Vastzetten van een gewricht

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Boteinden aan elkaar vastmaken
Algehele narcose of ruggenprik
Opnameduur: circa twee dagen
Controle na twee en/of na zes weken

Onze kwaliteit

  • Veel specifieke kennis en ervaring
  • Circa 40 per jaar
  • Onze patiënten beoordelen onze zorg gemiddeld met een 8,1

Voorbereiding

In overleg met uw behandelend orthopeed maakt u een afspraak voor een operatie waarbij een gewricht wordt vastgezet (artrodese). Dat kan bij de enkel, de pols, een teen of vinger zijn. Een medewerker van het Opnamebureau bespreekt met u de procedures tot aan de opnamedatum. De operatie vindt plaats onder algehele narcose (anesthesie) of een ruggenprik. U verblijft gemiddeld 2 dagen op de verpleegafdeling Orthopedie.

Voorafgaand aan de operatie krijgt u thuis schriftelijk een oproep voor het preoperatief spreekuur. Hier bezoekt u de anesthesioloog (de arts die de narcose toedient). Hij/zij neemt met u een vragenlijst door, doet eventueel lichamelijk onderzoek en laat zo nodig aanvullend onderzoek verrichten. De anesthesioloog informeert u over de vorm van verdoving (anesthesie) die voor u het meest geschikt is. Daarna heeft u met de intakeverpleegkundige een gesprek over de voorbereiding op de ingreep, uw thuissituatie, de nazorg, leefregels na de operatie, eventueel een dieet of een allergie en eventueel de noodzaak van aanpassingen of hulp in huis. Binnen 3 maanden na het preoperatief spreekuur volgt de operatie.

Opname

Op de operatiedag wordt u opgenomen in het ziekenhuis. Voor de operatie moet u nuchter zijn.  U mag uw medicijnen wel innemen met een slokje water.

U meldt zich bij het opnamebureau in de centrale hal, tenzij u vóór 8:00 uur verwacht wordt. In dat geval kunt u rechtstreeks doorlopen naar de afdeling Orthopedie. Na een gesprek met de verpleegkundige starten de voorbereidingen voor de operatie. Op de patiëntenkamer van de verpleegafdeling kleedt u zich ongeveer 1 uur voor de operatie uit. U trekt operatiekleding aan, doet uw eventuele gebitsprothese uit en sieraden af, en gaat in bed liggen. De verpleegkundige markeert het te opereren gewricht en geeft u een rustgevend tabletje als voorbereiding op de anesthesie. Daarna wordt u in bed naar de operatiekamer gebracht.

Operatie

Op de operatiekamer start de anesthesioloog met de verdoving die met u is afgesproken: algehele narcose of een ruggenprik. U krijgt een infuus (een naald met een slangetje) in een bloedvat voor de toediening van vocht, medicijnen en de verdoving (anesthesie). Ook wordt u aangesloten op bewakingsapparatuur voor de controle van uw bloeddruk, polsslag en ademhaling.
Tijdens de operatie neemt de orthopedisch chirurg de beschadigde gewrichtsvlakken weg en zet de botuiteinden in de meest functionele stand vast met schroeven of metalen plaatjes. Hiermee verdwijnt de beweeglijkheid van het gewricht. De chirurg hecht de wond. Om het gewricht krijgt u ofwel verband, drukverband, een gipsspalk of gips, afhankelijk van het gewricht dat is vastgezet.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (recovery) voor bewaking. U krijgt zo nodig medicatie tegen de pijn. Als u goed wakker bent en alles is in orde, mag u terug naar de verpleegafdeling. U mag vrij snel weer water drinken en als u niet misselijk bent geleidelijk aan weer normaal eten. Daarna verwijdert de verpleegkundige het infuus.

Na de operatie kan het geopereerde gewricht nog gevoelloos zijn door de verdoving. Het gevoel en ook de motoriek zullen langzaam terugkeren. In geval van een teen- en enkelartrodese is het belangrijk dat uw voet hoog ligt (bijvoorbeeld op kussens). Bij een vinger- of polsartrodese krijgt u een mitella of ‘collar ’n cuff’ om uw hand hoog te houden tijdens het mobiliseren. Bij een enkelartrodese krijgt u na de operatie en de dagen erna een bloedverdunnende injectie, ter voorkoming van trombose (verstopping van een bloedvat). Dit medicijn moet u 6 weken gebruiken.
De verpleegkundige leert u hoe u uzelf kunt injecteren.

Op de dag na de operatie komt de zaalarts bij u langs. Als de controles goed zijn en uw herstel voorspoedig verloopt, mag u die dag weer naar huis. Wanneer u een teen- of enkelartrodese heeft, gaat u naar huis, nadat u met de fysiotherapeut geoefend heeft met het lopen met krukken.

Nazorg

De eerste periode na de operatie kan het geopereerde gewricht en het gebied rondom de wond dik en warm aanvoelen. Dit zal binnen 4 tot 6 weken afzakken. U mag Paracetamol nemen tegen de pijn.
Bloeduitstortingen (blauwe plekken) die bij de wond zijn ontstaan, verdwijnen vanzelf weer. Als er complicaties optreden, waarschuw dan uw huisarts. Bijvoorbeeld als de operatiewond opeens gaat lekken, als het wondgebied gezwollen en rood blijft, als het geopereerde gewricht opeens erg pijn gaat doen en als u koorts (hoger dan 38o C) krijgt.

Als u gips heeft gekregen, heeft u na 2 weken een afspraak op de gipskamer. Hier wordt het gips weggehaald, uw hechtingen verwijderd, en nieuw gips aangelegd. Bij een artrodese van de teen of van een vinger is geen nabehandeling nodig. Ongeveer 6 weken na de operatie gaat u voor controle naar de orthopeed die u heeft geopereerd. Voorafgaand aan de afspraak moet u meestal röntgenfoto’s laten maken op de afdeling Radiologie.

Leefregels

Als u geen gips heeft, mag u na de operatie gewoon douchen. Vanwege de wondgenezing mag u de eerste week niet zwemmen of in bad gaan. Bij een enkel- of teenartrodese is het verstandig uw voet regelmatig hoog te leggen, ook ’s nachts, zodat de zwelling in het wondgebied kan afnemen. Bij een enkelartrodese krijgt u 3 maanden gips en mag u het been 6 weken niet belasten.