Aanvallen bij kinderen

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

De AanvalsPoli voor Kinderen biedt expertise om bij kinderen met aanvallen snel en adequaat een diagnose te stellen

Onze kwaliteit

  • Afspraak binnen twee weken
  • Alle onderzoeken op één dag
  • Direct aansluitend: diagnosegesprek met advies voor vervolg

Wachttijd

Algemeen

Er komen allerlei aanvallen bij kinderen voor. Dat kunnen epileptische aanvallen zijn, maar ook bijvoorbeeld aanvallen van migraine, flauwvallen of wegrakingen door hartritmestoornissen. Het is belangrijk om te weten waar het precies om gaat en of het wel of niet epileptische aanvallen zijn. Dat bepaalt namelijk de herhalingskans en welke behandeling mogelijk is.

Epilepsie bij kinderen

Epilepsie bij kinderen is anders dan epilepsie bij volwassenen. De aanvallen zien er vaak heel anders uit. Bovendien komen bepaalde vormen van epilepsie alleen bij kinderen voor. Sommige vormen van epilepsie zijn heel goedaardig: ze gaan gepaard met weinig aanvallen, de aanvallen zijn goed te behandelen (of hebben zelfs helemaal geen behandeling nodig) en gaan vanzelf over als het kind ouder wordt. Er zijn ook minder goedaardige vormen van epilepsie bij kinderen. Deze vormen kunnen gepaard gaan met vaak voorkomende, moeilijk behandelbare aanvallen en hebben soms zelfs een negatieve invloed op de ontwikkeling van het kind. Vaak is in het begin nog niet duidelijk om wat voor soort epilepsie het gaat. Het is belangrijk dit zo snel mogelijk vast te stellen, omdat dit bepalend is voor de behandelmogelijkheden en de toekomstverwachting.

Vooraf

Op de AanvalsPoli voor Kinderen komen kinderen die één of meer aanvallen hebben gehad en waarbij de huisarts, kinderarts of neuroloog denkt dat mogelijk sprake is van (een) epileptische aanval(len). De poli staat onder leiding van mw. N. Doornebal, kinderarts-kinderneuroloog (Martini Ziekenhuis) en prof.dr. O.F. Brouwer, kinderneuroloog (Universitair Medisch Centrum Groningen). In samenwerking met de Klinische Neurofysiologie van het Martini Ziekenhuis bieden zij een diagnostisch traject waarbij u nog dezelfde dag de uitslag en een behandeladvies krijgt.

Voorbereiding

U krijgt een uitnodiging voor een dagopname in het Martini Ziekenhuis. Op de uitnodiging staat vermeld waar en hoe laat u en uw kind worden verwacht.  

Het grootste deel van de tijd zult u op de polikliniek Kindergeneeskunde doorbrengen. Alleen het EEG (hersenfilmpje) vindt op een andere afdeling plaats. Op de polikliniek Kindergeneeskunde staat koffie/thee en een lunch voor u en uw kind klaar. Er is ook speelgoed en een ruimte om uw kind een middagslaapje te laten doen. Om zoveel mogelijk informatie uit het EEG te halen is het prettig als uw kind tijdens het EEG even in slaap valt. Tijdens de slaap wordt eventuele epileptische activiteit soms duidelijker. Daarom is het fijn als uw kind niet vlak voor het onderzoek heeft geslapen of een bijzonder lange nacht heeft gemaakt.

Het is prettig als degene die de aanval(len) heeft gezien mee kan komen, in ieder geval naar het gesprek met de kinderneuroloog. De beschrijving van de aanval(len) is heel belangrijk om een goede conclusie te kunnen trekken. Als iemand anders dan uzelf de aanval heeft gezien en niet mee kan komen, is het belangrijk dat u goed vraagt wat deze persoon precies heeft gezien en wat de duur van de verschijnselen was. Als uw kind regelmatig aanvallen heeft, willen wij u vragen de aanval(len) te filmen. Dit kan met een videocamera, maar ook met een mobiele telefoon. Probeer zo veel mogelijk aanvallen te filmen. Als het kan ontvangen wij de film(pjes) graag van te voren via de mail (of bij te grote bestanden op CD-rom of USB-stick). Beelden zeggen meer dan 1000 woorden!

Onderzoeksdag

Zo ziet de onderzoeksdag er uit:

  1. Consult bij de kinderneuroloog (30-45 minuten)
    De kinderneuroloog ontvangt u en uw kind voor een gesprek en uitgebreid lichamelijk onderzoek.
  2. ECG (10-15 minuten)
    Dit staat voor ElectroCardioGram en wordt ook wel een hartfilmpje genoemd. Hierbij krijgt uw kind een aantal plakkers op de borst. Daarmee wordt de elektrische activiteit van de hartspier gemeten. Dit wordt gedaan door een van de polikliniekmedewerksters en is niet pijnlijk. Ook de bloeddruk wordt gemeten.
  3. EEG (60-120 minuten)
    Dit staat voor ElectroEncefaloGram en wordt ook wel een hersenfilmpje genoemd. Hierbij krijgt uw kind kleine elektrodes op het hoofd geplakt. Daarmee wordt de elektrische activiteit van de hersenen per gebied gemeten. Dit wordt gedaan door een laborant van de afdeling Klinische Neurofysiologie (KNF). Het aanbrengen van de plakkers wordt gedaan door eerst zachtjes over de hoofdhuid te krabben en daarna de elektrode met een soort pasta aan te brengen. Dit is niet echt pijnlijk, maar het krabben en vooral de relatief lange duur van het plakken kan door hele jonge kinderen als vervelend worden ervaren. Voordat het EEG wordt gemaakt, stelt de arts van de afdeling KNF u vragen over de aanval(len).
  4. Multidisciplinair overleg
    De kinderneurologen en klinisch neurofysiologen bespreken de uitkomsten van het gesprek en het lichamelijk onderzoek en de uitslagen van het hersenfilmpje en hartfilmpje.
  5. Diagnosegesprek (10 minuten)
    De kinderneuroloog belt u de volgende dag met de uitslagen van de onderzoeken en de conclusie daarvan. 

Hier kunt u een voorlichtingsfilm zien waarin een patiënt wordt gevolgd tijdens de onderzoeksdag.

Vervolg

Als de conclusie is dat de aanvallen niet worden veroorzaakt door epilepsie, verwijzen wij uw kind terug naar de huisarts, kinderarts of neuroloog die u heeft verwezen naar de AanvalsPoli voor Kinderen. Zo nodig zal deze arts uw kind verder behandelen.

Als de conclusie is dat (mogelijk) sprake is van epilepsie, kan extra onderzoek nodig zijn (zoals een tweede EEG of een MRI-scan). Afhankelijk van de uitkomsten, zullen verdere onderzoeken en eventuele behandeling plaatsvinden in het Martini Ziekenhuis, het UMCG of het ziekenhuis in uw eigen regio.