Inwendige en uitwendige neuscorrectie

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Een operatie onder narcose waarbij de KNO-arts het neustussenschot rechtzet en zorgt voor een verbetering van de uiterlijke vorm.

Onze kwaliteit

  • Veel specifieke kennis en ervaring
  • Patiënten beoordelen onze zorg gemiddeld met een 8,2

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met de keel-, neus- en oorarts maakt u een afspraak voor een neusoperatie waarbij uw neustussenschot wordt rechtgezet en de uiterlijke vorm van uw neus wordt verbeterd (rhinoplastiek). De ingreep vindt plaats op de operatiekamer onder algehele narcose. U verblijft gemiddeld 3 dagen op de verpleegafdeling KNO.

Op de polikliniek KNO krijgt u in overleg met uw behandelend KNO-arts meteen de afspraak voor opnamedatum/operatiedatum en daarop afgestemd wordt een afspraak gemaakt voor het preoperatief spreekuur (voorbereiding op de operatie). Voor de operatie moet u nuchter zijn.

Opname

Op de dag van de operatie komt u nuchter naar het ziekenhuis. ’s Ochtends neemt u wel met een slokje water de medicijnen in die u eventueel op voorschrift van de anesthesioloog moet gebruiken. U meldt zich bij de verpleegafdeling KNO.

Na het intakegesprek bereidt de verpleegkundige u voor op de operatie. Ongeveer 1 uur voor de operatie kleedt u zich uit. U trekt een operatiejasje en sokken aan, doet uw eventuele gebitsprothese uit en sieraden af, en gaat in bed liggen. De verpleegkundige geeft u een slaaptablet ter voorbereiding op de verdoving en brengt u met uw bed naar de operatieafdeling.

Operatie

Op de operatieafdeling start de anesthesioloog met de narcose. Hij/zij legt een infuus aan in uw arm, dit is een naald met daaraan een slangetje, voor de toediening van vocht, medicijnen en de verdoving (anesthesie). De operatie vindt plaats via de neusgaten. Er ontstaan dus geen uitwendige littekens. Er zijn geen sneden nodig aan de buitenkant van de neus. Mocht dit wel noodzakelijk zijn, dan heeft de KNO-arts dit met u besproken. In de regel gaat het dan om zeer kleine littekens, die later niet of nauwelijks zichtbaar zijn.

De KNO-arts legt het kraakbeen en het bot van het neustussenschot vrij via een klein sneetje binnenin de neus en zet vervolgens het tussenschot recht. Hiervoor zal de arts uitstekende stukken van het tussenschot verwijderen en kromme delen rechtmaken. Tevens zal de arts het bot van het uitwendige van de neus bijwerken voor het corrigeren van de vorm van de neus.

Daarna krijgt u een tampon in elk neusgat tegen nabloeden. Met de tampons wordt het tussenschot aan weerszijden in de juiste positie gesteund, zodat slijmvlies, kraakbeen en bot weer aan elkaar kunnen groeien. De neus wordt vastgezet met pleisters met daar overheen een kapje van gips, kunststof of metaal.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer) waar u enkele uren verblijft voor controle van uw hartslag en bloeddruk. Wanneer alle controles in orde zijn, mag u terug naar de verpleegafdeling.

Terug op uw kamer mag u normaal eten en drinken. Wanneer u goed kunt drinken, verwijdert de verpleegkundige het infuus. Ademhalen, maar ook eten en drinken, gaat wat lastiger, omdat u door de tampons alleen door de mond kunt ademen. U kunt ook last hebben van bloed in de keel. Omdat er nog bloed uit de neus lekt, krijgt u een ‘snorverband’ dat regelmatig verschoond moet worden. U leert hoe u dit zelf kunt verwisselen.

Na de operatie kunnen zwelling en een blauwe verkleuring van de gezichtshuid en de oogleden optreden door kleine onderhuidse bloeduitstortingen. Dit verdwijnt binnen enkele dagen. Ook kan een dof gevoel in de neus en omgeving optreden. Dat is na een paar weken tot enkele maanden verdwenen. Op de tweede dag na de operatie verwijdert de KNO-arts de tampons, maar nog niet het kapje. Daarna kunt u weer door de neus ademen. Vanwege kans op nabloeden krijgt u een halfuur bedrust. Als daarna alles in orde is, mag u die dag naar huis.

Nazorg

Het kapje moet tenminste een week op zijn plaats blijven om te zorgen dat de weefsels en de botstukken weer in de goede positie aan elkaar groeien. Bij ontslag krijgt u van de verpleegkundige een zoutoplossing om de neus schoon te spoelen, om korstvorming tegen te gaan. U krijgt ook neusspray om zwelling van het neusslijmvlies te voorkomen. U kunt in het wondgebied een kloppend gevoel ervaren en temperatuurverhoging krijgen. Dit is normaal. Bij pijn kunt u Paracetamol gebruiken.

Heeft u bloedverlies dat met afdrukken van de neus niet stopt? Of een verstopte neus die na sprayen niet ‘open’ gaat? Dan moet u contact opnemen met de polikliniek KNO of met de afdeling Spoedeisende Hulp. Via het secretariaat krijgt u een controleafspraak op de polikliniek KNO.

Leefregels

De eerste week na de operatie mag u de neus niet snuiten, de neus ophalen mag wel. Niezen doet u met een geopende mond om de kans op een nabloeding te verkleinen. U mag tot 2 weken na de operatie geen inspannende activiteiten verrichten of activiteiten waarbij u de neus kunt stoten.

U moet voorzichtig zijn met bukken en tillen en het hoofd niet te ver voorover buigen. U mag geen warm voedsel of warme dranken nuttigen en niet heet douchen. Na de eerste controle op de polikliniek mag u in principe weer aan het werk (of naar school). Ook zwemmen is dan weer toegestaan.