Verwijderen blaaspoliepen

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Wegsnijden blaaspoliepen
Operatie via de plasbuis
Verdoving via ruggenprik
Opnameduur: 2-3 dagen
Eventuele nazorg: blaasspoelen

Onze kwaliteit

  • Ervaren urologen doen de ingreep
  • Binnen een week uitslag van het weefselonderzoek
  • Zorgvuldige ontslagbegeleiding

Voorbereiding

In overleg met de uroloog maakt u een afspraak voor het wegsnijden van blaaspoliepen. Deze operatie gebeurt onder algehele narcose of via verdoving met een ruggenprik. 

Het wegsnijden van blaaspoliepen gebeurt via de plasbuis (urethra). Deze operatie heet een TUR-blaas (transurethrale resectie van de blaas). U verblijft gemiddeld 2-3 dagen op de verpleegafdeling Urologie.

Binnen 1 tot 3 maanden voor de operatie stuurt de afdeling Opnameplanning u een oproep voor een vooronderzoek: het preoperatief spreekuur.

Opname


Op de dag van de operatie komt u nuchter naar het ziekenhuis. Het kan zijn dat u in overleg een dag eerder voor opname naar de verpleegafdeling komt. Dan zorgt de verpleegkundige ervoor dat u nuchter bent voor de operatie.

Op de operatiedag (en op de dagen erna) geeft de verpleegkundige u een injectie ter voorkoming van trombose en een antibioticum in tabletvorm ter voorkoming van een blaasontsteking.

Een uur voor de operatie kleedt u zich uit. U trekt een operatiejasje en sokken aan, doet eventueel uw gebitsprothese uit en sieraden af en gaat in bed liggen. De verpleegkundige geeft u een slaaptablet ter voorbereiding op de verdoving en brengt u met uw bed naar de operatieafdeling.

Operatie

Afhankelijk van wat met u is afgesproken, geeft de anesthesioloog u een ruggenprik of krijgt u algehele narcose.

De uroloog brengt via de plasbuis een scoop (kijkbuis) in de blaas. Deze scoop is aangesloten op een camera en een monitor. De uroloog overziet zo het operatiegebied op de monitor en verwijdert de blaaspoliepen via de scoop. Het verwijderde weefsel gaat naar het laboratorium voor nader onderzoek. Na de ingreep brengt de uroloog een katheter in uw plasbuis in. Dit is een slangetje dat de urine uit de blaas afvoert naar een opvangzak. Met een spoelsysteem dat via de katheter loopt, komt vocht in de blaas om eventuele bloedstolseltjes uit het operatiegebied weg te spoelen. De katheter zit met een ballonnetje in uw blaas en kan er u dus niet spontaan uitglijden. 

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer waar u enkele uren verblijft voor controle van uw hartslag en bloeddruk. Wanneer alle controles in orde zijn, mag u naar de verpleegafdeling. U heeft dan nog wel een infuus en een katheter. Terug op uw kamer mag u weer normaal eten en drinken.
De dag na de operatie neemt een laborant wat bloed bij u af om te bepalen of u veel bloed verloren heeft tijdens en na de operatie. Als de uitslag van het bloedonderzoek goed is, u niet misselijk bent en extra kunt drinken, verwijdert de verpleegkundige het infuus.

De katheter blijft 1 à 2 dagen zitten, afhankelijk van de kleur van uw urine. Als de katheter verwijderd is, kunt u weer zelf plassen. Dit doet u niet op de wc maar in een urinaal. Zo kan de verpleegkundige zien of u voldoende plast en hoe de urine eruit ziet. Als het plassen goed gaat mag u, na overleg met de uroloog, naar huis. Meestal is dat na 2-3 dagen.

Nabehandeling

In een aantal situaties is het nodig om de blaas na de operatie te spoelen met een celdodende vloeistof. Deze vloeistof doodt de cellen die tijdens de operatie zijn losgekomen. Deze nabehandeling voorkomt zoveel mogelijk dat die cellen zich gaan nestelen in de blaaswand of uitgroeien tot een nieuwe poliep. De uroloog besluit tijdens de operatie of bij u een spoeling nodig is. Als u voor een spoeling in aanmerking komt, dan informeert de uroloog u daarover.

Nazorg

Wanneer u weer thuis bent, is het belangrijk dat u veel drinkt. Minimaal twee liter vocht per dag. Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een recept mee voor een antibioticumkuur. Deze kuur moet u helemaal afmaken. Ook krijgt u een brief mee voor de huisarts.

Het kan voorkomen dat er nog wat bloed bij uw urine zit. Hierover hoeft u niet ongerust te zijn. Als de hoeveelheid bloed toeneemt, neemt u dan contact op met uw huisarts.

Meestal duurt het enkele dagen voordat de uitslag van het weefselonderzoek bekend is. Soms krijgt u de uitslag al tijdens uw opname. Zo niet, dan krijgt u een afspraak met de uroloog op de polikliniek, een week na uw ontslag uit het ziekenhuis.

Ongeveer 6 weken na de operatie heeft u op de polikliniek Urologie een controleafspraak met de uroloog.