Voedselprovocatietest

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Verdacht voedingsmiddel eten
1 of 2 testdagen met dagopname
Een test duurt 3 tot 5 uur
Onder zorgvuldige controle

Onze kwaliteit

  • Maximale veiligheid
  • Korte wachttijd
  • Speciaal opgeleide verpleegkundigen
  • Kindvriendelijke omgeving

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met de kinderarts-allergoloog en kinderdiëtiste van het Martini Allergie Centrum voor Kinderen (MACK) heeft u voor uw kind een afspraak gemaakt voor een voedselprovocatietest. Dit is het onderzoek waarbij uw kind onder gecontroleerde omstandigheden een oplopende hoeveelheid van het voedingsmiddel krijgt toegediend waarvoor het waarschijnlijk allergisch is. Voor deze test wordt uw kind 1 of 2 keer een dag opgenomen op de Dagverpleging Kinderen.

Vertel uw kind zo eerlijk mogelijk wat er gaat gebeuren, ook dat er een allergische reactie kan komen. U kunt uitleggen dat de arts en verpleegkundigen altijd klaar staan om te helpen. Uw kind moet 2 dagen voor de test stoppen met de medicijnen die de allergie onderdrukken (antihistaminica), tenzij u dit anders met de kinderarts heeft afgesproken. De test gaat niet door als uw kind op de testdag ziek of herstellende is, onrustig eczeem heeft of last van astma. In de 2 weken voorafgaand aan de test mag uw kind geen vaccinatie hebben gehad.

Onderzoeksdag

U komt ’s ochtends met uw kind naar de afdeling Dagverpleging Kinderen. Uw kind mag vooraf thuis nog een klein ontbijt nemen. Tijdens de test mag uw kind - naast de testvoeding - in ieder geval water drinken. In overleg zijn andere voedingsmiddelen in beperkte mate toegestaan. Gebruikt uw kind speciale dieetproducten? Neemt u die dan mee naar het ziekenhuis.

Geef uw kind iets mee waardoor het in de vreemde omgeving iets vertrouwds heeft, zoals een knuffel of speelgoed. Oudere kinderen mogen hun MP3-speler of spelcomputer meenemen. Als ouder mag u de hele dag bij uw kind blijven. Aan het eind van de middag mag uw kind naar huis.

Provocatietest

In overleg met u krijgt uw kind ofwel een ‘open’ of een ‘dubbelblinde placebo gecontroleerde’ voedselprovocatietest. Bij de open test voeren we de hoeveelheid van het verdachte voedingsmiddel per stap op naar een normale portie. Deze test vindt plaats op 1 dag.

Bij de dubbelblinde placebo gecontroleerde test weet zowel u, uw kind, als de arts en verpleegkundigen niet in welke testvoeding het allergeen (zoals melk, ei of pinda) is ‘verstopt’. Daarbij bevat de ene testvoeding wel het te testen voedselallergeen en de andere testvoeding niet (placebo). De testvoeding is door de diëtiste en gespecialiseerde koks zo samengesteld dat uw kind het verdachte voedingsmiddel niet kan ruiken, proeven of zien. Deze provocatietest vindt plaats op twee verschillende dagen. De tijd tussen de twee testdagen moet minimaal 1 week zijn.

Zowel bij de open als de dubbelblinde test houden de kinderverpleegkundigen uw kind nauwlettend in de gaten. Bij klachten die wijzen op een allergische reactie stoppen ze direct met de test. Na afloop maken de kinderverpleegkundigen een verslag van de test.

Complicaties

Bij een voedselprovocatie in dagopname treedt zelden een ernstige reactie op. Als dat toch het geval is, krijgt uw kind direct medicatie toegediend. Er is altijd een (kinder)arts op de afdeling aanwezig die zo nodig direct medisch kan ingrijpen. De kinderverpleegkundigen geven u ook instructie over het gebruik van de EpiPen: dit is een injectiepen met adrenaline. Adrenaline heft een allergische reactie op. U moet de pen (thuis) gebruiken in acute situaties, mocht uw kind een hevige allergische reactie krijgen.

Uitslag

Mocht uw kind na de test thuis klachten krijgt, neemt u dan contact op met de polikliniek Kindergeneeskunde. Wanneer tijdens en in de eerste uren na de provocatietest geen reacties optreden, kunt u het geteste voedingsmiddel als veilig beschouwen.

De kinderverpleegkundige belt u enkele dagen na de testdag om te horen hoe het thuis met uw kind gaat. Als uw kind de dubbelblinde test heeft gedaan, belt de verpleegkundige u de eerstvolgende maandag na de tweede testdag nog een keer. Zij vertelt u dan de uitslag van de test en op welke dag het verdachte voedingsmiddel is gegeven. Bij een positieve testuitslag is uw kind allergisch voor het voedingsmiddel in de provocatietest. Als uw kind niet heeft gereageerd op het voedingsmiddel, spreken we van een negatieve testuitslag.

Behandeling

Wanneer uw kind allergisch is voor het geteste voedingsmiddel, bestaat de behandeling van de allergie uit het vermijden van het voedingsmiddel. U krijgt een vervolgafspraak bij de kinderarts-allergoloog (of de eigen kinderarts) en de kinderdiëtiste. Zij leggen uit hoe u moet omgaan met de allergie. Er is ook een kans dat kinderen een voedselallergie ‘overgroeien’.

Als de uitslag van de test negatief is, kan uw kind het voedingsmiddel goed verdragen en gewoon eten of drinken. Soms geven wij u een schema waarmee u het voedingsmiddel verder bij uw kind kunt introduceren. Deze gewenning kan in overleg met u eventueel ook plaatsvinden tijdens een dagopname in het ziekenhuis.