Inleiding
U bent of wordt in het Martini Ziekenhuis opgenomen omdat u een operatie ondergaat waarbij de neurochirurg een drain (slangetje) inbrengt in één van de hersenkamers. Die drain wordt vervolgens onderhuids naar uw buikholte. Via deze drain wordt hersenvocht afgevoerd vanuit uw hersenen naar de buikholte. In deze folder leest u over de operatie, de nazorg, de complicaties en enkele adviezen. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw arts.
Welke klachten passen bij teveel hersenvocht?
De klachten hangen af van de gevonden oorzaak van het teveel aan hersenvocht. De hersenkamers regelen de aanmaak en opname van hersenvocht. Uw lichaam heeft 150ml hersenvocht en iedere dag wordt zo’n 500ml hersenvocht aangemaakt. Er zal dus ook 500ml per dag moeten worden opgenomen. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom dit niet (voldoende) gebeurt en het systeem daardoor uit balans raakt. De hieronder genoemde klachten hoeven dus niet allemaal tegelijkertijd aanwezig te zijn.
De volgende klachten kunnen ontstaan:
- Hoofdpijn.
- Braken.
- Wazig zien.
- Verwardheid en/of geheugenproblemen.
- Urine verliezen (incontinentie).
- Problemen met het lopen.
- Slaperigheid.
Behandelingsmogelijkheden
Uit diverse onderzoeken en testen blijkt dat u een probleem heeft met het hersenvocht (te veel en/of te hoge druk). De neurochirurg heeft met u besproken dat er een mogelijkheid is om een drain te plaatsen. De meest voorkomende drain is die van het hoofd naar de buikholte. In sommige gevallen kan de neurochirurg kiezen voor een andere soort drain. Voor de volledigheid hieronder een opsomming van de verschillende soorten drains. Voor welke behandeling de neurochirurg kiest, hangt af van uw situatie en uw voorgeschiedenis.
- Ventriculo-peritoneaal drain (drain van hersenkamer naar buikholte).
- Ventriculo-atriale drain (drain van hersenkamer naar hartkamer).
- Ventriculo-pleurale drain (drain van hersenkamer naar het longvlies).
- Lumbo-peritoneale drain (drain vanuit de onderrug naar de buikholte).
Bloedverdunners
Wanneer u bloedverdunners gebruikt, dan moet u hier voor de operatie mee stoppen. U hoort van de anesthesioloog wanneer uw bloedverdunners gestaakt moeten worden.
Het is heel belangrijk voor de veiligheid van de behandeling dat u tijdelijk geen bloedverdunners meer gebruikt. Dat betekent wel dat u een groter risico loopt, want u gebruikt de bloedverdunners niet voor niets. In de praktijk blijken de risico’s mee te vallen. Wanner u weer met bloedverdunners mag starten, hoort u van de neurochirurg of verpleegkundig specialist. Dat geldt ook voor andere medicijnen.
De operatie
Voor de operatie moet u nuchter zijn en houdt u zich aan de regels die u via de anesthesie hebt gekregen. U wordt op de dag van de operatie opgenomen in het ziekenhuis. In de meeste gevallen meldt u zich bij de opnamelounge en gaat u vandaar uit naar de operatiekamer. Bent u slecht ter been, dan wordt u meestal via de verpleegafdeling opgenomen.
Voordat de operatie begint, worden er verschillende zaken aangesloten en gecontroleerd, denkt u hierbij aan:
- Meten van bloeddruk / hartslag / zuurstofgehalte.
- Prikken en aansluiten van een infuus.
- Afnemen van bloed voor bloedonderzoek.
De operatie duurt ongeveer 1 uur. Er wordt een kleine snede gezet in de hoofdhuid en daarna gaatje geboord in de schedel. Via dit gaatje wordt de drain in uw hersenkamer ingebracht. Daarnaast wordt er een sneetje achter het oor en in de buikwand gemaakt. Onder de huid door (in de onderhuidse vetlaag) wordt de drain van uw hoofd naar uw buik gebracht. Achter het oor wordt een klep ingebracht en aangesloten op de drain die regelt hoeveel hersenvocht naar uw buikholte loopt. U heeft na de operatie in de meeste gevallen dus 3 wonden (op het hoofd, achter het oor en op uw buik).
Na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Als alles goed gaat, wordt u naar de verpleegafdeling gebracht. De verpleegkundige voert daar regelmatig controles bij u uit. Afhankelijk van uw situatie blijft u daar in principe 1 nacht. De meeste mensen kunnen de dag na de operatie rond 11.00 uur naar huis. De klachten die u voor de operatie had, kunnen dan al verminderd zijn. Het kan ook enkele weken duren voordat het beter gaat.
Complicaties en risico’s
Iedere behandeling in het ziekenhuis heeft een risico op complicaties. Bij deze behandeling is de kans op een complicatie klein. Echter in het geval van een complicatie kunnen de gevolgen wel ernstig zijn, daarom noemen we de complicaties hier wel:
- (Na)bloeding. Tijdens of na de behandeling kan een bloeding optreden. Dat kan in het hoofd, maar ook in de buik. Een bloeding in het hoofd kan wel ernstige gevolgen hebben, zoals uitval van kracht en/of gevoel in een arm of been, maar ook uitval van spraak. In geval van een grote nieuwe bloeding kan dit betekenen dat er een spoedoperatie moet volgen, waarbij een groter luik in de schedel moet worden gemaakt.
In geval van een acute bloeding bestaat het risico dat een patiënt komt te overlijden. Dit is gelukkig zeer zeldzaam.Een bloeding in de buikholte of onder de huid komt weinig voor. Mocht dit wel voorkomen, dan moet in sommige gevallen ook een nieuwe operatie plaatsvinden om de bloeding te stoppen of het bloed te verwijderen.
- Infectie. Na elke operatie bestaat een kans op een infectie. Om dit te voorkomen krijgt u de eerste 24 uur na de operatie antibiotica toegediend. Helaas kan er daarna nog steeds een infectie ontstaan van de huid (wondinfectie). In zeer zeldzame gevallen kan er ook een ontsteking van de hersenvliezen of de hersenen zelf ontstaan. In dit geval is de drain zelf ook geïnfecteerd en dan zal het hele systeem moeten worden verwijderd en volgt langdurige antibiotische behandeling.
- Draindysfunctie. De drain werkt niet (meer). Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals verstopping of een infectie, de drain ligt niet meer op de goede plek in het hoofd of de buik, of de klep werkt niet meer. In dit geval krijgt u uw oude klachten weer terug en is het soms nodig (een deel van) het systeem te vervangen. Dat betekent dan een nieuwe operatie met opnieuw bovengenoemde risico’s.
- Onvoldoende effect. Zoals gezegd heeft de operatie niet altijd en ook niet direct het gewenste effect. Wanneer blijkt dat het effect lager is dan werd verwacht, zal indien dit mogelijk is, worden gekeken of een nieuwe ingreep of een andere stand van de klep van de drain u kan helpen. Helaas is het soms ook zo dat dit niet kan en de klachten niet verholpen kunnen worden door deze operatie.
Naar huis
Het herstel verloopt bij iedereen anders. Dit hangt van veel factoren af. Zoals hoelang u klachten heeft gehad en uw lichamelijke conditie. De meeste patiënten kunnen de dag na de operatie naar huis. Na de operatie ziet u de neurochirurg of verpleegkundig specialist en die bespreekt met u of u naar huis kunt.
Zo verzorgt u de wond(en)
- De wond(en) op uw hoofd moet u voorzichtig behandelen. Wees daarom terughoudend met het wassen van de haren met shampoo. De wond zelf mag wel kortdurend nat worden, maar gebruik geen shampoo of zeep op de wond. De overige haren mag u wel wassen met shampoo. Als de wond na 10-14 dagen goed genezen en dicht is, de hechtingen eruit zijn en er verder geen problemen met de wond zijn, mag u een dag na het verwijderen van de hechtingen de haren weer normaal wassen .
- De overige wonden mogen ook wel nat worden, maar u mag de eerste 2-3 weken niet in bad of zwemmen. Dit om te voorkomen dat door het weken de wond open gaat. Indien zich in de wonden hechtingen bevinden, mogen deze na 10-14 dagen verwijderd worden door de huisarts.
Adviezen voor thuis
Activiteit en rust
U mag gewoon bewegen. Het is daarbij belangrijk om uw conditie in de eerste 6 weken langzaam op te bouwen. Wij adviseren de eerste 3 weken voorzichtig te zijn met bukken en u niet te veel in te spannen. Tot de controleafspraak mag u in ieder geval niet zelf een auto besturen.
Werkzaamheden
De eerste 6 weken is het niet verstandig om zware (huishoudelijke) werkzaamheden te verrichten. U wordt geadviseerd pas weer naar uw werk te gaan en te sporten na de controleafspraak.
Krijgt u een MRI (in de toekomst)?
Het systeem wat u heeft gekregen kan probleemloos in een MRI. Ook hoeft u niet bang te zijn dat een verstelbare klep een andere instelling krijgt door de MRI. Een controle van uw systeem is daarom ook niet nodig na een MRI.
Contact
Neemt u bij de volgende symptomen in de eerste weken na de operatie direct contact met ons op:
- Dikke en pijnlijke wond.
- Open gesprongen wond (hoofd en/of buik) of lekkende wond
- Rode wond met eventueel pussige lekkage.
- Koorts hoger dan 38 graden
Het is goed om te weten dat u de eerste dagen na de operatie last kunt hebben van hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid. Dit kan komen door de druk die veranderd is in uw hersenen. Meestal trekken deze klachten vanzelf weer weg.
Zoals gezegd kan, ook na langere tijd, zelfs na jaren het slangetje verstopt raken, knikken, lussen vormen of op een andere manier kapot gaan zodat het systeem niet meer werkt. U zult dan dezelfde klachten krijgen als voor de operatie. Bij verdenking van een drain die niet meer werkt, dient u contact op te nemen met uw huisarts. Die kan u naar de juiste specialist verwijzen.
Versie: 00532 Hersenvocht drain-operatie (Ventriculoperiotoneale drain) 2025-12