Aan het laden
  1. Home
  2. Behandelingen en onderzoeken
  3. Aandoeningen aan de vulva (behandeling)

Aandoeningen aan de vulva (behandeling)

Klachten van de vulva komen op alle leeftijden voor, zowel bij jonge meisjes als bij oudere vrouwen. Sommige aandoeningen van de vulva zijn gemakkelijk te behandelen, andere vragen langdurige zorg en controle. U kunt hiervoor terecht bij het spreekuur van de polikliniek Gynaecologie.

Voorbereiding

In overleg met uw behandelend arts bezoekt u het spreekuur van de gynaecoloog op de polikliniek Gynaecologie vanwege een aandoening aan de vulva. Veel voorkomende klachten zijn jeuk, een branderig of schraal gevoel, pijn of irritatie. De meeste klachten worden veroorzaakt door infecties. Andere klachten ontstaan door veranderingen van de huid van de vulva.

Aandoeningen van de vulva kunnen het vrijen nadelig beïnvloeden. Andersom kunnen seksuele problemen juist de oorzaak zijn van klachten van de vulva. Soms spelen seksueel overdraagbare aandoeningen een rol. Wanneer u problemen heeft of hebt gehad met seksualiteit, aarzel dan niet dit met de gynaecoloog te bespreken. Ziet u erg tegen het onderzoek op? Bespreekt u dit ook vooraf met de gynaecoloog.

Eerste afspraak

De gynaecoloog vraagt naar uw klachten, wanneer ze optreden en wat de gevolgen zijn voor uw dagelijks leven. Dan volgt onderzoek van uw vulva. Terwijl u op de gynaecologische onderzoekstoel ligt, bekijkt de arts eerst de vulva aan de buitenkant. Als u dat wilt, kunt u met een spiegel meekijken om de plekken waar u last van heeft aan te wijzen. Vraag om uitleg als u iets niet begrijpt.

Zo nodig krijgt u daarna een inwendig onderzoek van de schede (vagina). De gynaecoloog gebruikt hierbij een spreider om de schede open te houden. Eventueel neemt de arts met een wattenstokje wat afscheiding af voor nader onderzoek in het laboratorium. Het materiaal wordt dan onderzocht op bacteriën, schimmels of eventuele andere veroorzakers van de klachten. Eventueel wordt het materiaal gekweekt.

De uitslag van het laboratoriumonderzoek is na ongeveer 1 a 2 weken bekend. Wanneer er verder onderzoek nodig is zal de gynaecoloog een inschatting maken of er een vulva(stans)biopt op dat moment op de polikliniek kan worden gedaan met plaatselijke verdoving of dat er een nieuwe afspraak moet worden gemaakt op het operatief dagcentrum (ODC).

Behandeling

Bij allergie en contacteczeem kan een crème of zalf helpen. Ons advies is om geen geparfumeerd of gekleurd toiletpapier, synthetisch ondergoed, zeep, talkpoeder en intiemsprays te gebruiken. Inlegkruisjes, maandverband en tampons alleen gebruiken tijdens de menstruatie. 

Bij infecties kunnen verschillende vormen van medicatie helpen: tabletten (om te slikken), tabletten die in de schede ingebracht worden, een crème of zalf. Soms moet ook uw partner worden behandeld. Door het gebruik van condooms kunt u infecties voorkomen.

Bij vulvodynie is (afhankelijk van de vorm) behandeling mogelijk met tabletten, crème, of met vaginale zetpillen die oestrogenen bevatten. Eventueel kan de behandeling in samenwerking met de gynaecoloog vervolgd worden bij een seksuoloog, een psychotherapeut, of bij een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in de bekkenbodemspieren.

Bij huidafwijkingen (afhankelijk van de vorm) kan de behandeling bestaan uit hormoonzalf, of uit het verwijderen van de afwijking met een laserbehandeling of een operatie.

Leefregels

Zeker bij klachten aan de vulva kan het belangrijk dat u bepaalde verzorgende maatregelen neemt. De huid van de vulva is gevoelig. Was de vulva niet met zeep, draag bij voorkeur katoenen ondergoed en gebruik geen of zo min mogelijk inlegkruisjes. Houd de vulva droog. Draag geen strakke broeken. Slaap zonder onderbroek of in losse nachtkleding.

Bij sommige aandoeningen vraagt de gynaecoloog u zelf de vulva te onderzoeken. Wanneer u dat regelmatig doet, weet u zelf het beste of er veranderingen zijn opgetreden. Vooral bij huidaandoeningen kan dit belangrijk zijn. Voor het zelfonderzoek gaat u een gemakkelijke houding liggen of zitten, met een goede lamp en een handspiegel. U bekijkt eerst de hele vulva oppervlakkig, vervolgens de buitenste schaamlippen, daarna de binnenste schaamlippen en de clitoris. Ook het gebied tussen de vagina en de anus, de anus zelf en de venusheuvel horen erbij. Let bij het onderzoek op veranderingen in kleur, dikte of het optreden van bultjes of zweertjes.

Nazorg

Het is belangrijk dat u zelf regelmatig de vulva controleert. Krijgt u zweertjes of ontstaan er nieuwe verdikte gebieden in de vulva, stelt u de gynaecoloog dan op de hoogte. Sommige huidafwijkingen kunnen een voorbode zijn van kwaadaardige aandoeningen of vulvakanker. Bij veranderingen moet u altijd contact opnemen met de gynaecoloog. Wanneer bij u huidafwijkingen zijn gevonden, blijft u onder controle bij de gynaecoloog.

Versie: 12 februari 2020

Praktische informatie Voor u

Eerste afspraak
8 weken

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar u blijft anoniem. Als u verder surft, accepteert u onze cookies.