Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Hernia-operatie (nek)

Hernia-operatie (nek)

In overleg met uw arts heeft u een afspraak gemaakt voor een nekherniaoperatie en wacht u nu op een oproep. Meestal hoort u dit een week voor de operatie.

In deze folder vindt u informatie over de operatie, de risico’s en mogelijke complicaties en de herstelperiode. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw arts.

Wat is een nekhernia?

Een tussenwervelschijf bestaat uit een stevig omhulsel met een zachtere kern. Als het omhulsel een zwakke plek heeft, dan kan de kern erdoor naar buiten puilen. Deze uitpuiling noemen we een hernia. Een beknelde zenuw in de nek geeft meestal pijn, tintelingen en doofheid in één of beide armen. Soms gaat dit gepaard met nek- en schouderpijn. Ook kan het ruggenmerg bekneld raken. Dat kan zorgen voor gevoelsstoornissen in de romp en benen, samen met krachtverlies in de armen en/of de benen.

Voorbereiding op de operatie

Voordat u in het ziekenhuis wordt opgenomen, krijgt u eerst afspraken met de apotheek en de polikliniek anesthesiologie. Hier hoort u ook informatie over het staken van eventuele medicijnen en het nuchter zijn voor de operatie.

Dit neemt u mee naar het ziekenhuis

  • De medicijnen die u gebruikt, in de originele verpakking (neem genoeg mee voor enkele dagen). Verandert er iets in uw medicijnen? Geeft u dit dan tijdig door aan de apotheek.
  • Makkelijk zittende kleding en schoenen waarop u goed kunt lopen en hulpmiddelen zoals een rollator of stok, als u die gebruikt.
  • Iets om te ontspannen, zoals een boek, een e-reader, een koptelefoon of oortjes voor de televisie.

Dag van de opname

Met u is besproken dat u lopend of via de verpleegafdeling naar de operatiekamer gaat. Bij binnenkomst in het ziekenhuis meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Gaat u lopend naar de operatiekamer, dan wordt u doorverwezen naar het preoperatief spreekuur. Hier volgt kort het opname gesprek met de verpleegkundige. Na dit gesprek mag u naar de opname lounge. Vanuit hier gaat u naar de operatiekamer.
Indien u via de verpleegafdeling opgenomen wordt, mag u zich melden op de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling bereidt u voor op de operatie. Als u vragen heeft, kunt u die aan de verpleegkundige stellen. Tijdens de operatie mag u geen sieraden, make-up of een gebitsprothese dragen.

De operatie

Bij de operatie wordt de beknelde zenuw vrijgelegd. Dat kan gedaan worden door de tussenwervelschijf te verwijderen, alleen de hernia te verwijderen, of door bot te verwijderen (of een combinatie van deze). Er zijn verschillende operatietechnieken mogelijk: een operatie via de hals of via de nek. Welke methode wordt toegepast beslist de neurochirurg. Alle ingrepen vinden plaats onder algehele narcose.

Operatie via de hals

Tijdens deze operatie ligt u op uw rug. Via een korte snee aan de voorzijde van uw hals bereikt de chirurg de voorkant van de nekwervels. Met behulp van röntgenopnamen wordt de juiste tussenwervelschijf in beeld gebracht en de operatie gaat dan verder met een microscoop. De chirurg verwijdert eerst de tussenwervelschijf en de hernia die de zenuw beknelt. Hierna wordt vaak een blokje (cage, meestal van titanium) in de tussenwervelschijfruimte achter gelaten zodat de wervels op hoogte blijven. Indien nodig wordt aan het einde van de operatie een wondslangetje (drain) achtergelaten. De operatie duurt ongeveer een uur.

Operatie via de nek (microscopisch of endoscopisch)

Tijdens deze operatie ligt u plat op uw buik of op de zij. Met röntgenopnamen wordt het juiste operatieniveau in beeld gebracht.

Bij de microscopische operatie maakt de neurochirurg een korte snee in het midden van uw nek om de wervelboog en gewrichtjes bloot te leggen. Met een microscoop wordt daarna een opening van ongeveer 1 centimeter gemaakt. Hierdoor krijgt de beknelde zenuw meer ruimte. Als de hernia aanwezig is, wordt die daarna verwijderd. Bij het sluiten van de wond laat de chirurg soms een wondslangetje (drain) achter.

Bij de endoscopische methode wordt gebruik gemaakt van een smalle buis waardoor de neurochirurg werkt. Er wordt een kleine snee gemaakt waardoor de buis wordt ingebracht en door de buis heen wordt met behulp van een kleine camera (endoscoop) en instrumenten geopereerd en de beknelling (hernia) verwijderd.

Complicaties en risico's

Bij elke operatie is er kans op complicaties. Uw behandelend arts heeft dit met u besproken. Heeft u hier nog vragen over, dan kunt u die stellen aan de arts. De kans op onderstaande problemen is erg klein, maar wel aanwezig. Daarom zetten wij ze hieronder kort voor u op een rijtje.

Doof gevoel, verlies van kracht of dwarslaesie

Dit wordt meestal veroorzaakt, doordat de zenuw geïrriteerd is tijdens de operatie en daardoor wat gezwollen raakt. Het dove gevoel en verlies aan kracht gaan meestal enkele weken tot maanden na de operatie vanzelf over. Bij sommige patiënt duurt het een jaar en bij 2 procent van de patiënten treedt uiteindelijk geen herstel op.

Een zeer zeldzame complicatie is het een dwarslaesie: Dit is een schade van het ruggenmerg. Het kan in het uiterste geval leiden tot forse zwakte of volledige verlamming van de beide armen en benen, voeten en zelfs verlies van controle over de blaas- en darmfunctie (incontinentie voor urine en ontlasting) en verlies van seksuele functie.

Nabloeding

Als gevolg van een nabloeding kan er druk op de zenuwen ontstaan. Hierdoor kunt u pijn, tintelingen, een doof gevoel of verlies van kracht in uw arm(en) en/of benen ervaren. Het kan zelfs leiden tot hierboven genoemde dwarslaesie. Dit is dan ook een reden om met spoed opnieuw geopereerd te worden.

Wondproblemen / infectie / overige risico’s

Na een operatie kunnen er problemen ontstaan met de wond door:

  • een infectie van de wond. U krijgt dan pussige lekkage uit de wond, pijn en koorts.
  • het open gaan van de wond. Dit kan leiden tot een (beginnende) infectie.
  • een infectie van de tussenwervelruimte of wervel, we noemen dat een spondylodiscitis. Dit komt gelukkig zeer zelden voor, maar in geval van een dergelijke infectie kan dit gepaard gaan met langdurige rugpijnklachten. Ook moet dit langdurig behandeld worden met antibiotica.
  • lekkage van hersenvocht. Dit gebeurt bij een klein deel (minder dan 3%) van de geopereerde patiënten, meestal bij patiënten die al eens eerder een herniaoperatie hebben gehad. Wanneer er een lekje ontstaan moet er vaak een periode van bedrust van enkele dagen volgen. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij aanhoudende lekkage van hersenvocht, volgt een heroperatie of aanvullende behandeling.

Instabiliteit van de wervels

Na de operatie is er een mogelijkheid dat er een beetje speling ontstaat tussen de wervels. Het is ook mogelijk dat de hoogte tussen de wervels afneemt, waardoor u weer klachten krijgt. Dit komt bij ongeveer 5 procent van de patiënten voor. Bij een enkeling leidt dit tot nieuwe problemen waarvoor soms een nieuwe (en uitgebreidere) operatie nodig is.

Toename last nek en/of arm(en)

U kunt weer last krijgen van uw nek of arm. Dit kan door:

  • Meer druk op de gewrichtjes tussen de wervels. Hierdoor kunt u in de eerste 3 tot 6 maanden meer last in de nek hebben. Dit gaat in dezelfde periode meestal ook weer over.
  • Een nieuwe hernia. De kans op een nieuwe hernia, soms op dezelfde plek ligt ergens rond de 10%. Daarom vinden wij het ook belangrijk om altijd te adviseren te stoppen met roken, overgewicht te bestrijden en te zorgen dat de toestand van uw spieren en conditie goed zijn of worden, zodat de kans kleiner wordt dat u een nieuwe hernia krijgt.

Stemproblemen

Na de operatie kunt u een (tijdelijke) heesheid hebben. In de meeste gevallen heeft dit met de beademingsslang die u in de keel gehad heeft te maken en gaat het snel weer over. Wanneer u vanuit de hals bent geopereerd kan dit ook te maken hebben met een beschadiging of irritatie van de stembandzenuw. Dit kan (tijdelijke) uitval van de stembandzenuw veroorzaken. In de meeste gevallen hersteld zich dit in de weken na de operatie, maar in uitzonderlijke gevallen kan dit een blijvende heesheid geven, hetgeen erg vervelend is. In deze situaties zal een consult volgen bij de KNO-arts, meestal enkele weken na de operatie.

Na de operatie

De operatie duurt ongeveer 1 uur. Na de operatie verblijft u een poosje op de uitslaapkamer. Daar wordt uw contactpersoon gebeld. Zodra u wakker wordt en uw toestand het toelaat, gaat u terug naar de verpleegafdeling. De afdelingsverpleegkundige belt met uw contactpersoon om te zeggen dat u weer terug bent op de verpleegafdeling. Indien dit voor u mogelijk is mag u dit zelf ook doen.

Over het algemeen heeft u van de wond weinig last. U kunt soms een drukkend gevoel op de slokdarm hebben, pijn bij het slikken en soms bent u wat hees. Bij terugkomst op de verpleegafdeling, mag u zich weer op uw linker- en rechterzij draaien. Als u zich goed genoeg voelt, mag u ook rechtop zitten. Wanneer u pijn heeft, kunt u daar pijnstillers voor krijgen en wanneer u niet misselijk bent, mag u weer wat eten en drinken. U mag, als u zich goed genoeg voelt ook snel weer uit bed om te lopen, bijvoorbeeld naar het toilet.

De verpleegkundige controleert regelmatig de kracht en het gevoel in de aangedane arm.

De dag na de operatie worden het infuus en de eventuele drain verwijderd. U mag dan ook douchen. De fysiotherapeut komt langs en legt u die dag uit hoe u uw nek kunt ontspannen en hoe u langzaam weer wat kunt gaan doen. De dag na de operatie mag u in principe naar huis. Voordat u naar huis gaat, komt de neurochirurg of verpleegkundig specialist nog bij u langs. Wanneer u aan de hals bent geopereerd (met een cage), wordt er nog een röntgen foto van de nek gemaakt. De apothekersassistent bespreekt voordat u naar huis gaat eventuele veranderingen in uw medicijngebruik.

Naar huis

In de meeste gevallen mag u de volgende ochtend (rond 11:00) weer naar huis. U mag niet zelf naar huis rijden. Daarom is het goed alvast iemand te regelen die u dan ook op kunt halen. U krijgt een (telefonische) controle afspraak na 6 weken om te horen hoe het met u gaat.

De herstelperiode

Als u naar huis gaat, bent u nog niet volledig hersteld. De eerste paar dagen thuis kunnen tegenvallen. Ongemerkt doet u misschien al te veel en hier reageert uw lichaam op. Houdt u daarom de eerste weken na de operatie rekening met pijn en vermoeidheid. Verderop vindt u meer adviezen voor thuis.

Hechtingen

De wond kan op verschillende manieren zijn dichtgemaakt:

  • Lijm: een lijmlaagje om de wond te dichten ziet u als een glinsterend laagje over de wond. De lijmlaag laat na ongeveer 5 tot 7 dagen vanzelf los.
  • Onderhuidse hechtingen, soms gecombineerd met hechtpleistertjes. Onderhuidse hechtingen lossen vanzelf op. De hechtpleisters kunt u 7 dagen na de operatie zelf verwijderen.
  • Draadhechtingen / nietjes: Als u hechtingen/nietjes heeft, laat u die na 10-12 dagen door uw huisarts verwijderen.

Fysiotherapie na ontslag

Als u na de operatie fysiotherapie nodig heeft, dan overlegt de fysiotherapeut dat met u. De meeste mensen hebben dit de eerste 6 weken niet nodig.

Resultaat

In het algemeen is 80 tot 90 procent van de patiënten na een herniaoperatie tevreden met het resultaat. Belangrijkste verbetering is vaak een afname van de pijnklachten. Doofheid en tintelingen in de arm(en) kunnen weken tot maanden aan blijven houden na een operatie en moeten worden afgewacht.

Pijn

Na de operatie kunt u nog pijn hebben. Dit kan veroorzaakt worden door wondpijn, pijn vanuit de spieren en gewrichten of door zenuwpijn. Zenuwpijn wordt veroorzaakt doordat de zenuw lange tijd bekneld is geweest. De pijn kan in de eerste twee weken na de operatie ook weer toenemen en zijn niet ongewoon. Dit zakt vaak binnen 1 tot 2 weken weg. Vaak merkt u zelf of het om spierpijn of zenuwpijn gaat. Spierpijn is niet meteen een reden om het rustiger aan te doen, dit herstelt vanzelf. Bij zenuwpijn kunt u beter rust nemen, zodat de zenuw kan herstellen. Rust betekent echter niet de hele dag op bed liggen. Het is altijd belangrijk om ieder uur even in beweging te zijn.

Wanneer u pijn heeft, kunt u, als u daar tegen kunt, de volgende medicijnen nemen:

Paracetamol: 4 x daags 1000mg

Naproxen: 3 x daags 250mg (evt met maagbeschermer zoals Pantoprazol 1 x per dag)

Als in het ziekenhuis al wordt ingeschat dat u niet voldoende heeft aan bovenstaande medicijnen, krijgt u uit het ziekenhuis soms nog meer medicijnen mee. Houdt u zich dan aan de voorschriften van deze medicatie.

Ook kan het zijn dat u voor de operatie al langere tijd veel pijnstillers gebruikte. Deze kunnen, als de pijn het toelaat dan worden afgebouwd in overleg met de huisarts.

Contact opnemen

Heeft u last van een van de volgende symptomen, neemt u dan onmiddellijk contact op met uw (huis)arts. De symptomen komen echter zelden voor.

  • Onhoudbare pijn in de nek, arm(en) of benen die niet reageert op pijnmedicatie.
  • Abnormale zwelling of lekkage van de wond.
  • Een opengesprongen wond.
  • Pus uit de wond.
  • Hoge koorts.
  • Toenemend krachtsverlies aan één of beide armen en/of benen.
  • Verschijnselen van incontinentie of toenemende doofheid in de schaamstreek.

Als u naar aanleiding van de opname nog vragen heeft, dan kunt u  tot 1 week na de operatie contact opnemen met het secretariaat van de verpleegafdeling, via (050) 524 5510  en daarna met de polikliniek Neurochirurgie (050) 5245950.

Kan uw vraag niet wachten tot de volgende (werk)dag? Neem dan contact op met de huisartsen spoedpost in uw regio.

Adviezen voor thuis

Regelmatig afwisselen van houding (zitten / liggen / lopen).
Vermijden van langdurige belasting van de nek (bijvoorbeeld niet lang achter een scherm zitten).
Niet onderuit gezakt op een stoel zitten, nek enigszins recht houden.
Rustig en ontspannen bewegen.
Trap lopen mag, als het maar veilig gebeurt.
Douchen mag, eerste drie weken niet zwemmen of baden.
Werkhervatting > in principe pas na de controle afspraak.
Zelf autorijden > in principe pas na de controle afspraak.
Fietsen op een hometrainer mag, wel langzaam opbouwen.
Vermijden van schokbelasting zoals hardlopen in de eerste 6 weken.
Geen fitness- of krachttraining met toestellen in de eerste 6 weken.
Geen zware huishoudelijke taken uitvoeren in de eerste 6 weken.
Activiteiten mogen per week uitgebreid worden, zolang het met u goed gaat.

Tevredenheid

Wij gaan ervan uit dat de behandeling naar tevredenheid verloopt. Mocht dit niet het geval zijn, bespreekt u dit dan met degene die hiervoor direct verantwoordelijk is. U kunt ook een afspraak maken met het unithoofd of met de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis. Meer informatie hierover vindt u op onze website of in de folder uw tevredenheid, onze zorg.

Tot slot

Heeft u naar aanleiding van deze folder nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Neurochirurgie, via (050) 524 5950.

Versie: 00247 Hernia-operatie (nek) 2025-11

Specialisme: Neurochirurgie