Aan het laden
  1. Home
  2. Behandelingen en onderzoeken
  3. Peritoneaal dialyse (katheterimplantatie)

Peritoneaal dialyse (katheterimplantatie)

Samen met uw nierarts, de nefroloog, heeft u gekozen voor buikspoeling. Dit noemen we peritoneaal dialyse of PD. Buikspoeling is een vorm van thuisdialyse van de nieren, zodat u hiervoor niet meer naar het ziekenhuis hoeft. Tijdens een operatie krijgt u een CAPD-katheter (slangetje) in uw buikholte. Hiermee laat u spoelvloeistof in en uit uw buik lopen. Zo spoelen afvalstoffen weg. Voor de operatie blijft u 2 tot 3 dagen in het ziekenhuis. Daarna krijgt u een CAPD-training zodat u thuis zelf de dialyse kunt doen.

Voorlichtingsfilm over peritoneaal dialyse in het Martini Niercentrum

Je dient cookies te accepteren voordat we deze inhoud aan je kunnen laten zien

Voorbereiding

We bereiden u goed voor op de operatie. Zo krijgt u een aantal onderzoeken:

  • Overzichtsfoto van uw buik
  • Foto van uw longen
  • Hartfilmpje (elektrocardiogram)
  • Controle op lies- of navelbreuk
  • Mogelijk extra onderzoek als longonderzoek of maagfoto’s

Preoperatief spreekuur

Voor de operatie krijgt u een volledige verdoving (narcose). Hiervoor heeft u een gesprek met de anesthesioloog op het preoperatief spreekuur.  Hier ziet u ook de verpleegkundige die u helpt tijdens uw opname.

Kleding voorbereiden

Na de operatie is het handig als u kleding mee heeft die ruim zit rond uw buik. Zo komt de wond niet knel te zitten.

Opname

De dag voor de operatie komt u naar de verpleegafdeling Chirurgie. Samen met de verpleegkundige bepaalt u de beste plek voor de katheter. De verpleegkunde scheert ook meteen uw buik.

Eten en drinken

Voor de operatie moet uw maag leeg zijn (nuchter). Dit betekent dat u vanaf 24.00 uur die avond niets meer mag eten of drinken. Soms maken we ook de darmen leeg (laxeren).

Op de dag van de operatie

Een uur voor de operatie gaat u in bed liggen. U krijgt van ons een ziekenhuisjasje en sokken. Als u een gebitsprothese heeft, zult u die uit moeten doen. Ook sieraden doet u af. Als voorbereiding op de narcose krijgt u een slaaptablet van de verpleegkundige. Daarna wordt u naar de operatieafdeling gereden.

Operatie

De arts brengt een infuusnaaldje aan in uw arm. Hierdoor worden vocht, medicijnen en de verdoving gegeven.

Als u slaapt maakt de chirurg twee sneetjes in uw onderbuik. Dan vult hij of zij uw buik met koolzuurgas (CO2). Dit zorgt voor ruimte in uw buik, waardoor de chirurg goed kan kijken en werken. De chirurg brengt een deel van de katheter door de buikwand tot in de buikholte. De katheter wordt onder de huid vastgezet zodat deze goed blijft zitten. Aan het einde van de katheter komt een dopje. Dit dopje blijft met een klein stukje katheter buiten uw lichaam. Daarna hecht de chirurg de wond en krijgt u een verband.

Met deze katheter kunt u uw buik spoelen. De dialysevloeistof (dialysaat) haalt afvalstoffen, elektrolyten en extra vocht uit uw buik.

Na de operatie

Na de operatie blijft u een aantal uren op de uitslaapkamer. Hier houden wij uw hartslag en bloeddruk in de gaten. Als alles goed is mag u naar de verpleegafdeling. U heeft dan nog een infuus en een urinekatheter . U mag dan weer normaal eten en drinken.

Weer naar huis

Na een verbandcontrole op het Niercentrum mag u vaak dezelfde dag nog naar huis. De katheter en het verband laat u de eerste 8 dagen met rust. Zo groeit de katheter in de huid.

Nazorg en training

Na de operatie heeft uw buik rust nodig. Zorg ervoor dat u geen zware dingen hoeft te tillen en geen buikspieroefeningen doet. Pas na 6 weken kunt u weer douchen. Ziet u bloed of vocht uit de wondjes komen? Neem dan even contact op met het Martini Niercentrum.

Pijn na de operatie

U kunt na de operatie last hebben van pijn in uw schouders. Of een opgeblazen gevoel in uw buik. Dit komt doordat er wat koolzuurgas is achtergebleven. Dit kan geen kwaad en u mag paracetamol nemen tegen de pijn.

Als de katheter in uw buik tegen het buikvlies aan komt, geeft dit een prikkeling. Dit kunt u ook in uw blaas of achter in uw billen (anus) voelen. Wanneer de dialysevloeistof in uw buik zit, verdwijnt deze prikkeling.

Controle

U komt 2 keer per jaar terug voor een meting van de hoeveelheid afvalstoffen die u uitspoelt via de CAPD-katheter en uw urine. De snelheid waarmee de afvalstoffen uit het bloed via het buikvlies in de dialysevloeistof lopen, meten we 1 keer per jaar.

CAPD-training

Om thuis zelf de spoelvloeistof te kunnen wisselen, krijgt u een training van 3 tot 5 dagen. Voor deze CAPD-training komt u naar de polikliniek van het Martini Niercentrum.

Versie: 12 februari 2020

Praktische informatie Voor u

Martini Niercentrum
Maandag t/m zaterdag van 7.30 tot 22.00 uur.
Tel.: (050) 524 5460
Routenummer: 0.8

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar je blijft anoniem. Als je verder surft, accepteer je onze cookies.