Shunt

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Een inwendige, blijvende verbinding tussen een slagader en een ader in de arm.

Onze kwaliteit

  • Patiënten beoordelen onze zorg gemiddeld met een 8,6
  • Alle nierfunctievervangende behandelingen mogelijk
  • Ziekenhuiszorg dichtbij
  • Niercentrum op drie locaties

Wat is een shunt?

Een shunt is een inwendige, blijvende verbinding tussen een slagader en een ader in uw arm speciaal bedoeld voor dialyse. De shunt kan maar op een beperkt aantal plaatsen in de arm worden aangebracht. Dat doen we bij voorkeur in de arm die u het minst gebruikt.

Er bestaan verschillende manieren om een verbinding te maken tussen een slagader en een ader:

  • gebruikmaken van de eigen bloedvaten (fistel)
  • gebruikmaken van een kunststof vat (graft)

Om een goed beeld te krijgen van de aders in uw arm, doen we eerst onderzoek. Dat noemen we een duplex onderzoek.

Nadat de aders in kaart zijn gebracht, kan er door de vaatchirurg in overleg met de nefroloog een keuze gemaakt worden voor het soort shunt dat bij u past.

Daarna plannen we de operatie in. De dag voor of de ochtend van de operatie nemen we u op in het ziekenhuis. U blijft één nacht ter observatie.

Fistel:
Als het even kan, kiezen we voor een shunt van een eigen bloedvat (een fistel) in de onderarm. Dit is een directe verbinding van de slagader met de ader ter hoogte van de pols. De ader zet uit en de vaatwand wordt dikker. Zodra de diameter groot genoeg is, kan deze ader (shunt) worden aangeprikt. Dit proces duurt ongeveer 8 weken en wordt ook wel rijpen genoemd.

De shunt in de bovenarm (bovenarmfistel) is een andere mogelijkheid. Hierbij wordt de verbinding bij de elleboog gemaakt in plaats van de pols. Hiervoor geldt dezelfde procedure.

Graft:
De kunststof shunt noemen we ook wel de kunststof dialyseloop, graft of Goretex. Wanneer we geen eigen bloedvat kunnen gebruiken, gebruiken we een kunststof shunt. De shunt kan zowel recht als in een lus in de onder- of bovenarm worden gelegd. Na de operatie is de arm gevoelig en vaak opgezwollen. Dit is een reactie op het materiaal. Het is belangrijk om de arm dan na de operatie goed hoog te leggen. De zwelling trekt na enkele dagen tot weken weg. Voordat aanprikken mogelijk is, moet de eventuele zwelling enigszins verdwenen zijn.

Na een genezingsproces van ongeveer 2 weken is de shunt te gebruiken.

 

Aanprikken van de shunt

Het aanprikken van de shunt is meestal geen prettige ervaring. De huid kan plaatselijk licht verdoofd worden met een zalf of spray. Nadeel van de zalf is dat de huid op den duur week kan worden en huidirritatie kan ontstaan.

Het aanprikken van de shunt kan met twee type naalden: kunststof of staal. Afhankelijk van het soort shunt en de ontwikkeling daarvan, kiest de dialyseverpleegkundige het type naald. 

Leefregels

U moet zelf de shunt controleren en proberen de arm met de shunt te ontzien. Houd daarbij

de volgende leefregels in de gaten:

  • Elke dag de shunt controleren;
  • Niet op de arm met shunt gaan liggen;
  • Geen knellende kleding, armbanden en/of horloge dragen;
  • Korstjes laten zitten i.v.m. infectiegevaar;
  • Extreme warmte of kou vermijden;
  • Geen zware tassen of iets dergelijks aan de shuntarm dragen;
  • Geen bloeddruk meten aan de shuntarm;
  • Geen bloed laten afnemen uit de shuntarm;
  • Zodra de shunt wordt aangeprikt, krijgt u pleisters en gaasjes mee van de dialyseverpleegkundige;
  • Als de shunt onderweg of thuis openspringt, raak dan niet in paniek. Druk de shunt goed af tot het bloeden is gestopt en plak de shunt dan opnieuw af. Dit leert u in het Martini Niercentrum;
  • Als de shunt niet dicht wil, moet u contact opnemen met het Martini Niercentrum;
  • Bij pijn, roodheid of zwelling, contact op nemen;
  • Laat nooit een drukverband aanleggen!

 

Shuntflowmeting

Dit onderzoek wordt door de verpleegkundige uitgevoerd tijdens de dialysebehandeling en duurt ongeveer 15 minuten. Het is geheel pijnloos. Bij dit onderzoek wordt de hoeveelheid bloed gemeten die per minuut door uw shunt stroomt.

Behandeling van complicaties

Als het dialyseteam denkt dat een shunt niet goed functioneert, is verder onderzoek nodig. De oorzaak kan een vernauwing in de shunt zijn. Er wordt altijd eerst een duplex onderzoek gedaan. Als het nodig is, gaat u daarna door voor een DSA.

DSA(Digitale Subtractie-Angiografie) 
Een DSA is een foto van de shunt. De afspraak voor het maken van een DSA plannen we zoveel mogelijk voor de dialyse. Dan kunt u daarna dialyseren en hoeft u niet apart voor het onderzoek naar het ziekenhuis te komen.

Bij een DSA prikt de radioloog met een dunne naald de shunt aan en spuit dan contrastvloeistof in de shunt. De binnenzijde van de shunt wordt zo met röntgenapparatuur zichtbaar.

Dotteren
Als tijdens het maken van de shuntfoto een vernauwing zichtbaar is, wordt er direct gedotterd.

Dotteren is het oprekken van een vernauwing in de shunt met een katheter die is voorzien van een ballonnetje. Via de naald wordt deze katheter ingebracht. Het ballonnetje wordt op de plaats van de vernauwing opgeblazen, waardoor de vernauwing na enige tijd zal verdwijnen. Dit kan pijnlijk zijn. Het hele onderzoek duurt ongeveer één uur. U hoeft voor dit onderzoek niet nuchter te zijn.

Operatie
Als uw shunt niet meer functioneert, is een operatie nodig. Hiervoor is een opname noodzakelijk. Afhankelijk van de aard van het probleem, wordt de shunt operatief hersteld. Lukt dat niet, dan leggen we een nieuwe shunt aan. Ter overbrugging is het mogelijk dat u een katheter in de halsader of liesader krijgt ingebracht, zodat dialyse door kan blijven gaan.