Aan het laden
  1. Home
  2. Behandelingen en onderzoeken
  3. Carpale tunnelsyndroom (neurochirurgie)

Carpale tunnelsyndroom

U heeft waarschijnlijk last van het carpaletunnelsyndroom (CTS). Hierdoor is een zenuw aan de binnenkant van uw pols bekneld. Met vervelende klachten als pijn, tintelingen en een doof gevoel in uw vingers. We onderzoeken eerst of het inderdaad om CTS gaat.

Uw hand een tijdje rust geven kan bij tijdelijke CTS helpen. Anders kunt u samen met uw plastisch chirurg besluiten voor een operatie. Hierbij wordt meer ruimte gemaakt voor de beknelde zenuw.

Onderzoek

Om te zien of het om het carpaletunnelsyndroom gaat, krijgt u meestal eerst een EMG-onderzoek . Bij dit onderzoek wordt de zenuw in uw hand getest met naaldjes en kleine schokjes. De neurochirurg en verpleegkundig specialist kunnen met nog wat andere tests zien of u CTS heeft. Hierna beslist u samen of een operatie nodig is.

Voorbereiding

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Geef dit dan aan bij de chirurg of verpleegkundig specialist. U moet daar namelijk tijdelijk mee stoppen voor de operatie. De chirurg geeft u hier extra informatie over.

Kleding en sieraden

De dag van de operatie is het verstandig om kleding met mouwen te dragen die los rond uw pols zitten. Zo knelt het verband om uw hand en pols na de operatie niet. Sieraden om uw hand moet u voor de operatie af doen.

Vervoer en hulp thuis

Ook is het belangrijk dat u vervoer naar huis regelt. Door de verdoving en de operatie aan uw hand mag u niet zelf naar huis rijden. Heeft u na de operatie thuis hulp nodig? Dan kunt u dit het beste van tevoren regelen door contact op te nemen met uw gemeente of thuiszorgorganisatie in de buurt.

De operatie

Tijdens de operatie blijft u wakker. Alleen uw hand wordt verdoofd. U hoeft dus niet nuchter te zijn (lege maag) voor deze operatie. Vaak kiest de neurochirurg ervoor om u een strakke band om uw bovenarm te geven. Die wordt opgepompt zodat er geen bloed meer in uw arm stroomt. Zo kan de chirurg beter opereren. Dit kan wel even vervelend aanvoelen.

De chirurg maakt dan een kleine snee in uw handpalm. Via deze snee opent hij of zij dan de te nauwe tunnel van de zenuw. Daarna hecht de chirurg de wond en verbindt uw hand.

Na de operatie

Na de operatie mag u meteen naar huis. De verdoving blijft 1 tot 1,5 uur werken. Als u pijn voelt mag u paracetamol innemen.

  • Het is belangrijk dat u uw hand de eerste dagen na de operatie hoog houdt. Dit betekent dat uw pols hoger is dan uw elleboog. Het is niet nodig om uw hand in een mitella of draagdoek te dragen.
  • Na 1 dag mag het verband eraf. Houd de wond wel droog, dus niet onder de douche of in bad. Ook is het belangrijk om de pols nog niet te belasten. Leun er dus niet op. Beweeg wel de vingers zo vaak mogelijk.
  • Na 14 dagen kan uw huisarts de hechtingen verwijderen. Hiervoor maakt u zelf een afspraak.
  • 6 weken na de operatie heeft u een controleafspraak met de neurochirurg of verpleegkundig specialist. Dat kan ook telefonisch zijn. Heeft u ook klachten aan uw andere hand, dan kunt u bespreken wanneer u daaraan geholpen kunt worden.

Complicaties

Soms kunt u last krijgen van bloeduitstortingen, een wond die slecht geneest, een ontsteking of een doof gevoel in uw vingers. Neemt u contact op met de polikliniek Neurochirurgie als u zich zorgen maakt of vragen heeft.

Heel soms ontstaat dystrofie. De symptomen zijn pijn, zwelling, verkleuring, zweten van de hand en stijfheid. Neem bij deze klachten direct contact op met de polikliniek Neurochirurgie. Dan kunnen we u zo snel mogelijk helpen.

Resultaat

Bij de meeste patiënten zijn de tintelingen in de vingers en de (nachtelijke) pijn binnen enkele dagen verdwenen. Het dove gevoel kan wat langer aanhouden. Ook kan het kan even duren voordat de kracht weer normaal is. Binnen een paar weken kunt u uw hand weer gebruiken bij lichte werkzaamheden. Sommige mensen blijven enige weken tot een paar maanden pijn houden rond het litteken.

Bij ouderen en diabetespatiënten kan het voorkomen dat de zenuw niet herstelt. Dit kan betekenen dat er gevoelsstoornissen kunnen blijven na de operatie. Vaak verbeteren de pijnklachten en tintelingen wel.

Versie: 12 februari 2020

Praktische informatie Voor u

Neurochirurgie (polikliniek)
Op werkdagen van 8.00 tot 16.00 uur.
Tel.: (050) 524 5950
Routenummer: 0.7

Behandeling
4 weken

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem. Als u verder surft, accepteert u onze cookies.