Dotterbehandeling of het plaatsen van een stent

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Behandeling waarbij we met een ballon een vernauwing of afsluiting in uw bloedvat opheffen. Bij het plaatsen van een stent plaatsen we een slangetje met hieraan een stent (een soort metalen gaaswerkje) in de vernauwde ader. De stent houdt het bloedvat open.

Onze kwaliteit

  • Minder belastend voor patiënten
  • Keurmerk Hart & Vaatgroep

Algemeen

U heeft binnenkort een afspraak voor een dotterbehandeling of het plaatsen van een stent op de afdeling Interventieradiologie. Hieronder leggen we uit hoe de behandeling verloopt en hoe u zich kunt voorbereiden. We beschrijven de algemene gang van zaken van deze behandeling. Het is mogelijk dat hier iets van wordt afgeweken.

Een dotterbehandeling is een behandeling waarbij we met een ballon een vernauwing of afsluiting in uw bloedvat opheffen. Bij het plaatsen van een stent plaatsen we een slangetje met hieraan een stent (een soort metalen gaaswerkje) in de vernauwde ader. De stent houdt het bloedvat open.

Hoe lang de behandeling duurt is vooraf moeilijk te voorspellen.

Het is goed om iemand mee te nemen naar het ziekenhuis die bij u blijft en die u na de behandeling naar huis brengt. Het is niet verantwoord om na afloop zelf naar huis te rijden.

Voorbereiding

Via een brief van onze opnameplanning hoort u wanneer en hoe laat u zich in het ziekenhuis moet melden. U gaat naar de verpleegafdeling Chirurgie. Hier blijft u, als de behandeling zonder problemen verloopt, ongeveer twee of drie dagen.

De dag voor het onderzoek krijgt u een aantal routineonderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan het maken van een röntgenfoto of bloed prikken.

Het behandelen van vernauwde bloedvaten gebeurt meestal via een prik in de lies. Dan kan het nodig zijn dat het gebied van de lies geschoren is. Scheren gebeurt als dat nodig is in het ziekenhuis.

Bent u zwanger of denkt u dat u misschien zwanger bent? Dan kan het onderzoek niet plaatsvinden. Wilt u dan tijdig contact opnemen met de röntgenafdeling?

Gebruikt u bloedverdunnende middelen? Overleg dan met uw behandelend specialist of u deze mag doorgebruiken. Bij bloedverdunnende middelen is het risico op een nabloeding groter, waardoor dit extra aandacht nodig heeft.

Alle andere medicijnen die u eventueel gebruikt, moet u tijdens de opname gewoon innemen. Tenzij uw specialist iets anders heeft gezegd.

De behandeling

Als de behandeling ’s morgens plaatsvindt, moet u tot 6 uur voor de behandeling nuchter blijven. Tot 2 uur voor de behandeling mag u heldere vloeistoffen (thee of water) drinken.

Als de behandeling ‘s middags plaatsvindt, mag u een licht ontbijt (beschuitje en een kopje thee). Daarnaast moet u over de gehele dag verdeeld (zowel voor als na de behandeling) veel drinken (1 à 1,5 liter).

Het is prettig als u voor de behandeling de blaas goed leegt. U moet na de behandeling lang blijven liggen en dan kunt u niet naar het toilet. Soms krijgt u een half uur voor de behandeling nog een prik met medicatie. U krijgt voor de behandeling een OK-jasje aan.

Het personeel van de verpleegafdeling brengt u naar de afdeling Interventieradiologie. Hier wordt u door een laborant ontvangen die u verder naar de behandelkamer begeleidt.

U gaat op uw rug op de behandeltafel liggen. De laborant scheert als dat nodig is de liezen, desinfecteert deze en dekt u toe met steriele lakens.

Daarna wordt de lies verdoofd. Als de verdoving is ingewerkt, prikt de radioloog met een holle naald de slagader in de lies aan. Door deze holle naald wordt een voerdraad in de slagader gebracht. Over deze voerdraad wordt de ballonkatheter (dun slangetje) opgeschoven naar de vernauwing.

Op de plaats van de vernauwing wordt het ballonnetje opgeblazen. Dit kan soms een drukkend en pijnlijk gevoel geven.

Soms is het nodig om een stent in de vernauwing/afsluiting te plaatsen. Een stent is een buisje, gemaakt van metalen gaaswerk. De stent blijft achter en houdt de slagader open. Het plaatsen van de stent gebeurt via een katheter, ook via de lies.

Na het verwijderen van de voerdraad wordt een contrastvloeistof ingespoten om te kijken of de vernauwing voldoende opgeheven is. Het inspuiten van contrastvloeistof kan een warm gevoel in uw lichaam geven. Als het vernauwde bloedvat voldoende verwijd is, verwijderen we de ballonkatheter. De radioloog drukt de prikplaats in de lies nog ongeveer 10 minuten stevig dicht of hij plaatst een plugje. Na afloop krijgt u een pleister en als dat nodig is een stevig drukverband op de prikplaats om nabloeden te voorkomen. Daarna wordt u in uw bed teruggebracht naar de verpleegafdeling.

Op de hierboven beschreven behandeling zijn meerdere variaties mogelijk. Zo kunnen we in de lies een andere ader aanprikken in plaats van een slagader. Daarnaast kan deze behandeling ook gedaan worden via een andere prikplaats. In de arm bijvoorbeeld. Het verloop van deze behandelingen is in principe hetzelfde.

Kijk voor meer informatie over de behandeling op https://www.hartwijzer.nl/dotteren

Na de behandeling

Als u via de lies bent behandeld, moet u tenminste twee uur plat blijven liggen. Dit plat liggen kan lastig zijn als u naar het toilet moet. De verpleging weet dit en helpt u bij dit ongemak.

De verpleegkundige controleert in de eerste uren na de behandeling uw bloeddruk regelmatig. U blijft nog eens 24 uur in bed. U mag zitten en liggen. De volgende dag mag u uit bed en wordt ook het drukverband verwijderd. Dezelfde dag kunt u naar huis. De pleister mag u een aantal dagen hierna zelf verwijderen. 

Mogelijke complicaties

In uitzonderlijke gevallen treedt er een allergische reactie op bij het inspuiten van contrastmiddel in de bloedbaan. Dat noemen we een contrastreactie. Dat komt door een allergie voor één of meer bestanddelen van dit middel en treedt vrij snel na het inspuiten op.

Als u een contrastreactie krijgt, reageren de laboranten en de radioloog daar direct op. Als het nodig is, krijgt u een passend middel om de reactie tegen te gaan.

Kreeg u bij een eerder onderzoek met jodiumhoudend contrastmiddel een allergische reactie? Laat dat dan van tevoren aan de röntgenafdeling en aan uw behandelend arts weten. Dan kunnen we eventuele voorzorgsmaatregelen nemen of kiezen voor een alternatief onderzoek.

Uw familie of naaste kan in principe niet bij het onderzoek aanwezig zijn.

Over straling

Op de afdeling Radiologie/Nucleaire Geneeskunde doen we onderzoeken en behandelingen met verschillende beeldvormende technieken en verschillende soorten straling. Op de website van het Martini Ziekenhuis leest u hier meer over. Bijvoorbeeld over de straling die u tijdens een onderzoek krijgt in verhouding staat tot de straling waar u in het dagelijkse leven aan wordt blootgesteld.