Aan het laden
  1. Home
  2. Behandelingen en onderzoeken
  3. Huidtransplantatie

Huidtransplantatie

U heeft ernstige brandwonden. Dat kunnen derdegraads brandwonden zijn of tweedegraads brandwonden in uw gezicht, hals of op uw handen. Uw arts heeft met u besproken dat een huidtransplantatie nodig is. Meestal kunnen we u vanaf de tweede week na de verbranding al opereren. Soms wachten we tot andere tweedegraads brandwonden eerst zijn genezen. Bij grote verbrande huidoppervlakken opereren we u in stappen. Meestal gaat u voor deze operatie onder narcose. U bent hoe dan ook in goede handen. Zowel voor, tijdens, als na de operatie staat een team van specialisten voor u klaar.

Voorbereiding

Wij bereiden u goed voor op de operatie. Zo nemen wij bloed bij u af en maken we een hartfilmpje (ECG). Tijdens de operatie haalt de chirurg een stukje van uw eigen huid weg. Meestal van uw been, soms van uw borst of rug. De verpleegkundige onthaart dit deel bij u. Dat gebeurt ook wel eens tijdens de operatie.

De verdoving

Van de anesthesioloog krijgt u uitleg over de verdoving tijdens de operatie. Het is belangrijk dat u voor de operatie nuchter bent. Dat betekent dat u vanaf de avond voor de operatie vanaf 24.00 uur niets meer mag eten of drinken. Ook kunt u voor de operatie beter niet roken. Door roken kunt u misselijk worden van de narcose.

U krijgt een slaaptablet van de verpleegkundige. Hij of zij brengt u daarna met uw bed naar de operatieafdeling.

De operatie

U krijgt op de operatiekamer de verdoving die met u is afgesproken. Ook krijgt u een infuusnaald in een bloedvat voor vocht, medicijnen en de verdoving.

Tijdens de operatie haalt de chirurg of plastisch chirurg eerst de verbrande huid weg. Net zover totdat er weer gezond weefsel zichtbaar is. De wond gaat hierbij bloeden. Door dit bloedverlies kunnen we tijdens een operatie maar kleine stukken tegelijk opereren. Bij grote verbrandingen zijn daarom vaak meerdere operaties nodig.

Huidtransplantatie

Met een speciaal apparaat schaaft de chirurg een heel dun laagje gezonde huid af van uw been, borst of rug. Dit huidlapje wordt het huidtransplantaat. De chirurg maakt van deze huid een huidnetje en legt dit voorzichtig op de brandwond. Het huidtransplantaat wordt als dat nodig is vastgemaakt met nietjes en afgedekt met verband.

Op de plek waar het huidlaagje is weggehaald, blijft een schaafwond over. De chirurg bedekt deze wond met een speciaal verband zodat de schaafwond zo weinig mogelijk pijn doet. Als het huidtransplantaat over een gewricht is vastgemaakt, krijgt u een spalk over het verband. Zo helpen we de nieuwe huid rust te geven.

Nazorg

Na de operatie haalt de verpleegkundige 4 of 5 dagen later het verband en de nietjes weg. Een spalk mag er na 5 tot 7 dagen af. U mag alleen proberen te staan of te lopen als dit is afgesproken met de arts of verpleegkundige. Na ongeveer een week bekijkt de arts hoe het transplantaat is ingegroeid. De arts bespreekt met u welke verdere behandeling nodig en mogelijk is. Na 7 tot 10 dagen mag ook het verband bij de schaafwond eraf.

Bij een brandwond moet vaak meer dan alleen de wond behandeld worden. Een verbranding is voor alle organen van het lichaam extra zwaar. En als de brandwond is genezen, gaat uw behandeling nog lang door. U krijgt deze zorg van het brandwondenteam op de polikliniek. De verpleegkundig specialist en verpleegkundig consulent zijn de belangrijkste personen waar u contact mee houdt.

Versie: 12 februari 2020

Praktische informatie Voor u

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar je blijft anoniem. Als je verder surft, accepteer je onze cookies.