Baarmoeder (uterus) embolisatie

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Het afsluiten van bloedvaten in de baarmoeder (uterus) om vleesbomen te laten verdwijnen.

Onze kwaliteit

  • Minder belastend voor patiënten dan een operatie.

Baarmoeder (uterus) embolisatie

Vleesbomen (myomen) zijn goedaardige knobbels die op verschillende plaatsen in de baarmoeder kunnen voorkomen. Ze bestaan voornamelijk uit spierweefsel. Ze kunnen in grootte variëren.

Een baarmoeder (uterus) embolisatie is een behandeling waarbij we met hele kleine korreltjes de bloedvaten richting de vleesboom kunnen afsluiten. Hierdoor verschrompelt en verdwijnt de vleesboom in de baarmoeder. Hoe lang de behandeling duurt is vooraf moeilijk te voorspellen.

De baarmoeder blijft bij deze behandeling behouden.

U wordt voor deze behandeling ten minste één nacht in het ziekenhuis opgenomen. 

Voorbereidingen

Voor de behandeling krijgt u een gesprek met een interventielaborant waarin duidelijk wordt verteld hoe de dag van het onderzoek ongeveer verloopt en wat u kan verwachten. Tijdens dit gesprek kunt u natuurlijk vragen stellen.  

De dag van het onderzoek meldt u zich om 7.30 uur bij de receptie beneden in de hal. U gaat dan naar afdeling 2B. Op de afdeling krijgt u:

  • Een blaaskatheter: We werken met een contrastmiddel en dat wordt uitgescheiden via de blaas. Om te voorkomen dat we tijdens de behandeling last hebben van urine in de blaas krijgt u een blaaskatheter.
  • Een infuus: Mocht u een lage bloeddruk krijgen of allergisch blijken voor contrastvloeistof, dan kunnen we medicijnen toedienen via het infuus.
  • Een epiduraal: U krijgt een verdovingsslangetje in de rug. Omdat het krimpen/verschrompelen van de vleesboom pijn kan geven, krijgt u een soort ruggenprik. Hierover krijgt u meer informatie bij het preoperatief spreekuur. 

Gebruikt u bloedverdunnende middelen? Overleg dan met uw behandelend specialist of u deze mag blijven gebruiken of er tijdelijk mee moet stoppen. Bij bloedverdunnende middelen is het risico op een nabloeding groter, waardoor dit extra aandacht nodig heeft.

Alle andere medicijnen die u eventueel gebruikt, kunt u als u in het ziekenhuis ligt gewoon blijven innemen. Tenzij uw specialist iets anders heeft gezegd.

De behandeling

De behandeling gebeurt met een prik in beide liezen. Hier lopen de slagaders die vertakkingen hebben richting de baarmoeder.

De behandeling vind ’s morgens rond 10 uur plaats. U moet tot 6 uur voor de behandeling nuchter blijven. Tot 2 uur voor de behandeling mag u heldere vloeistoffen (thee of water) drinken.

Het personeel van de verpleegafdeling brengt u naar de afdeling Interventieradiologie. Daar vangt een laborant u op. De laborant zorgt voor verdere begeleiding naar de behandelkamer.

In de behandelkamer gaat u op uw rug op de behandeltafel liggen. De laborant desinfecteert de liezen en dekt u toe met steriele lakens.

Daarna worden beide liezen verdoofd. Als de verdoving is ingewerkt, prikt de radioloog met een holle naald de slagader in de lies aan. Door deze holle naald wordt een voerdraad in de slagader gebracht. Over deze voerdraad wordt de katheter (dun slangetje) opgeschoven richting de bloedvaten van de  baarmoeder. We gaan met een contrastinjectie kijken waar de bloedvaten zitten die richting het myoom gaan. De contrastvloeistof kan een warm gevoel geven.

Op de plaats waar de bloedvaten richting de vleesboom zitten, worden kleine korreltjes ingespoten om de bloedtoevoer daar naartoe te stoppen.

Daarna wordt een contrastvloeistof ingespoten om te kijken of de bloedtoevoer inderdaad is opgeheven. Als het nog niet voldoende afgesloten is, kunnen we nog een paar korreltjes op de plaats achterlaten. Hetzelfde doen we ook aan de andere kant. Het zoeken naar de kleine bloedvaten richting de vleesbomen kan even duren.  

Als de radioloog tevreden is met het resultaat, moeten de prikplaatsen in de lies stevig dichtgedrukt worden. Of er worden plugjes geplaatst.

Na afloop krijgt u een pleister en als dat nodig is een stevig drukverband op de prikplaats om nabloeden te voorkomen. Daarna wordt u in uw bed teruggebracht naar de verpleegafdeling.

Na de behandeling

U moet tenminste twee uur plat blijven liggen. Dit plat liggen kan lastig zijn als u naar het toilet moet. De verpleging weet dit en helpt u bij dit ongemak.

Op de verpleegafdeling controleren ze in de eerste uren na de behandeling uw bloeddruk regelmatig. U blijft nog eens 24 uur in bed. U mag zitten en liggen. De volgende dag mag u uit bed en wordt ook het drukverband verwijderd. Als het meevalt met de pijn, mag het verdovingsslangetje (epiduraal) in uw rug eruit en ook de blaaskatheter kan dan verwijderd worden. Als u heeft geplast kunt u naar huis. De pleister mag u een aantal dagen hierna zelf verwijderen. 

Mogelijke complicaties

Heel soms treedt er een allergische reactie op bij het inspuiten van contrastmiddel in de bloedbaan. Dat noemen we een contrastreactie. Dat komt door een allergie voor één of meer bestanddelen van dit middel. Dit merkt u heel snel.  

Als u een contrastreactie krijgt, reageren de laboranten en de radioloog daar direct op. Als het nodig is, krijgt u een passend middel om de reactie tegen te gaan.

Kreeg u bij een eerder onderzoek met jodiumhoudend contrastmiddel een allergische reactie? Laat dat dan van tevoren aan de röntgenafdeling en aan uw behandelend arts weten. Dan kunnen we eventuele voorzorgsmaatregelen nemen of kiezen voor een alternatief onderzoek.

Uw familie of naaste kunnen in principe niet bij het onderzoek aanwezig zijn.

Over straling

Op de afdeling Radiologie/Nucleaire Geneeskunde doen we onderzoeken en behandelingen met verschillende beeldvormende technieken en verschillende soorten straling. Op de website van het Martini Ziekenhuis leest u hier meer over. Bijvoorbeeld over de straling die u tijdens een onderzoek krijgt in verhouding staat tot de straling waar u in het dagelijkse leven aan wordt blootgesteld.