Totale schouderprothese

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Vervanging schoudergewricht
Opnameduur: gemiddeld vijf dagen
Leefregels
Controle na twee en na zes weken

Onze kwaliteit

  • Veel specifieke kennis en ervaring
  • Circa 60 per jaar
  • Onze patiënten beoordelen onze zorg gemiddeld met een 8,1

Voorbereiding

In overleg met de orthopedisch chirurg maakt u een afspraak voor het inbrengen van een (totale) schouderprothese. Daarna bespreekt een medewerker van het Opnamebureau met u de procedures tot aan de opnamedatum. De operatie vindt plaats onder algehele narcose (anesthesie). U verblijft gemiddeld 5 dagen op de verpleegafdeling Orthopedie.

Voorafgaand aan de operatie krijgt u thuis schriftelijk een oproep voor het preoperatief spreekuur. Hier bezoekt u de anesthesioloog (de arts die de narcose toedient). Hij/zij neemt met u een vragenlijst door, doet eventueel lichamelijk onderzoek en laat zo nodig aanvullend onderzoek verrichten. Daarna heeft u met de intakeverpleegkundige een gesprek over de voorbereiding op de ingreep, uw thuissituatie, de nazorg, leefregels na de operatie, eventueel een dieet of een allergie, en de noodzaak van aanpassingen en/of hulp in huis. Binnen 3 maanden na het preoperatief spreekuur volgt de operatie.

Vragenlijsten
Voorafgaand aan uw behandeling benaderen wij u voor het invullen van digitale vragenlijsten. Het doel van deze vragenlijsten is om inzicht te krijgen in het effect van de behandeling en hoe uw herstel verloopt. Dit inzicht krijgen we door uw antwoorden voor en na de behandeling met elkaar te vergelijken. Daarom is het belangrijk dat u op meerdere momenten dezelfde vragenlijst(en) invult. Deze digitale vragenlijsten noemen we PROMs (Patient Reported Outcome Measures).
 
Meer informatie over de vragenlijsten vindt u op: www.martiniziekenhuis.nl/vragenlijsten.

Opname

Voor de operatie moet u nuchter zijn. U mag uw medicijnen wel innemen met een slokje water. Op de operatiedag trekt u operatiekleding aan, doet uw eventuele gebitsprothese uit en gaat in bed liggen. De verpleegkundige geeft u 1 uur vóór de operatie een rustgevend tabletje als voorbereiding op de anesthesie. Daarna wordt u in bed naar de operatiekamer gebracht.

Operatie

Op de operatiekamer start de anesthesioloog met de narcose. U krijgt een infuus (naald met een slangetje) in een bloedvat voor de toediening van vocht, medicijnen en verdoving (anesthesie). U wordt aangesloten op bewakingsapparatuur voor de controle van uw bloeddruk, polsslag en ademhaling.

De operatie vindt plaats via een snede aan de voorzijde van uw schouder. Op basis van uw leeftijd, de kwaliteit van spieren en pezen, en de graad van slijtage bepaalt de chirurg welke operatietechniek bij wordt toegepast. U krijgt een van de volgende protheses:

  • Hemi-schouderprothese: uw schouderkop wordt vervangen door een metalen kop met een steel die in de schacht van uw bovenarm wordt geplaatst. Deze techniek is mogelijk als de spieren en pezen rondom de schouder intact zijn en goed functioneren.
  • Totale schouderprothese: vervanging van de schouderkop en de schouderkom. Deze techniek is nodig als de schouderkom niet meer intact is.
  • Omgekeerde schouderprothese: de nieuwe schouderkop komt op de plaats waar uw schouderkom zat; de nieuwe schouderkom komt op de plaats waar uw schouderkop zat. Deze techniek is nodig als u behalve slijtage van de schouder ook een onherstelbare peesscheur heeft. Na afloop van de operatie brengt de chirurg een slangetje (drain) aan in de wond voor de afvoer van wondvocht. Daarna wordt de wond gehecht. U krijgt een draagband (schouder-immobilizer) om uw schouder en arm rust te geven.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (recovery) voor bewaking. Hier start ook de pijnbestrijding. Als u goed wakker bent en alles is in orde, mag u terug naar de verpleegafdeling. U mag vrij snel weer water drinken en als u niet misselijk bent geleidelijk aan weer normaal eten. Daarna verwijdert de verpleegkundige het infuus.

Op de avond van de operatiedag mag u, als u zich goed voelt, al uit bed. Vraag de eerste keer hulp van een verpleegkundige, want u kunt wat duizelig zijn. Ook heeft u dan nog een wonddrain. Die mag meestal op de 2e dag na de operatie verwijderd worden. De verpleegkundige helpt u de eerste dag(en) met uw lichamelijke verzorging. U mag in principe de 2e dag na de operatie weer douchen.
De orthopedisch chirurg vertelt u wat u wel en niet met uw schouder en arm mag doen. De fysiotherapeut komt vanaf de 1e dag na de operatie dagelijks met u oefenen. Op de 1e en 2e dag na de operatie neemt een laborant bloed bij u af voor onderzoek. De 1e dag na de operatie wordt een controlefoto van uw schouder gemaakt.
Tot aan uw ontslag krijg u elke avond een bloedverdunnende injectie ter voorkoming van trombose (verstopping van een bloedvat). Als u goed herstelt en er is zorg voor thuis geregeld, mag u naar huis. Dat is meestal 3 of 4 dagen na de operatie.

Nazorg

Bij ontslag krijgt u een verwijsbrief voor de fysiotherapeut voor nabehandeling. U mag Paracetamol nemen tegen de pijn. Als er complicaties optreden, waarschuw dan uw huisarts. Bijvoorbeeld als de operatiewond opeens gaat lekken, als het wondgebied gezwollen en rood blijft, als uw schouder erg pijnlijk aan blijft voelen (ook al doet u het rustiger aan), en als u koorts (hoger dan 38o Celsius) krijgt.
Na 2 weken heeft u een controleafspraak op de behandelpolikliniek voor wondcontrole en het verwijderen van de hechtingen. Na circa 6 weken heeft u een controleafspraak bij de orthopedisch chirurg.

Net als na elke operatie is er bij een schouderoperatie een kans op algemene complicaties als een nabloeding, wondinfectie of trombose. Na een schouderoperatie kan een huidzenuw beschadigd zijn, doordat sneden in de huid gemaakt zijn. Het geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten vanzelf, maar soms zijn ze blijvend. Soms wordt de schouder stijf als gevolg van littekenvorming (frozen shoulder). Dit kunt u door actief revalideren zoveel mogelijk voorkomen. In een enkel geval kan de kop uit de kom schieten (luxatie van het schoudergewricht). Eventueel kan op langere termijn de prothese loslaten als gevolg van slijtage van de prothese.

Leefregels

Bij ontslag heeft u een verwijsbrief voor de fysiotherapeut voor oefentherapie gekregen. Thuis of in het verpleeghuis zet u de oefeningen voort, waarmee u in het ziekenhuis bent gestart. Dit voorkomt stijfheid van het gewricht. U maakt zelf een afspraak met een fysiotherapeut.
Uw betrokkenheid bij de revalidatie is een belangrijke factor voor het slagen van de operatie.

De eerste vier weken blijft u de schouderband (schouder-immobilizer) dragen, zodat de schouder rust krijgt. Doordat u maar 1 arm kunt gebruiken, kunt u uw dagelijkse werkzaamheden of uw werk niet of nauwelijks uitvoeren. U kunt ook niet autorijden of fietsen. Het is verstandig hulp te regelen voor het doen van boodschappen, huishoudelijk werk, koken en vervoer.
Ongeveer 6 tot 8 weken na de operatie kunt u in overleg met uw orthopedisch chirurg en/of de bedrijfsarts uw werk weer hervatten.

Op het moment dat er bacteriën in uw bloed kunnen komen, moet uw kunstgewricht worden beschermd tegen een infectie. Neem bij een ontsteking contact op met uw huisarts en kijk op de volgende webpagina over medicatie bij gewrichtsprothese. Kijk ook op deze pagina als u binnenkort een behandeling of ingreep ondergaat. U leest hier precies wanneer u risico loopt op een infectie en welke informatie uw zorgverleners dan nodig hebben.