Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Cervicale wervelkanaalstenose

Cervicale wervelkanaalstenose

In overleg met uw arts heeft u een afspraak gemaakt voor een herniaoperatie en  wacht u nu op een oproep. Meestal hoort u dit een week voor de operatie.

In deze folder vindt u informatie over de operatie, de risico’s en mogelijke complicaties en de herstelperiode. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw arts.

Een vernauwing van het halswervelkanaal

Een vernauwing van het halswervelkanaal komt regelmatig voor. De wervelkolom kan, vooral bij oudere mensen tekenen van slijtage vertonen. Slijtage van de wervelkolom is een normaal verouderingsproces dat al begint rond het twintigste levensjaar. Hoe erg de slijtage is en hoe snel die gaat, verschilt per persoon. Als reactie op de slijtage, gaat het wervelbot woekeren. Dat noemen we artrose. Het bot wordt dikker en vormt richels. Dit kan op verschillende plekken in de halswervelkolom gebeuren. De richels kunnen het wervelkanaal vernauwen. Zo kan het ruggenmerg in de verdrukking komen. Het kan klachten veroorzaken, zoals minder goed kunnen lopen of klachten van doofheid en tintelingen in de handen, armen of benen. Toch veroorzaakt een vernauwing niet altijd klachten.

Andere oorzaken kunnen zijn: infecties, of verschuiven van wervels, bijvoorbeeld bij een breuk.

Beknelling van het ruggenmerg in de nek is een aandoening die in de meeste gevallen progressief is, wat betekent dat het in de meeste gevallen geleidelijk slechter gaat.

Voorbereiding op de operatie

Voordat u in het ziekenhuis wordt opgenomen, krijgt u eerst afspraken met de apotheek en de polikliniek anesthesiologie. Hier hoort u ook informatie over het staken van eventuele medicijnen en het nuchter zijn voor de operatie.

Dit neemt u mee naar het ziekenhuis

  • De medicijnen die u gebruikt, in de originele verpakking (neem genoeg mee voor enkele dagen). Verandert er iets in uw medicijnen? Geeft u dit dan tijdig door aan de apotheek.
  • Makkelijk zittende kleding en schoenen waarop u goed kunt lopen en hulpmiddelen zoals een rollator of stok, als u die gebruikt.
  • Iets om te ontspannen, zoals een boek, een e-reader, een koptelefoon of oortjes voor de televisie.

Dag van opname

Met u is besproken dat u lopend of via de verpleegafdeling naar de operatiekamer gaat. Bij binnenkomst in het ziekenhuis meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Gaat u lopend naar de operatiekamer, dan wordt u doorverwezen naar het preoperatief spreekuur. Hier volgt kort het opname gesprek met de verpleegkundige. Na dit gesprek mag u naar de opname lounge. Vanuit hier gaat u naar de operatiekamer.
Indien u via de verpleegafdeling opgenomen wordt, mag u zich melden op de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling bereidt u voor op de operatie. Als u vragen heeft, kunt u die aan de verpleegkundige stellen. Tijdens de operatie mag u geen sieraden, make-up of een gebitsprothese dragen.

De operatie

Bij de operatie wordt er meer ruimte gemaakt voor het ruggenmerg en de zenuwwortels. Dit kan op twee manieren en hangt af van de oorzaak van de vernauwing: het gaat via de hals of via de nek. De neurochirurg beslist welke operatie voor u het beste is. In uitzonderlijke gevallen worden deze twee technieken gecombineerd. Een operatie aan de nek vindt altijd onder algehele narcose plaats.

Operatie via de hals

U ligt tijdens de operatie op uw rug.

Via een korte snee aan de voorkant van de hals bereikt de neurochirurg de voorkant van de nekwervels. Met behulp van röntgenopnamen wordt de juiste tussenwervelschijf in beeld gebracht. Daarna wordt er geopereerd met behulp van een microscoop.

De chirurg verwijdert de tussenwervelschijf. Zo kan de chirurg zien of het ruggenmerg en de zenuwen voldoende ruimte hebben. Daarna worden de wervels aan elkaar vastgezet. Meestal gebeurt dit met kooitje of blokje (cage) van titanium.

Het kan zijn dat het verwijderen van één of meerdere tussenwervelschijven niet genoeg is. Dan is het soms nodig om een groter deel weg te halen of zelfs het hele wervellichaam. Als dat gebeurt, wordt een groter kooitje geplaatst. Dat kooitje kan uitgeschoven worden. Soms is het nodig om dit met een plaatje vast te zetten. Het kan zijn dat er aan het einde van de operatie een wondslangetje wordt achtergelaten (een drain).

Operatie via de nek

U ligt tijdens de operatie op uw buik met uw hoofd in een klem (een frame). Met gebruik van röntgenopnamen bepaalt de neurochirurg de plek waar geopereerd moet worden.

De neurochirurg maakt een snee in het midden van uw nek om de wervel(bogen) bloot te leggen. Daarna wordt aan de achterzijde het wervelkanaal geopend door het weghalen van de bogen en de tussenliggende vliezen en banden (ligamenten). Zo wordt er meer ruimte voor het ruggenmerg gemaakt. Bij het afdichten van de wond laat de chirurg soms een drain achter.

Complicaties en risico’s

Bij elke operatie is er kans op complicaties. Uw behandelend arts heeft dit met u besproken. Heeft u hier nog vragen over, dan kunt u die stellen aan de arts. De kans op onderstaande problemen is erg klein, maar wel aanwezig. Daarom zetten wij ze hieronder kort voor u op een rijtje.

Doof gevoel, verlies van kracht of dwarslaesie.

Dit wordt meestal veroorzaakt, doordat de zenuw geïrriteerd is tijdens de operatie en daardoor wat gezwollen raakt. Het dove gevoel en verlies aan kracht gaan meestal enkele weken tot maanden na de operatie vanzelf over. Bij sommige patiënt duurt het een jaar en bij 2 procent van de patiënten treedt uiteindelijk geen herstel op.

Een zeer zeldzame complicatie is het een dwarslaesie: Dit is een schade van het ruggenmerg. Het kan in het uiterste geval leiden tot forse zwakte of volledige verlamming van de beide armen en benen, voeten en zelfs verlies van controle over de blaas- en darmfunctie (incontinentie voor urine en ontlasting) en verlies van seksuele functie.

Nabloeding

Als gevolg van een nabloeding kan er druk op de zenuwen ontstaan. Hierdoor kunt u pijn, tintelingen, een doof gevoel of verlies van kracht in uw arm(en) en/of benen ervaren. Het kan zelfs leiden tot hierboven genoemde dwarslaesie. Dit is dan ook een reden om met spoed opnieuw geopereerd te worden.

Wondproblemen / infectie / overige risico’s

Na een operatie kunnen er problemen ontstaan met de wond door:

  • een infectie van de wond. U krijgt dan pussige lekkage uit de wond, pijn en koorts.
  • het open gaan van de wond. Dit kan leiden tot een (beginnende) infectie.
  • een infectie van de tussenwervelruimte of wervel, we noemen dat een spondylodiscitis. Dit komt gelukkig zeer zelden voor, maar in geval van een dergelijke infectie kan dit gepaard gaan met langdurige rugpijnklachten. Ook moet dit langdurig behandeld worden met antibiotica.
  • lekkage van hersenvocht. Dit gebeurt bij een klein deel (minder dan 3%) van de geopereerde patiënten, meestal bij patiënten die al eens eerder een herniaoperatie hebben gehad. Wanneer er een lekje ontstaan moet er vaak een periode van bedrust van enkele dagen volgen. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij aanhoudende lekkage van hersenvocht, volgt een heroperatie of aanvullende behandeling.

Instabiliteit van de wervels

Na de operatie is er een mogelijkheid dat er een beetje speling ontstaat tussen de wervels. Het is ook mogelijk dat de hoogte tussen de wervels afneemt, waardoor u weer klachten krijgt. Dit komt bij ongeveer 5 procent van de patiënten voor. Bij een enkeling leidt dit tot nieuwe problemen waarvoor soms een nieuwe (en uitgebreidere) operatie nodig is.

Toename last nek en/of armen en/of benen

U kunt  last krijgen van uw nek, armen of benen. Dit kan door:

  • Meer druk op de gewrichtjes tussen de wervels. Hierdoor kunt u in de eerste 3 tot 6 maanden meer last in de nek hebben. Dit gaat in dezelfde periode meestal ook weer over.
  • Restklachten van beschadiging van het ruggenmerg. Dit kan ook na een operatie wisselende klachten geven (soms tijdelijke toename).
  • Opnieuw toename slijtage. Daarom vinden wij het ook belangrijk om altijd te adviseren te stoppen met roken, overgewicht te bestrijden en te zorgen dat de toestand van uw spieren en conditie goed zijn of worden, zodat de kans kleiner wordt dat u een nieuwe hernia krijgt.

Stemproblemen

Na de operatie kunt u een (tijdelijke) heesheid hebben. In de meeste gevallen heeft dit met de beademingsslang die u in de keel gehad heeft te maken en gaat het snel weer over. Wanneer u vanuit de hals bent geopereerd kan dit ook te maken hebben met een beschadiging of irritatie van de stembandzenuw. Dit kan (tijdelijke) uitval van de stembandzenuw veroorzaken. In de meeste gevallen hersteld zich dit in de weken na de operatie, maar in uitzonderlijke gevallen kan dit een blijvende heesheid geven, hetgeen erg vervelend is. In deze situaties zal een consult volgen bij de KNO-arts, meestal enkele weken na de operatie.

Na de operatie

Na de operatie blijft u een poosje op de uitslaapkamer. Daar wordt uw contactpersoon gebeld. Als u weer wakker bent en als uw toestand het toelaat, gaat u terug naar de verpleegafdeling. U verblijft in principe na de operatie één nacht op de verpleegafdeling.

Bent u via de hals geopereerd? Dan heeft u op de operatiedag waarschijnlijk maar weinig last van de wond. U kunt soms wat druk voelen op uw slokdarm of pijn bij het slikken. Soms bent u wat hees.

Bent u via de nek geopereerd? Dan kunt u veel last hebben van de operatiewond en van uw spieren van de nek. Nadat u op de operatiedag enige tijd heeft gelegen, mag u zich op uw zij draaien en ook weer uit bed komen. Als dit pijnlijk is, kunt u hiervoor pijnstillers krijgen.

Als het kan, mag u al snel na de operatie rechtop zitten en uit bed. Als u niet misselijk bent, mag u weer eten en drinken. De verpleegkundige controleert regelmatig de kracht en het gevoel in uw armen en benen.

Het infuus en de eventuele wonddrain worden de volgende ochtend verwijderd.  U mag dan ook weer douchen. De wond wordt gecontroleerd. De neurochirurg of verpleegkundig specialist komen meestal na de operatie, de volgende ochtend, bij u langs om te bespreken of u naar huis kan. Ook word de dag na de operatie er zo nodig een röntgenfoto van de nek gemaakt. Dit gebeurt alleen als u een operatie vanuit de hals heeft gehad. U kunt tot enkele weken na de operatie last van uw nek houden of krijgen.

Naar huis

In de meeste gevallen mag u de volgende ochtend (rond 11:00) weer naar huis. U mag niet zelf naar huis rijden. Daarom is het goed alvast iemand te regelen die u dan ook op kunt halen. U krijgt een (telefonische) controle afspraak na 6 weken om te horen hoe het met u gaat.

De herstelperiode

Als u naar huis gaat, bent u nog niet volledig hersteld. De eerste paar dagen thuis kunnen tegenvallen. Ongemerkt doet u misschien al te veel en hier reageert uw lichaam op. Houdt u daarom de eerste weken na de operatie rekening met pijn en vermoeidheid. Verderop vindt u meer adviezen voor thuis.

Resultaat

U heeft met de neurochirurg besproken wat u mag verwachten van de operatie. Meestal wordt deze operatie verricht om verslechtering van uw klachten te voorkomen. Het kan dus zo zijn dat u na de operatie geen verschil merkt. Soms kan er in de maanden na de operatie nog herstel optreden.

Hechtingen

De wond kan op verschillende manieren zijn dichtgemaakt:

  • Lijm: een lijmlaagje om de wond te dichten ziet u als een glinsterend laagje over de wond. De lijmlaag laat na ongeveer 5 tot 7 dagen vanzelf los.
  • Onderhuidse hechtingen, soms gecombineerd met hechtpleistertjes. Onderhuidse hechtingen lossen vanzelf op. De hechtpleisters kunt u 7 dagen na de operatie zelf verwijderen.
  • Draadhechtingen / nietjes: Als u hechtingen/nietjes heeft, laat u die na 10-12 dagen door uw huisarts verwijderen.

Fysiotherapie na ontslag

Als u na de operatie fysiotherapie nodig heeft, dan overlegt de fysiotherapeut dat met u. De meeste mensen hebben dit de eerste 6 weken niet nodig.

Pijn

Na de operatie kunt u nog pijn hebben. Dit kan veroorzaakt worden door wondpijn, pijn vanuit de spieren en gewrichten of door zenuwpijn. Zenuwpijn wordt veroorzaakt doordat de zenuw lange tijd bekneld is geweest. De pijn kan in de eerste twee weken na de operatie ook weer toenemen en zijn niet ongewoon. Dit zakt vaak binnen 1 tot 2 weken weg. Vaak merkt u zelf of het om spierpijn of zenuwpijn gaat. Spierpijn is niet meteen een reden om het rustiger aan te doen, dit herstelt vanzelf. Bij zenuwpijn kunt u beter rust nemen, zodat de zenuw kan herstellen. Rust betekent echter niet de hele dag op bed liggen. Het is altijd belangrijk om ieder uur even in beweging te zijn.

Wanneer u pijn heeft, kunt u, als u daar tegen kunt, de volgende medicijnen nemen:

Paracetamol: 4 x daags 1000mg

Naproxen: 3 x daags 250mg (evt met maagbeschermer zoals Pantoprazol 1 x per dag)

Als in het ziekenhuis al wordt ingeschat dat u niet voldoende heeft aan bovenstaande medicijnen, krijgt u uit het ziekenhuis soms nog meer medicijnen mee. Houdt u zich dan aan de voorschriften van deze medicatie.

Ook kan het zijn dat u voor de operatie al langere tijd veel pijnstillers gebruikte. Deze kunnen, als de pijn het toelaat dan worden afgebouwd in overleg met de huisarts.

Contact opnemen

Heeft u last van een van de volgende symptomen, neemt u dan onmiddellijk contact op met uw (huis)arts. De symptomen komen echter zelden voor.

  • Onhoudbare pijn in de nek, arm(en) of benen die niet reageert op pijnmedicatie.
  • Abnormale zwelling of lekkage van de wond.
  • Een opengesprongen wond.
  • Pus uit de wond.
  • Hoge koorts.
  • Toenemend krachtsverlies aan één of beide armen en/of benen.
  • Verschijnselen van incontinentie of toenemende doofheid in de schaamstreek.

Als u naar aanleiding van de opname nog vragen heeft, dan kunt u  tot 1 week na de operatie contact opnemen met het secretariaat van de verpleegafdeling, via (050) 524 5510  en daarna met de polikliniek Neurochirurgie (050) 5245950.

Kan uw vraag niet wachten tot de volgende (werk)dag? Neem dan contact op met de huisartsen spoedpost in uw regio.

Adviezen voor thuis

  • Regelmatig afwisselen van houding (zitten / liggen / lopen).
  • Vermijden van langdurige belasting van de nek  (bijvoorbeeld niet lang achter een scherm zitten).
  • Niet onderuit gezakt op een stoel zitten, nek enigszins recht houden.
  • Rustig en ontspannen bewegen.
  • Trap lopen mag, als het maar veilig gebeurt.
  • Douchen mag, eerste drie weken niet zwemmen of baden.
  • Werkhervatting > in principe pas na de controle afspraak.
  • Zelf autorijden > in principe pas na de controle afspraak.
  • Fietsen op een hometrainer mag, wel langzaam opbouwen.
  • Vermijden van schokbelasting zoals hardlopen in de eerste 6 weken.
  • Geen fitness- of krachttraining met toestellen in de eerste 6 weken.
  • Geen zware huishoudelijke taken uitvoeren in de eerste 6 weken.
  • Activiteiten mogen per week uitgebreid worden, zolang het met u goed gaat.

Tevredenheid

Wij gaan ervan uit dat de behandeling naar tevredenheid verloopt. Mocht dit niet het geval zijn, bespreekt u dit dan met degene die hiervoor direct verantwoordelijk is. U kunt ook een afspraak maken met het unithoofd of met de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis. Meer informatie hierover vindt u op onze website of in de folder uw tevredenheid, onze zorg.

Tot slot

Heeft u naar aanleiding van deze folder nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Neurochirurgie, via (050) 524 5950.

Versie: 00541 Cervicale wervelkanaalstenose 2026-01

Specialisme: Neurochirurgie