Aan het laden
  1. Home
  2. Behandelingen en onderzoeken
  3. Botopbouw voor tandwortelimplantaat

Botopbouw voor tandwortelimplantaat

In overleg met de MKA-chirurg heeft u een afspraak gemaakt voor een botopbouw, zodat er in tweede instantie een of meerdere tandwortelimplantaten bij u kunnen worden aangebracht. Deze behandeling vindt meestal poliklinisch plaats op de polikliniek Mond-Kaak-Aangezichtschirurgie (MKA).

Op de dag van de behandeling gaat u volgens afspraak naar de polikliniek MKA. Voorafgaand aan de behandeling geeft de MKA-chirurg u een plaatselijke verdoving.

Ingreep

Tijdens de hersteloperatie haalt de MKA-chirurg ergens in uw kaak met behulp van een boortje een stukje bot weg, bijvoorbeeld uit de kin of achter in de kaak waar de verstandkies zit of heeft gezeten. Eventueel kan de chirurg voor het transplantaat (ook) kunstbot gebruiken. De chirurg plaatst het bottransplantaat in de kaak op de plek waar het implantaat komt en zet het vast met een titanium schroefje. Het tandvlees wordt zorgvuldig gehecht. Bij grote kaakdefecten of bij een sterk geslonken tandenloze bovenkaak kan het nodig zijn dat de  MKA-chirurg een stukje bot wegneemt uit uw heup of de buitenste laag van uw schedeldak. Dit is een operatie onder algehele narcose, waarna u meestal 1 nacht op de verpleegafdeling in het ziekenhuis verblijft.

Meestal krijgt u een verbandgaasje op de wond. U moet dit gaas 30 minuten stevig vastklemmen door erop te bijten of aan te drukken met de vinger. In de wond ontstaat zo een bloedstolsel dat de wondgenezing bevordert.

Een botopbouw duurt ongeveer 45 minuten tot een uur.

Na de ingreep

Ongeveer 30 minuten na de ingreep mag u het ‘bijtgaas’ verwijderen. Wat nabloeden uit de wond daarna is normaal. Meestal stopt dit vanzelf. Als u de buitenkant van de wang enkele uren na de ingreep koelt met ijsblokjes (in een plastic zakje) of met een ‘cold pack’, kunt u zwelling van de wang enigszins tegengaan.

De verdoving werkt nog een tijdje na. Dat maakt eten en drinken lastig. We raden u aan met eten en drinken te wachten totdat de verdoving is uitgewerkt. Als de verdoving na een paar uur is uitgewerkt, kunt u pijn krijgen. Deze is goed te bestrijden met pijnstillers. U krijgt hiervoor een recept en advies. Het is belangrijk om de eerste pijnstiller uiterlijk een uur na de ingreep in te nemen.

De eerste dag mag u uw mond nog niet spoelen, want het bloedstolsel in de wond moet zich kunnen hechten. U mag wel tanden poetsen. In de buurt van de wond moet u uiteraard voorzichtig zijn.

Als bij u voor het transplantaat bot uit de heup is gehaald, gaat het lopen in het begin meestal moeizaam. Na enige weken is dit weer normaal.

Nazorg

Na een botopbouw moet u rekenen op gemiddeld 5 tot 7 dagen last en pijn in de mond. U kunt volgens voorschrift pijnstillers blijven gebruiken. Uw wang kan flink opzwellen, vooral in de eerste 24 uur. Hierdoor kunt u uw mond minder ver dan gebruikelijk openen en u kunt slikklachten krijgen. Na drie dagen slinkt de zwelling weer.

Het speeksel bevat de eerste dagen wat sliertjes bloed. Dit is normaal. Als de bloeding niet vanzelf stopt, of opnieuw begint, kunt u een opgevouwen verbandgaasje op de wond leggen. Dit moet u dan gedurende een half uur stevig aandrukken of erop dichtbijten. Als de mond volloopt met bloed of er ontstaan gelatineachtige donkerrode stolsels in de mond, is sprake van een nabloeding. Neemt u in dat geval contact op met de (dienstdoende) MKA-chirurg.

Gebruik geen alcohol in combinatie met medicijnen, want dit kan een nabloeding veroorzaken. Ook zonder medicijnen kan door alcoholgebruik een nabloeding optreden. Wij adviseren u niet te roken, want roken kan de wondgenezing belemmeren. Wees voorzichtig met het eten van warm en hard voedsel zolang u nog klachten heeft.

Complicaties

Na een opbouw van het kaakbot met een bottransplantaat (of ander materiaal) kan een ontsteking in het kaakbot ontstaan. Zo’n ontsteking kan leiden tot (gedeeltelijk) verlies van het bottransplantaat. Het is daarom belangrijk dat de u de mond goed schoonhoudt.

Wanneer de zwelling 3 tot 5 dagen na de ingreep toeneemt kan er sprake zijn van een ontsteking. Neemt u in dat geval contact op met de (dienstdoende) MKA-chirurg. Ook bij een niet te stelpen bloeding moet u contact opnemen. Soms moeten er dan extra hechtingen worden aangebracht.

Versie: 12 februari 2020

Praktische informatie Voor u

Eerste afspraak
10 weken
Behandeling
12 weken

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar je blijft anoniem. Als je verder surft, accepteer je onze cookies.