Aan het laden
  1. Home
  2. Behandelingen en onderzoeken
  3. Baarmoederhalskanker (behandeling)

Baarmoederhalskanker (behandeling)

U heeft klachten die mogelijk veroorzaakt worden door baarmoederhalskanker. Op de polikliniek Gynaecologie kunt u op korte termijn terecht voor uitgebreid onderzoek. Blijkt het inderdaad te gaan om baarmoederhalskanker? Dan onderzoeken we waar de kankercellen precies zitten. U krijgt zo snel mogelijk de definitieve diagnose. Met uw arts bespreekt u daarna uitgebreid de behandelmogelijkheden en uw wensen. Samen beslist u welke behandeling bij u past.

Onderzoeken

Op uw eerste afspraak vraagt de gynaecoloog naar uw klachten. Ook krijgt u een inwendig onderzoek via uw vagina. De gynaecoloog maakt tijdens dit onderzoek een uitstrijkje. Het laboratorium onderzoekt het uitstrijkje op afwijkende cellen. De afwijkingen zijn ingedeeld in de zogenaamde PAP-klasse. PAP 1 betekent ‘geen afwijkingen’ en PAP 5 betekent ‘zeer waarschijnlijk kankercellen’. U krijgt binnen een week na het uitstrijkje een bericht met de uitslag.

Onderzoek CIN-klasse

Als er afwijkende cellen zijn gevonden in het uitstrijkje, onderzoeken we de ernst van de kankercellen. Met een colposcopie bekijkt de gynaecoloog heel precies het overgangsgebied van de baarmoedermond naar de baarmoederhals.

Vaak brengt de gynaecoloog azijnzuur in uw vagina, waardoor afwijkende cellen wit kleuren. Dit kan vervelend zijn, maar doet geen pijn. Als er afwijkingen zijn, neemt uw gynaecoloog een stukje weefsel (biopt) weg. Het laboratorium onderzoekt dit weefsel weer. U krijgt binnen 2 weken een bericht met de uitslag.

Vervolgonderzoek

Blijkt uit het uitstrijkje en de biopt dat u baarmoederhalskanker heeft? Dan stelt uw gynaecoloog een aantal extra onderzoeken voor. Baarmoederhalskanker kan namelijk doorgroeien tot in de bekkenbodem, de schede en in de baarmoeder. Of in een later stadium ook in de blaas, endeldarm of buikholte. Tumorcellen kunnen ook losraken en via de lymfebaan of het bloed uitzaaien in de longen, de botten of de lever. Samen met uw gynaecoloog bespreekt u welke vervolgonderzoeken nodig zijn. Bijvoorbeeld bloedonderzoek.

Behandeling

Als de resultaten van alle onderzoeken bekend zijn, bespreekt u samen met uw gynaecoloog welke behandelingen mogelijk zijn. En wat de bijwerkingen van deze behandelingen zijn. Een grote behandeling van baarmoederhalskanker kan veel veranderen in uw leven. Wij vinden het daarom ook belangrijk om te bespreken wat u zelf wilt en nodig heeft. Zo beslissen we samen welke behandeling bij u past.

  • In een heel vroeg stadium van de kanker hoeft soms alleen een stukje baarmoederhals verwijderd te worden. Dit kan met een kleine operatie. U houdt uw baarmoeder.
  • Is de kanker verder gevorderd, dan is het nodig de baarmoeder en soms de eierstokken weg te halen.
  • Bij verdere verspreiding van de kanker is een grote buikoperatie nodig. Uw baarmoeder en mogelijk de eierstokken, lymfeklieren in het bekken en het bovenste deel van de schede worden dan verwijderd. U wordt dan geopereerd in het UMC Groningen. Uw specialist werkt nauw samen met collega’s daar.
  • Bestraling (radiotherapie) kan kankercellen (voor een deel) vernietigen. Deze behandeling krijgt u via de buik en/of inwendig via de schede (vagina). De bestraling duurt een aantal weken. U krijgt deze behandeling in het UMC Groningen.
  • Soms is chemotherapie nodig als nabehandeling. Chemotherapie werkt met medicijnen die de groei van kankercellen afremmen. Deze behandeling krijgt u vaak in combinatie met bestraling.

Nazorg

De diagnose kanker en de zware en lange behandelingen vragen veel van u. Maar ook van uw partner, gezin of familie. Emotioneel en lichamelijk is het een zwaar traject. Soms kunt u tot wel jaren na de behandeling nog vermoeid zijn. In het Martini Ziekenhuis begeleiden we u en uw naasten hierbij zo goed mogelijk.

Na de behandeling komt u regelmatig voor controle naar het ziekenhuis. De eerste 2 jaar elke 3 maanden, het 3e en 4e jaar elk half jaar en daarna ieder jaar. Wij vinden het belangrijk om te controleren of de kanker wegblijft, maar ook om te weten hoe het met u gaat. Maakt u zich zorgen of heeft u bloedverlies uit uw vagina? Neem dan direct contact op met uw gynaecoloog.

Versie: 12 februari 2020

Praktische informatie Voor u

Eerste afspraak
1 weken

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar je blijft anoniem. Als je verder surft, accepteer je onze cookies.