Totale heupprothese

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Een operatie om uw heup volledig te vervangen door een prothese
Revalidatie met het Rapid Recovery Zorgpad
Intensief oefenprogramma

Onze kwaliteit

  • Prothese van topkwaliteit
  • Ruim 620 totale heupprotheses per jaar

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met uw orthopedisch chirurg heeft u een afspraak gemaakt voor een operatie aan uw heup. Voordat het zover is, bezoekt u het preoperatief spreekuur en de orthopedieconsulent op de polikliniek Orthopedie. We raden u aan om uw partner, een familielid of een kennis mee te nemen naar deze afspraak. U krijgt namelijk  veel informatie in een keer.  

Deze operatie is nodig omdat u pijnklachten heeft aan uw heup. Deze pijn kan allerlei oorzaken hebben. Vaak gaat het om artrose oftewel een versleten heup. Slijtage tast de gladde kraakbeenlaag van het gewricht aan. Daardoor kan deze laag uiteindelijk helemaal verdwijnen. De gewrichtsvlakken glijden dan niet meer zo soepel langs elkaar. Het gevolg is dat bewegen steeds moeilijker en pijnlijker wordt. Als het niet meer lukt om de pijn te verlichten met medicijnen en vermindering van de belasting op de heup is een operatie meestal de enige oplossing. U krijgt een heupprothese die uw eigen heupgewricht vervangt.

Bij een totale heupprothese gebruikt ons team het Rapid Recovery-zorgpad. U krijgt van de orthopedieconsulent informatie hierover en over de gang van zaken rondom uw opname en ontslag. U wordt binnen drie maanden na het preoperatief spreekuur geopereerd.

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Verder vragen we u om te douchen op de ochtend voor de operatie.

Opname

Wij nemen u op in het ziekenhuis op de dag vóór de operatie of op de dag van de operatie zelf. Wilt u op de dag van opname elleboogkrukken meenemen? Dan kunnen we deze alvast goed afstellen.

U meldt zich bij de receptie in de centrale hal. Voor het afnemen van bloed gaat u naar het  laboratorium. Direct daarna gaat u naar verpleegafdeling Orthopedie. Het kan ook gebeuren dat we bloed afnemen op de verpleegafdeling zelf. Dan gaat u daar meteen naartoe.

Op de verpleegafdeling neemt een verpleegkundige alle informatie met u door. Ook krijgt u informatie over de operatie en over het programma tijdens de opnamedag. Uw partner of familielid mag bij dit gesprek aanwezig zijn.

Operatie

Een uur voor de operatie trekt u een operatiejasje aan. U krijgt pijnmedicatie ter voorbereiding op de operatie en we markeren uw heup. Het is belangrijk dat u nog even naar de wc gaat en goed uitplast. Daarna brengt de verpleegkundige u naar de operatiekamer. Daar leggen we u op de operatietafel. De anesthesioloog begint met de voorbereiding voor de operatie.

Deze operatie kunnen wij op verschillende manieren uitvoeren. De orthopedisch chirurg vertelt u van tevoren welke van de beschreven operatietechnieken hij bij u gaat toepassen.

Bij de ventrale (voorste) benadering opereert de chirurg u aan de voorkant van uw bovenbeen. Hij maakt het gewrichtskapsel open, verwijdert de heupkop en plaatst een nieuwe kom in het bekken. In het dijbeen zet de chirurg een metalen pen. Hierop is een kop vastgemaakt, die precies in de kom past.  

Bij de posterolaterale (achterste) benadering opereert de chirurg u aan de zijkant van uw bovenbeen, net achter het dijbeen langs. De werkwijze komt verder overeen met de voorste (ventrale) benadering. 

Het gewrichtskapsel houdt de prothese op de plaats, net als bij uw eigen gewricht. Meestal maken we de kom en de metalen pen met botcement in het bot vast. Soms kiest de chirurg voor een prothese zonder cement. Als de kop in de kom is geplaatst, hechten of lijmen we het gewrichtskapsel, de spieren en de huid weer.

De operatie duurt ongeveer één tot anderhalf uur. Om infecties te voorkomen, krijgt u tijdens en na de operatie via een infuus een antibioticum toegediend.

Na de operatie

Na de operatie rijden we u naar de recovery. U blijft op de bewakingsapparatuur aangesloten. De recoveryverpleegkundige laat uw contactpersoon telefonisch weten dat de operatie klaar is. Als u weer goed wakker bent en alle lichaamsfuncties in orde zijn, mag u terug naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling stelt uw contactpersoon daarvan ook op de hoogte.

Na de operatie heeft u in uw arm een naaldje of infuus. Via deze weg krijgt u antibiotica en eventueel vocht toegediend.

Om trombose te voorkomen krijgt u ‘s avonds na de operatie een bloedverdunnende injectie. Het is de bedoeling dat u dit medicijn tot en met zes weken na de operatie dagelijks blijft gebruiken. Tijdens uw opname leert u van de verpleegkundige op de afdeling hoe u zich kunt injecteren.

Na het sluiten van de wond op de operatiekamer krijgt u een verband op de wond. Dit verband mag enige tijd blijven zitten.

De eerste dag na de operatie neemt een laborant bloed af om bepaalde waarden in uw bloed te controleren. Op dezelfde dag laten we op de afdeling Radiologie een controlefoto maken.

Terug op de verpleegafdeling mag u weer eten en drinken. Wassen en aankleden doet u zoveel mogelijk zelf. U leert welke bewegingen u wel of juist niet mag maken als u in bed ligt.

De fysiotherapeut helpt u om weer zelfstandig te leren lopen. Onder begeleiding gaat u ongeveer vier tot zes uur na de operatie voor de eerste keer uit bed.

Nazorg

Als u thuiszorg nodig heeft voor hulp bij de lichamelijke verzorging en/of wondverzorging schakelen we het Transferpunt in. Is een tijdelijke opname in een verpleeghuis noodzakelijk en komt u hiervoor in aanmerking? Dan regelt het Transferpunt dat al voor de opname. 

Voordat u met ontslag gaat, nemen we alle praktische zaken met u door, inclusief de controleafspraken en uw ontslagmedicatie.

De secretaresse maakt voor u een belafspraak voor vijf tot zeven dagen na de operatie. De orthopedieconsulent neemt dan telefonisch contact met u op. Circa twee weken na de operatie verwijdert de huisarts uw hechtingen. Ongeveer zes weken na de operatie komt u terug naar het ziekenhuis voor een controleafspraak met de orthopeed die u heeft geopereerd. Voorafgaand aan deze afspraak gaat u naar het laboratorium voor het afnemen van bloed. Dat is nodig om uw ontstekingswaarden te bepalen. Ook gaat u naar Radiologie voor een controlefoto.

Mogelijke complicaties zijn trombose, het losschieten van de kom, een verschil in beenlengte, een tijdelijke klapvoet of een doof gevoel rondom het litteken. De gemiddelde levensduur van een prothese is tien tot twintig jaar, afhankelijk van de belasting. Als de prothese is versleten, is het meestal wel mogelijk om een nieuwe heupprothese te plaatsen

Als er complicaties optreden, waarschuwt u de orthopedieconsulent. Dat is ook nodig als de operatiewond gaat lekken, als het wondgebied erg gezwollen is en rood blijft of als uw been erg pijnlijk aanvoelt. Als u niet meer op het geopereerde been kunt staan, terwijl u dat eerst wel kon of als u koorts krijgt, hoger dan 38,5° Celsius, is het ook nodig om contact op te nemen.

Tijdens uw opname krijgt u hulp van onze fysiotherapeut. U krijgt instructies mee om thuis zelfstandig te kunnen oefenen. U krijgt thuis alleen fysiotherapie als dit noodzakelijk is. In dat geval bespreekt de arts of de fysiotherapeut dit met u.

Leefregels

Er zijn verschillende leefregels waarmee u rekening moet houden in de zes weken na de operatie. Dit om te voorkomen dat de heupprothese uit de kom gaat. Welke leefregels voor u gelden hangt af van de operatietechniek. In de folder staan deze leefregels per techniek beschreven. Voor beide technieken geldt dat u niet op een lage stoel of kruk mag gaan zitten en dat u stevige schoenen dient te dragen.

De orthopedieconsulent heeft voor de operatie al met u besproken welke aanpassingen in huis verstandig zijn, zoals een hoge rechte stoel met leuningen, een stevig bevestigde trapleuning, een toiletverhoger en handgrepen in het toilet en de douche.

Op het moment dat er bacteriën in uw bloed kunnen komen, moet uw kunstgewricht worden beschermd tegen een infectie. Neem bij een ontsteking contact op met uw huisarts en kijk op de volgende webpagina over medicatie bij gewrichtsprothese. Kijk ook op deze pagina als u binnenkort een behandeling of ingreep ondergaat. U leest hier precies wanneer u risico loopt op een infectie en welke informatie uw zorgverleners dan nodig hebben.

Na de operatie loopt u de eerste zes weken met krukken. Zodra u zonder krukken kunt lopen, is dit toegestaan, tenzij de fysiotherapeut of orthopeed een ander advies heeft gegeven.

De fysiotherapeut geeft u een oefenschema mee om uw beenspieren te versterken en om de beweeglijkheid van uw heup te verbeteren. Herhaal de oefeningen dagelijks twee keer.

Let de eerste weken erop dat u de wond goed naspoelt na het douchen. Neem pas een bad als u gemakkelijk in en uit bad kan stappen. Na zes weken mag u weer autorijden en fietsen. Overleg bij twijfel met uw orthopeed.