Aan het laden

Martini offers Google® Translate as a convenience for visitors to our web site who may not have Dutch as their primary language. Google® Translate provides automated translations, which may result in incorrect or misleading translations. Martini is not responsible for any translations provided by Google® Translate or for any damages or losses arising from the use of or reliance on these translations. Viewers who rely on information through Google® Translate on our web site do so at their own risk.

Go to Google Translate

  1. Home
  2. Folders
  3. Hernia operatie
Terug naar bovenliggende pagina

Hernia operatie

Folder

Algemeen

  • Neem altijd een geldig legitimatiebewijs mee (rijbewijs, paspoort of identiteitsbewijs).
  • Heeft u een zorgverzekering in het buitenland? Neem dan ook uw verzekeringspapieren mee.
  • Kunt u om dringende redenen niet komen voor de operatie of het onderzoek? Bel dan met de polikliniek of afdeling.
  • Uw persoonlijke medische gegevens en afspraken bekijken? Dat kan in ons digitale patiëntenportaal Mijn Martini. U kunt met uw DigiD inloggen via www.martiniziekenhuis.nl/mijnmartini.

Inleiding

In overleg met uw arts heeft u een afspraak gemaakt voor een herniaoperatie. U wacht nu op een oproep, u hoort zo snel mogelijk wanneer u wordt opgenomen. Meestal gebeurt het 1 week voor de operatie, maar dat lukt niet altijd. In deze folder vindt u informatie over de operatie en de herstelperiode. Daarnaast vindt u de richtlijnen en adviezen voor een snel herstel. Deze folder is een aanvulling op het gesprek met uw arts.

Wervelkolom

De wervelkolom bestaat uit:

  • 7 halswervels
  • 12 borstwervels
  • 5 lendenwervels 
  • het heiligbeen
  • het staartbeen

Tussen de wervels van de hals, borst en lendenen bevinden zich tussenwervelschijven. De tussenwervelschijven hebben de functie van een schokdemper. Ze zorgen voor beweeglijkheid van de wervelkolom.

Wat is een hernia?

  • Een hernia is een uitstulping van de tussenwervelschijf. Een tussenwervelschijf bestaat uit een stevig omhulsel met een zachte kern.
  • Als het omhulsel een zwakke plek heeft, dan kan de kern erdoor naar buiten puilen. Deze uitpuiling is een hernia. De hernia kan een zenuwwortel beklemmen waardoor pijnklachten in het been ontstaan. Soms gaat dit samen met uitvalsverschijnselen van de zenuw. Dit herkent u aan een doof gevoel en minder kracht in het been. Dit ontstaat het vaakst onder in de rug.

  • Bij de herniaoperatie wordt het uitpuilende weefsel verwijderd. Hierdoor komt de beknelde zenuwwortel weer vrij te liggen.

Oorzaak van een hernia

Uit onderzoek blijkt dat roken ervoor kan zorgen dat de tussenwervelschijven sneller slijten. Dit is ongunstig voor de wervelkolom. Andere oorzaken zijn overgewicht en de toestand van de spieren rondom de wervelkolom.

Voorbereiding

Voordat u in het ziekenhuis wordt opgenomen, gaat u naar het preoperatief spreekuur. Meer informatie hierover vindt u in de brochure Anesthesie en Preoperatief Spreekuur.

Nuchter zijn

U moet nuchter zijn voor de operatie. In de brochure Anesthesie en Preoperatief Spreekuur leest u wat dit voor u betekent.

Dit neemt u mee naar het ziekenhuis

  • Nachtkleding
  • Toiletartikelen
  • De medicijnen die u gebruikt, in de originele verpakking
  • Makkelijk zittende kleding
  • Schoenen waarop u goed kunt lopen
  • Hulpmiddelen zoals een rollator of stok, als u die gebruikt
  • Iets om te ontspannen, zoals een boek, een e-reader, een koptelefoon of oortjes. De oortjes heeft u ook nodig voor het multimediascherm in het ziekenhuis. Daarop kunt u tv kijken.

De operatie

  • Bij binnenkomst in het ziekenhuis meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Een gastvrouw begeleidt u naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling bereidt u voor op de operatie. Als u vragen heeft, kunt u die aan de verpleegkundige stellen. 
  • De fysiotherapeut komt meestal bij u langs voor een intakegesprek en voor instructies. 
  • Tijdens de operatie mag u geen sieraden, make-up of een gebitsprothese dragen. Daarnaast mag u geen nagellak dragen. Wanneer u kunstnagels draagt, verwijdert u dan van iedere hand 1 kunstnagel.

3 soorten operaties

Het Martini Ziekenhuis gebruikt 3 soorten operaties bij een hernia. Namelijk de micro-herniaoperatie, de MTD-methode (Micro Tube Discectomie) en de endoscopische methode. De neurochirurg bespreekt met u welke operatietechniek bij u past. Er zijn niet veel verschillen tussen de technieken. Wel is het zo dat een kleine wond minder pijn geeft en sneller herstelt.

Micro-herniaoperatie

  • Bij de micro-herniaoperatie ligt u op uw buik op de operatietafel. U krijgt een ruggenprik of gaat onder algehele narcose. Meestal begint de operatie met een röntgenfoto om de exacte positie van uw hernia te vinden.
  • De chirurg maakt een snee van ongeveer 5 centimeter links of rechts van de uitsteeksels. Daarna maakt de chirurg aan 1 kant de rugspieren los. Hierdoor wordt de wervelkolom zichtbaar. Dan haalt de chirurg de oorzaak van de zenuwbeklemming weg. Het kan dan om een hernia, verdikt bot of littekenweefsel gaan.

  • Als de tussenwervelschijf zwak is, wordt de zachte kern verwijderd. Daarna sluit de chirurg de wond met hechtingen of hechtpleisters. Als dat nodig is, blijft er een slangetje (een drain) achter voor het afvoeren van wondvocht.
  • De operatie duurt meestal 1 uur. Na de operatie wordt u weer op uw rug gelegd en naar de uitslaapkamer gebracht.

MTD-methode

  • MTD staat voor Micro Tube Discectomie. Dit betekent dat de chirurg de operatie uitvoert via een klein buisje (microtube). Hierdoor is het wondje van de operatie kleiner.
  • Ook bij deze operatie krijgt u een ruggenprik of algehele narcose. Bij de MTD-methode hoeft de chirurg de rugspieren niet los te maken van de wervelkolom. Dit is het verschi met de micro-herniaoperatie.

  • De chirurg haalt de oorzaak van de zenuwbeknelling tijdens de operatie weg. Het kan om een hernia, verdikt bot of littekenweefsel gaan. Als de tussenwervelschijf zwak is, wordt de zachte kern weggehaald.

  • De operatie duurt ongeveer 1 uur. Na de operatie wordt u weer op uw rug gelegd en naar de uitslaapkamer gebracht.

Endoscopische methode

Bij de endoscopische methode werkt de chirurg met een smalle buis. Eerst wordt er een kleine snee gemaakt waardoor het buisje wordt ingebracht. Via de buis wordt met een kleine camera (endoscoop) en instrumenten geopereerd. Zo wordt de beknelling (hernia) verwijderd. De plek van de snee hangt af van de route die de neurochirurg kiest om de hernia te verwijderen. Soms krijgt u een snee in het midden van de rug en soms meer aan de zijkant. De operatie duurt ongeveer 1 uur.

Duur van de operatie

Elke operatie duurt ongeveer 1 uur.

Na de operatie

Na de operatie blijft u een poosje op de uitslaapkamer. Daar wordt uw contactpersoon gebeld. Zodra u wakker bent en u zich goed voelt, gaat u terug naar de verpleegafdeling. De afdelingsverpleegkundige belt uw contactpersoon om te vertellen dat u weer terug bent.

Als u terug bent op de afdeling, mag u de hoofdsteun van uw bed een klein stukje omhoog zetten (maximaal 30 graden). U mag zelf uw knieën optrekken, als u op uw rug ligt. Ook mag u op uw linker- of rechterzijde draaien. De verpleegkundige helpt u daarbij als dat nodig is.

Als uw toestand het toelaat, mag u ongeveer 2 uur na de ingreep uit bed. Bijvoorbeeld om naar het toilet te gaan en rond te lopen. Dat kunt u dan met hulp van een verpleegkundige doen. De verpleegkundige controleert regelmatig of u uw benen goed kunt bewegen en hoe dat voelt. Als u pijn heeft, kunt u hiervoor pijnstillers krijgen. Bij misselijkheid kunt u daar ook medicatie voor krijgen. Als u niet misselijk bent, mag u weer eten en drinken.

Neurochirurg

Uw behandelend neurochirurg bekijkt of u een nacht in het ziekenhuis moet blijven of dat u naar huis mag. Als het kan, worden uw infuus en de wonddrain verwijderd. De wond wordt gecontroleerd. De neurochirurg of verpleegkundig specialist komen meestal bij u langs na de operatie. Samen bespreekt u of naar huis gaan lukt.

Fysiotherapeut

Ook de fysiotherapeut komt langs en bespreekt de leefregels met u. Meestal komt de apothekersassistent bij u langs, voordat u naar huis gaat. Samen bespreekt u uw medicijngebruik. Als dit nodig is, krijgt u pijnstillers mee naar huis die u thuis een tijdje kunt gebruiken. Als u nog klachten heeft, blijft u soms langer in het ziekenhuis.

Pijn

Na de operatie kunt u nog pijn hebben. Deze soorten pijn kunt u voelen:

  • Wondpijn: wordt veroorzaakt door de wond die tijdens de operatie is ontstaan.
  • Pijn vanuit de spieren en gewrichten.
  • Zenuwpijn komt doordat de zenuw lange tijd bekneld was door de uitpuilende hernia. De hernia is dan wel verwijderd, maar de zenuw is nog geïrriteerd. Door te lopen en te oefenen kan de zenuw weer irriteren en dezelfde klachten geven als voor de operatie. De klachten zullen meestal wel minder heftig zijn dan voor de operatie. Ze kunnen ook nog 1 tot 2 weken na de operatie ontstaan, omdat u dan wat meer gaat doen.

Pijnklachten na de operatie zijn niet ongewoon. Vaak merkt u zelf of het om spierpijn of zenuwpijn gaat. Spierpijn is niet meteen een reden om het rustiger aan te doen, dit herstelt vanzelf. Bij zenuwpijn kunt u beter rust nemen, zodat de zenuw kan herstellen. Rust betekent niet dat u de hele dag op bed gaat liggen. Het is altijd belangrijk om ieder uur even in beweging te zijn.

Weer naar huis

  • Op de dag dat u naar huis mag, krijgt u een controleafspraak mee.
  • U mag niet zelf naar huis rijden. Zorg er daarom voor dat iemand u ophaalt uit het ziekenhuis. Het is verstandig om na elk half uur rijden even te stoppen om een stukje te lopen. Dit is goed om de druk op uw rug te voorkomen.

Herstellen

Als u naar huis gaat, bent u nog niet volledig hersteld. De eerste dagen thuis kunnen tegenvallen. Houdt u daarom de eerste weken na de operatie rekening met pijn en vermoeidheid. U leert zelf aan te voelen wat uw rug kan hebben.

  • De eerste dagen mag u steeds een beetje meer doen. Let op: ongemerkt doet u misschien al te veel en hier reageert uw lichaam op. Het is dus belangrijk dat u goed in de gaten houdt dat u het rustig opbouwt.
  • Zorg vooral voor veel afwisselt tussen zitten, liggen, staan en lopen. Als u te snel en te veel doet, dan kunt u erg moe worden en pijn in uw rug en benen krijgen. Maar het is niet nodig om de hele dag op bed te rusten.

  • Zitten is de grootste belasting voor uw rug. Meer dan 30 minuten zitten is voor de meeste patiënten al heel vervelend, zelfs tot enkele weken na de operatie.

Adviezen voor thuis

Hier leest u een aantal algemene leefregels voor na een herniaoperatie. Deze zijn bedoeld voor de eerste 6 weken na de operatie. 

  • Wissel regelmatig van houding.
  • Ga regelmatig even liggen overdag.
  • Vermijd langdurige belasting van de rug.
  • Blijf niet te lang in een houding zitten, maar bouw langzaam op.
  • Vermijd te veel draaien, zoals voorover buigen en omdraaien.
  • Doe steeds een beetje meer in en om het huis en let daarbij op dat het niet te zwaar is.
  • Beweeg rustig.
  • Douchen mag, maar de eerste 3 weken mag u niet zwemmen of in bad.
  • U mag weer naar uw werk, maar pas na de controleafspraak. Het hangt ook af van het werk dat u doet.
  • Zelf autorijden mag pas weer na de controleafspraak.
  • Als u thuis een hometrainer heeft, dan kunt u met fietsen op dit apparaat beginnen na ongeveer 2 weken. Hierbij hebt u geen last van schokken en kan er niets onverwachts gebeuren.
  • Doe geen fitness of krachttraining met toestellen.
  • Vermijd schokken zoals bij hardlopen of joggen. Dit kunt u na de controleafspraak langzaam weer oppakken.

Hechtingen

Meestal gebruikt de neurochirurg een lijmlaagje om de wond te dichten. Een andere manier is onderhuidse hechten, soms gecombineerd met hechtpleisters (steristrips).

  • De lijmlaag laat na ongeveer 5 tot 7 dagen vanzelf los.

  • Onderhuidse hechtingen lossen vanzelf op.

  • Gewone hechtingen laat u na 10 dagen door uw huisarts verwijderen.

  • Hechtpleisters kunt u 7 dagen na de operatie zelf verwijderen.

Fysiotherapie

Als u na de operatie fysiotherapie krijgt, dan overlegt de fysiotherapeut dat met u. De behandeling vindt dan plaats bij u thuis. 

Resultaat

In het algemeen is 80 tot 90 procent van de patiënten na een herniaoperatie tevreden met het resultaat. Het risico op een nieuwe hernia op dezelfde plaats en aan dezelfde kant is ongeveer 10 procent. Het is technisch onmogelijk om het tussenwervelschijfmateriaal volledig te verwijderen. Er blijft dus altijd een kans op een nieuwe hernia op dezelfde plek.

Mogelijke complicaties

Bij elke operatie is er kans op complicaties. Uw behandelend arts heeft dit met u besproken. Heeft u hier nog vragen over, dan kunt u die stellen aan de arts. De kans op onderstaande problemen is erg klein, maar wel aanwezig. Daarom vindt u hieronder een kort overzicht van mogelijke complicaties.

Doof gevoel en verlies van kracht 

Ongemak wordt meestal veroorzaakt doordat de zenuw geïrriteerd is tijdens de operatie. Door de irritatie is de zenuw een beetje gezwollen. Het dove gevoel en verlies aan kracht duren meestal een paar weken tot maanden en gaat vanzelf over. Bij sommige patiënten duurt het een jaar en bij 2 procent van de patiënten gaat het gevoel niet over.

Nabloeding

Een nabloeding komt ook zelden voor. Toch kan er als gevolg van een nabloeding druk op de zenuwen ontstaan. Hierdoor kunt u pijn, tintelingen, een doof gevoel of verminderde kracht in uw benen ervaren. Het kan zelfs leiden tot het hierboven genoemde caudasyndroom. Dit is dan ook een reden om snel opnieuw geopereerd te worden.

Wondproblemen, infecties en andere risico’s

Op verschillende plaatsen kunnen (wond)problemen ontstaan:

  • Door een infectie van de wond, als het litteken niet goed geneest.
  • Door het loslaten van de wondranden. Dit kan leiden tot een beginnende infectie.
  • Door een infectie van de tussenwervelruimte of wervel. Dit heet een spondylodiscitis. Dit komt heel zelden voor, maar kan langdurige rugpijn veroorzaken. Ook moet het een lange tijd behandeld worden met antibiotica.
  • Door lekkage van hersenvocht. Dit gebeurt bij een klein deel (minder dan 3 procent) van de geopereerde patiënten. Het gebeurt meestal bij patiënten die al eens eerder een herniaoperatie hebben gehad. Als er een lek ontstaat, moet u enkele dagen in bed blijven. Heel soms wordt u opnieuw geopereerd of krijgt u een behandeling. Bijvoorbeeld als de lekkage van hersenvocht blijft doorgaan.

Instabiliteit van de wervels

Na de operatie kan er een beetje speling ontstaan tussen de wervels. Het is ook mogelijk dat de hoogte tussen de wervels minder wordt, waardoor u weer last krijgt van uw rug of been. Dit komt bij ongeveer 5 procent van de patiënten voor. Soms zorgt dit voor nieuwe problemen waarvoor dan een nieuwe operatie nodig is.

Last van rug of been

U kunt weer last krijgen van uw rug of been. Dit kan door:

  • Meer druk op de gewrichtjes tussen de wervels. Hierdoor kunt u in de eerste 3 tot 6 maanden meer last in de rug hebben. Dit gaat in dezelfde periode ook weer over.
  • Een nieuwe hernia. De kans op een nieuwe hernia, soms op dezelfde plek, is ongeveer 10 procent. Daarom is het heel belangrijk om uw levensstijl aan te passen. Stop met roken en val af als u overgewicht heeft. Probeer daarnaast de conditie van uw spieren goed te onderhouden.

Caudasyndroom

Een heel zeldzame complicatie is het caudasyndroom. Dit is een schade van alle zenuwen die in het operatiegebied lopen. In het ergste geval leidt het tot forse zwakte of volledige verlamming van de benen, voeten. Zelfs verlies van controle over de blaas- en darmfunctie kan voorkomen. Dit heet incontinentie voor urine en ontlasting.

Wanneer bellen?

Heeft u last van een van de volgende symptomen, neemt u dan onmiddellijk contact op met uw (huis)arts. De symptomen komen echter zelden voor.

  • Onhoudbare pijn in rug of been
  • Medicijnen hebben geen effect
  • Abnormale zwelling of lekkage van de wond
  • Een opengesprongen wond
  • Pus uit de wond
  • Hoge koorts
  • Toenemend krachtsverlies aan één of beide benen
  • Verschijnselen van incontinentie of doofheid in de schaamstreek

Controle

De controleafspraak heeft u met de neurochirurg of verpleegkundig specialist. Deze afspraak is meestal 6 weken na de operatie. De neurochirurg of verpleegkundig specialist vertelt uw huisarts hoe de operatie is gegaan.

Tijdens de controleafspraak wordt beoordeeld of de operatie goed is gegaan. Meestal hoort u dan ook of u meer mag doen. Of en wanneer u weer mag gaan werken, hangt af van het werk dat u doet.

Versie: 619880 Herniaoperatie 12-2023

Specialisme: Neurochirurgie
Deel via e-mail

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem.