Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Blaassteenoperatie (lithotrypsie)

Blaassteenoperatie (lithotrypsie)

Inleiding

U wordt binnenkort opgenomen in het Martini Ziekenhuis voor een urologische operatie. Bij onderzoek zijn één of meerdere stenen in de blaas geconstateerd. Uw behandelend arts heeft met u besproken dat deze verwijderd moet(en) worden. De operatie wordt blaassteen lithotrypsie genoemd. In deze folder leest u meer over blaasstenen en de operatie. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw uroloog.

Blaasstenen

Blaasstenen zijn stenen in de blaas. Meestal zijn het nierstenen die via de urineleider in de blaas terechtkomen. Zo zijn ze met de plas mee naar buiten gekomen. Een steentje kan echter ook achterblijven in de blaas en daar gaan groeien.

Klachten

In veel gevallen merkt u niets van blaasstenen. Soms kunnen ze echter het plassen bemoeilijken. Pijn en een brandend gevoel tijdens het plassen zijn enkele symptomen. Blaasstenen kunnen ook een blaasontsteking veroorzaken. 

Oorzaken

Blaasstenen bestaan, net als de meeste nierstenen, hoofdzakelijk uit calcium. Vaak is de samenstelling ervan een mengsel van verschillende kristallen. Oxalaat of urinezuur zijn 2 van dit soort kristallen.

Voorbereiding

Het is belangrijk dat u zich op deze operatie voorbereidt. Hieronder leest u welke voorbereidingen er zijn.

Spreekuur uroloog

Vóór de operatie gaat u naar het spreekuur op de polikliniek Urologie. Op dit spreekuur praat u met een uroloog, een uroloog in opleiding of een afdelingsarts. U krijgt informatie over de operatie, mogelijke complicaties en hoe lang u in het ziekenhuis blijft.

Preoperatief spreekuur

Vóór de operatie heeft u een afspraak voor het preoperatieve spreekuur. Deze afspraak is op de polikliniek Anesthesiologie. In de informatie over het Preoperatief Spreekuur en anesthesie leest u er meer over. Hierin staat onder andere wat u meeneemt naar de afspraak.

De opname

De opnameplanning stuurt u informatie over de datum en tijd van opname in het ziekenhuis. Zie voor meer informatie over uw opname de folder Uw opname in het Martini Ziekenhuis.

In de folder Meerdaagse opname leest u meer over een operatie en het verblijf in het ziekenhuis. De datum en tijd van uw operatie krijgt u van de Opnameplanning.

Nuchter zijn

U moet nuchter zijn voor de operatie. Dit betekent dat u voor de operatie niet al­les mag eten en drinken. Wat u wel en niet mag eten, leest u in de informatie over het Preoperatief Spreekuur en anesthesie.

De operatie

De operatie gebeurt onder algemene narcose of onder plaatselijke verdoving. Bij een plaatselijke verdoving krijgt u een ruggenprik. 

De blaassteen wordt verwijderd via de plasbuis. Tijdens de operatie ligt u op uw rug met uw benen in beensteunen. De arts schuift via uw plasbuis een scoop (een kijkertje) in uw blaas. Hiermee kan de arts de blaassteen zien en weghalen. Soms moet de blaassteen daarvoor eerst kleiner gemaakt worden. Dit gebeurt met een speciale laser of knijptang. Terwijl dit gebeurt, wordt de blaas via de scoop gespoeld met spoelvloeistof. Zo wordt het gruis van de blaassteen en kleine bloedstolsels weggespoeld.

Duur van de operatie

De operatie duurt ongeveer 30 minuten. Voor deze operatie wordt u 1 dag en 1 nacht opgenomen in het ziekenhuis.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Uw contactpersoon wordt gebeld dat de operatie is afgelopen. Op de uitslaapkamer worden uw bloeddruk en hartslag gecontroleerd. U heeft een infuus in uw arm. Daarmee krijgt u vocht toegediend. U heeft een katheter in uw blaas. Dit is een slangetje in de plasbuis dat er voor zorgt dat de urine en gruis uit de blaas kan lopen. U hoeft dan niet zelf te plassen. De urine kan in het begin nog wat bloederig zijn.

U blijft een tijdje op de uitslaapkamer. Hoe lang u daar blijft, hangt af van hoe het met u gaat. Op de uitslaapkamer mag u geen bezoek ontvangen. Een verpleegkundige brengt u daarna terug naar de afdeling.

Weer naar huis

De katheter wordt verwijderd als de urine helder is. Meestal is dit de dag na de operatie. U kunt dan zelf weer plassen. In het begin kunt u een branderig gevoel hebben bij het plassen. Ook kan er bloed in de urine zitten. Als u goed drinkt, ruim 2 liter, spoelt u de blaas en verdwijnen deze klachten snel.  Als het plassen na het verwijderen van de katheter goed gaat, mag u naar huis. Thuis is het ook belangrijk om goed te blijven drinken en zo uw blaas te spoelen.

Leefregels

  • Probeer 2 liter vocht per dag te drinken. Zo spoelt u uw blaas.
  • U mag de eerste 6 weken na de operatie niet te hard persen bij de ontlasting.
  • U mag de eerste 6 weken na de operatie geen zwaar huishoudelijk werk doen, niet zwaar tillen, niet fietsen en niet sporten.
  • U mag weer autorijden als u zonder pijn kunt bewegen, niet meer duizelig bent en geen medicijnen gebruikt die invloed hebben op de rijvaardigheid.
  • Het is belangrijk dat u beweegt. Beweging zorgt dat de kans op trombose lager is. Bij trombose raakt een bloedvat verstopt door een bloedprop. U kunt bijvoorbeeld wandelen. Wandelen is een goede vorm van beweging.
  • Het kan zijn dat u na de ingreep wat sneller vermoeid bent en minder aankunt dan normaal. Geef hier aan toe en neem voldoende rust. Het is belangrijk om goed naar uw lichaam te luisteren.

Mogelijke complicaties

Na elke ingreep kan een complicatie ontstaan. Meestal verloopt een operatie en de periode daarna zonder problemen. Problemen die bij deze ingreep voor kunnen komen zijn:

  • Branderigheid tijdens het plassen.
  • Blaasontsteking waarvoor behandeling met antibiotica nodig is.
  • Tijdelijk bloed in de urine tijdens het plassen.
  • Lukt het niet om alle stenen (of rest fragmenten) te verwijderen? Dan ontstaan na verloop van tijd opnieuw blaasstenen.

Zeer zelden

  • Beschadiging van de urinebuis waardoor litteken en vernauwingen kunnen ontstaan.
  • Perforatie (gaatje) van de blaas. Vaak kan dit behandeld worden door wat langer de blaaskatheter in te houden. Soms is een operatie via een snede in de onderbuik nodig om de blaas te hechten.
  • Blijken de stenen te groot om via de plasbuis te verwijderen? Dan is een operatie via een snede in de onderbuik nodig om de blaas te openen en de stenen te verwijderen.

Wanneer bellen?

Krijgt u binnen 48 uur na ontslag onderstaande klachten?

Neem dan contact op met de polikliniek urologie tijdens kantooruren (050-5246920).

Buiten kantooruren neemt u contact op met de verpleegafdeling (050-5245510).

  • Aanhoudende pijn die niet verdwijnt met paracetamol.
  • Koorts met een temperatuur boven de 38,5 graden Celsius.
  • Niet kunnen plassen.
  • Erg bloederige urine met bloedstolsels die niet verdwijnen met veel drinken.

Na de eerste 48 uur neemt u bij bovenstaande klachten contact op met de huisarts of zo nodig de huisartsenpost. Die neemt, indien nodig, contact op met de uroloog.

Controle

U krijgt een controleafspraak voor op de polikliniek thuis gestuurd.

Blaassteenoperatie - 29-11-2023 

Specialisme: Urologie