Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Behandeling en onderzoek
  3. Anti-hormonale therapie bij borstkanker

Anti-hormonale therapie bij borstkanker

Inleiding

U komt in aanmerking voor anti-hormonale therapie. In deze folder leest u meer over de werking, de bijwerkingen en wat u kunt doen bij klachten tijdens de anti- hormonale therapie. De folder is bedoeld als aanvulling op de mondelinge informatie van de internist-oncoloog en/of verpleegkundig specialist.

Hormonen

Hormonen zijn stoffen die ons lichaam zelf maakt. Deze stoffen regelen een groot aantal lichaamsfuncties. Hormonen worden in een aantal klieren, organen en weefsels gemaakt, bijvoorbeeld in de eierstokken.

Een belangrijke groep hormonen zijn de vrouwelijke geslachtshormonen. Deze hormonen zijn nodig voor de groei en de ontwikkeling van de borsten en het baarmoederslijmvlies. De eierstokken produceren vanaf de eerste menstruatie oestrogenen en progesteron.

Deze hormoonproductie staat onder invloed van een hormoon (LHRH = luteïniserend hormoon releasing hormoon) dat afkomstig is uit een deel van de hersenen (hypothalamus). De functie van het LHRH is het stimuleren van de hypofyse tot
het afgeven van FSH (Follikel stimulerend hormoon) en LH (Luteïniserend hormoon). De hypofyse stimuleert met behulp van de FSH en LH de productie van oestrogenen en progesteron door de eierstokken.

Overgang

Als de overgang nadert, produceren de eierstokken steeds minder hormonen en op een gegeven moment houdt de aanmaak van hormonen in de eierstokken op. Het is niet zo dat de productie van de oestrogenen in het lichaam helemaal is gestopt na de overgang. In de bijnierschors worden onder invloed van ACTH (adrenocorticotroop hormoon) ook hormonen gemaakt, androgenen genaamd. Deze androgenen worden in het vet- en spierweefsel omgezet in oestrogenen. De totale productie van de oestrogenen is na de overgang wel veel minder dan daarvoor.

Verschillende aangrijpingspunten anti-hormonale therapie

De afbeelding laat de verschillende aangrijpingspunten van anti-hormonale therapie zien

Hormoongevoelige tumor

Een behandeling met anti-hormonale therapie werkt niet bij iedereen. Het hangt bijvoorbeeld af van de aanwezigheid van zogenoemde hormoonreceptoren op de tumorcellen. Borsten hebben hormonen nodig om te groeien en te kunnen functioneren. Deze hormonen hechten zich aan borstkliercellen op de zogenaamde receptoren. Deze receptoren zijn de ontvangers van de hormoonsignalen. Borstkankercellen hebben deze receptoren ook vaak. Is dat het geval, dan noemen we de borstkanker hormoonreceptor positief. De oestrogenen kunnen zich gaan hechten aan de tumorcellen en stimuleren op deze manier de groei van de tumorcellen.

Anti-hormonale therapie geven we daarom alleen aan mensen met een hormoonreceptor positieve tumor.

Behandeling met anti-hormonale therapie

Er zijn meerdere behandelingen mogelijk met anti-hormonale therapie:

  • Als neo-adjuvante behandeling, voorafgaand aan een operatie. Met als doel de tumor in de borst kleiner te maken zodat opereren beter mogelijk is.
  • Als adjuvante behandeling, aanvullend op een operatie of bestraling. Het doel hiervan is om eventuele niet-zichtbare kankercellen aan te pakken, zodat kans op terugkeer van ziekte kleiner wordt.
  • Als palliatieve behandeling bij patiënten met een uitgezaaide borstkanker, waarbij het doel is de ziekte te remmen.
  • Als primaire behandeling bij patiënten die in principe niet bestraald of geopereerd kunnen of willen worden.

Alleen bij een meetbare tumor of uitzaaiingen is het effect van de behandeling met anti-hormonale therapie te meten door de grootte van de tumor of uitzaaiingen te volgen. Wanneer de anti-hormonale therapie aanvullend (adjuvant) gegeven wordt, is het effect van de behandeling niet meetbaar.

Hoe werkt anti-hormonale therapie?

Er zijn verschillende manieren om de borstkankercellen te remmen.

1. Anti-oestrogenen bestaan uit stoffen die lijken op oestrogeen. Deze stoffen kunnen zich aan de kankercellen hechten, op de plaats waar anders het oestrogeen zou binden. Maar anders dan oestrogeen geven deze stoffen geen signaal aan de kankercel om te delen.
2. De productie van oestrogenen wordt verminderd door middelen die de omzetting van androgenen in oestrogeen door het enzym aromatase remmen.
3. De productie van oestrogeen wordt verminderd door middelen die de aanmaak van LH en FSH in de hypofyse remmen.
4. De productie van oestrogeen in de eierstokken kan worden verminderd door de eierstokken tijdens een operatie te verwijderen. Als de eierstokken zijn verwijderd is de grootste bron van oestrogeenproductie weg. Door deze behandeling wordt u onvruchtbaar en komt u definitief in de overgang.

Anti-hormonale therapie bij borstkanker op een rij

De behandeling zoals beschreven in punt 3 en 4 kunnen worden gecombineerd met behandeling 1 of 2.

Soort behandeling Stofnaam Toediening
1. Anti-oestrogeen

Tamoxifen

Fulvestrant

Tabletten 1x daags

Injectie in bilspier

2. Aromataseremmers

Anastrazol

Letrozol

Exemestaan

Tabletten 1x daags
3. Remmen van de hypofyse met LHRH-analogen

Leuproreline

Gosereline

Busereline

Injectie onder de huid, 1x per maand of 1x per 3 maanden

4. Uitschakelen van de eierstokken

 

Operatie 

Bijwerkingen en adviezen

De meeste vrouwen verdragen de anti-hormonale therapie vrij goed. Zoals bij elk medicijn, kunnen er ook bij anti-hormonale therapie bijwerkingen optreden. De bijwerkingen van anti-hormonale therapie verschillen per medicijn en per persoon. Sommige bijwerkingen kunnen direct aanwezig zijn, andere worden pas na langer gebruik merkbaar. Veel van de bijwerkingen verminderen in de loop van enkele maanden of verdwijnen zelfs helemaal. Hieronder leest u meer over de meest voorkomende bijwerkingen van anti-hormonale therapie en adviezen hoe hiermee om te gaan.

Overgangsverschijnselen

Opvliegers, transpiratieaanvallen en onregelmatige menstruaties zijn natuurlijke verschijnselen die passen bij de overgang. Ze horen vanzelf weer over te gaan. Door de anti-hormonale therapie kunnen overgangsverschijnselen ontstaan. Hebt u de overgang al gehad? Dan kunt u opnieuw last krijgen van deze verschijnselen.

Opvliegers en transpiratieaanvallen

Opvliegers zijn plotselinge warmte aanvallen. Vaak gaat een opvlieger gepaard met een verhoogde hartslag en overmatig transpireren.

Wat kunt u zelf doen?

• Draag niet te warme kleding (liefst katoen) en draag laagjes kleding.
• Gebruik beddengoed van natuurlijke stoffen (bijvoorbeeld katoen en linnen) en gebruik eventueel een extra laken tussen uzelf en het dekbed.
• Bij sommige mensen zou sterk gekruid voedsel, chocolade, koffie, alcohol en roken aan het ontstaan van opvliegers kunnen bijdragen.
• Stress kan zorgen voor meer opvliegers. Zorg voor ontspanning en voldoende afleiding.
• Soms kunnen medicijnen de klachten enigszins verminderen. Bespreek dat met uw internist-oncoloog of verpleegkundig specialist.

Onregelmatige menstruaties en onvruchtbaarheid

Door de behandeling met anti-hormonale therapie kan er een verandering optreden in de menstruatie. U bent soms minder vaak ongesteld, de menstruatie kan korter of juist langer duren, de hoeveelheid bloedverlies kan variëren of de menstruatie kan uitblijven. Ondanks het uitblijven van de menstruatie kunt u nog steeds vruchtbaar zijn.

Bij gelijktijdig gebruik van injecties met een LHRH analoog wordt de functie van de eierstokken uitgeschakeld. In dat geval is de kans heel klein dat u zwanger wordt. Na het stoppen met deze injecties kunnen de eierstokken zich weer herstellen en kan ook een zwangerschap weer mogelijk zijn.

Wat kunt u zelf doen?

• Zorg voor goede anticonceptie tijdens de anti-hormonale therapie. Gebruik geen hormoonbevattende anticonceptie zoals bijvoorbeeld de pil, Mirena spiraal of NuvaRing. Gebruik bijvoorbeeld een koperhoudende spiraal, condoom of anticonceptie bij uw partner.

Verlies van libido (minder zin in vrijen)

Door de veranderende hormoonbalans kan het zijn dat u minder zin hebt in vrijen. De ziekte, vermoeidheid en angst kunnen de zin in vrijen ook negatief beïnvloeden. Dat betekent niet dat u minder behoefte heeft aan intimiteit. Ook uw partner kan het soms moeilijk vinden om lichamelijk contact te hebben, bijvoorbeeld omdat uw partner denkt dat u daar nog niet aan toe bent. Voor u beiden is het belangrijk dat er aandacht is voor de verschillende gevoelens en behoeften. Neem samen de tijd om weer vertrouwd te raken met uw lichaam en te verwerken wat er veranderd is door de ziekte en de behandeling.

Wat kunt u zelf doen?

• Sta stil bij uw eigen behoeften, wensen en verwachtingen. Bespreek deze met uw partner en vraag andersom naar uw partners behoeften en verwachtingen.
• Bespreek het met uw internist-oncoloog, verpleegkundig specialist of case-manager.
• U kunt eventueel naar een seksuoloog worden verwezen.

Droge huid en slijmvliezen

De huid kan droger en minder elastisch worden. Omdat er minder traanvocht en speeksel worden aangemaakt kunnen de ogen en de mond droger worden. Ook kan de vagina droog en schraal aanvoelen waardoor u pijn tijdens het vrijen kunt ervaren.

Wat kunt u zelf doen?

• Douche niet te heet en te lang en was eventueel met een speciale pH neutrale zeep en gebruik ongeparfumeerde huidverzorgingsproducten voor een droge huid.
• Voor droge of tranende ogen kunnen oogdruppels verlichting bieden. Draag liever geen contactlenzen.
• Zorg dat u altijd wat water bij de hand hebt; ook ’s nachts en onderweg.
• Draag katoenen ondergoed en was uw geslachtsdeel niet met zeep. Als het nodig is kunt u katoenen inlegkruisjes gebruiken.
• Bij een droog of schraal gevoel van de vagina kunt u een glijmiddel zonder hormonen gebruiken. Deze zijn verkrijgbaar zonder recept bij de drogist/apotheek. Controleer de bijsluiter of het glijmiddel samen kan met het eventuele gebruik van een condoom.
• Bij jeuk en/of verandering van de vaginale afscheiding kan sprake zijn van een schimmelinfectie. Raadpleeg hiervoor uw huisarts of verpleegkundig specialist.

Gewichtstoename

Bij sommige patiënten neemt het gewicht toe. Belangrijk is om vanaf de start van de behandeling een gezonde leefstijl aan te houden, waarbij u voldoende beweegt en gezond eet.

Wat kunt u zelf doen?

• Eet gevarieerd en gezond.
• Beperk vette of zoete producten.
• Drink veel water.
• Probeer geen tussendoortjes te nemen.
• Beweeg dagelijks minimaal een half uur; wandelen, fietsen, zwemmen of een andere activiteit.

Spier- en gewrichtsklachten

Vooral bij een aromataseremmer kunnen spier en gewrichtsklachten voorkomen. Met name ’s ochtends bij het opstaan kunnen de spieren en gewrichten stijf en pijnlijk aanvoelen.

Wat kunt u zelf doen?

- Een warm bad, warme douche of kruik kunnen de klachten doen verlichten.
- Blijf bewegen, maar zorg ook voor rust en ontspanning.
- Let op uw gewicht, hoe zwaarder u bent, hoe meer u uw gewrichten belast
- Zo nodig kunt u een pijnstiller gebruiken.
- Mogelijk kan het supplement Glucosamine de klachten verbeteren.

Stemmingswisselingen

Door de verandering in de hormoonhuishouding kunt u gevoeliger zijn voor stemmingswisselingen. Vrouwen geven aan vaak prikkelbaarder te zijn, gemakkelijker geïrriteerd te raken en sneller uit hun evenwicht te zijn. Soms zelfs zo dat
zij zichzelf niet herkennen. Depressieve gevoelens kunnen ontstaan als direct gevolg van de overgang, maar ook doordat u geconfronteerd wordt met het hele ziekte- en behandelproces. De anti-hormonale middelen kunnen deze effecten versterken.

Wat kunt u zelf doen?

• Bespreek uw gevoelens met uw naasten.
• Breng een vast patroon aan in uw dagritme
• Overweeg contact met lotgenoten voor een stuk (h)erkenning (bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging).
• Bespreek met uw huisarts, internist-oncoloog of verpleegkundig specialist welke psychosociale ondersteuning u nodig heeft. Bijvoorbeeld psycholoog, maatschappelijk werk of praktijkondersteuner van de huisarts.
• Mocht u lange tijd depressief blijven, dan kan het een oplossing zijn om op een andere anti-hormonale behandeling over te gaan of om medicatie tegen stemmingswisselingen te krijgen. Bespreek dit met uw internist-oncoloog of verpleegkundig specialist.

Vermoeidheid

Door de verandering in de hormoonhuishouding kunt u meer last hebben van vermoeidheid. Dit hoeft niet door de anti-hormonale therapie te komen, maar kan ook komen door eerdere behandelingen of de ziekte zelf. De behandeling van borstkanker is een ingrijpende ervaring die verschillende gevoelens zoals angst, verdriet, machteloosheid, onzekerheid en boosheid met zich mee kan brengen. Dit kan ervoor zorgen dat u meer vermoeid bent dan normaal. Ook kunnen slapeloosheid, concentratieproblemen en vergeetachtigheid optreden.

Wat kunt u zelf doen?

• Creëer een goede balans tussen rust en bewegen. Verdeel de activiteiten over de dag en plan rustmomenten in. Dit geeft structuur en op den duur energie.
• Maak een lijstje met activiteiten en plannen om uw geheugen te helpen.
• Stel nieuwe grenzen aan uw mogelijkheden/beperkingen.
• Maak gebruik van de hulp die u wordt aangeboden van uw familie en vrienden.
• Probeer uw conditie op peil te houden door te blijven bewegen. Beweging heeft een positieve invloed op uw vermoeidheid.
• U kunt gebruik maken van oncologische revalidatie. Dit kunt u bespreken met uw huisarts, internist-oncoloog of verpleegkundig specialist.

Overige bijwerkingen

Vlak na het starten van de anti-hormonale therapie kunnen misselijkheid, maag- darmproblemen en hoofdpijn optreden. Deze bijwerkingen zijn meestal tijdelijk en verdwijnen na verloop van tijd. Verder kunnen er huidafwijkingen en haaruitval optreden.

Specifieke bijwerkingen anti-hormonale therapie

Tamoxifen

• Trombose is een zeldzame bijwerking van tamoxifen. Neem contact op met de huisarts, internist-oncoloog of verpleegkundig specialist bij een rood, dik, warm of pijnlijk been, bij kortademigheidsklachten of pijn bij diep doorzuchten.
• Baarmoederkanker, is een zeer zeldzame bijwerking van tamoxifen. Neem contact op met de internist-oncoloog of verpleegkundig specialist bij onverwacht vaginaal bloedverlies, anders dan normale menstruatie.

Aromataseremmer

Botontkalking (osteoporose) is het brozer worden van de botten met daarbij een vergrote kans op het ontstaan van botbreuken. Na de overgang gaat bij alle vrou- wen de botdichtheid achteruit. Tijdens het gebruik van aromataseremmers en bij vrouwen die heel vroeg in de overgang raken, is de kans op botontkalking enigszins vergroot. Het vaststellen van botontkalking gebeurt met een röntgenonderzoek (botdichtheidsmeting).

Wat kunt u zelf doen?

• Neem voldoende calcium: calcium zit voornamelijk in zuivelproducten, minimaal 3-4 zuivelproducten per dag.
• Neem voldoende vitamine D: Zonlicht is de belangrijkste bron van vitamine D. Het lichaam kan onder invloed van zonlicht in de huid vitamine D zelf aanmaken. Vitamine D zit ook in eten: vooral in vette vis en met wat lagere gehaltes in vlees en eieren. Vitamine D wordt toegevoegd aan halvarine, margarine en bak- en braadproducten. U kunt vitamine D als supplement nemen.
• Voldoende bewegen: minimaal 30 minuten per dag. Wandelen, hardlopen, dansen, traplopen en springen is beter dan gewichtsondersteunend bewegen zoals fietsen en zwemmen.
• Stop met roken, wees matig met alcohol.
• Zorg voor een gezond gewicht.


Het gebruik van sojaproducten en supplementen

Het gebruik van sojaproducten kan invloed hebben op de werking van anti-hormonale therapie. Daarom geldt het volgende advies:
• Gebruik niet meer dan drie voedingsmiddelen per dag die van nature soja bevatten, zoals sojaboter, sojascheuten, sojamelk, sojayoghurt, tahoe, tempé en vegetarische vleesvervangers op basis van soja.
• Gebruik geen supplementen met hoge dosis soja, fyto-oestrogenen of iso-flavonen (daidzeїne, genisteїne). Deze namen zijn meestal terug te vinden op de verpakkingen van supplementen. Vraag het anders aan uw internist-oncoloog of verpleegkundig specialist.

Gebruik anti-hormonale medicijnen

Het is belangrijk dat u de anti-hormonale medicijnen volgens voorschrift gebruikt. Kies een tijdstip waarop het voor u handig  is om uw medicijnen in te nemen, om de kans op vergeten zo klein mogelijk te maken. Krijgt u last van bijwerkingen die invloed hebben op uw kwaliteit van leven? Bespreek dit met uw internist-oncoloog of verpleegkundig specialist. Zij kunnen met u bekijken hoe de behandeling zo goed mogelijk voortgezet kan worden.

Follow-up

Zolang u behandeld wordt met anti-hormonale therapie wordt u gecontroleerd door uw internist-oncoloog en verpleegkundig specialist oncologie op het Borstcentrum of op de polikliniek Interne Geneeskunde. Afhankelijk van de behandelindicatie wordt de zorg afgestemd op uw persoonlijke situatie en wensen.

Tevredenheid

Wij gaan ervan uit dat de behandeling naar tevredenheid loopt. Mocht dit niet het geval zijn, vragen wij u dit eerst te bespreken met degene die hiervoor direct verantwoordelijk is. U kunt ook een afspraak maken met het hoofd van de afdeling of met de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis. Meer informatie hierover vindt u op onze website of in de folder Uw tevredenheid, onze zorg.

Tot slot

Als u last heeft van bijwerkingen, adviseren wij u om dat eerst  enkele  dagen tot weken aan te kijken. Vaak verdwijnen de klachten na verloop van tijd als uw lichaam zich op de behandeling heeft  ingesteld. Bespreek de bijwerkingen in ieder geval met uw internist-oncoloog of verpleegkundig specialist. Zij kunnen u tips geven om deze klachten te verminderen.

Bij vragen, onacceptabele bijwerkingen of bij vaginaal bloedverlies, niet passend bij een  normale menstruatie kunt u een mail sturen naar de verpleegkundig specialisten via het mailadres antihormonaletherapie@mzh.nl. Wij streven ernaar om uw vraag binnen 2 werkdagen te beantwoorden. Eventueel kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met uw verpleegkundig specialist of internist-oncoloog via het secretariaat van de polikliniek Interne Geneeskunde. Telefoon (050) 524 5870.

Bij verdenking van een trombosebeen, trombose-arm of longembolie, moet u direct contact opnemen met uw huisarts.

 

 

Meer informatie

Meer betrouwbare informatie over borstkanker vindt u op onderstaande websites. U kunt ook uw internist-oncoloog of verpleegkundig specialist om meer informatie vragen.

 

Borstkanker algemeen

Borstkanker? Lees betrouwbare info - Kanker.nl

 

Borstkankervereniging Nederland

www.borstkanker.nl

 

Seksualiteit bij borstkanker

Seksualiteit en intimiteit | Borstkankervereniging Nederland

 

Voeding en kanker

www.voedingenkankerinfo.nl

 

Tips over gezonde voeding en recepten

www.voedingscentrum.nl

 

Online verwijsgids voor aanvullende behandeling- en begeleidingsmogelijkheden

www.verwijsgidskanker.nl

Versie: 00323 Anti-hormonale therapie bij borstkanker 2024-09

Specialisme: Interne Geneeskunde