Neusbijholtenoperatie

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Een operatie onder narcose waarbij de KNO-arts een opening maakt in neusbijholten. Na deze ingreep gelden er een aantal belangrijke leefregels voor een goed herstel.

Onze kwaliteit

  • U kunt na bezoek polikliniek direct een afspraak maken voor de operatiedatum
  • Veel specifieke kennis en ervaring

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met de keel-, neus-, oorarts maakt u een afspraak voor een operatieve behandeling van uw neusbijholte(n)ontsteking. De ingreep vindt plaats op de operatiekamer onder algehele narcose. Er zijn verschillende operatietechnieken mogelijk. Uw KNO-arts heeft met u besproken welke methode voor u van toepassing is. U verblijft gemiddeld 2 dagen op de verpleegafdeling KNO.

Op de polikliniek KNO krijgt u in overleg met uw behandelend KNO-arts meteen de afspraak voor de opname- of operatiedatum en daarop afgestemd wordt met u een afspraak gemaakt voor het preoperatief spreekuur. U bezoekt de anesthesioloog (de arts die de verdoving toedient). Hij/zij neemt met u een aantal vragen door over uw gezondheid en doet zo nodig een kort lichamelijk onderzoek. Eventueel volgt aanvullend onderzoek. Vervolgens bespreekt u met de intakeverpleegkundige uw voorbereiding op de operatie en de nazorg thuis. Voor de operatie moet u nuchter zijn.

Opname

Op de dag van de operatie komt u nuchter naar het ziekenhuis. ’s Ochtends neemt u wel met een slokje water de medicijnen in die u eventueel op voorschrift van de anesthesioloog moet gebruiken. U meldt zich bij de verpleegafdeling KNO.

Na het intakegesprek bereidt de verpleegkundige u voor op de operatie. Ongeveer 1 uur voor de operatie kleedt u zich uit. U trekt een operatiejasje en sokken aan, doet uw eventuele gebitsprothese uit en sieraden af en gaat in bed liggen. De verpleegkundige geeft u een slaaptablet ter voorbereiding op de verdoving en brengt u met uw bed naar de operatieafdeling.

Operatie

Op de operatieafdeling start de anesthesioloog met de algehele narcose. Hij/zij legt een infuus aan in uw arm, dit is een naald met daaraan een slangetje, voor de toediening van vocht, medicijnen en de verdoving (anesthesie). De operatie vindt plaats via de neusgaten. Er ontstaan dus geen uitwendige littekens. De KNO-arts gebruikt een van de volgende technieken (zoals met u is afgesproken):

  • antrostomie: een opening maken in de onderste neusgang naar de kaakholte en het ontstekingsweefsel verwijderen;
  • ethmoïdresectie: een opening maken van de neusholte naar de zeefbeenholte via de middelste neusgang, en een deel van de kleine holten tussen het bovenste deel van de neus en de oogkas (ethmoïdcellen) samenvoegen, zo nodig ontstekingsweefsel verwijderen;
  • infundibulotomie: een opening maken van de neusholte naar de voorste zeefbeenholte via de middelste neusgang. Na afloop van de ingreep krijgt u een tampon in elk neusgat tegen nabloeden. De ingreep duurt gemiddeld 30 tot 60 minuten.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer) waar u enkele uren verblijft voor controle van uw hartslag en bloeddruk. Wanneer alle controles in orde zijn, mag u terug naar de verpleegafdeling. ’s Avonds mag u weer normaal eten en drinken. Wanneer u goed kunt drinken, verwijdert de verpleegkundige het infuus.

Ademhalen, maar ook eten en drinken, gaat wat lastiger, omdat u door de tampons alleen door de mond kunt ademen. U kunt ook last hebben van bloed in de keel. Omdat er nog bloed uit de neus lekt, krijgt u een ‘snorverband’ dat regelmatig verschoond moet worden. U leert hoe u dit zelf kunt verwisselen.

Na de operatie kunnen zwelling en een blauwe verkleuring van de gezichtshuid en de oogleden optreden door kleine onderhuidse bloeduitstortingen. Dit verdwijnt binnen enkele dagen. Op de 1e dag na de operatie verwijdert de KNO-arts de tampons. Daarna kunt u weer door de neus ademen. Vanwege kans op nabloeden krijgt u een halfuur bedrust. Als daarna alles in orde is, mag u die dag naar huis.

Nazorg

Bij ontslag krijgt u van de verpleegkundige een zoutoplossing om de neus schoon te spoelen, om korstvorming tegen te gaan. U krijgt neusspray om zwelling van het neusslijmvlies te voorkomen. U kunt in het wondgebied een kloppend gevoel ervaren en temperatuurverhoging krijgen. Dit is normaal. Bij pijn kunt u Paracetamol gebruiken.

Heeft u bloedverlies dat met afdrukken van de neus niet stopt? Of een verstopte neus die na sprayen niet ‘open’ gaat? Dan moet u contact opnemen met de polikliniek KNO of met de afdeling Spoedeisende Hulp.

Via het secretariaat maakt u een controleafspraak op de polikliniek KNO.

Leefregels

  • Bij ontslag krijgt u  'snorgaasjes' en een rolletje pleisters mee. De verpleegkundige geeft uitleg over hoe dit te gebruiken.
  • De eerste week na de operatie niet neus snuiten, opsnuiven mag wel. Niezen met een geopende mond, om de kans op een nabloeding te verkleinen.
  • In het wondgebied kan een kloppend gevoel ervaren worden. Ook kan temperatuurverhoging ontstaan. Beide dingen zijn normaal. 
  • Tot 2 weken na de operatie geen inspannende activiteiten doen of activiteiten waarbij de neus kan worden gestoten. Voorzichtig zijn met bukken en tillen en het hoofd niet te ver voorover buigen. 
  • Geen warm voedsel of warme dranken nemen.
  • Niet heet douchen. 
  • Na de eerste controle op de polikliniek weer aan het werk of naar school. Ook zwemmen is dan weer toegestaan.

Medicatie

  • Bij pijnklachten paracetamol, hoeveelheid afhankelijk van leeftijd/gewicht.
  • Van de verpleegafdeling krijgt u neussprays/druppels mee: Xylomathazoline/Dexamethason neusdruppels (2 flesjes), 3 keer daags sprayen,1 spray per keer. Gebruiken tot ze op zijn! 
  • U krijgt ook een flesje NaCl 0,9% (zoutoplossing) mee. Maximaal 8 tot 10 keer per 24 uur gebruiken. Bij korstvorming en bloederig neusslijm eventueel minder vaak. Gebruiken tot de eerste controle!

Neem contact op met het ziekenhuis bij bloedverlies dat met uitsnuiten en afdrukken van de neus niet wil stoppen of wanneer de neus dicht zit en dit na het sprayen of spoelen niet verbetert. Op werkdagen met de KNO-poli, (050) 524 5910. 's Avonds, 's nachts en in het weekend met de Spoedeisende Hulp, (050) 524 7607.