Behandelingen van seksueel overdraagbare aandoeningen

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Onderzoek naar soort soa
Door de gynaecoloog
Met behandeling is genezen mogelijk
Zorg voor veilig vrijen

Onze kwaliteit

  • Geen wachttijd voor de eerste afspraak

Wachttijd

Verschijnselen

Seksueel overdraagbare aandoeningen geven vaak geen klachten. Daardoor weten mensen met een soa niet altijd dat zij een infectie bij zich dragen, die zij weer kunnen overdragen aan anderen. Iedereen die onveilig actief seksueel contact heeft (gehad) met iemand die een soa heeft, kan zelf ook een soa oplopen. Deze aandoeningen worden overgebracht door geslachtsgemeenschap, door seksuele contacten via de mond of de anus, of door contact met lichaamsvloeistoffen als sperma, speeksel, bloed en vaginale afscheiding. Een enkele soa is overdraagbaar via huidcontact.

Er zijn symptomen die bij vrouwen kunnen duiden op een soa, zoals veranderde afscheiding uit de schede (vagina) of meer afscheiding dan normaal, pijn bij het vrijen, pijn bij het plassen, kleine beetjes moeten plassen, irritatie en jeuk van de vagina, abnormaal bloedverlies (tussentijds, of bloedverlies tijdens of na de gemeenschap), buikpijn en eventueel koorts, zweertjes, wratjes, blaasjes op de schaamlippen of rond de anus of de mond, keelklachten (na orale seks), infectie van de ogen, of een eileiderontsteking.

Heeft u een of meer van deze klachten, ga dan naar uw huisarts. Zeker als u bang bent een soa te hebben opgelopen na een onveilig seksueel contact. Tegelijkertijd is het belangrijk te weten dat de meeste van de genoemde klachten heel vaak een andere oorzaak hebben.

Voorbereiding

In overleg met uw huisarts maakt u een afspraak op de polikliniek Gynaecologie vanwege een verdenking op een seksueel overdraagbare aandoening (soa). De gynaecoloog zal door onderzoek achterhalen of bij u sprake is van een soa, om welke seksueel overdraagbare aandoening het gaat en een behandeling voorstellen.

Er zijn vele seksueel overdraagbare aandoeningen. De belangrijkste zijn: chlamydia, gonorroe, genitale wratten, trichomonas, hepatitis B, herpes genitalis, syfilis (lues), besmetting met het HIV-virus (het virus dat aids veroorzaakt), schaamluis en schurft.

Bijna alle vrouwen schrikken als blijkt dat ze een seksueel overdraagbare aandoening (kunnen) hebben. Soms komt het onverwacht, omdat er helemaal geen klachten zijn. Soms bestaat er al een angst die dan bewaarheid wordt. Vaak zijn er veel vragen over gevolgen voor de gezondheid, verder onderzoek en behandelingsmogelijkheden. Aarzel niet om uw vragen te bepreken met de arts.

Eerste bezoek

De gynaecoloog vraagt u naar uw klachten (of u klachten heeft, welke klachten en wanneer ze zijn optreden) en stelt vragen over uw algemene gezondheid. Daarna zal de gynaecoloog u lichamelijk onderzoeken, met name op die plaatsen waar uw klachten voorkomen. Schaamluis of schurft bijvoorbeeld is te zien door onderzoek van de huid met een vergrootglas of microscoop. De arts zal ook de vulva en de anus bekijken en een gynaecologisch onderzoek doen van de schede (vagina). Hierbij wordt een spreider (speculum) gebruikt om de schede open te houden.

Meestal neemt de arts met een wattenstokje een kweek van de baarmoedermond of van de afscheiding uit de vagina. Eventueel ook van de urinebuis. Deze kweken worden in het laboratorium onderzocht. Die dag wordt ook bloed bij u afgenomen en eventueel moet u urine inleveren. Alle soa’s zijn aan te tonen of uit te sluiten door het afnemen van een kweek (van de baarmoedermond, van de vagina, van de urinebuis), door bloedonderzoek en urineonderzoek.

De uitslag van een kweek kan soms bekend zijn na enkele dagen, meestal na 1 tot 2 weken. De duur hangt af van de soa waarnaar gezocht wordt. Sommige soa’s (syfilis en HIV-infectie) zijn pas na respectievelijk 3 en 6 maanden in het bloed aantoonbaar.

Dit betekent een lange tijd van spanning, maar blijvende onzekerheid brengt ook vaak veel ongerustheid mee.

Een soa en dan?

Vrouwen die een seksueel overdraagbare aandoening hebben, zitten veelal in een vervelende situatie. Een soa wordt immers overgedragen door seksueel contact. Nogal eens roept dit binnen een relatie pijnlijke vragen op: wie van de partners heeft de soa in een andere relatie opgelopen? Is mijn partner ook geïnfecteerd? Schaamte, angst, onzekerheid of kwaadheid zijn dan ook veel voorkomende gevoelens. Ook zijn er soms zorgen of er nog andere infecties zijn opgelopen.

Als zeker is dat u een soa heeft, is ook onderzoek en eventuele behandeling van uw partner belangrijk. Licht uw partner is als u onbeschermd seksueel contact (zonder condooms) heeft gehad met uw huidige partner. Gemakkelijk is dit bijna nooit, maar wel noodzakelijk. De kans is groot dat hij of zij de soa ook heeft, en deze weer aan u teruggeeft als de aandoening niet behandeld wordt.

Waarschuw ook andere of vroegere seksuele partners, zowel van u als van uw huidige partner(s). Zij weten vaak niet dat zij misschien een soa hebben, omdat deze aandoeningen vaak geen klachten geven. Om te voorkomen dat zij de soa doorgeven aan anderen, is het belangrijk dat zij ingelicht worden. U (of uw partner) kunt dat zelf doen. Vindt u dat moeilijk, dan kunt u daarbij de hulp inschakelen van een sociaalverpleegkundige van de GGD.

Behandeling

Sommige soa’s hebben ernstige gevolgen, als ze niet op tijd worden behandeld. Gelukkig zijn de meeste seksueel overdraagbare aandoeningen gemakkelijk te genezen. Chlamydia en gonorroe zijn goed te behandelen met een antibioticumkuur. Ook bij sifilis wordt een antibioticum gegeven, meestal in de vorm van injecties. Genitale wratten kunt u bijna altijd zelf behandelen: ofwel aanstippen met een medicijn of een zalf aanbrengen.

Ook kan de arts ze bevriezen of aanstippen. Bij veel of grote wratten of bij wratten in de vagina, adviseert de gynaecoloog vaak behandeling onder narcose of met een ruggenprik. De gynaecoloog kan dan de genitale wratten 'verdampen' met behulp van CO2-laservaporisatie, of wegbranden met electrocoagulatie (verwijderen met electrische stroom, ook wel 'electrisch lisje' genoemd).

Trichomonas wordt behandeld met tabletten en herpes genitalis met een tablettenkuur. Schaamluis kunt u bestrijden met een middel van de apotheek. Schurft wordt behandeld met een smeersel, crème of gel. Tevens moet u kleren, handdoeken en beddengoed wassen op minimaal 60 graden en matras en kussen luchten. Partner(s) en naasten moeten zich ook laten behandelen.

Voor een hepatitis-B-infectie bestaat tot nu toe nog geen behandeling. Bij een chronische leverontsteking is soms behandeling met medicijnen mogelijk. Mocht een HIV-infectie aanwezig zijn, dan krijgt u uitgebreide informatie over verder onderzoek en behandelingsmogelijkheden.

Nazorg

Na de behandeling komt u nog enkele malen voor controle naar de polikliniek Gynaecologie. Hierbij wordt ook uw bloed steeds onderzocht om te bezien of de infectie goed genezen is. Mocht u een soa hebben en zwanger zijn, dan zal behandeling ook plaatsvinden ter bescherming van het ongeboren kind (met een voor het ongeboren kind onschadelijk antibioticum).

Wanneer u vlak voor de bevalling voor het eerst in uw leven een herpes-genitalis-infectie heeft, is dit vaak een reden voor een keizersnede. Hiermee wordt voorkomen dat het kind tijdens de bevalling met herpes besmet raakt. Bij het opnieuw optreden van herpes tijdens de zwangerschap of rond de bevalling is geen keizersnede nodig: de kans op besmetting van het kind is dan zeer klein. De huisarts, verloskundige of gynaecoloog geeft u verdere informatie.

Bij alle zwangeren vindt overigens in het begin van de zwangerschap bloedonderzoek plaats, onder meer op syfilis, hepatitis-B. Een HIV-test is nog niet mogelijk ‘als routinetest’ bij zwangerschap.
Na een soa moet u een aantal leefregels volgen om nieuwe besmetting te voorkomen. De belangrijkste regel is: zorgen voor ‘veilig vrijen’, bij meerdere seksuele contacten altijd met gebruik van condoom.