Inleiding
U wordt binnenkort opgenomen in het Martini Ziekenhuis voor een darmoperatie. De informatie over de dikke darmoperatie is een aanvulling op wat u al van de arts en/of verpleegkundig casemanager heeft gehoord. Het is goed dat uw familie of partner deze informatie ook leest.
De zorg die u ontvangt is gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten: het ERAS® programma. ERAS® staat voor Enhanced Recovery After Surgery. Oftewel sneller beter worden na een operatie. Door dit programma te volgen, wordt de kans op complicaties verkleind en uw herstel versneld.
Het is heel belangrijk dat u zich houdt aan de adviezen en doelen vóór, tijdens en ná de operatie. Verpleegkundigen, artsen en ondersteunende disciplines vertellen wat dat voor u betekent.
Voorbereiding op de operatie
Een operatie kunt u vergelijken met topsport: een goede voorbereiding is belangrijk om goed te kunnen presteren. Hetzelfde geldt voor u: door u goed voor te bereiden op de operatie, heeft u minder kans op complicaties en herstelt u sneller.
Stoppen met roken
Roken verhoogt de kans op complicaties, zoals wondinfecties en longontsteking. Door te stoppen met roken, verkleint de kans op deze complicaties. Ook de kans op misselijkheid na een operatie kan hierdoor verkleinen. Het dringende advies is om minimaal 2, maar beter nog minimaal 4 weken voor de operatie te stoppen met roken. Stoppen met roken heeft ook op lange termijn vele voordelen. Als u 5 jaar bent gestopt, daalt het risico op een hartinfarct met ongeveer de helft.
Stoppen met roken is niet makkelijk. U kunt ondersteuning bij het stoppen krijgen van bijvoorbeeld de huisarts of een speciale instantie. Informeer hiernaar bij de (huis)arts en/of verpleegkundig casemanager.
Stoppen met alcoholgebruik
Regelmatig alcoholgebruik voor een operatie verhoogt de kans op bloedingen tijdens en na de operatie. Daarnaast heeft u meer kans op complicaties van hart en longen, acute verwardheid (delier) en slechtere wondgenezing. Het dringende advies is om minimaal 2, maar beter nog minimaal 4 weken voor de operatie te stoppen met alcoholgebruik.
Het stoppen met alcohol drinken is niet altijd makkelijk. Wilt u hier hulp bij hebben, bespreek dit dan met uw (huis)arts en/of verpleegkundig casemanager.
Voeding
Het is belangrijk dat u geen gewicht verliest voor de operatie. Gewichtsverlies bij ziekte kan leiden tot verminderde spierkracht. Deze spierkracht is belangrijk voor allerlei functies in uw lichaam. Verminderde spierkracht kan leiden tot meer complicaties. In de periode voor een operatie is het advies om minimaal 3 melkproducten of vervangende producten per dag te nemen. Hierin zitten extra eiwitten die belangrijk zijn voor de spieren.
Mocht u de afgelopen periode ongewild zijn afgevallen, meld dit dan bij uw arts en/of verpleegkundig casemanager. Een diëtiste adviseert dan wat voor u de beste manier is om op gewicht te blijven.
Bewegen
Bewegen is goed voor iedereen, maar zeker voor en na een operatie of behandeling. Regelmatig bewegen verhoogt uw conditie: dit helpt bij het herstel. Daarnaast stimuleert bewegen de spierkracht, wat de kans op complicaties beperkt. Zorg ervoor dat u, voor zover u dat kunt, meer beweegt dan normaal. Probeer dagelijks een uur (extra) te bewegen door bijvoorbeeld te wandelen, te fietsen of te zwemmen. U kunt ook contact opnemen met de fysiotherapie bij u in de buurt voor begeleiding en advies.
In sommige gevallen zal de arts of verpleegkundig casemanager u verwijzen naar de sportarts voor een inspanningstest. Samen met de fysiotherapeut en diëtist kijkt de sportarts naar een persoonlijk trainings- en voedingsschema.
Psychische ondersteuning
Ziek zijn en een operatie moeten ondergaan kan gepaard gaan met gevoelens van onzekerheid, angst en zorgen. Indien u een luisterend oor of begeleiding wenst, geef dit dan aan bij uw arts of verpleegkundig casemanager.
Verbeteren van bloedwaarden
In de periode voor de operatie wordt op een aantal momenten bloed geprikt. De bloeduitslagen worden door de arts beoordeeld. Soms leidt de uitslag tot een extra behandeling of advies.
Hemoglobine (Hb) is een eiwit in het bloed dat zuurstof door het lichaam vervoert. Te weinig Hb betekent bloedarmoede. Een lager Hb kan leiden tot klachten als vermoeidheid, kortademigheid, hoofdpijn en duizeligheid. Tijdens en na de operatie kan het leiden tot meer complicaties. Uw arts kan ervoor kiezen met medicijnen via het infuus het Hb te verhogen. In een enkel geval is een zakje donorbloed nodig. Als dit voor u van toepassing is, hoort u dit van uw arts.
Uw bloedsuiker kan wat hoger zijn dan wenselijk. Vaak heeft u dat niet in de gaten. Een hogere bloedsuiker kan leiden tot complicaties, zoals infecties. Een hogere bloedsuiker kan soms duiden op (beginnende) diabetes, maar kan ook het gevolg zijn van stress. Soms is het nodig uw bloedsuiker wat lager te krijgen met een dieet of medicijnen. Als dit voor u van toepassing is, hoort u dit van uw arts.
Geriater
Uw arts of verpleegkundig casemanager kan besluiten u te verwijzen naar een geriater. Een geriater is een arts die zich gespecialiseerd heeft in de kwetsbare, oudere patiënt. Samen met u wordt gekeken naar wat voor u goed is voor, tijdens en na de operatie.
Afspraken voor de operatie
Spreekuur chirurg
Ongeveer een week voor de operatie komt u op het spreekuur van de chirurg die u zal opereren. Het kan zijn dat u daar, naast uw chirurg, een chirurg in opleiding spreekt. De chirurg (in opleiding) bespreekt met u de operatie, de mogelijke complicaties en hoe lang u waarschijnlijk in het ziekenhuis moet blijven.
Bij elke darmoperatie bestaat de kans op het krijgen van een (tijdelijk) stoma. Dit is afhankelijk van de plek in de darmen waar u wordt geopereerd. De meeste patiënten krijgen geen stoma tijdens de operatie. Uit voorzorg wordt bij een deel van de patiënten vooraf een voorkeursplaats voor een stoma bepaald door de stomaverpleegkundige op de polikliniek.
Wanneer de kans wel groot is op het krijgen van een stoma, ontvangt u informatie van de stomaverpleegkundige over een stoma en de verzorging hiervan na de operatie. De afspraak bij de stomaverpleegkundige wordt zoveel mogelijk gecombineerd met andere afspraken in het ziekenhuis.
Preoperatief spreekuur
De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie (narcose). Voor de operatie krijgt u een telefonische afspraak met de apothekersassistent, de anesthesioloog en wanneer nodig de verpleegkundig diabetesspecialist. De anesthesioloog informeert u over de narcose en de medicijnen voor pijnbestrijding. Ook hoort u welke medicijnen u eventueel niet mag gebruiken rond de operatie. De apothekersassistent bespreekt met u welke medicijnen u gebruikt en verwerkt dat in het medicatiedossier voor de opname in het ziekenhuis.
De dag voor de operatie
Voeding en vocht
De dag voor de operatie mag u alles eten en drinken, tenzij u moet laxeren met laxeerdrank. U krijgt hierover instructies mee. U mag 6 uur voor de operatie niet meer eten. Tot twee uur voor de operatie mag u nog heldere dranken drinken, bijvoorbeeld water, heldere appelsap of thee. Ook krijgt u PreOp (een koolhydraatrijke drank) aangeboden. Uit onderzoek is gebleken dat deze drank bijdraagt aan uw herstel na de operatie en het risico op complicaties verlaagt. Bent u diabeet, dan gelden er andere afspraken.
Laxeren
Voor de meeste darmoperaties is het van belang dat u gelaxeerd wordt. De manier van laxeren is afhankelijk van de plaats in de darm waar u geopereerd wordt en of u bestraald bent geweest in de weken voor de operatie. Het kan zijn dat u alleen een laxeerpoeder krijgt die de ontlasting zachter maakt, maar soms is uitgebreider laxeren noodzakelijk. De verpleegkundig casemanager of arts kan u hier meer over vertellen.
Ontharen
Het was gebruikelijk voor een operatie het operatiegebied te scheren. Uit onderzoek blijkt echter dat door het scheren van het operatiegebied een infectierisico ontstaat. Daarom doen we dat niet meer standaard voor een operatie. Om het infectierisico te beperken, is ons verzoek aan u het operatiegebied minimaal één week voor de operatie niet meer te scheren of anders te ontharen.
De opname
U wordt op de dag van de operatie opgenomen in het Martini Ziekenhuis. In een aantal uitzonderingsgevallen wordt besloten om iemand een dag eerder op te laten nemen.
De operatie
Uitslaapkamer
Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer (recovery) van de operatieafdeling. Uw contactpersoon wordt geïnformeerd over uw komst op de uitslaapkamer. De artsen en verpleegkundigen houden u goed in de gaten; zij controleren onder andere uw hartslag en bloeddruk. U krijgt pijnstilling en medicijnen tegen de misselijkheid. Hoe lang u op de uitslaapkamer verblijft, hangt af van het wakker worden na de narcose, de bloeddruk, de pijn of misselijkheid. Wanneer u wakker bent mag u drinken of een waterijsje proberen en u wordt even op de rand van het bed geholpen. Dit stimuleert het lichaam om weer zo snel mogelijk te herstellen. Voor vertrek naar de afdeling wordt de blaaskatheter verwijderd, tenzij de chirurg of anesthesioloog anders heeft beslist. Het infuus wordt stilgezet. Dit betekent dat u geen vocht meer krijgt via het infuusnaaldje en dat u zelf weer moet gaan drinken.
Terug op de afdeling
Het herstel op de uitslaapkamer kan een uur tot meerdere uren duren. Wanneer u voldoende hersteld bent wordt u teruggebracht naar uw kamer op de verpleegafdeling en zal de verpleegkundige uw contactpersoon hierover telefonisch informeren. De verpleegkundige controleert regelmatig uw hartslag, bloeddruk, lichaamstemperatuur en wond.
Bewegen
Bij terugkomst op de afdeling wordt u direct in een stoel geholpen. Het is de bedoeling dat u minimaal 2 uur uit bed komt, eventueel verspreid over de avond. Bewegen is niet alleen belangrijk om trombose te voorkomen, maar ook om verlies van spierkracht tegen te gaan. Ook helpt beweging na de operatie om de darmen weer op gang te krijgen. Wanneer u rechtop zit kunt u beter ademhalen, hierdoor worden luchtweginfecties tegengegaan. Ook is het belangrijk dat u zo snel mogelijk weer uit bed komt. Dit gaat conditieverlies tegen, beperkt het verlies van spierkracht en helpt om complicaties zoals longontsteking te voorkomen. Het bevordert de werking van het darmkanaal en uw herstel.
Fysiotherapie
Om longproblemen en conditieverlies te voorkomen, komt de fysiotherapeut na de operatie bij u langs. U krijgt oefeningen voor het ademhalen en ophoesten. Het is belangrijk deze oefeningen een aantal malen per dag te herhalen. Bijvoorbeeld: ieder uur 5 keer zolang u wakker bent. De fysiotherapeut helpt u zo nodig, zodat u snel een aantal basisactiviteiten weer zelfstandig kunt doen. Denk aan opstaan, lopen en traplopen. Op de televisieschermen kunt u instructiefilmpjes terugvinden over hoe u het beste uit bed kunt komen en over de ademhalingsoefeningen.
Eten en drinken
U mag na terugkomst op de afdeling drinken en eten naar wens. De verpleegkundige en de voedingsassistent kunnen u daarbij adviseren.
Op de operatiedag verwachten wij dat u 4-6 glazen drinkt. U krijgt op de operatiedag en de eerste dagen na de operatie medicatie tegen de misselijkheid. Mocht u toch nog misselijk zijn, vertel dit aan de verpleegkundige. U kunt dan extra medicijnen krijgen tegen de misselijkheid.
Koffie heeft een positieve werking op het maagdarmkanaal en wordt aanbevolen om de dagen na de operatie te drinken.
Pijnbehandeling
U krijgt pijnstilling via tabletten of een injectie. Laat de verpleegkundige weten wanneer u toch nog pijn heeft. Paracetamol is de basispijnstilling. U krijgt vier keer per dag paracetamol aangeboden. Daarnaast is er als dat nodig is aanvullende pijnmedicatie beschikbaar.
De verpleegkundige komt een paar keer per dag vragen hoe u de pijn ervaart. Dat noemen we de pijnscore.
De dagen na de operatie
Bewegen
Wij verwachten dat u minimaal 6 uur per dag uit bed bent. Dit mag verdeeld over de dag. We kunnen ons voorstellen dat u zich afvraagt of dit na een operatie wel kan. Onderzoek wijst uit dat uit bed zijn het herstel met sprongen verbetert en de spierkracht behouden blijft. Verlies van spierkracht kan leiden tot (ernstige) complicaties. Bewegen is ook belangrijk om trombose te voorkomen. Beweging helpt na de operatie om de darmen weer op gang te brengen. Wanneer u rechtop zit kunt u beter ademhalen. Hierdoor verkleint u de kans op een luchtweginfectie.
De verpleegkundige helpt u, waar nodig, bij de lichamelijke verzorging met de dingen die u nog niet zelf kunt. Hij of zij helpt u ook met uit bed komen. De fysiotherapeut begeleidt het oefenen van opstaan, lopen en traplopen, zodat u snel zelfstandig in beweging kunt zijn.
Eten en drinken
- Wij verwachten van u dat u minimaal 10 glazen drinkt per dag. Probeer te variëren en niet alleen maar water of thee te drinken. Drinken is nodig om het lichaam voldoende vocht te geven, zodat het herstel zo goed mogelijk verloopt. Daarnaast worden de darmen gestimuleerd om weer op gang te komen.
- De ervaring leert dat het eten van drie keer per dag een grotere maaltijd minder goed bevalt. Eet daarom vaker kleinere porties, verspreid over de dag.
- U krijgt de eerste drie dagen na de operatie medicijnen tegen de misselijkheid. Bent u toch nog misselijk? Vertel dit aan de verpleegkundige. U kunt dan extra medicijnen krijgen tegen de misselijkheid. Dit geldt ook voor de dagen erna.
- U wordt de eerste dagen ‘s morgens gewogen. Dit om te beoordelen of u voldoende vocht en eten krijgt.
Stoelgang
Na een darmoperatie is het misschien wel spannend om de eerste keer ontlasting te krijgen. Dit kan soms de dag van de operatie al het geval zijn, maar kan ook dagen op zich laten wachten. U krijgt dagelijks medicijnen om de stoelgang te bevorderen. Het hebben van windjes is een signaal dat de darmen weer aan het werk zijn. Als de darmen gaan werken, kan dit met krampen gepaard gaan. Dit is vervelend, maar wel een positief teken dat de darmen weer gaan werken. Door te lopen en uit bed te zijn, kunt u de darmkrampen verminderen. Als u probeert om ontlasting te krijgen, mag u niet hard persen, maar iets persen is wel nodig. De eerste keer kan er soms wat bloed bij de ontlasting zitten. Dit is normaal. Als het grote hoeveelheden zijn, of u twijfelt, geef dit dan aan bij de verpleegkundige of arts.
Om naar huis te mogen (met ontslag), is het hebben van windjes vaak voldoende.
Weer naar huis
U mag naar huis als:
- U voldoende kunt eten.
- U zelfstandig kunt lopen.
- U windjes laat (ontlasting krijgen hoeft niet persé in het ziekenhuis. Thuis wil dit vaak beter).
- Uw lichaamstemperatuur onder de 38°C is.
Wanneer u naar huis mag, hangt af van uw herstel. Dit kan variëren van één tot meerdere dagen na de operatie. De chirurg of zaalarts neemt de definitieve beslissing of u naar huis mag.
Mogelijk heeft u bij ontslag thuis nog ondersteuning om te herstellen. Overleg met uw naasten over de mogelijkheden om te kunnen ondersteunen. Huishoudelijke hulp dient u zelf aan te vragen bij het zorgloket van uw gemeente en mocht u gebruik willen maken van kant en klare warme maaltijden, dan dient u dit ook zelf aan te vragen bij een maaltijdservice.
Wanneer er thuis verpleegkundige zorg nodig is, wordt er door de verpleegkundige contact opgenomen met het Transferpunt in het Martini Ziekenhuis. Het Transferpunt coördineert de aanvragen voor extra zorg na het ziekenhuis. Vanuit de overheid en zorgverzekeraars zijn er verschillende regels en afspraken omtrent deze extra zorg. De verpleegkundige en het Transferpunt kunnen u daar verder informatie over geven.
Ontslag
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor het spreekuur van de chirurg.
Het ontslag is vrijwel altijd in de ochtend voor half 11, tenzij uw arts anders beslist. Bij veranderingen in uw thuismedicatie komt een apothekersassistente bij u langs om u daarover te informeren. Het ontslagtijdstip kan hierdoor iets later worden. U krijgt voor de eerste dagen medicatie mee. Voor sommige medicijnen geldt een eigen bijdrage. U kunt dit afrekenen bij de apothekersassistente.
Mogelijke complicaties
Na iedere operatie kunnen complicaties optreden. Bijvoorbeeld trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfectie. Soms komt de darmfunctie na de operatie moeilijk op gang. Ook kan er een lekkage van de darmnaad optreden. Dit laatste is een ernstige complicatie en komt gelukkig weinig voor. Wanneer het echter wel optreedt, volgt meestal een nieuwe operatie, waarbij een stoma wordt aangelegd. Bij een uitgebreide endeldarmoperatie bestaat het risico dat u (tijdelijk) problemen krijgt met het legen van uw blaas. Een gecompliceerde wondgenezing kan langdurig en pijnlijk zijn. Het is ook mogelijk dat de operatie van invloed is op uw seksualiteit. Uw chirurg kan u uitleggen of en in welke mate dit risico voor u geldt. Vragen hierover kunt u het beste met de chirurg bespreken. Wanneer u wat ouder bent, bestaat een kans op acute verwardheid, ook wel delier genoemd. Voor een opname wordt het risico hierop ingeschat en wordt zo nodig medicatie gestart. Bij complicaties duurt uw herstel mogelijk langer.
Weefselonderzoek
Het weefsel dat de chirurg tijdens operatie verwijdert, wordt onderzocht in het laboratorium. De uitslag van dit onderzoek wordt besproken in het multidisciplinair overleg. U heeft misschien een aanvullende behandeling nodig. Dat hoort u van uw behandelend chirurg op het eerstvolgende polikliniekbezoek na ontslag. Als u nog in het ziekenhuis ligt, hoort u de uitslag op de afdeling van de zaalarts of de chirurg.
Thuis herstellen
Adviezen:
- Als u weer thuis bent, is het voor uw herstel belangrijk dat u actief blijft. In het algemeen geldt dat, wat u kunt, ook mag. Forceer niets en luister goed naar uw lichaam. Hoe lang het duurt voor u zich hersteld voelt, is bij iedereen anders.
- Na een buikoperatie mag u in ieder geval zes weken niet zwaar tillen of ander zwaar lichamelijk werk doen.
- Na tien dagen mogen de hechtingen eruit. Er wordt geprobeerd dit te combineren met een afspraak bij de chirurg of, indien van toepassing, bij de stomaverpleegkundige. Als dit niet mogelijk is, dan kunt u de hechtingen na 10 dagen laten verwijderen bij de huisarts.
- Het kan zijn dat uw eetlust nog niet optimaal is. Probeer dan meerdere keren per dag kleine porties te eten en drink regelmatig. U mag alles eten en drinken. Het kan zijn dat bepaald eten nog niet goed bevalt of smaakt. Dit komt op een later tijdstip weer terug.
- Heeft u tijdens de opname adviezen gekregen van een diëtist(e), dan kunt u deze thuis opvolgen. Als u een (tijdelijk) stoma heeft, dan gelden wel een aantal voedingsrichtlijnen. De stomaverpleegkundige bespreekt dit met u.
- U kunt gewoon douchen met zeep, ook als de wond nog open is. Probeer te vermijden dat er zeep in de wond komt. Spoel de wond af met lauw water en dep deze droog.
- Pijnstilling (Paracetamol) mag u gebruiken zolang u dit na de operatie nodig hebt. Als u naar huis gaat, wordt de dosering met u overlegd. Paracetamol behoort tot de zogenaamde zelfzorgmedicatie. U krijgt hiervoor geen recept, maar kunt de paracetamol kopen bij een drogist of apotheek.
- U moet er rekening mee houden dat het een tijdje kan duren voor uw lichaam ‘gewend’ is aan de nieuwe situatie. Consequentie van de operatie is dat de ontlasting onregelmatig, frequent en dun kan zijn.
- Het geschikte moment om uw werkzaamheden weer op te pakken, kunt u in overleg met de ARBO-dienst via uw werkgever en met de chirurg afstemmen. Het verschilt per persoon hoe snel het herstel verloopt en wanneer u weer aan het werk kan.
Contact
Twee tot drie werkdagen na ontslag wordt u gebeld om te vragen hoe het met u gaat. Verder kunt u de eerste zeven dagen na ontslag nog contact opnemen met de afdeling bij lichamelijke klachten, vragen of onduidelijkheden. Als het nodig is, overlegt de verpleegkundige met de dienstdoende arts.
Als u voor de operatie contact heeft gehad met de verpleegkundig casemanager, neemt zij binnen tien dagen contact met u op. Uiteraard kunt u de verpleegkundig casemanager zo nodig eerder bellen.
Wanneer moet u contact opnemen met de afdeling?
Als er sprake is van:
- koorts boven de 38,5°C;
- hevige buikpijn;
- plotselinge wondlekkage;
- overgeven;
- een aantal dagen geen ontlasting en aanhoudende buikpijn en/of krampen;
- aanhoudende misselijkheid en/of braken;
- een wondinfectie (de huid rondom de wond is rood, warm en/of gezwollen).
Tot slot
Heeft u nog vragen? Dan kunt u die stellen op de afdeling of tijdens het gesprek met de chirurg of zaalarts.