Galwegdrainage (PTCD)

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Het plaatsen van een drain om gal af te voeren uit de lever.

Onze kwaliteit

  • Het plaatsen van een galwegdrain gebeurt door middel van een klein prikgaatje in de huid van buitenaf. Er is geen operatie nodig. De ingreep duurt niet lang en u herstelt relatief snel.

Galwegdrainage (PTCD)

Een galwegdrainage of PTCD is bedoeld voor patiënten bij wie de gal uit de lever niet meer goed afgevoerd kan worden door het lichaam zelf. Gal hoopt zich op in het lichaam en veroorzaakt een gele kleur huid en ogen. Ook kan er jeuk ontstaan. PTCD staat voor: Percutane (door de huid heen) Transhepatische (door de lever) Cholangiografie (afgebeeld met röntgenstraling) Drainage.

De gal wordt afgevoerd door een drain. Dat is een hol buisje van ongeveer 3 mm dik. Deze behandeling wordt gedaan wanneer de behandeling via een ERCP (endoscoop via de mond) niet lukt.

U wordt verdoofd (een roesje) waardoor u geen pijn heeft.

De behandeling duurt ongeveer 1 uur.

Voorbereiding

  • Via een brief van onze opnameplanning hoort u wanneer en hoe laat u zich in het ziekenhuis moet melden. U gaat naar verpleegafdeling Maag- Darm en Lever. Hier blijft u, als de behandeling zonder problemen verloopt, een aantal dagen.
  • De dag voor het onderzoek krijgt u een aantal routineonderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan het maken van een röntgenfoto of bloed prikken.
  • Omdat u een roesje krijgt, moet u nuchter zijn voor de behandeling. Wat dat betekent leest u op mzh.nl/nuchter.
  • In overleg met uw arts kan het zijn dat u bepaalde medicijnen tijdelijk niet mag innemen. Uw arts vertelt u wanneer u deze weer mag innemen.
  • Gebruikt u bloedverdunners? Overleg dan met uw behandelend specialist of u deze mag doorgebruiken. Bij bloedverdunners is het risico op een nabloeding groter, waardoor dit extra aandacht nodig heeft.
  • Bent u zwanger of denkt u dat u misschien zwanger bent? Dan kan het onderzoek niet doorgaan. Wilt u in dat geval tijdig contact opnemen met de röntgenafdeling?
  • Als u weer naar huis mag, is het niet verstandig om zelf te rijden. Regel daarom vooraf vervoer naar huis.

Behandeling

U wordt in bed naar de Interventieafdeling gebracht. Het is prettig als u voor de behandeling de blaas goed leegt. U moet na de behandeling lang blijven liggen en dan kunt u niet naar het toilet.

Het personeel van de verpleegafdeling brengt u naar de afdeling Interventieradiologie. Hier wordt u door een laborant ontvangen die u verder naar de behandelkamer begeleidt.

U gaat op uw rug op de behandeltafel liggen. De anesthesiemedewerkers brengen u in slaap. De radioloog bekijkt met een echoapparaat de galwegen. De huid wordt gedesinfecteerd en verdoofd. Met behulp van een holle naald brengt de radioloog de drain in door de huid. De drain gaat door de lever en komt uit in de darm. Op het röntgenbeeld kan de dokter met behulp van contrastvloeistof zien of de drain goed ligt en dat de gal wordt afgevoerd.

De drain wordt vastgeplakt of vastgehecht aan de huid. U wordt weer wakker gemaakt en mag naar de verpleegafdeling. Soms wordt er een zak aan de drain vastgemaakt zodat de gal naar buiten kan. Soms wordt de drain aan de buitenkant afgesloten zodat het gal door het lichaam zelf afgevoerd kan worden. Na een dag of een paar dagen wordt er een controle gedaan op de interventieafdeling en kijkt de radioloog weer met contrastvloeistof of de drain nog goed werkt.

Na de behandeling

Na de behandeling moet u 4 uur bedrust houden. De drain blijft een aantal dagen tot twee weken zitten. Daarna kan besloten worden of er een stent geplaatst wordt. Een stent is een sterk hol buisje gemaakt van een soort gaas, die een doorgang van lichaamsvloeistof open kan houden.
We controleren in de eerste uren na de behandeling regelmatig uw bloeddruk. U blijft nog eens 24 uur in bed. U mag daarna zitten en liggen.

De radioloog maakt een verslag van het verloop van de behandeling en stuurt dit naar uw behandelend arts.

Complicaties

Heel soms treedt er een allergische reactie op bij het inspuiten van contrastmiddel in de bloedbaan. Dat noemen we een contrastreactie. Het komt door een allergie voor één of meer bestanddelen van dit middel en treedt vrij snel na het inspuiten op.

Als u een contrastreactie krijgt, reageren de laboranten en de radioloog daar direct op. Als het nodig is, krijgt u een passend middel om de reactie tegen te gaan.

Kreeg u bij een eerder onderzoek met jodiumhoudend contrastmiddel een allergische reactie? Laat dat dan van tevoren aan de röntgenafdeling en aan uw behandelend arts weten. Dan kunnen we eventuele voorzorgsmaatregelen nemen of kiezen voor een alternatief onderzoek.


Straling

Op de afdeling Radiologie/Nucleaire Geneeskunde doen we onderzoeken en behandelingen met verschillende beeldvormende technieken en verschillende soorten straling. Op de website van het Martini Ziekenhuis leest u hier meer over. Bijvoorbeeld over de straling die u tijdens een onderzoek krijgt in verhouding staat tot de straling waar u in het dagelijkse leven aan wordt blootgesteld.