De meeste vrouwen verdragen de anti-hormonale therapie vrij goed. Zoals bij elk medicijn, kunnen er ook bij anti-hormonale therapie bijwerkingen optreden. De bijwerkingen van anti-hormonale therapie verschillen per medicijn en per persoon. Sommige bijwerkingen kunnen direct aanwezig zijn, andere worden pas na langer gebruik merkbaar. Veel van de bijwerkingen verminderen in de loop van enkele maanden of verdwijnen zelfs helemaal. Hieronder leest u meer over de meest voorkomende bijwerkingen van anti-hormonale therapie en adviezen hoe hiermee om te gaan.
Overgangsverschijnselen
Opvliegers, transpiratieaanvallen en onregelmatige menstruaties zijn natuurlijke verschijnselen die passen bij de overgang. Ze horen vanzelf weer over te gaan. Door de anti-hormonale therapie kunnen overgangsverschijnselen ontstaan. Hebt u de overgang al gehad? Dan kunt u opnieuw last krijgen van deze verschijnselen.
Opvliegers en transpiratieaanvallen
Opvliegers zijn plotselinge warmte aanvallen. Vaak gaat een opvlieger gepaard met een verhoogde hartslag en overmatig transpireren.
Wat kunt u zelf doen?
• Draag niet te warme kleding (liefst katoen) en draag laagjes kleding.
• Gebruik beddengoed van natuurlijke stoffen (bijvoorbeeld katoen en linnen) en gebruik eventueel een extra laken tussen uzelf en het dekbed.
• Bij sommige mensen zou sterk gekruid voedsel, chocolade, koffie, alcohol en roken aan het ontstaan van opvliegers kunnen bijdragen.
• Stress kan zorgen voor meer opvliegers. Zorg voor ontspanning en voldoende afleiding.
• Soms kunnen medicijnen de klachten enigszins verminderen. Bespreek dat met uw internist-oncoloog of verpleegkundig specialist.
Onregelmatige menstruaties en onvruchtbaarheid
Door de behandeling met anti-hormonale therapie kan er een verandering optreden in de menstruatie. U bent soms minder vaak ongesteld, de menstruatie kan korter of juist langer duren, de hoeveelheid bloedverlies kan variëren of de menstruatie kan uitblijven. Ondanks het uitblijven van de menstruatie kunt u nog steeds vruchtbaar zijn.
Bij gelijktijdig gebruik van injecties met een LHRH analoog wordt de functie van de eierstokken uitgeschakeld. In dat geval is de kans heel klein dat u zwanger wordt. Na het stoppen met deze injecties kunnen de eierstokken zich weer herstellen en kan ook een zwangerschap weer mogelijk zijn.
Wat kunt u zelf doen?
• Zorg voor goede anticonceptie tijdens de anti-hormonale therapie. Gebruik geen hormoonbevattende anticonceptie zoals bijvoorbeeld de pil, Mirena spiraal of NuvaRing. Gebruik bijvoorbeeld een koperhoudende spiraal, condoom of anticonceptie bij uw partner.
Verlies van libido (minder zin in vrijen)
Door de veranderende hormoonbalans kan het zijn dat u minder zin hebt in vrijen. De ziekte, vermoeidheid en angst kunnen de zin in vrijen ook negatief beïnvloeden. Dat betekent niet dat u minder behoefte heeft aan intimiteit. Ook uw partner kan het soms moeilijk vinden om lichamelijk contact te hebben, bijvoorbeeld omdat uw partner denkt dat u daar nog niet aan toe bent. Voor u beiden is het belangrijk dat er aandacht is voor de verschillende gevoelens en behoeften. Neem samen de tijd om weer vertrouwd te raken met uw lichaam en te verwerken wat er veranderd is door de ziekte en de behandeling.
Wat kunt u zelf doen?
• Sta stil bij uw eigen behoeften, wensen en verwachtingen. Bespreek deze met uw partner en vraag andersom naar uw partners behoeften en verwachtingen.
• Bespreek het met uw internist-oncoloog, verpleegkundig specialist of case-manager.
• U kunt eventueel naar een seksuoloog worden verwezen.
Droge huid en slijmvliezen
De huid kan droger en minder elastisch worden. Omdat er minder traanvocht en speeksel worden aangemaakt kunnen de ogen en de mond droger worden. Ook kan de vagina droog en schraal aanvoelen waardoor u pijn tijdens het vrijen kunt ervaren.
Wat kunt u zelf doen?
• Douche niet te heet en te lang en was eventueel met een speciale pH neutrale zeep en gebruik ongeparfumeerde huidverzorgingsproducten voor een droge huid.
• Voor droge of tranende ogen kunnen oogdruppels verlichting bieden. Draag liever geen contactlenzen.
• Zorg dat u altijd wat water bij de hand hebt; ook ’s nachts en onderweg.
• Draag katoenen ondergoed en was uw geslachtsdeel niet met zeep. Als het nodig is kunt u katoenen inlegkruisjes gebruiken.
• Bij een droog of schraal gevoel van de vagina kunt u een glijmiddel zonder hormonen gebruiken. Deze zijn verkrijgbaar zonder recept bij de drogist/apotheek. Controleer de bijsluiter of het glijmiddel samen kan met het eventuele gebruik van een condoom.
• Bij jeuk en/of verandering van de vaginale afscheiding kan sprake zijn van een schimmelinfectie. Raadpleeg hiervoor uw huisarts of verpleegkundig specialist.
Gewichtstoename
Bij sommige patiënten neemt het gewicht toe. Belangrijk is om vanaf de start van de behandeling een gezonde leefstijl aan te houden, waarbij u voldoende beweegt en gezond eet.
Wat kunt u zelf doen?
• Eet gevarieerd en gezond.
• Beperk vette of zoete producten.
• Drink veel water.
• Probeer geen tussendoortjes te nemen.
• Beweeg dagelijks minimaal een half uur; wandelen, fietsen, zwemmen of een andere activiteit.
Spier- en gewrichtsklachten
Vooral bij een aromataseremmer kunnen spier en gewrichtsklachten voorkomen. Met name ’s ochtends bij het opstaan kunnen de spieren en gewrichten stijf en pijnlijk aanvoelen.
Wat kunt u zelf doen?
- Een warm bad, warme douche of kruik kunnen de klachten doen verlichten.
- Blijf bewegen, maar zorg ook voor rust en ontspanning.
- Let op uw gewicht, hoe zwaarder u bent, hoe meer u uw gewrichten belast
- Zo nodig kunt u een pijnstiller gebruiken.
- Mogelijk kan het supplement Glucosamine de klachten verbeteren.
Stemmingswisselingen
Door de verandering in de hormoonhuishouding kunt u gevoeliger zijn voor stemmingswisselingen. Vrouwen geven aan vaak prikkelbaarder te zijn, gemakkelijker geïrriteerd te raken en sneller uit hun evenwicht te zijn. Soms zelfs zo dat
zij zichzelf niet herkennen. Depressieve gevoelens kunnen ontstaan als direct gevolg van de overgang, maar ook doordat u geconfronteerd wordt met het hele ziekte- en behandelproces. De anti-hormonale middelen kunnen deze effecten versterken.
Wat kunt u zelf doen?
• Bespreek uw gevoelens met uw naasten.
• Breng een vast patroon aan in uw dagritme
• Overweeg contact met lotgenoten voor een stuk (h)erkenning (bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging).
• Bespreek met uw huisarts, internist-oncoloog of verpleegkundig specialist welke psychosociale ondersteuning u nodig heeft. Bijvoorbeeld psycholoog, maatschappelijk werk of praktijkondersteuner van de huisarts.
• Mocht u lange tijd depressief blijven, dan kan het een oplossing zijn om op een andere anti-hormonale behandeling over te gaan of om medicatie tegen stemmingswisselingen te krijgen. Bespreek dit met uw internist-oncoloog of verpleegkundig specialist.
Vermoeidheid
Door de verandering in de hormoonhuishouding kunt u meer last hebben van vermoeidheid. Dit hoeft niet door de anti-hormonale therapie te komen, maar kan ook komen door eerdere behandelingen of de ziekte zelf. De behandeling van borstkanker is een ingrijpende ervaring die verschillende gevoelens zoals angst, verdriet, machteloosheid, onzekerheid en boosheid met zich mee kan brengen. Dit kan ervoor zorgen dat u meer vermoeid bent dan normaal. Ook kunnen slapeloosheid, concentratieproblemen en vergeetachtigheid optreden.
Wat kunt u zelf doen?
• Creëer een goede balans tussen rust en bewegen. Verdeel de activiteiten over de dag en plan rustmomenten in. Dit geeft structuur en op den duur energie.
• Maak een lijstje met activiteiten en plannen om uw geheugen te helpen.
• Stel nieuwe grenzen aan uw mogelijkheden/beperkingen.
• Maak gebruik van de hulp die u wordt aangeboden van uw familie en vrienden.
• Probeer uw conditie op peil te houden door te blijven bewegen. Beweging heeft een positieve invloed op uw vermoeidheid.
• U kunt gebruik maken van oncologische revalidatie. Dit kunt u bespreken met uw huisarts, internist-oncoloog of verpleegkundig specialist.
Overige bijwerkingen
Vlak na het starten van de anti-hormonale therapie kunnen misselijkheid, maag- darmproblemen en hoofdpijn optreden. Deze bijwerkingen zijn meestal tijdelijk en verdwijnen na verloop van tijd. Verder kunnen er huidafwijkingen en haaruitval optreden.