Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Folders
  3. Voorste kruisbandreconstructie in dagbehandeling
Terug naar bovenliggende pagina

Voorste kruisbandreconstructie (dagbehandeling)

Folder

Algemeen

  • Neem altijd een geldig legitimatiebewijs mee (rijbewijs, paspoort of identiteitsbewijs).
  • Heeft u een zorgverzekering in het buitenland? Neem dan ook uw verzekeringspapieren mee.
  • Kunt u om dringende redenen niet komen voor de operatie of het onderzoek? Bel dan met de polikliniek of afdeling.
  • Uw persoonlijke medische gegevens en afspraken bekijken? Dat kan in ons digitale patiëntenportaal Mijn Martini. U kunt met uw DigiD inloggen via www.martiniziekenhuis.nl/mijnmartini.

Inleiding

In overleg met de orthopedisch chirurg heeft u besloten de voorste kruisband van uw knie te laten vervangen. Om zo de stabiliteit van uw knie te verbeteren. In deze folder leest u wat deze behandeling inhoudt. Ook leest u hoe u zich op de operatie voorbereidt. Deze folder geeft extra informatie, naast de mondelinge informatie die u van uw orthopedisch chirurg heeft gekregen.

Motivatie

Betrokkenheid bij de behandeling en bij uw eigen herstel zijn belangrijk voor het slagen van elke operatie. Dit is ook bij een voorste kruisbandreconstructie. Om het herstel te bevorderen, is een flinke dosis motivatie heel belangrijk.

Verzekering en fysiotherapeut

De fysiotherapeut komt direct na de operatie bij u langs om u te leren lopen met krukken, het traplopen te oefenen en uw vragen te beantwoorden. Na de ziekenhuisopname begint de revalidatie bij uw eigen fysiotherapeut. Check hoe u verzekerd bent, want het gaat om een langdurige revalidatie.

Leest u deze informatie goed door. Op die manier begint u goed voorbereid aan de operatie en het daaropvolgende herstel. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Stelt u die dan aan de intakeverpleegkundige. Of aan de verpleegkundige van de afdeling op het moment dat u opgenomen bent.

Het kniegewricht

  • De knie bestaat uit drie botdelen. Dit zijn het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. Om de knie ligt een gewrichtskapsel.
  • Midden in de knie liggen de voorste en de achterste kruisband. Zij voorkomen dat het onderbeen naar voren of naar achteren verschuift. Ook voorkomen de kruisbanden dat bepaalde draaibewegingen mogelijk zijn tussen het onder­ en bovenbeen.
  • In de knie bevinden zich tussen het bovenbeen­ en onderbeen de meniscus. Die bestaat uit 2 maanvormige schijfjes van elastisch weefsel. Deze vangen schokken van de knie op en zorgen dat bovenbeen­ en onderbeen in iedere stand goed op elkaar passen. Elk botdeel is bekleed met een laag kraakbeen. Het kraakbeen is elastisch en zorgt ervoor dat de knie soepel kan bewegen.

Kapotte voorste kruisband van de knie

  • De voorste kruisband kan scheuren als gevolg van een ongeluk of door sporten. Dit wordt vaak ervaren als een knappend gevoel. Het kan optreden bij het verdraaien van de knie of ‘het door de knie gaan’. We spreken dan van een voorste kruisbandruptuur. In eerste instantie behandelt een fysiotherapeut meestal de klachten. Als dit niet het gewenste effect heeft, kan de arts voorstellen om een nieuwe kruisband te plaatsen.
  • Het ondergaan van een voorste kruisbandreconstructie is geen kleinigheid. Het is een operatie die zeker in de eerste maand veel van u vraagt. Bijvoorbeeld als het gaat om fysiotherapie en het lopen met krukken. Voor een goed resultaat is het nauwkeurig volgen van het revalidatieprogramma belangrijk. Goede samenwerking tussen patiënt, orthopedisch chirurg en fysiotherapeut is hiervoor noodzakelijk.

Diagnose en onderzoek

De arts stelt de diagnose aan de hand van het soort klachten, het lichamelijk onderzoek en röntgenfoto’s. En als het nodig is, op basis van een MRI scan of tijdens een kijkoperatie (arthroscopie) van de knie.

Preoperatief spreekuur

Heeft u samen met de arts gekozen voor een operatie? Dan kunt u meteen naar het preoperatieve spreekuur voor het eerste deel van de voorbereiding op de operatie. Uw bloeddruk, polsslag en temperatuur wordt opgemeten. En u gaat een vragenlijst invullen.
Later krijgt u een telefonische afspraak met de intakeverpleegkundige en de anesthesioloog of anesthesiemedewerker voor het tweede deel van de voorbereiding op de operatie. Deze afspraak krijgt u van de Opnameplanning.

Voordelen van de operatie

Na de operatie en de revalidatie voelt de knie steviger aan. Ook is het doorzakken met draaibewegingen bij ongeveer 90 procent van de patiënten geheel verdwenen. De nieuwe kruisband is wel altijd zwakker dan de oorspronkelijke. Een nieuw letsel is dus wel degelijk mogelijk.
U moet zelf beslissen of u het risico van een nieuwe beschadiging neemt door het uitoefenen van bepaalde sporten. Of door bepaalde bewegingen. De kans op een nieuw letsel is over het algemeen groter bij contactsporten, zoals voetbal en hockey.

Voorbereiding op de opname

Een goede voorbereiding op de opname is heel belangrijk. Hieronder leest u wel­ke dingen voor u geregeld worden en welke dingen u zelf moet regelen.

Arbodienst

  • In sommige gevallen heeft uw aandoening en de behandeling ervan gevolgen voor het uitoefenen van uw werkzaamheden. U kunt met uw specialist bespreken of u (tijdelijke) beperkingen heeft.
  • Het is belangrijk dat u uw bedrijfsarts/leidinggevende op de hoogte stelt van uw aandoening en behandeling, zodat hij/ zij u goed kan begeleiden bij de terugkeer naar uw werk. Hiervoor kunt u een afspraak maken op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de Arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.
  • Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor eventueel overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts.

Preoperatief spreekuur

U krijgt een belafspraak thuisgestuurd voor het tweede deel van het preoperatief spreekuur. Hier heeft u onder andere een gesprek met de anesthesioloog. Meer informatie hierover leest u in de folders Anesthesie en Preoperatief spreekuur.
De anesthesioloog spreekt de anesthesievorm met u door. Daarnaast wordt er soms een blokkade via de lies gezet. Dit zorgt ervoor dat u geruime tijd (ongeveer 20 uur) na de operatie geen pijn ervaart. Een gevolg van deze blokkade is ook dat u dan even geen of minder gevoel heeft in vooral uw bovenbeen. Ook het bovenbeen kunt u minder goed bewegen.

Opnameplanning

Binnen 3 tot 6 maanden na deze afspraak wordt u geopereerd. Van de Opnameplanning krijgt u de opnamedatum en het opnametijdstip toegestuurd. Uitgebreide informatie over opname in het Martini Ziekenhuis, leest u in de folder Welkom in het Martini Ziekenhuis.

Soms kan de geplande operatiedatum niet doorgaan, bijvoorbeeld omdat:

  • Er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn door de longarts of cardioloog.
  • U griep heeft (met koorts).
  • U verhinderd bent door onverwachte privé omstandigheden.

Is dit bij u het geval? Neemt u dan zo snel mogelijk contact op met de Opnameplanning. Zij zijn bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 16.00 uur.

Nuchter

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Wat u wel of niet mag eten en drinken, leest u in de folders Anesthesie en Preoperatief spreekuur.

Krukken

Voor de dag van opname moet u al krukken hebben opgehaald. Dit kan bijvoorbeeld bij een hulpmiddelencentrum. Deze krukken neemt u mee naar de afdeling. Het is ook raadzaam dat de persoon die u ophaalt van de afdeling op dat moment gelijk een rolstoel meeneemt, vanaf de ingang van het ziekenhuis.

Wat heeft u nodig tijdens de opname?

Deze dingen neemt u zelf mee voor de opname in het ziekenhuis:

  • Gemakkelijk zittende kleding.
  • Goed zittende, ruime schoenen.
  • Medicijnen die u gebruikt.

Waardevolle bezittingen zoals sieraden of grote geldbedragen kunt u beter thuis laten. Dit is in verband met gevaar voor diefstal of zoekraken. Het ziekenhuis is hiervoor niet aansprakelijk.

Opname

Op de dag van de operatie wordt u opgenomen in het ziekenhuis. U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de receptie in de centrale hal. Daarna gaat u naar de afdeling of lounge, waar u ontvangen wordt door een verpleegkundige.

De verpleegkundige zal alle informatie met u doornemen, die u eerder al heeft gegeven op het preoperatief spreekuur. Ook legt zij u de gang van zaken rond de operatie uit en krijgt u te horen wat er nog gaat gebeuren. Als u het prettig vindt, mag uw partner of naaste bij dit gesprek aanwezig zijn.

Voorbereidingen op de operatie

Uw knie wordt voor de operatie gemarkeerd. Vaak heeft de anesthesioloog preventief pijnmedicatie met u afgesproken. Deze krijgt u op de afdeling van de verpleegkundige en kunt u na het aandoen van het operatiejasje innemen. Rond de afgesproken operatietijd wordt u door de verpleegkundige naar de operatiekamer gebracht.

Daar wordt u van uw bed op de operatietafel gelegd, waar de anesthesioloog begint met de voorbereiding voor de narcose of ruggenprik. Dit is afhankelijk van wat met u is afgesproken. Ook wordt u aangesloten op bewakingsapparatuur om uw bloeddruk, polsslag en ademhaling in de gaten te houden.

Operatie

Bij de operatie worden eerst de resten van de oude kruisband verwijderd. Op de plaats van de oorspronkelijke kruisband wordt een nieuwe band geplaatst van lichaamseigen materiaal. De operatie wordt via een arthroscopie (kijkoperatie) uitgevoerd. De orthopedisch chirurg brengt een buisje in de knie in, die via een camera met een monitor is verbonden.

Er worden twee kleine sneetjes van ongeveer 1 centimeter lengte in de huid gemaakt. Via het eerste sneetje gaan de arthroscoop en vocht naar binnen. Via het tweede sneetje kunnen instrumenten in de knie worden gebracht.

Hamstringplastiek

Er zijn verschillende technieken om de operatie uit te voeren. De meest voorkomende is de hamstringplastiek, waarbij de arts de pezen van twee dijbeen­spieren (hamstrings) gebruikt. Deze bevinden zich aan de binnenzijde van de knie. Via een sneetje aan de binnenzijde van het onderbeen kunnen de pezen met een zogenaamde ’hamstringstripper’ onderhuids worden gewonnen.

Voor het vastzetten van de pezen wordt gebruikgemaakt van een oplosbaar staafje in het bovenbeen, waar beide pezen overheen liggen. In het onderbeen worden de pezen vastgezet met een oplosbare schroef. Het voordeel van deze techniek is dat de revalidatie vlotter verloopt dan bij een patellapees techniek, omdat het minder pijnlijk is.

Patellapeesplastiek

Bij de patellapeesplastiek maakt de arts gebruik van het middelste gedeelte van de kniepees (patellapees), waarbij een stukje bot aan beide zijden zit. Het voordeel hiervan is dat de twee botblokjes stevig met twee schroeven in boorkanalen in het bovenbeen­ en onderbeen vastgezet kunnen worden.

Een nadeel is dat de revalidatie soms gepaard gaat met langdurige pijnklachten aan de voorzijde van de knie. Dit is de plaats waar de pees is uitgesneden. Als eigen weefsel niet voorhanden is of niet gebruikt kan worden, kan donorweefsel worden gebruikt om de kruisband te vervangen.

Duur van de operatie

De arts kijkt zowel naar de kruisband, als ook naar de rest van de knie. Mogelijke beschadigingen van kraakbeen en meniscus worden bijgewerkt. De operatie wordt uitgevoerd onder bloedleegte. Dit betekent dat het bloed uit het operatiegebied weggestreken wordt en met een opgepompte bloeddrukband bloedleeg wordt gehouden. De operatie duurt ongeveer 1 tot 1,5 uur.

Na de operatie

Als de operatie is voltooid, wordt u naar de recovery (uitslaapkamer) gereden. Ook hier bent u op bewakingsapparatuur aangesloten, zodat uw lichaamsfuncties in de gaten gehouden kunnen worden. Op de recovery begint ook de pijnbestrijding, zoals de anesthesioloog met u heeft besproken.

De recoveryverpleegkundige belt uw contactpersoon om te vertellen dat de operatie achter de rug is. Als u weer goed wakker bent en alle controles goed zijn, mag u naar de verpleegafdeling (dagbehandeling). Hier gaat vaak wel enige tijd overheen. De verpleegkundige belt dan opnieuw met uw contactpersoon, om te vertellen dat u weer op de afdeling ligt.

Infuus en drukverband

Na de operatie heeft u in uw arm een infuus. Via dit infuus krijgt u voldoende vocht, medicijnen (tegen mogelijke misselijkheid) en antibiotica. Om uw knie zit drukverband om zwelling te voorkomen.

Eten en drinken

Op de verpleegafdeling mag u vrij snel beginnen met het drinken van water. Als u niet misselijk bent, kan dit langzamerhand uitgebreid worden naar normaal eten.

Bloedverdunners

Vanwege de operatie bent u de komende tijd minder mobiel. Hierdoor neemt de kans op trombose (klontering van het bloed) toe. Om trombose te voorkomen krijgt u na de operatie gedurende 2 weken iedere dag een bloedverdunnende injectie. Deze injectie kunt u zelf toedienen in de buikstreek. Tijdens uw opname leert de verpleegkundige u hoe u dit zelf kunt doen. Ook krijgt u een instructiefolder mee.

Gebruikte u voor de operatie al bloedverdunners, zoals Acenocoumarol, Sintrommitis, Fen­procoumon of Marcoumar? Dan wordt u hier na de operatie weer op ingesteld. Tegelijkertijd start u voor de operatie met dezelfde bloedverdunnende injectie. Deze injectie stopt zodra u goed ingesteld bent op de bloedverdunners. Of als u met ontslag gaat.

Mobiliseren

Zodra u uw benen weer goed kunt bewegen, komt de fysiotherapeut bij u langs om uw knie te oefenen. U zult dan ook met krukken gaan lopen en mogelijk oefenen met traplopen, om veilig naar huis te kunnen gaan. Zoals eerder vermeld, kan het zijn dat u een verminderd gevoel en motoriek of beweging heeft in uw geopereerde been. Dit komt doordat de anesthesioloog een blokkade heeft gezet. Dit mag het mobiliseren niet in de weg staan, maar het heeft wel invloed op het lopen.
Na de operatie wordt een controlefoto van uw knie gemaakt.

Naar huis

U gaat met ontslag als u:

  • Uw knie enigszins kunt buigen.
  • Zelfstandig of onder begeleiding kunt lopen met krukken.
  • U goed begrijpt wat er wel en niet mogelijk is.

Tegenwoordig is dat op de dag van de operatie. De verpleegkundige neemt voor u weggaat nog enkele belangrijke zaken met u door. U krijgt een overdracht voor uw eigen fysiotherapeut mee. Daarnaast heeft de secretaresse een controleafspraak voor u gemaakt bij uw orthopeed voor ongeveer 6 weken na de operatie.

Ontslagmedicatie

De apothekersassistent neemt ook uw ontslagmedicatie met u door. Tijdens dit gesprek worden mogelijk gestarte en gestopte medicijnen en andere veranderingen in uw thuismedicatie besproken. U krijgt een overzicht van uw ontslagmedicatie mee en zo nodig een recept voor medicijnen. Uw huisarts en thuisapotheek ontvangen ook een overzicht van uw ontslagmedicatie.

Afspraak fysiotherapeut

U moet zelf een afspraak maken bij uw eigen fysiotherapeut. De nabehandeling moet binnen 1 week na de operatie starten.

Hechtingen verwijderen

14 dagen na de operatie kunnen (niet oplosbare) hechtingen door de huisarts worden verwijderd. Treden er voor uw controleafspraak klachten of complicaties op? Overlegt u dan met uw huisarts of fysiotherapeut. Of neem contact op met de polikliniek Orthopedie.

Adviezen voor thuis

Hieronder staan een paar adviezen voor als u weer thuis bent.

  • De eerste 24 uur na de operatie is het raadzaam dat er iemand bij u in huis aanwezig is. Ook vanwege het verminderde gevoel in uw been na de operatie.
  • Dep na het douchen de wondjes op uw knie droog. U mag vanwege een goede wondgenezing eerst nog niet in bad of zwemmen.
  • Bij een warme, gezwollen knie kunt u gebruikmaken van een cold pack. Dit is verkrijgbaar bij de drogist. Ontlast ook uw knie, bijvoorbeeld door het been hoog te leggen.
  • U krijgt een recept mee voor pijnmedicatie. Gebruik deze medicatie op basis van hoeveel pijn u ervaart. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces.

Nabehandeling

De revalidatie na de voorste kruisbandreconstructie kost tijd en inspanning. Voor een goed resultaat is het belangrijk om het revalidatieprogramma goed te volgen.

De eerste weken staan in het teken van pijn­ en zwelling­vermindering. De fysiotherapeut behandelt u hiervoor. Het is de bedoeling dat u na 4 weken weer kunt lopen zonder krukken, weer kunt fietsen en autorijden.

Blijvende stevigheid

Na de operatie duurt het ongeveer 6 tot 12 weken (afhankelijk van de gebruikte operatietechniek), voordat de pees is vastgegroeid in het bot. Ook wordt de getransplanteerde pees omgezet in levend peesweefsel. Dit geeft uiteindelijk een blijvende stevigheid. Dit proces duurt ongeveer 6 maanden.

Weer beginnen met werken

Het eerder genoemde revalidatieprogramma is nodig om te voorkomen dat de pees te vroeg wordt overbelast. Bij licht lichamelijk werk kunt u waarschijnlijk na 6 weken weer gaan werken. Bij zwaarder werk kan dit 10 tot 12 weken duren.

Sporten

Het duurt 6 tot 8 maanden voordat u de kruisband weer volledig kan belasten en contactsporten weer verantwoord zijn. Deze beslissing neemt u samen met de orthopedisch chirurg en de fysiotherapeut. Voor elke patiënt is de situatie anders. Als de knie goed reageert, niet gezwollen of pijnlijk is, kunt u meestal na 8 weken starten met hardlopen op vlak terrein. Na 12 weken kan de fysiotherapeut beginnen met stabiliserende oefeningen, zoals draaibewegingen.

Algemene adviezen na een voorste kruisband plastiek

In principe kunt u na de operatie het been gewoon belasten. De knie mag bewogen worden op basis van hoeveel klachten u ervaart.

Krukken

Het gebruik van elleboogkrukken is bedoeld om een zo mooi mogelijk looppatroon te krijgen en u op te kunnen vangen bij mogelijke balansverstoringen.

De krukken worden gedurende 4 weken gebruikt. Als het lopen en belasten goed gaat, mag u in deze periode binnen met 1 elleboogkruk lopen. Tenzij u er slechter van gaat lopen. Of als u een instabiel gevoel in uw knie heeft. De kruk gebruikt u dan aan de niet geopereerde zijde.

Zwelling minimaliseren

Zorg dat u de zwelling van de knie en onderbeen zo goed mogelijk minimaliseert. Dat betekent:

  • De eerste 2 weken het geopereerde been goed hoog leggen. Hierbij geen kussen in de knieholte leggen, om de hamstrings op lengte te houden.
  • 2 tot 3 keer per dag gebruikmaken van een cold pack.
  • Veel bewegen met de voet.
  • De eerste 2 weken de knie niet overbelasten. Voorkom extra zwelling en pijn.
  • Liever vaker een kort stukje en goed lopen, dan een keer een lang stuk achter elkaar.

Om het been de eerste week te verplaatsen vanuit ligstand, is het handig om het geopereerde been te scheppen met het niet geopereerde been. Dit is om niet te veel trek op de kruisband te krijgen.

Traplopen

Bij het traplopen maakt u gebruik van de leuning en aan de andere kant een kruk. De andere kruk houdt u dwars vast. Bij het opstappen stapt u op met uw goede been en plaatst het geopereerde been ernaast, samen met de kruk. Bij het naar beneden lopen, plaatst u eerst de kruk met het geopereerde been op de tree. Sluit daarna aan met uw goede been.

Oefeningen om mee te starten

Het is belangrijk dat de knie goed soepel wordt en de spieren rondom de knie getraind worden. Het is daarom goed om te starten met de onderstaande oefeningen. Uw fysiotherapeut zal u verder begeleiden met het uitbreiden van een oefenschema. Met de volgende 4 oefeningen kunt u gelijk starten de dag na de operatie. Bij de oefeningen in stand, maakt u gebruik van de elleboogkrukken of het aanrecht voor uw balans.

Aandachtspunten tijdens het oefenen

Verbetering ontstaat door regelmatig te oefenen. Begin de oefeningen met 3 series van 5 herhalingen. Dit kunt u langzaam uitbreiden naar 3 series van 10 herhalingen. Herhaal dit programma dagelijks 2 tot 3 keer.

  • Voer de oefeningen rustig uit en ga niet over de pijngrens heen.
  • Mocht er tijdens het oefenen plotselinge toename van pijn of zwelling ont­staan, verminder dan tijdelijk de oefenintensiteit.

Oefening 1: Aanspannen van de bovenbeenspieren

Stap 1: Buig de knie van het geopereerde been een klein stukje, zodat hij ongeveer 10 cm van de ondergrond los komt.

Stap 2: Probeer vervolgens de knie te strekken en duw de knieholte in de ondergrond. Trek hierbij de tenen richting je neus.

Oefening 2: Buigen van de knie

Stap 1: Ga op een stoel zitten, met de voeten op de grond.

Stap 2: Schuif de voet van het geopereerde been naar achteren tot de pijngrens.

Stap 3: Beweeg de voorvoet een aantal keer op en neer en probeer de voet hierna nog verder naar achteren te schuiven, weer tot de pijngrens

Stap 4: Doe dit nog een aantal keer, zodat de voet op deze manier geleidelijk naar achter schuift en je de knie niet meer verder kunt buigen.

Oefening 3: Trippelen op de plaats

Stap 1: Ga goed op 2 benen staan met beide knieën gestrekt.

Stap 2: Probeer de hak van het geopereerde been van de grond op te tillen, waarbij de knie licht buigt. De teen blijft hierbij aan de grond.

Stap 3: Duw vervolgens de hak weer op de grond, zodat de knie strekt en je de bovenbeen spieren voelt aanspannen. Wissel beide benen af.

Oefening 4: Krachttraining voor de bovenbeenspieren

Stap 1: Ga rechtop staan, met uw voeten op heupbreedte.

Stap 2: Buig langzaam door de knieën alsof je op een stoel gaat zitten en houd hierbij de rug recht. Daarbij beweegt het bovenlichaam naar voren en het zitvlak naar achteren.
Let op: Houd uw knieën daarbij recht naar voren en ga in het begin niet te diep.

Stap 3: Kom langzaam weer omhoog

Wanneer een arts waarschuwen?

Na de operatie, ook als u weer thuis bent, kan een com­plicatie optreden. In de volgende gevallen moet u uw huisarts waarschuwen:

  • Als de operatiewond gaat lekken, terwijl dat eerder niet zo was of in veel min­dere mate.
  • Als de knie steeds dikker, roder of pijnlijker wordt.
  • Als u koorts krijgt, hoger dan 38,5 graden Celsius.

Mogelijke complicaties

Complicaties komen in de praktijk niet vaak voor. Hieronder staat een opsom­ming van mogelijke complicaties:

Trombose

Er kan verstopping van een bloedvat in het been ontstaan (trombose). Trombose is herkenbaar aan een gezwollen, glanzende en pijnlijke kuit. Om dit te voorkomen krijgt u gedurende 2 weken na de operatie een bloed­verdunnend medicijn voorgeschreven (iedere dag een injectie).

Zenuwbeschadiging

Omdat er sneden in de huid worden gemaakt, kan een huidzenuw beschadigd raken. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten na verloop van tijd, maar ze kunnen ook blijvend zijn.

Verstijving knie

De knie kan stijf worden door vorming van littekenweefsel. Dit gebeurt vooral als de operatie te snel plaatsvindt na een kruisbandletsel.

Infectie

Een infectie is een vervelende complicatie die weinig voorkomt, maar wel ern­stige gevolgen kan hebben voor het gewrichtskraakbeen.

Nabloeding

Er kan een nabloeding optreden.

Kneuzing

Het kan voorkomen dat de bloeddrukband, voor het ‘bloedleeg’ maken van de knie, te strak heeft gezeten. Dit kan een kneuzing veroorzaken. Deze klachten verdwijnen vanzelf.

Versie: 1203210 07-2023 Voorste kruisbandreconstructie in dagbehandeling

Specialisme: Orthopedie
Deel via e-mail

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem.