Aan het laden
  1. Home
  2. Behandelingen en onderzoeken
  3. Aanvallen bij kinderen

Aanvallen bij kinderen

Er komen allerlei aanvallen bij kinderen voor. Dat kunnen epileptische aanvallen zijn, maar ook bijvoorbeeld aanvallen van migraine, flauwvallen of wegrakingen door hartritmestoornissen. Het is belangrijk om te weten waar het precies om gaat en of het wel of niet epileptische aanvallen zijn. Dat bepaalt namelijk de herhalingskans en welke behandeling mogelijk is. De Aanvalspoli voor Kinderen heeft de expertise om bij kinderen met aanvallen snel en adequaat een diagnose te stellen.

Epilepsie bij kinderen is anders dan epilepsie bij volwassenen

De aanvallen zien er vaak heel anders uit. Bovendien komen bepaalde vormen van epilepsie alleen bij kinderen voor. Sommige vormen van epilepsie zijn heel goedaardig: ze gaan gepaard met weinig aanvallen, de aanvallen zijn goed te behandelen (of hebben zelfs helemaal geen behandeling nodig) en gaan vanzelf over als het kind ouder wordt. Er zijn ook minder goedaardige vormen van epilepsie bij kinderen. Deze vormen kunnen gepaard gaan met vaak voorkomende, moeilijk behandelbare aanvallen en hebben soms zelfs een negatieve invloed op de ontwikkeling van het kind. Vaak is in het begin nog niet duidelijk om wat voor soort epilepsie het gaat. Het is belangrijk dit zo snel mogelijk vast te stellen, omdat dit bepalend is voor de behandelmogelijkheden en de toekomstverwachting.

Doorverwijzing, diagnose en uitslag

Op de Aanvalspoli voor Kinderen komen kinderen die 1 of meer aanvallen hebben gehad en waarbij de huisarts, kinderarts of neuroloog denkt dat mogelijk sprake is van (een) epileptische aanval(len). De poli staat onder leiding van mw. N. Doornebal, kinderarts-kinderneuroloog en V. Roelfsema, kinderarts-kinderneuroloog. 

Voorbereiding

U krijgt een uitnodiging voor een dagopname in het Martini Ziekenhuis. Op de uitnodiging staat vermeld waar en hoe laat u en uw kind worden verwacht.

Het grootste deel van de tijd zult u op de polikliniek Kindergeneeskunde doorbrengen. Alleen het EEG (hersenfilmpje) vindt op een andere afdeling plaats. Om zoveel mogelijk informatie uit het EEG te halen is het prettig als uw kind tijdens het EEG even in slaap valt. Tijdens de slaap wordt eventuele epileptische activiteit soms duidelijker. Daarom is het fijn als uw kind niet vlak voor het onderzoek heeft geslapen of een bijzonder lange nacht heeft gemaakt.

Het is prettig als degene die de aanval(len) heeft gezien mee kan komen, in ieder geval naar het gesprek met de kinderneuroloog. De beschrijving van de aanval(len) is heel belangrijk om een goede conclusie te kunnen trekken. Als iemand anders dan uzelf de aanval heeft gezien en niet mee kan komen, is het belangrijk dat u goed vraagt wat deze persoon precies heeft gezien en wat de duur van de verschijnselen was. Als uw kind regelmatig aanvallen heeft, willen wij u vragen de aanval(len) te filmen. Dit kan met een videocamera, maar ook met een mobiele telefoon. Probeer zo veel mogelijk aanvallen te filmen. Als het kan ontvangen wij de film(pjes) graag van te voren via de mail (of bij te grote bestanden op CD-rom of USB-stick). Beelden zeggen meer dan 1000 woorden.

Onderzoeksdag

Zo ziet de onderzoeksdag er uit:

U dient cookies te accepteren voordat we deze inhoud aan u kunnen laten zien

  • EEG (60-120 minuten)
    Dit staat voor ElectroEncefaloGram en wordt ook wel een hersenfilmpje genoemd. Een laborant van de afdeling Klinische Neurofysiologie (KNF) doet uw kind een mutsje op met elektrodes. Daarmee wordt de elektrische activiteit van de hersenen gemeten terwijl uw kind op een bed ligt. Het aanbrengen van de elektrodes wordt gedaan door eerst zachtjes over de hoofdhuid te scrubben en daarna de elektrode met een soort pasta aan te brengen. Dit is niet pijnlijk, maar het scrubben en vooral de relatief lange duur van het aanbrengen kan door hele jonge kinderen als vervelend worden ervaren. Tijdens de registratie wordt een aantal minuten met een lamp geflitst en er wordt gevraagd enige tijd diep te zuchten. Voordat het EEG wordt gemaakt, stelt de arts van de afdeling KNF u vragen over de aanval(len).
  • Consult bij de kinderneuroloog (30-45 minuten)
    De kinderneuroloog ontvangt u en uw kind voor een gesprek en uitgebreid lichamelijk onderzoek.
  • Multidisciplinair overleg
    De kinderneurologen en klinisch neurofysiologen bespreken de uitkomsten van het gesprek en het lichamelijk onderzoek en de uitslagen van het hersenfilmpje en hartfilmpje.
  • Diagnosegesprek (10 minuten)
    De kinderneuroloog belt u de volgende dag met de uitslagen van de onderzoeken en de conclusie daarvan.

Vervolg

Als de conclusie is dat de aanvallen niet worden veroorzaakt door epilepsie, verwijzen wij uw kind terug naar de huisarts, kinderarts of neuroloog die u heeft verwezen naar de AanvalsPoli voor Kinderen. Zo nodig zal deze arts uw kind verder behandelen. Als de conclusie is dat (mogelijk) sprake is van epilepsie, kan extra onderzoek nodig zijn (zoals een tweede EEG of een MRI-scan). Afhankelijk van de uitkomsten, zullen verdere onderzoeken en eventuele behandeling plaatsvinden in het Martini Ziekenhuis, het UMCG of het ziekenhuis in uw eigen regio.

Versie: 12 februari 2020

Praktische informatie Voor u

Aanvalspoli voor Kinderen
Op werkdagen van 8.00 tot 16.00 uur.
Tel.: (050) 524 6900
Routenummer: 2.2

Specialisme: Kindergeneeskunde

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem. Als u verder surft, accepteert u onze cookies.