Schouderoperatie

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Schouderoperatie
Opnameduur: 24 uur
Controle na twee en na zes weken

Onze kwaliteit

  • Veel specifieke ervaring en expertise
  • Circa 480 schouderoperaties per jaar

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met de orthopedisch chirurg besluit u tot een schouderoperatie. Daarna bespreekt een medewerker van het Opnamebureau met u de procedures tot aan de opnamedatum. Vervolgens krijgt u thuis schriftelijk een oproep voor het preoperatief spreekuur. Tijdens dit spreekuur ontmoet u de arts die de anesthesie toedient. Deze anesthesioloog neemt met u een vragenlijst door, doet eventueel lichamelijk onderzoek en laat zo nodig aanvullend onderzoek verrichten. Ook overlegt de anesthesioloog met u welke vorm van verdoving voor u het meest geschikt is.
Daarna bespreekt de intakeverpleegkundige met u hoe u uw opname en ontslag zo goed mogelijk kunt regelen. U praat over de voorbereiding op de ingreep, uw thuissituatie, de nazorg, leefregels na de operatie, eventueel een dieet of een allergie en de noodzaak van aanpassingen in huis.
Binnen 3 maanden na het preoperatief spreekuur volgt de operatie.

Opname

Op de dag van uw operatie komt u voor opname naar het ziekenhuis. U moet dan nuchter zijn. U meldt zich bij de opnamebalie en gaat daarna naar de verpleegafdeling. Na een gesprek met de verpleegkundige starten de voorbereidingen voor de operatie. Uw schouder wordt gemarkeerd.

Verdoving en operatie

Een uur vóór de operatie krijgt u een rustgevend tabletje als voorbereiding op de anesthesie. Daarna wordt u in bed naar de operatiekamer gebracht. Daar start de anesthesioloog met de verdoving die met u is afgesproken (algehele narcose of een ruggenprik). In uw arm krijgt u een infuus voor de toediening van vocht en medicijnen. U wordt aangesloten op bewakingsapparatuur voor controle van uw bloeddruk, polsslag en ademhaling.
Dan volgt, bij voorkeur, een kijkoperatie (artroscopie). De orthopedisch chirurg brengt aan de achterzijde van de schouder via een steekgaatje een kijkinstrument in met een camera. Die is verbonden met een monitor, waarop het beeld uit de schouder is te zien. Via andere steekgaatjes brengt de chirurg instrumenten in de schouder voor behandeling van de aandoening. De gaatjes worden gehecht.
Als artroscopie niet mogelijk is, verloopt de operatie via de open methode. Hierbij maakt de chirurg een snee aan de voorzijde van de schouder en zet zo kraakbeenrand en gewrichtskapsel weer vast aan de kom. Vervolgens wordt de wond gehecht. Uw orthopeed adviseert u welke methode voor u geschikt is.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (recovery) voor bewaking. Daar start de anesthesioloog de pijnbestrijding. Als u goed wakker bent en alles in orde is, mag u terug naar de verpleegafdeling. Als u zich goed voelt, mag u ’s avonds al uit bed. De eerste keer is het raadzaam hierbij hulp van een verpleegkundige te vragen, want u kunt wat duizelig zijn.
Uw arm is in een speciale sling (endosling) geïmmobiliseerd, zodat de gehechte structuren niet losscheuren. De orthopedisch chirurg adviseert u wat u wel en niet met de arm mag doen na de operatie en hoe lang u de sling moet dragen.
Op de dag na de operatie komt de zaalarts ’s ochtends bij u langs. Als de controles goed zijn en uw herstel volgens plan verloopt, mag u dezelfde dag naar huis (afhankelijk van de pijn en de soort operatie). Voordat u met ontslag gaat, legt de fysiotherapeut u uit welke oefeningen u met uw arm kunt doen. Ook bespreekt de intakeverpleegkundige nog praktische zaken met u, zoals de gemaakte controleafspraken en uw thuissituatie.

Nazorg

Bij ontslag krijgt u een verwijsbrief voor de fysiotherapeut voor nabehandeling. Als er complicaties optreden, waarschuw dan uw huisarts. Bijvoorbeeld als de operatiewond opeens weer gaat lekken, als het wondgebied erg gezwollen en rood blijft, als uw schouder erg pijnlijk aan blijft voelen (ook al doet u het rustiger aan) en als u koorts krijgt.
Na 2 weken heeft u een controleafspraak op de behandelpolikliniek voor wondcontrole en het verwijderen van de hechtingen. U kunt de hechtingen ook door uw huisarts laten verwijderen. Na circa 6 weken heeft u een controleafspraak bij de orthopedisch chirurg.

Leefregels

Na een stabiliserende ingreep is het belangrijk dat u het naar buiten draaien van de arm (exorotatie) de eerste 6 weken vermijdt. Realiseert u zich ook dat u de geopereerde arm gedurende een aantal weken niet (goed) kunt gebruiken. U kunt niet autorijden, fietsen, dagelijkse werkzaamheden of uw werk uitvoeren. Aanvankelijk kan uw schouder stijver en strakker aanvoelen, maar 6 maanden na de operatie zal de schouderfunctie vrijwel volledig hersteld zijn en is het instabiliteitgevoel verdwenen. Soms kunt u last blijven houden van een kleine draaibeperking naar buiten. Die kans is bij een open ingreep iets groter.
Na 6 maanden kunt u doorgaans de meeste sporten weer uitoefenen. De genoemde termijnen verschillen per patiënt. Als u weer wilt gaan werken of sporten, bespreek dit dan met uw arts en bedrijfsarts.