Inleiding
U wordt binnenkort opgenomen in het Martini Ziekenhuis voor een urologische operatie: een blaashals incisie. In deze folder leest u over die operatie. De informatie is een aanvulling op het gesprek met uw arts.
De blaashals
De blaashals of de uitgang van de blaas in de prostaat kan vernauwd zijn. Bij sommige mannen is deze blaashals van nature erg nauw of hoog. Bij sommige mannen treedt deze vernauwing op na een voorgaande ingreep of na een beschadiging van de blaashals door een ongeval of katheterisatie.
De blaashals incisie
De operatie die nodig is om de vernauwing van de blaashals te verhelpen heet blaashals incisie. Incisie wil zeggen dat er een snede gemaakt wordt in de blaashals. De uroloog doet dit via de plasbuis, dus via de penis.
Voorbereiding
Het is belangrijk dat u zich op deze operatie voorbereidt. Hieronder leest u welke voorbereidingen er zijn.
Spreekuur uroloog
Vóór de operatie gaat u naar het spreekuur op de polikliniek Urologie. Op dit spreekuur praat u met een uroloog, een uroloog in opleiding of een afdelingsarts. U krijgt informatie over de operatie, mogelijke complicaties en hoe lang u in het ziekenhuis blijft.
Preoperatief spreekuur
Vóór de operatie heeft u een afspraak voor het preoperatieve spreekuur. Deze afspraak is op de polikliniek Anesthesiologie. In de informatie over het Preoperatief Spreekuur en anesthesie leest u er meer over. Hierin staat onder andere wat u meeneemt naar de afspraak.
De opname
De opnameplanning stuurt u informatie over de datum en tijd van opname in het ziekenhuis. Zie voor meer informatie over uw opname de folder Uw opname in het Martini Ziekenhuis.
In de folder Meerdaagse opname leest u meer over een operatie en het verblijf in het ziekenhuis. De datum en tijd van uw operatie krijgt u van de Opnameplanning.
Nuchter zijn
U moet nuchter zijn voor de operatie. Dit betekent dat u voor de operatie niet alles mag eten en drinken. Wat u wel en niet mag eten, leest u in de informatie over het Preoperatief Spreekuur en anesthesie.
De operatie
- U ligt tijdens de operatie met uw benen opgetrokken in beensteunen.
- De uroloog brengt een kijkinstrument in de plasbuis. Dit instrument heet een resectoscoop. Met deze resectoscoop kan de uroloog in de plasbuis kijken. Omdat aan de resectoscoop een metalen lusje zit dat warm kan worden, kan de uroloog er ook mee opereren.
- Tijdens de ingreep bekijkt de uroloog uw blaas. Dan maakt hij 1 of 2 sneetjes in de blaashals waardoor deze wijder wordt. De wondjes worden dicht gebrand.
- Tenslotte wordt er een katheter ingebracht. Dit is een slangetje in de plasbuis dat er voor zorgt dat de urine uit de blaas kan lopen. De katheter is nodig om de operatiewond rust te geven en eventuele bloedstolsels weg te spoelen.
Duur van de operatie
De operatie duurt ongeveer 30 minuten.
Na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Uw contactpersoon wordt gebeld dat de operatie is afgelopen. Op de uitslaapkamer worden uw bloeddruk en hartslag gecontroleerd. U heeft een infuus in uw arm. Daarmee krijgt u vocht toegediend.
Door de katheter hoeft u niet zelf te plassen. De urine kan in het begin nog wat bloederig zijn.
U blijft een tijdje op de uitslaapkamer. Hoe lang u daar blijft, hangt af van hoe het met u gaat. Op de uitslaapkamer mag u geen bezoek ontvangen. Een verpleegkundige brengt u daarna terug naar de afdeling.
Urine beoordelen
De katheter blijft 1 tot 2 dagen zitten, afhankelijk van de kleur van uw plas. Als de katheter verwijderd is, moet de urine opgevangen worden in een urinaal. De verpleegkundige kan dan zien of u voldoende plast en hoe de urine eruit ziet. Ook wordt met een echo bekeken of u voldoende leeg plast. Als het plassen goed gaat, mag u naar huis. Dit gebeurt in overleg met uw uroloog.
Weer naar huis
Leefregels
De eerste 6 weken na de operatie houdt u zich aan de volgende leefregels:
- Veel drinken, minimaal 2 liter vocht per dag. Dit voorkomt stolselvorming en draagt bij aan een goed herstel.
- Zorg voor zachte ontlasting, zodat u niet hoeft te persen. Ontlasting wordt zacht door veel te drinken en vezelrijke voeding zoals volkoren producten, fruit en verse groente te eten. En ook door voldoende te bewegen.
- Geen zaadlozing.
- Geen zware lichamelijke arbeid verrichten of zwaar tillen.
- Niet fietsen, ook niet op de hometrainer.
- Niet sporten.
- Niet langdurig autorijden, mocht dit toch nodig zijn dan dient u regelmatig even te stoppen en een stukje te lopen.
- Geen alcohol drinken, in verband met de kans op een nabloeding.
- Het werk kan hervat worden als u geen bloed meer plast, tenzij u lichamelijk zwaar werk verricht. Overleg dan met uw uroloog.
Mogelijke klachten en verschijnselen
- Na de operatie kan er in de urine af en toe nog wat bloed zitten. Schrik daar niet van, dit hoort erbij. Dit komt omdat de inwendige wond nog niet geheel is genezen. Het kan tot ongeveer zes weken na de operatie voorkomen. Als de hoeveelheid bloed toeneemt, kunt u het beste contact opnemen met uw huisarts.
- Naast bloed bij de urine zou u ook wat weefselresten uit kunnen plassen. Dit is niet iets om ongerust over te zijn. Dit komt door de operatie en de weefselresten plast u vanzelf uit.
- U kunt vaak aandrang tot plassen hebben.
- U kunt een branderig / schrijnend gevoel bij het plassen hebben. Dit is een tijdelijk probleem dat bij de genezing van de wond veelal verdwijnt. Ook door veel te drinken wordt de pijn steeds minder. Mocht u hierbij veel last ervaren, dan kunt u tot maximaal 4x daags 1000 mg paracetamol innemen.
Mochten de klachten van pijn bij het plassen en aandranggevoel in de loop van de dagen erger worden in plaats van beter, dan kunt u een blaasontsteking hebben. Advies is om uw urine bij de huisarts te laten controleren. Die kan u zo nodig een antibioticumkuur voorschrijven.
Plasproblemen zijn een paar maanden na de operatie meestal voorbij.
U kunt verschil bemerken bij de zaadlozing. Er komt meestal geen vocht meer naar buiten, het blijft droog. Het sperma komt namelijk in de blaas terecht. Dit kan geen kwaad. Bij het plassen wordt het sperma uit geplast. De beleving van het orgasme blijft hetzelfde.
Eventuele medicatie
- Een eventuele antibioticum kuur dient u af te maken. Indien dit voor u van toepassing is, krijgt u een recept mee.
- Bij ontslag wordt besproken wanneer u weer mag starten met uw bloed verdunnende medicijnen, als u die gebruikt.
Wanneer bellen?
Krijgt u binnen 48 uur na ontslag onderstaande klachten? Neem dan contact op met de polikliniek Urologie tijdens kantooruren. Buiten kantooruren neemt u contact op met de verpleegafdeling (050) 524 5510.
- Koorts boven de 38,5 graden Celsius of koude rillingen.
- Ernstige brandende pijn heeft tijdens het plassen.
- Niet meer kunnen plassen.
- Als u behalve bloed ook flinke stolsels uit plast en ruim drinken helpt niet.
Na de eerste 48 uur neemt u bij bovenstaande klachten contact op met de huisarts of zo nodig de huisartsenpost. Die neemt, indien nodig, contact op met de uroloog.
Controle
U krijgt een afspraak voor een controle 6 weken na de operatie.
Versie: 00491 Blaashals incisie 2025-09