Vruchtbaarheidsonderzoek

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Aantal vruchtbaarheidsonderzoeken
Voor beide partners
Op de polikliniek Gynaecologie
Gedurende een bepaalde periode

Onze kwaliteit

  • Vaste arts
  • Vroege ochtend (vanaf 7.30 uur) en avondspreekuur
  • Snelle diagnostiek
  • Medicatie wordt op huisadres afgeleverd

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met uw huisarts bent u doorverwezen naar het spreekuur voor vruchtbaarheidsproblemen op de polikliniek Gynaecologie. Onderzoek naar vruchtbaarheidsproblemen en de behandeling daarvan wordt gedaan door een team dat bestaat uit een gynaecoloog en de kliniekarts Voortplantingsgeneeskunde. U kunt met beiden te maken krijgen.

Ter voorbereiding op uw eerste afspraak heeft u vragenlijsten thuisgestuurd gekregen. U vult de vragen samen met uw partner in en stuurt de ingevulde vragenlijsten terug naar de polikliniek Gynaecologie. U krijgt vervolgens bericht over een afspraak bij de gynaecoloog of bij de kliniekarts Voortplantingsgeneeskunde.

Eerste bezoek

Op uw eerste afspraak komt u samen met uw partner naar de polikliniek Gynaecologie. De arts stelt u beiden een aantal aanvullende vragen. Daarna wordt soms bij u en/of bij uw partner een lichamelijk onderzoek verricht. Ook wordt bloed bij u en in enkele gevallen ook bij uw partner afgenomen voor onderzoek op chlamydia-antistoffen. Chlamydia is een veelvoorkomende seksueel overdraagbare aandoening die niet altijd klachten geeft. Een onopgemerkte Chlamydia-infectie kan gevolgen hebben gehad voor de doorgankelijkheid van de eileiders.

Op basis van het vraaggesprek en onderzoek bepaalt de kliniekarts Voortplantingsgeneeskunde de volgende stappen. Bij duidelijke afwijkingen wordt meteen een behandeling gestart. Anders wordt het een vervolgtraject in gang gezet, het zogenaamde Oriënterend Fertiliteits Onderzoek (OFO). Het OFO bestaat uit een cyclusanalyse, een zaadonderzoek (sperma-analyse) en een HSG (hysterosalpingografie) ofwel baarmoederfoto. Deze vruchtbaarheidsonderzoeken vinden plaats op de polikliniek Gynaecologie. Ze worden bijna allemaal door de kliniekarts Voortplantingsgeneeskunde uitgevoerd in verschillende periodes.

Eerste maand

De arts voert in de eerste maand een cyclusanalyse bij u uit en onderzoekt uw eicelontwikkeling via een inwendige echoscopie. Echoscopie is een techniek waarmee organen en structuren in het lichaam via een apparaatje (een ‘taster’ of ‘echokop’) zichtbaar gemaakt worden op een beeldscherm. Bij dit onderzoek brengt de arts door de schede (vagina) de echokop bij u in. Via dit apparaatje zijn uw eierstokken met daarin de eiblaasjes (follikels) op een scherm te zien.
Met deze techniek is te volgen hoe de follikels groeien in het verloop van de cyclus, hoe ze groter worden voor de eisprong en zich een paar dagen later weer verkleinen. De echoscopie wordt meerdere malen uitgevoerd. De eerste echo vindt meestal plaats rond de tiende cyclusdag. Met eisprongtesten zal de arts het moment van de eisprong (ovulatie) vaststellen. Hierover krijgt u afzonderlijke informatie.

Een week na de eisprong laat u bloed prikken, voor het bepalen van het progesteron. Dit is het hormoon dat na de eisprong de baarmoeder voorbereidt op innesteling van een bevruchte eicel. In diezelfde maand vindt bij uw partner het zaadonderzoek (de sperma-analyse) plaats.
Uw partner produceert thuis het zaad via masturbatie en vangt het op in een steriel potje dat u bij uw eerste bezoek aan de polikliniek heeft meegekregen. Uw partner levert binnen 1,5 uur het potje met sperma in bij het Bloedafnamelaboratorium, samen met het bijbehorende formulier.

Tweede maand

In de tweede maand heeft u een afspraak voor een HSG (hysterosalpingografie), ofwel een baarmoederfoto. Dit is een röntgenonderzoek dat de vorm van de baarmoederholte en de doorgankelijkheid van de eileiders zichtbaar maakt. Voor dit onderzoek gaat u naar de afdeling Radiologie.

Mocht bij u bij het bloedonderzoek een chlamydia-infectie geconstateerd zijn, dan krijgen u en uw partner eerst een behandeling met antibiotica. Deze infectie kan ook de reden zijn dat er geen baarmoederfoto wordt gemaakt. U krijgt dan een afspraak voor een kijkoperatie.

Uitslag

De resultaten van het OFO worden in het wekelijkse fertiliteitoverleg van gynaecologen en kliniekarts Voortplantingsgeneeskunde besproken. Zij bepalen gezamenlijk of meer onderzoek nodig is en maken een voorstel voor een behandelplan.
Tijdens uw vervolgafspraak op de polikliniek bespreekt de kliniekarts of de gynaecoloog met u en uw partner het resultaat en het behandelplan. U kunt dan al uw vragen stellen over de uitslag en het vervolgtraject.

Als bij u en/of uw partner een duidelijke afwijking is gevonden, zal de arts direct de behandeling starten om het probleem op te lossen. Wanneer bij u geen directe reden is gevonden voor het uitblijven van een zwangerschap, wordt in de regel eerst een spontane zwangerschap afgewacht, meestal gedurende 2 jaar. Alleen als de kans op zwangerschap met een behandeling groter is dan met afwachten, doet de arts u een behandelvoorstel. Wanneer u na afloop van dit resultatengesprek nog vragen heeft, kunt u ofwel kort bellen met de arts (via het secretariaat) of een nieuwe afspraak maken.

Extra onderzoek

Soms is na het Oriënterend Fertiliteits Onderzoek nog niet helemaal duidelijk of er afwijkingen zijn en zo ja welke. Dan zal de arts u voorstellen nader onderzoek te doen. U kunt dan een ovariumreservetest laten doen, ook wel clomifeenbelastingtest of eicelvoorraadtest genoemd. Bij dit onderzoek wordt de individuele veroudering van de eierstokken beoordeeld. Het bestaat uit een echoscopie tussen de tweede en vierde ( liefst op de derde) dag van uw menstruatie en bloedonderzoek op de dag van de echo.

Ook is een diagnostische laparoscopie (een kijkoperatie) mogelijk, waarbij de arts naar de vorm van baarmoeder, eileiders en eierstokken kijkt. Dit onderzoek geeft extra informatie over de inwendige geslachtsorganen. Op deze manier kunnen afwijkingen worden opgespoord. Tevens wordt de doorgankelijkheid van de eileiders getest met een blauwe kleurstof. Deze kijkoperatie vindt plaats onder algehele narcose (anesthesie), meestal in dagbehandeling.