct na de injectie, soms ook pas na een paar uren.

 

Vlak na de injectie (binnen 30 min):

  • Huid: jeuk, galbulten of roodheid
  • Neus: jeuk, loopneus, niezen
  • Ogen: jeuk, zwelling of tranen
  • Keel: dik gevoel, moeite met slikken
  • Maag: misselijkheid, overgeven, buikpijn
  • Longen: benauwdheid, hoesten
  • Verder: duizelig, niet lekker voelen, flauw vallen

Later:

  • Vermoeidheid
  • Toename van eczeem

Planning van de injecties

Soms lukt het niet om precies 4 weken tussen de injecties te plannen. Door ziekte, een vaccinatie, vakantie of een andere belangrijke afspraak, moet de afspraak worden verplaatst. Doe dit altijd in overleg met de verpleegkundige. Het is goed te weten dat er maximaal 6 weken tussen beide afspraken mag zitten. Als er langer tussen zit, dan moet uw kind terug naar (een deel van) de instelfase. 

Na de behandeling

  • Veel mensen voelen zich moe in de uren/dagen na de behandeling. Om te voorkomen dat de klachten erger worden, wordt zware lichamelijke inspanning in de eerste uren na de prik afgeraden. Denk bijvoorbeeld aan sport en het bezoeken van een sauna.
  • Als uw kind veel last heeft van lokale bijwerkingen, dan helpt het om de plek te koelen of een pijnstiller te nemen. Ook kan er een ontstekingsremmende zalf op de plek gesmeerd worden.
  • Het is belangrijk om van de plek een foto te maken en de plek op te meten. Deze informatie is nodig bij de volgende afspraak.
  • Als uw kind bekend is met astma en het thuis benauwd heeft, mag het een pufje nemen. Verder mag uw kind bij andere bijwerkingen in de dagen na de injectie(s) extra antihistamine nemen.
  • In het geval van problemen mag u altijd contact opnemen met het ziekenhuis. U krijgt contactinformatie mee.

De behandeling met tabletten

Deze informatie is een samenvatting van de folders van de fabrikant (ALK). U krijgt deze folders als u start met de behandeling.

Starten met de behandeling

In principe kan uw kind het hele jaar door starten met de tabletten. Soms wordt aangeraden om niet tijdens het pollenseizoen te starten, bijvoorbeeld als uw kind al veel klachten heeft.

Het eerste tablet neemt uw kind onder medisch toezicht. Uw kind blijft na inname 30 minuten in de ruimte naast de verpleegkundigen. Als er bijwerkingen optreden, gebeurt dit vrijwel altijd binnen deze 30 minuten. Belangrijk is om zelf de tabletten op te halen bij de apotheek en deze mee te nemen naar de afspraak.

Inname van de tablet(ten)

Zoals gezegd neemt uw kind iedere dag per allergeen 1 tablet. Kies een vast moment op de dag. Bij 2 allergenen neemt uw kind een tablet bij voorkeur in de ochtend, de andere in de avond. Als beide tabletten goed worden verdragen, mogen ze ook op hetzelfde dagdeel worden genomen. Let op! Dan wel met minimaal 5 minuten tussen beide tabletten.

Ook als uw kind geen klachten meer heeft, stopt of onderbreekt uw kind de behandeling niet. Een tablet vergeten? Neem het dan later op de dag in. Neem nooit een dubbele dosis om een vergeten tablet te compenseren. Ga altijd door met 1 tablet per allergeen per dag.

Praktische stappen:

  1. Haal het tablet met droge handen uit de verpakking.
  2. Leg het tablet onder de tong. Het smelt binnen enkele seconden weg. Niet doorslikken!
  3. Slik niet gedurende 1 minuut na inname.
  4. Eet en drink niet gedurende 5 minuten na inname.

In de beginperiode mag uw kind een antihistaminicum nemen voordat het tablet wordt ingenomen. Dit doet uw kind alleen wanneer hij of zij bijwerkingen heeft. Het lichaam heeft even tijd nodig om aan de immunotherapie te wennen.

Wanneer de tablet(ten) stoppen

Er zijn momenten waarop je de tabletten moet stoppen. Hieronder kun je vinden wanneer:

  • Bij het wisselen van een tand, bij het trekken van een tand of bij een operatie van de mond: 7 dagen niet gebruiken, zodat de mond kan helen.
  • Als uw kind astma heeft en een flinke verkoudheid krijgt, waarbij er sprake van benauwdheid is en prednison nodig is: niet gebruiken totdat de verkoudheid over is.

Bijwerkingen

Zoals elk medicijn kunnen ook deze tabletten bijwerkingen geven. Niet iedereen heeft hier last van. De bijwerkingen zijn vaak lokaal en niet ernstig. Ook gaan ze vanzelf weer over.

  • Meest voorkomend: jeuk in de mond (prikkelend gevoel, vooral onder te tong). Dit kan enkele minuten tot een paar uur aanhouden. Meestal verdwijnt deze bijwerking na 1-2 weken.
  • Andere bijwerkingen: jeuk in het oor, niezen, irritatie van de keel, zwelling van de mond, infecties van de bovenste luchtwegen (verkoudheden), buikpijn, overgeven of gezwollen lippen. Ook voor deze bijwerkingen geldt dat ze vooral in de eerste 1-2 weken van de behandeling voorkomen.
  • Ernstige bijwerkingen zijn heel zeldzaam. Mochten deze toch optreden, stop dan de behandeling en neem contact op met de behandelaar. Onder deze bijwerkingen verstaan we: moeite met slikken, huiduitslag, moeite met ademhalen, ernstige zwelling van het gezicht, de mond en/of de keel, verandering in stem of verergering van bestaand astma.

Contact

Bent u reeds gestart met immunotherapie en wilt u contact met de verpleging. Bel dan naar het telefonisch spreekuur (050) 524 6420 op woensdag (niet altijd), donderdag en vrijdag van 11.00 tot 12.00 uur.

Versie: 00451 Immunotherapie bij allergie 2025-11